De Nobelprijs: literair speculeren voor gevorderden

Wie wint de Nobelprijs voor de Literatuur? De winnaar moet in ieder geval goed kunnen schrijven. Maar dat is niet het enige criterium.

Wat Harry Mulisch was voor Nederland, dat is Philip Roth voor de hele wereld: de man-die-hem-maar-nooit-wint. Overmorgen maakt het Zweedse Nobelcomité bekend wie de Nobelprijs voor de literatuur wint, en dat betekent dat er in het literaire wereldje - én bij de Britse wedkantoren - weer een hoop geijkte namen over tafel gaan.

Maar valt er vooraf überhaupt iets te zeggen over wie de Nobelprijs gaat winnen, of is dat allemaal loze speculatie? Nou, toch wel iets: de kansen van Roth zijn in elk geval groter dan een paar jaar geleden, toen Horace Engdahl nog secretaris was van het Nobelcomité. Die vond Amerikaanse literatuur maar een overschatte bedoening, liet hij zich ontvallen. En inderdaad, waar de Verenigde Staten vroeger haast automatisch eens in de zoveel jaar een Nobelprijswinnaar leverden, staat het land alweer droog sinds 1993, toen Toni Morrison won.

De opvolger van Engdahl, Peter Englund, was deze week in een interview met de Britse krant The Guardian veel positiever over de Amerikaanse literatuur. Misschien zijn de VS dus wel weer eens 'aan de beurt'.

Want de lijst met winnaars heeft in ieder geval een zekere geografische balans. Het is nog nooit gebeurd dat de winnaar twee jaar achter elkaar uit hetzelfde land kwam. Zo zijn er nog wat criteria waarlangs je de gedoodverfde favorieten kunt leggen.

Het Britse wedkantoor Ladbrokes heeft die criteria kennelijk goed geanalyseerd, want dit decennium voorspelde men daar de winnaar al een paar keer goed. De afgelopen jaren niet meer: men blijft maar tevergeefs gokken op de Syrische dichter Adonis, en op de Zweedse dichter Tomas Tranströmer.

Als contrapunt voor die twee hermetische namen is de Japanse publieksfavoriet Haruki Murakami als derde ingeschat. Andere vaste klanten op de lijstjes zijn Amos Oz, Assia Djebar, Thomas Pynchon, en, in het buitenland altijd al kansrijker geacht dan Harry Mulisch: Cees Nooteboom.

Bij het literair speculeren voor gevorderden geldt: een winnaar moet een zekere leeftijd hebben, en verder moet er een ritme in de winnaarslijst zitten: tussen mannen en vrouwen, dichters en romanciers, westerse en niet-westerse schrijvers, grote namen en onbekende verrassingen.

Met zoveel factoren kun je ook concluderen dat er niets zinnigs over te zeggen is, en dat iedere goede schrijver wel aan een paar criteria voldoet. En dat dus uiteindelijk de literaire kwaliteit toch de boventoon voert. Maar zelfs Englund gaf in zijn interview toe dat de "culturele impact van een werk door kan werken in de beoordeling van de literaire kwaliteit".

Zou de jury in het jaar van de Arabische Lente dan dus extra gevoelig zijn voor een seculiere Syrische dichter? Of is Adonis inmiddels té vaak genoemd? Misschien wordt het dan wel de Arabische nummer twee: Assia Djebar. Die woont bovendien in de Verenigde Staten: dan slaat de jury twee vliegen in een klap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden