De noodzaak van het moment

Opvallend veel dichters zijn fan van jazz, en andersom. Een boek over Lucebert vertelt over de wederzijdse beïnvloeding.

In 1965 krijgt dichter, schilder, tekenaar Lucebert de Constantijn Huijgensprijs toegekend. Tijdens de feestelijke uitreiking in Den Haag draagt Lucebert het lange gedicht 'Jazz and Poetry' voor, gewijd aan de bijzondere, maar tamelijk obscuur gebleven tenorsaxofonist Lucky Thompson. Daarna treedt het kwartet van pianist Misha Mengelberg en altsaxofonist Piet Noordijk op. Sommige aanwezigen zijn niet tegen de eigentijdse jazz bestand; onder meer de Haagse burgemeester, die eerder met bekakte stem had beloofd 'zeer aandachtig te zullen luisteren', beent vanwege 'deze herrie' boos de zaal uit.

Opnamen van deze gebeurtenis zijn te horen op een cd die bij de nieuwe publicatie. 'Ik ben een gemankeerde saxofonist, Lucebert & Jazz' is bijgevoegd. De kleine uitgeverij Huis Clos heeft bepaald niet beknibbeld op de uitgave en het rijk geïllustreerde boek voorzien van nog een cd. Daarop speelt pianist Michiel Braam met een nieuw septet een intrigerend op Lucebert geïnspireerd programma. Braam schreef eigen composities op basis van een cyclus korte gedichten van Lucebert, maar maakte ook fris tegendraadse bewerkingen van dertien standards. Die dertien jazzklassiekers stuurde Lucebert ooit naar collega-dichter Simon Vinkenoog, als antwoord op de vraag wat hem het meest beïnvloed had. Dat ene lijstje, keurig afgedrukt in het boek maakt wel duidelijk dat jazz voor Lucebert belangrijk was. Op de wezenlijker vraag, hoe jazz Luceberts werk voedde, wordt door verschillende auteurs in 'Ik ben een gemankeerde saxofonist, Lucebert & Jazz' gelukkig ook een overtuigend antwoord gezocht.

Buitenbeentjes
Eerst even terug naar het genoemde gedicht 'Jazz and Poetry'. Alleen al de titel is opvallend, want onder exact dezelfde noemer organiseerden de zogeheten Beat Poets in de jaren vijftig en zestig evenementen waarbij schrijvers als Jack Kerouac en Allen Ginsberg met jazzmusici optraden. De 'Beats' waren jong, hip en antiburgerlijk. 'Witte negers' had schrijver Norman Mailer ze genoemd; buitenbeentjes in de maatschappij, die aansluiting zochten met degenen die al automatisch buitengesloten werden; de zwarte muzikanten. Overigens was het combineren van jazz met poëzie geen ontdekking van de 'Beats'. In de jaren twintig trad een zwarte dichter als Langston Hughes al geregeld met jazzmusici op.

Dat aspect van de buitenstaander is voor Lucebert wezenlijk. Als jongeling was hij zelf een zonderlinge verschijning die zelfs op dichters met wie hij later bevriend zou raken, een vreemde indruk maakte. Luceberts sympathie ligt bij de outsider, de underdog. Om die reden wijdt hij een lang gedicht aan de relatief onbekende Lucky Thompson. Maar het gaat Lucebert niet uitsluitend om het buiten de maatschappij vallen, hij ziet jazz niet als een blitse accessoire maar als een manier om de maatschappij te veranderen of op zijn minst even flink op te schudden. In de ondertitel van 'Jazz and Poetry' verwijst Lucebert naar saxofonist Archie Shepp die later zijn saxofoon zou vergelijken met een mitrailleur van de Vietcong. Lucebert zelf had op zijn minst de Nederlandse poëziewereld flink opgeschrikt door te stellen: 'ik ben geen lieflijke dichter[...]/ lyriek is de moeder der politiek/ ik ben niets dan een omroeper van oproer'

Dat was begin jaren vijftig dusdanig schrikken dat dichter Bertus Aafjes beweerde dat met Lucebert 'de S.S. de Nederlandse poëzie weer kwam binnengewandeld'.

Aafjes bewering mag ronduit hysterisch worden genoemd, maar ze past in een tijd waarin de film 'Rock Around the Clock' in sommige Nederlandse steden niet ofwel zonder geluid mocht worden vertoond, waarin jazzmusicus Lionel Hampton en zijn hele band op het podium van het Concertgebouw werden gearresteerd wegens het opruien van het publiek, en Lucebert woedende reacties kon oproepen door een glas water over zijn hoofd leeg te gieten of met attributen uit de feestwinkel als keizer verkleed naar de uitreiking van een hem toegekende prijs te gaan.

Toch is dat ontwrichtende niet het belangrijkste element dat Lucebert uit de jazz haalde. Zeker zo wezenlijk is het meest karakteristieke van jazz: de improvisatie. Je ziet dat bijvoorbeeld terug in regels als:

'ginds zag ik de schim van willem kloos

de schim van willem kloos te monte carlo

te monte carlo in het speelhuis willem kloos'

Improvisatie is een vorm van spel, een vorm van vrijheid. Lucebert zal zich niet neerleggen bij enig gebod in de dichtkunst. Voor de man die volgens criticus Kees Fens tezamen met Vondel de grootste woordenschat van alle Nederlandse dichters had, was het vocabulaire niet afdoende, hij zocht en maakte eigenhandig nieuwe betekenissen. 'Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan de noodzaak van het moment.' Dat zei dichter Ilja Leonard Pfeijffer over Lucebert, maar die zin zou net zo goed over jazz kunnen gaan.

De tekst van Pfeijffer is niet opgenomen in 'Ik ben een gemankeerde saxofonist, Lucebert & Jazz'. Daarin staat wel een kort maar indringend essay van een andere dichter, Bernlef, die ook een jazzfanaat was. Bernlef ziet nog een andere verwantschap tussen jazz en Luceberts poëzie; het belang van wat hij 'onbewuste kennis' noemt.

'Een kennis die aan de bewuste kennis voorafgaat en die de hand voortstuwt, het woord naar voren duwt, een kennis die meer het lichaam dan de geest toebehoort, al zijn die twee in wezen niet te scheiden.'

Inzicht
Met al die verschillende invalshoeken biedt 'Ik ben een gemankeerde saxofonist, Lucebert & Jazz' op een boeiende manier inzicht in de relatie tussen Lucebert en jazz. De uitgave past bovendien binnen de toenemende belangstelling voor literatuur over jazz. Maar ook vanuit de jazz lijkt er weer meer aandacht voor de literatuur te zijn. Saxofonist Benjamin Herman maakte een paar jaar terug de onvergetelijke cd 'Campert'. In het recente aanbod duiken cd's op gewijd aan Jack Kerouac, Herman Melville en Federico García Lorca. Een van de mooiste is de cd 'Autumn Songs' van het duo Ab Baars / Ig Henneman, geïnspireerd op gedichten van William Blake tot Hélène Gelèns. Poëtische maar vooral eigenzinnige muziek, want wat jazz en poëzie toch vooral met elkaar delen is het belang dat gehecht wordt aan een eigen stem.

Ben IJpma en Ben van Melick (red) 'Ik ben een gemankeerde saxofonist, Lucebert & jazz'. Huis Clos 2013 Boek en 2 cd's.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden