column

De normaliteit is besmet met het virus van vernietiging

Stevo Akkerman Beeld Trouw

Twee aparte dagen, een om te herdenken, een om te vieren. En beide dagen las ik het van-de-sokken-blazende interview in deze krant met Edith Eva Eger, de ballerina van Auschwitz. 

De eerste keer, zaterdag, met op de radio Symfonie nr. 3 van Henryk Górecki, ook bekend als de ‘Symfonie van droevige liederen’. De tweede keer, gisteren, met de jankende herrie van een borende buurman. En beide keren brak Eger overal doorheen.

Ze deed me denken aan Etty Hillesum, in haar menselijkheid, haar onbekommerde godsbeeld, haar diepte. Bij alles wat ze zei, dacht ik: vertel me meer, vertel me hoe het mogelijk is dat je gekomen bent waar je bent, na Auschwitz, Mengele, de moord op je ouders. Ze vertelde het wel natuurlijk, ze zei dat ze ervoor had moeten terugkeren naar het kamp. Maar er bleef iets over dat mij ontglipte: niet dat ze koos voor liefde in plaats van haat, maar hoe ze daartoe in staat was. Als dat ons, geconfronteerd met het doodgewone kwaad in onze doodgewone levens, al nauwelijks lukt, hoe haar dan wel?

Wat nu?

Als psychotherapeute is haar adagium dat de vraag, ondanks alles wat iemand achter de rug kan hebben, nooit is: ‘Waarom ik?’ maar: ‘Wat nu?’ En als beschouwend persoon kijkt ze voorbij haar eigen horizon en ziet ze dat het kwaad nooit ver weg is: “Als ik in Duitsland was geboren, zou ik waarschijnlijk heel erg onder de indruk zijn geweest en had ik me meteen bij de Hitlerjugend aangesloten.”

Ik las dat dus op 4 mei bij de klanken van Górecki, dankzij Frank van Vree, directeur van het Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Hij had voor de radio een keuze gemaakt uit zijn muzikale favorieten en vertelde hoe hij ooit zijn auto had stilgezet op de Afsluitdijk toen hij Symfonie nr. 3 voor het eerst hoorde. Het tweede deel, dat hij liet horen, is op een tekst uit een Gestapo-cel in Zakopane, Zuid-Polen. De 18-jarige Helena Wanda Blazusiakowna schreef daar de volgende woorden op de wand: “O mama, huil niet, nee. Onbevlekte Koningin van de Hemel, U steunt mij altijd.”

Górecki, wiens grootvader in Dachau zat, en een tante in Auschwitz, deinsde altijd terug voor een directe­­ link tussen zijn compositie en de oorlog. Het ging hem om niets anders dan ‘de diepe rouw van een moeder die haar zoon heeft verloren’, zei hij, springend van het particuliere naar het universele.

Behoedzaamheid

Iets dergelijks, maar niet hetzelfde, deed Arnon Grunberg in een essay in NRC waarin hij de uitzonderlijkheid van de Shoah beschrijft als een risico; alsof­­ het buiten de geschiedenis zou staan, en daarmee buiten onszelf. Het is eerder andersom, stelt hij. De normaliteit is besmet met het virus van vernietiging, niet alleen die van de Shoah, en die wetenschap zou tot behoedzaamheid moeten leiden. “Wie de mensheid, of nog erger: zijn eigen soort, als fundamenteel onbeschadigd beschouwt, wie dat propageert, heeft niet willen weten. En de geschiedenis leert ons dat niet willen weten altijd erger is dan willen weten.”

Het is niet omdat wij zelf zo goed zijn dat we ons tegen­­ het kwaad moeten verzetten.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Lees ook:

Edith Eva Eger, ballerina van Auschwitz, danste voor Mengele: ‘Het is de liefde die me heeft gered’

Ze overleefde het vernietigingskamp, waar ze danste voor Josef Mengele. De 91-jarige Edith Eva Eger wil vrolijk doodgaan, dankbaar, tevreden. Vandaag in de Tien Geboden een bijzonder gesprek met ‘de ballerina van Auschwitz’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden