De nieuwspraak van de premier

Vorige week was onze premier op zijn vrijdagse persconferentie verkouden en humeurig, maar gisteren had hij er zin in. Hij toonde zich opgewekt, kordaat, en strooide af en toe met een kleine kwinkslag. En en passant deed hij iets met onze taal.

Ik ging thuis althans even verzitten toen ik de premier in verband met inzet van Nederlandse militairen in de strijd tegen IS tot drie maal toe het woord 'deconflictie' hoorde uitspreken - als ik het tenminste goed spel (deconflixie?) - want ik vond het niet terug in ons driedelig 'Groot woordenboek van de Nederlandse taal' van Van Dale, twaalfde druk, 1992, tot ik het online als defensiejargon tegenkwam.

In zijn vorige, humeurige persconferentie haalde hij ook al zoiets uit toen hij terloops het woord 'deconfrontatie' liet vallen, maar daarover was ik intussen al gedeconsterneerd.

Nu evenwel deed hij er nog een schepje bovenop door - weer even terloops - te reppen van de 'zwaardmacht', toen hij een vraag beantwoordde over de inzet van particuliere bewapening van koopvaardijschepen. Amper uitgepuzzeld op 'deconflictie', rinkelde ik met het belletje en ging in de naslagwerken op zoek naar 'zwaardmacht'.

In de boekenkast onvindbaar.

In het wereldwijde web evenwel volgde een verwijzing naar een uitspraak van Pim Fortuyn die ergens zou hebben gezegd dat het met 'de zwaardmacht van de overheid' niet best gesteld zou zijn, kennelijk wat archaïsch doelend op het meer gebruikelijke 'geweldsmonopolie'. Het mooie, oude 'zwaardmacht' zou verwijzen naar de Bijbel, waar het in een Paulusbrief aan de Romeinen voorkomt, maar dan in een bepaalde vertaling en die staat niet bij mij thuis.

Maar zijn meest bijzondere nieuwspraak bewaarde de premier voor het moment waarop hij van een verslaggever een Franse overheidsfolder aangereikt kreeg waarin burgers op mogelijke signalen van terroristische dreiging werden gewezen. Of zoiets voor Nederland ook geschikt zou zijn kon hij niet zeggen aangezien hij de folder nu voor het eerst zag.

"Maar bedankt voor de addatering."

Verstond ik het goed?

Zei hij 'addatering'?

Weer gerinkel met de bel.

Weer Van Dale, 1992.

Niks.

Naar boven, naar mijn oude middelbare school-woordenboek Latijn-Nederlands (van Dr. Fred. Muller en Dr. E.H.Renkema, bewerkt door Dr. K. van der Heyde, rector van het gymnasium te Arnhem), Wolters, Groningen 1963, want 'addatering', dat droop van het (potjes)Latijn.

En ja, in het woordenboek vond ik 'addo, didi, ditum' (van het werkwoord 'addare') in de betekenis van 'aan- of indoen' of 'geven, aan iem. toevoegen'.

Bedankt voor de addatering, meneer de minister-president.

Hij had nog gelegenheid de gebruikelijke slotvraag van Julius Vischjager van The Daily Invisible te beantwoorden die vroeg naar de toestand van zijn pianospel.

"Belabberd", zei de premier.

Dat was een woord dat we kenden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden