De 'Noorse Broeders': Niets staat op schrift en alles staat op schrift 'Afdwalers omringen we met gebed, zodat ze de weg terug kunnen vinden'

Broeder Wim van der Linden spreekt de taal van de bijbel en leeft daar ook naar. Hij heeft, zo zegt men in de gemeenschap van de 'Noorse Broeders', de gave om anderen in nuchtere woorden hulp te bieden in zaken van geloof en leven.

“In mijn studententijd kende ik een enorm verlangen naar een gemeente zoals beschreven in Efeze 4. Geen organisatie met een man aan de top, financiele verplichtingen en reglementen, maar een opwekking waar allen elkaar dienen”, zegt hij. “Begin jaren zestig maakte ik een reis naar Noorwegen en daar zag ik het functioneren: een lichaam, waar ieder vrij is om naar voren te komen, waar allen elkaar dienen en niet de organisatie.”

Na die reis begonnen Van der Linden en zijn vrouw in hun toenmalige woonplaats Deventer met het houden van samenkomsten voor gelijkgestemden, mensen 'met een verlangen naar een leven met God'. Zwaan kleefde aan en een handjevol groeide uit tot een groep van tweehonderdvijftig Noorse broeders, geestverwanten van Johan O. Smith, een onderofficier bij de Noorse marine die, verlangend naar God en naar reinheid, zich nuttig maakte voor “de opbouw van het lichaam van Christus”.

Smith zocht verlossing van zijn zonden en was tot het inzicht gekomen dat verlossing meer inhoudt dan verzoening en vergeving. De verlossing moet in onze dagelijkse wandel de vrucht van de Geest, het leven van Christus, openbaar maken. Toen hij in 1943 stierf, liet Smith een groep vrienden achter die elkaar herkenden 'in de gezindheid van Christus'. Buitenstaanders spraken van de 'vrienden van Smith', maar de vrienden zelf wensten geen etiket noch een organisatie want, “de gemeente is het lichaam van Christus en niemand heeft het recht een ander daar als lid bij te schrijven of te schrappen. Christus kent de leden van zijn lichaam en in zijn lichaam is geen verdeeldheid.”

Betaalde voorgangers, functionarissen, ledenlijsten, een geloofsbelijdenis of kerkorde kennen de Noorse broeders niet. Naar hun aantal in Nederland moet je gissen. Volgens Van der Linden en broeder J.G. Littooij zijn ze met tweeduizend, klein genoeg om de onderlinge contacten zonder organisatie in stand te houden. Een grote familie.

'Onder ons'

In hun vrije tijd bewegen de broeders en zusters zich voornamelijk 'onder ons'. Wekelijks zijn er meerdere plaatselijke bijeenkomsten, maandelijks zijn er regionale dagen, en jaarlijks landelijke ontmoetingen op het conferentieoord 'De Kroeze Danne' in Ambt-Delden. Daar is, tussen de Twentse dennen, een grote zaal gebouwd met plaats voor 1500 mannen, vrouwen en kinderen. In de winter is het terrein verlaten, maar 's zomers wemelt het van de geloofsgenoten, die in oude barakken, caravans of in het nieuwe gastenverblijf hun vakantiedagen doorbrengen.

Noorwegen blijft het “moederland van de opwekking”, met een nog groter centrum waar jaarlijks zo'n zevenduizend broeders en zusters aan conferenties deelnemen. In het Noors, welteverstaan. “Ik kan het niet anders dan zo zien”, zegt broeder Littooij: “God heeft in de eerste plaats de Noren uitgekozen om dit werk te doen over de hele aardbol. Het is opmerkelijk hoe God hen daarvoor heeft toegerust met inzicht en geestelijke kracht. In het Oude Testament riep God zo maar een boer die liep te ploegen en Hij zond hem uit. Zo'n uitverkiezing is geen verleden tijd, die komt nu nog voor.”

Wie wil lezen waar het bij de broeders en zusters in wezen om gaat, sla er Openbaring 2 op na: Wie overwint, hem zal ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is. In de woorden van Van der Linden: “Het geloof dat er twee mogelijkheden zijn: je kunt toegeven en je kunt overwinnen in de strijd tegen de zonde. Wij hebben een levende hoop dat dat laatste bereikbaar is. De hoop, dat je zo verandert dat je niet anders kan dan goed doen en aan een ander denken.”

In de catechismus van de reformatorische kerken staan woorden van dezelfde strekking. Het verschil met de broeders is dat die laatsten de boodschap werkelijk ter harte nemen en geloven dat ze nog tijdens hun leven van het zondigen kunnen worden verlost. Littooij verbaast zich over het gedrag van de gemiddelde burger die christelijk en kerkelijk wil zijn. Door de eeuwen heen heeft binnen de kerken een metamorfose plaatsgevonden, zegt hij. “Dat zijn verdrietige ontwikkelingen. Van buiten straalt het, maar van binnen is het voos en geveinsd. Ook bij ons is dat een steeds dreigend gevaar, iedereen speelt in zekere mate toneel maar wij willen dat kwijtraken. Wees ootmoedig, aanvaard Gods woord, pas het toe, dan vindt er een reiniging plaats in ons innerlijk.”

Wilde boel

“Wat het calvinisme jarenlang heeft gesierd, bijvoorbeeld de opvatting over huwelijk en gezin, dat is huiveringwekkend veranderd. De verhouding tussen man en vrouw is een wildeboel geworden, de disco is binnen de kerkmuren gehaald. En het resultaat? Men verliest de jeugd.”

Hemelsbreed zijn naar het oordeel van Littooij en Van der Linden de verschillen met de broederschap. Daar leeft men gehoorzaam naar Gods woord, in de wereld, maar niet van de wereld. Dingen die de wereld kenmerken, worden uit het hart gebannen. Vraag je naar de richtlijn voor de diensten, dan wordt verwezen naar 1 Corinthe 14; voor een verklaring van de verhouding tussen man en vrouw wordt 1 Petrus 3 voorgelezen. Niets staat op schrift en alles staat op schrift.

Evangelisatie beperkt zich, aldus de broeders, tot contact met de enkeling en tot de eigen kring. “We spreken van arbeiden”, zegt Van der Linden. “We wekken elkaar op om tot geloof te komen en tot gehoorzaamheid aan Gods woord. We verkondigen, maar we dwingen niet. Het werk, dat moet God in de harten doen, anders houdt het niet.” Littooij bevestigt het ontbreken van dwang. “Vrijwilligheid is een van de kostbaarste dingen onder ons. We zijn bevreesd iemand wetten op te leggen.”

Een ieder die gehoorzaam is aan Gods woord, is uitverkoren, zo simpel is het. “Ik geloof dat ik uitverkoren ben, maar dat geldt niet alleen voor mij. Het zou kunnen zijn dat u het ook bent”, zegt Littooij. “Wat dat betreft, zien we het heel ruim. We pretenderen niet dat we alle mensen kennen die uitverkoren zijn. We leren ook af om anderen te oordelen. We worden aangespoord om op onszelf toe te zien, dat we trouw zijn aan de leer. Op die manier kunnen we een zegen worden voor anderen.”

Zonde toelaten in je leven, bederft je zieleleven en brengt het uit balans, leren de broeders. Ze onderscheiden drie hoofdbegeerten: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de begeerte om iets geweldigs te zijn. Waar de grenzen in het hedendaagse leven precies liggen, wat wel en wat niet nuttig is, dat leer je geleidelijk, zegt Littooij. “We leggen geen voorschriften op, we zeggen niet dat je geen alcohol mag drinken of dat je niet naar een concert mag gaan. Je gaat dit soort dingen vanzelf verstaan. Dingen die je in onrust brengen, die laat je liggen. Dan ervaar je steeds dieper de heerlijkheid van het leven met God. Hoe heerlijk het is, verlost te zijn van begeerte.”

“We verwelkomen tucht in ons persoonlijk leven. We beseffen dat we dat nodig hebben, omdat we zoveel slechte neigingen in ons hebben. Tucht betekent dan dat Gods Woord oordeelt in mijn leven. Ik krijg een tik op de vingers en spoor mezelf aan waakzamer te zijn. Zonder tucht is geestelijke groei niet mogelijk.”

“Onder ons is nagenoeg geen echtscheiding”, meldt Van der Linden. “Je ziet de vreugde van het huwelijk ervan afstralen. De verhouding tussen man en vrouw hebben we overgenomen uit het woord van God. Daar varen we wel bij.” Littooij haalt - “om u iets kostelijks voor te lezen” - de betreffende tekst in 1 Petrus aan. Het type vrouw dat de bijbel aanprijst, is een kolossale attractie voor een man, zegt hij. “Een zacht gemoed, een stilte in haar wezen, een wijze tong, daarmee bereikt ze iets wat een schreeuwerd nooit bereikt.” En hoofschuddend: “Wat gaan veel mannen dom met hun vrouw om, grof en ruw. Daar ligt de tuchtiging voor de man.”

Van der Linden voegt eraan toe dat het niet de bedoeling is dat een man onderdanigheid gaat eisen van een vrouw. Dan is hij slecht, een dictator. Het gaat erom dat een vrouw begrijpt dat God het zo wil. En ter geruststelling: “Onze vrouwen stoten zich aanvankelijk ook aan dat woord onderdanigheid dat God daar heeft neergelegd. Maar wie het lukt het van harte zo te doen, wordt de meest spontane en vrije vrouw die er rondloopt. Die heeft niets van een sloofje.”

Onder de broeders is hoegenaamd ook geen generatiekloof. Kinderen en ouders zijn blij met elkaar. “Dat kun je bijna met tranen in je ogen zeggen”, zegt Van der Linden. Littooij wijst op het respect bij de jeugd voor de ouderen. “Dat is zo aangenaam en indrukwekkend.”

En er zijn veel kinderen. Een gezin met tien kinderen is geen uitzondering. “We maken geen propaganda voor kleine gezinnen. Waar we toe opwekken, is tot een hele natuurlijke samenleving zoals God zich dat heeft gedacht, harmonieus en gezond. De kinderen die daaruit voortkomen, accepteren we als een zegen uit Gods hand. Dat brengt lijden met zich mee voor de moeder, de vader en voor de kinderen. Maar er is een geestelijke wet in Gods Woord: waarachtige heerlijkheid wordt altijd voorafgegaan door lijden wegens het doen van Gods wil in ons leven”, aldus Littooij.

Afdwalen

Veel huwelijken vinden binnen de broederschap plaats, maar zo nu en dan dwalen er kinderen af van de gemeente. Littooij, vader van elf kinderen, heeft een paar kinderen die zich niet meer tot de gemeenschap rekenen. “Ze zijn getrouwd met andersdenkenden en komen niet in onze samenkomsten. Maar we hebben het heel goed met hen en zij met ons. Ik vind het jammer dat ze niet meer binnen de broederschap zijn. We omringen hen met gebed, zodat ze de weg terug kunnen vinden.”

“Het is waar, soms kun je ook de weg alleen vinden, maar uiteindelijk krijg je toch behoefte aan gemeenschap met gelijkgezinden. Dat is een levensbehoefte.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden