De Nobelprijs voor de Vrede raakt zijn gezag kwijt

Zeventien landen grepen naar het grote smoezenboek om hun afwezigheid tijdens de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede te rechtvaardigen. Ze deden een muilkorf op, onder diplomatieke druk van China of vrijwillig, uit zelfbescherming. Hun wegblijven heeft veel stof doen opwaaien.

Het is bijna knap te noemen hoe vijf, indirect door het Noorse parlement gekozen leden van het Nobel-comité de huidige geopolitieke verhoudingen in de wereld kunnen uitlichten door hun keuze voor de winnaar. Bijna knap. Want hun keuze laat ook zien hoe gepolariseerd vrede is – of is geworden.

Vrede blijkt een subjectief begrip. Een begrip dat door verschillende natiestaten anders wordt ingevuld. Soms ten koste van andere naties. Het universele karakter van vrede lijkt door toedoen van de Nobelprijs voor de Vrede een illusie. Een andere conclusie kun je niet trekken als je ziet hoeveel ophef er is over de winnaar van dit jaar.

In de zomer van 1989 protesteerde Liu Xiaobo als een van de 200.000 Chinezen voor meer burgervrijheden op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Daarvoor kreeg hij twintig maanden gevangenisstraf. Eenentwintig jaar later, met intussen een straf van elf jaar voor zijn pamflet voor de hervorming omtrent burgerrechten, werd de Chinese burgerrechtenactivist beloond met de Nobelprijs. Tot grote ontzetting van China.

Maar de eerste polariserende Nobelprijs voor de Vrede is dit niet. Toen het Rode Kruis de prijs kreeg (vier maal), of de Amerikaanse president Woodrow Wilson (1919), of George Marshall (vanwege zijn Marshall-plan, 1953), correspondeerde de Nobelprijs voor de Vrede nog met een meer universeel begrip van vrede. De vrede van naoorlogse verhoudingen.

De politisering van de prijs is begonnen in 1973, toen andere regio’s dan Europa en Amerika een rol gingen spelen. Le Duc Tho, die samen met Kissinger de prijs kreeg voor het staakt-het-vuren in Vietnam terwijl er helemaal geen vrede was, weigerde de prijs. Daarna kwam Andrej Sacharov, een dissident en tevens mensenrechtenactivist die de prijs van de Sovjet-Unie niet in ontvangst mocht nemen (1975).

In 1990 kreeg Michail Gorbatsjov de Nobelprijs voor zijn inspanningen voor het beëindigen van de Koude Oorlog. De Sovjet-Unie vond de prestigieuze prijs wel erg makkelijk verdiend voor iemand die de boel gewoon niet bij elkaar kon houden.

Het irritatiegehalte rondom de Nobelprijs voor Arafat, Peres en Rabin (1994) spreekt voor zich. Ook de ambivalentie over de winnaars Gore (2007) en Obama (2009) ligt nog vers in het geheugen.

Maar wat het meest interessant is om te zien, is dat in de 110 jaar de prijs maar 91 keer is uitgereikt. 19 jaren is de prijs aan niemand toegekend. Meestal kwam dat doordat de wereld in de ban was van oorlogen, zoals de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Maar in andere jaren ontbrak het waarschijnlijk aan een persoon die, of een instituut dat, zich genoeg had onderscheiden om de prijs te verdienen. Die keuze had vaker gemaakt moeten worden, om de waarde en de uitstraling van de prijs zorgvuldig te bewaken.

Controverse mag er uiteraard altijd wel zijn, maar bij teveel controverse taant het gezag en de prestige van de prijs. Terwijl de Nobelprijs voor de Vrede toch bedoeld is als aanmoediging, in plaats van als splijtzwam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden