De Oasiërs houden van Jezus

In Michel Fabers nieuwe roman gaat een dominee op zendingsreis naar een andere planeet. Intussen gaat het op aarde helemaal mis.

'Het boek van wonderlijke nieuwe dingen', het nieuwe boek van Michel Faber, is ook voor wie zoals ik niet van sciencefiction houdt, een uitermate boeiende roman. Anders dan de meeste sf-boeken houdt het zich niet bezig met spectaculaire high-tech of mediale ontwikkelingen waarin de nieuwe mens zich maar een weg moet zien te banen, maar het is een uitgesproken low-tech-boek, over mensen en niet over machines. Ook speelt het zich niet af in een ver verwijderde toekomst maar in onze eigen 21-ste eeuw, misschien maar een paar jaar verwijderd van nu.

Net als in Fabers befaamde roman 'Onderhuids' (verfilmd als 'Under the skin', met Scarlett Johanson) gaat het om een herkenbare wereld met één vreemd element erin; in 'Onderhuids' is dat de alien die midden in hedendaags Schotland mannen van de straat plukt en leegzuigt, in 'Het boek van wonderlijke nieuwe dingen' zijn het de Oasiërs die door een jonge zendeling het evangelie krijgen verkondigd. Het is een belangrijk thema in het werk van Michel Faber, van Nederlandse afkomst maar opgegroeid in Schotland: de betovering en transformatie van mensen.

Peter Leigh is een voormalige junk die door zijn vrouw Bea, die hij op aarde heeft achtergelaten, tot geloof is gekomen. Als een moderne dominee, maar niettemin vol bijbelteksten, moet hij nu zijn draai zien te vinden op Oasis, een soort nieuwe aarde waar de organisatie USIC de scepter zwaait. Echt contact met de autochtone bewoners zoeken de mensen van USIC niet, maar Peter is uit ander hout gesneden. De Oasiërs, of althans sommigen van hen, snakken naar geloof en de kersverse predikant is, liefdevol, bereid om alles uit te leggen. Zelfs de Bijbel, door hen 'het boek van wonderlijke nieuwe dingen' genoemd (maar die titel werpt natuurlijk ook zijn schaduw over deze roman zelf) is hij bereid te bewerken tot een simpele vorm van Engels die zij kunnen begrijpen.

De Oasiërs zijn antropomorfe wezens, iets kleiner dan wij, met gezichten als een soort walnoten, zonder ogen, en ze praten, moeizaam, door een spleet in hun gelaat. Ondanks hun wonderlijke verschijning lijken deze aliens nog het meest op schuwe, bescheiden mensen. Ze leveren de ruimtevaarders op het USIC-station hun zelfverbouwde groente en levensmiddelen in ruil voor medicijnen, waarvan niet zeker is dat ze die wel nodig hebben trouwens.

In veel opzichten lijkt de relatie tussen de aardse stervelingen van USIC en de oorspronkelijke bewoners van Oasis op die uit ons eigen koloniale tijdperk. De bescheiden Oasiërs worden met paternalistische minachting door de aardse kolonisten bejegend. Peter vat echter door de kalme, onverstoorbare en aandachtige aard van de Oasiërs die zichzelf stuk voor stuk 'vriend van Jezus' noemen, een bijzondere genegenheid voor hen op.

Ergens halverwege het verhaal, als de jonge predikant allerlei verwondingen in zijn gezicht heeft opgelopen en half verbrand raakt, vermoedde ik zelfs dat Faber bezig was hem op subtiele wijze ook fysiek in een Oasiër te veranderen maar dat blijkt toch niet het geval. Peter blijft een aards wezen.

Als hij een Oasische gemeente heeft gesticht maar het intussen op aarde helemaal mis loopt - natuurrampen, sociale ontwrichting - en zijn zwangere vrouw Bea steeds ongelukkiger wordt, besluit hij tenslotte toch naar de aarde terug te keren en zijn huwelijk te redden. Daar eindigt het verhaal.

Faber heeft deze niet al te ver-affe zendingsgeschiedenis bijzonder overtuigend en geduldig in elkaar gezet. In meer dan zeshonderd pagina's ontrolt zich het verhaal van een exotische maar toch vertrouwde ruimte-'missie'. Net als Peter raak je langzamerhand gewend aan de Oasiërs. Ondanks hun vreemde uiterlijk en het feit dat hun spraak 'klonk als een voet die uit zuigende modder werd losgetrokken' krijg je een soort sympathie voor dit vanzelfsprekende, eenvoudige en serieuze natuurvolkje dat geen ironie en cynisme kent - in tegenstelling tot de grove USIC-klanten met hun 'Freaktown' voor de Oasische nederzetting. Voorbeeldige mensen zijn de Oasiërs eigenlijk.

Zo nu en dan gaat Faber zich niettemin te buiten aan wonderlijke sf-taferelen, zoals de geboorte van een Oasis-kind: "Toen trok de fontanel in haar hoofd wijd open en bolde er een grote roze massa uit, glinsterend van heet schuimende witte sop. Peter deinsde geschokt achteruit, ervan overtuigd dat hij getuige was van een gruwelijke dood. Na nog een stuiptrekking was het voorbij. De baby werd in een slijmerig spasme uitgestoten en gleed in haar moeders wachtende armen."

Terwijl Peter allengs meer ingekapseld raakt in het leven van de Oasische christenen wordt de kloof met zijn vrouw Bea steeds groter, in mailtjes vertelt ze hem over aardse calamiteiten die na zijn vertrek plaatsvinden tot ze op een zeker moment haar geloof in God verliest en tenslotte ook haar vertrouwen in Peter. Deze dimensie - zieleherder kan wel anderen redden maar niet zijn eigen gezin - geeft 'Het boek van wonderlijke nieuwe dingen' de psychologisch-dramatische laag die het nodig heeft; je realiseert je hoe de aardse achterblijfster vergeefs aanklopt bij de ijverige dominee met zijn psalmen en paulinische praatjes voor anderen.

De gebeurtenissen op aarde - de Malediven lopen onder, half Noord-Korea wordt door een tyfoon weggeslagen, de westerse economie raakt totaal ontwricht - hebben intussen alles weg van de apocalyps, maar anders dan in de recente dystopieën van Dave Eggers en Michel Houellebecq, waarin het voortschrijdende collectivisme van de sociale media respectievelijk de dreiging van de islam het leven op aarde ontwrichten, schetst Faber in zekere zin een ouderwetse, bijbelse eindtijd. Het eenvoudige leven van de Oasiërs daarentegen wordt als een soort utopie afgeschilderd: eenvormig, tolerant, geen scherp individualisme, geen grote verwachtingen.

Achter deze opmerkelijke sf-roman gaat onmiskenbaar een kritische kijk op onze maatschappij schuil, maar ook het hedendaags geloof wordt op de pijnbank gelegd, als een cynische sterveling aan Peter vraagt: "Ben jij ook zo'n cafeïnevrije christen, padre? Van de suikervrije ouwel? Evangelie light, nu met minder onverzadigde schuld, sterk gereduceerd Laatste Oordeel, honderd procent minder wederkomst en zonder toegevoegd Armageddon? Kan sporen bevatten van gekruisigde jood."

Waar Faber zelf in deze kwestie 'eenvoudig geloof versus cynische levenshouding' precies staat, blijft onduidelijk. Maar zeker is dat hij voor de verbeelding ervan een overtuigende, mythische vorm heeft gevonden.

Michel Faber: Het boek van wonderlijke, nieuwe dingen. (The Book of Strange New Things) Vert. Harm Damsma en Niek Miedema. Podium; 640 blz. euro 25

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden