Review

De nieuwlichterHANS TEEUWEN

In 1995 bestond het Nederlandse cabaret honderd jaar. Wim Ibo schetste in 1970 de eerste 75 jaar van het genre in een uitgave die sindsdien door het leven gaat als Ibo's 'cabaretbijbel'. Vandaag ligt het Nieuwe Testament in de boekhandel, dat de laatste 25 jaar van de cabarethistorie karakteriseert. 'Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat. Nederlands cabaret 1970-1995' is geschreven door Patrick van den Hanenberg en Frank Verhallen, recensenten theateramusement, voor respectievelijk de Volkskrant en voor Trouw. Het boek, geschreven als een kroniek, is rijk geïllustreerd en bevat tevens een honderd pagina's tellend overzicht van programma's, boeken en geluidsdragers. Het behandelt het literaire, het muzikale, het politieke, het toneelmatige en het kolderieke cabaret. De belangrijkste cabaretiers van deze periode komen in afzonderlijke hoofdstukken aan bod. Het laatste hoofdstuk is aan 'de nieuwlichters' gewijd, onder wie Hans Teeuwen volgens de auteurs een voorname plaats inneemt. Het fragment over Teeuwen verschijnt hier als voorpublikatie. 'Het is weer tijd om te bepalen waar het allemaal op staat. Nederlands cabaret 1970-1995.' Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, 360 pagina's. Prijs: ¿ 75,-

De nieuwe lichting cabaretiers kent in vrijwel alle richtingen een of meerdere vertegenwoordigers van hoog niveau. Het vaardige ensemblewerk, zoals we dat van Lurelei, Don Quishocking en Kabaret Ivo de Wiis kennen, heeft in Niet Uit Het Raam een waardig representant. In de literair-muzikale richting vinden we Jeroen van Merwijk, het engagement wordt door André Manuel degelijk behandeld. terwijl yob Schuring de verhalende traditie voortzet.

Lenette van Dongen verenigt een aantal stromingen. Ze maakt gebruik van literaire tekstschrijvers en ontwikkelt op dat gebied ook haar eigen mogelijkheden, terwijl ze ook de vanuit de Verenigde Staten overgewaaide stand-up comedy elementen in zich draagt. Duidelijk vertegenwoordiger van dat snelle en tamelijk oppervlakkige genre is Theo Maassen, hoewel hij inmiddels een completer artiest lijkt te worden.

Eigenlijk is het alleen Freek de Jonge gelukt om de afgelopen honderd jaar een eenmansrichting uit de grond te slaan. Met zijn verbluffende solodebuut Hard en zielig weet Hans Teeuwen (Budel 1967) zich in I994 eveneens op dat ultrakorte lijstje met werkelijk unieke talenten te plaatsen. Hij moet niets hebben van het ons-kent-ons samenzweerderige toontje van de traditionele cabaretier, die zijn schuldgevoel over de ellende in de wereld afkoopt met een bewogen liedje. 'Op het moment dat je er een liedje over maakt, help je mee het hele fenomeen zodanig te verpakken dat we er toch mee om kunnen gaan. En dat is niet goed.'

Hij combineert zelfkennis, mensenkennis, muzikaliteit, botheid en subtiliteit met een enorme hoeveelheid energie en humor. Daarmee laat hij niet alleen de meeste gevestigde namen achter zich, maar is hij ook de grootste van de nieuwe lichting. De loopbanen van Freek en Hans Teeuwen vertonen opmerkelijke gelijkenissen, ook al is het bij Teeuwen veel sneller gegaan.

De beuk- en schreeuwfase die Freek ruim tien jaar kende met Neerlands Hoop deed Teeuwen in een paar jaar met zijn tien jaar oudere maatje Roland Smeenk. De verdieping die bij Freek kwam door zijn leeftijd en de dood van zijn zoontje en zijn vader, kwam bij Teeuwen door de dood van Roland Smeenk en een andere goede, oudere vriend.

Hans Teeuwen worstelt zich in vijf jaar door de mavo. Na een mislukte havo-poging volgt hij anderhalve week lessen aan de uiterst traditionele toneelschool in Antwerpen. Doodziek van ellende laat hij zich door ziin vader ophalen. Daarna hangt hij een tijdje lamlendig rond. Een carrière als kleinschalige vandaal blijkt niet succesvol. Op de toneelschool in Eindhoven krijgt hij eindelijk de geest. Als zijn vriend Theo Maassen, die een klas hoger zit, Cameretten wint, wil hij dat ook; samen met Roland Smeenk. Deze was begonnen als straatmuzikant, zat korte tijd op het conservatorium en was betrokken bij diverse theatergroepen.

Ze schrijven zich in en winnen in 1991 als Teeuwen & Smeenk het Rotterdamse festival. Het duo is een verademing na een lange reeks van onschuldige grappenmakers. Twee Brabantse beukers van formaat. Keurig in het pak, Deelder-plaklokken, gitaar en piano. Rammen en drammen in dadaïstische wartaal: 'skökn-duuk-uut-uut-Heist.'

Ze zwaaien met de botte bijl wild in het rond: oma dient doodgenaaid te worden, papa scheurt zijn zoontje van achteren bijna open, en het ultieme doel: 'infect me'. Het riool van seks, drugs en blues wordt wijd opengezet en Teeuwen & Smeenk wentelen zich creatief in de drek.

Maar tussen al die schuimende platheid flonkert ineens de blues van de Eindhovense margebuurt Woensel-West. In de romantische hoerenbuurt in de gedachten van Smeenk ruik je en voel je personages uit Jack Kerouacs On the Road, en rolt Charlie Parker uit de juke-box. In Woensel-West heerst het miezerige racisme, het domme vuil en krijg je de afgetrapte sentimenten van Jantje Koopmans als je er een gulden in doet.

Smeenk sleurt een verdienstelijke blues uit zijn gitaar en Teeuwen komt er als de foute Woenselse holbewoner tussendoor: 'Die Turken vreten maar shoarma van mijn uitkering.'

Het is keihard en soms smakeloos cabaret-muziektheater. Er wordt reikhalzend uitgekeken naar de première van hun programma Heist (1992). Precies op de finale-avond van de volgende Cameretten-editie komt Roland Smeenk om bij een auto-ongeluk op de terugweg van een optreden. De duivel houdt van symmetrie. Teeuwen overleeft de klap in de dubbele betekenis van het woord. Als hij tijdens een herdenkingsavond voor Smeenk voor het eerst weer optreedt, merkt hij dat hij door de barrière is en besluit solo verder te gaan. 'Zonder theater zou ik alleen maar voor de tv hangen en in de junkie-scene terechtkomen.'

De gedachte achter Heist wordt met regisseur Pieter Bouwman verder uitgewerkt en krijgt een extra intellectuele lading.

Teeuwen vindt dat cabaret vooral niet 'leuk' moet zijn. Je moet worden geslagen en geschopt. Volledig in de war moet het publiek het theater verlaten, zoals hijzelf volkomen in de war uit de bioscoop kwam toen hij C'est arrivé près de chez vous had gezien, waarin een niets ontziende moordenaar wordt gevolgd en de cameraploeg langzaam wordt meegezogen in het geweld.

Extreem is het sleutelwoord voor Teeuwen, die zich daardoor ook makkelijk staande houdt in het stand-up comedycircuit.

Extreem is de 'carnavalskraker' uit Hard en zielig: 'Kotsen in een kut is het mooiste wat er is.' Extreem de contactadvertentie: 'Integere Brabantse jongen zoekt zieke non om in de bek te schijten.' Daar verbindt hij vervolgens een bizar-lieflijk sprookje aan. Vakkundig rost hij de piano af, om daarna in een paar hilarische minuten door de bijbel te jakkeren. Als een recensent schrijft dat hij geen maat kan houden, weet Teeuwen dat hij op de goede weg is.

De meeste realistische historici, biologen en sociologen zullen het beamen: de mens is slecht, door en door slecht. Een ieder die het tegendeel beweert, is een naïeve dromer, of een huichelachtige leugenaar. Als het er echt op aankomt dan is het ieder voor zich en laat God zich in geen velden of wegen zien. When the going gets tough, dan begint het moorden.

Er moet nogal wat worden overwonnen om van jezelf te erkennen dat je slecht bent. Misschien heb je nog nooit een bejaarde in elkaar geslagen of een dorp in een ver oerwoud platgebrand, maar een kijkje in de geschiedenis zou elk lid van de menselijke soort toch genoeg zelfkennis kunnen verschaffen.

Hans Teeuwen heeft dat inzicht wel. De kans is erg klein dat hij in zijn jonge leven een manke medeburger onder de tram heeft geduwd of giftige snoepjes heeft uitgedeeld aan nietsvermoedende peuters in het Vondelpark. Maar hij beseft dat die daden tot de mogelijkheden behoren als hij daarmee zijn eigen leven kan redden. Een lafbek? Een rotzak? Nee hoor, iemand die weet dat de mens slecht is, door en door slecht.

Hij kijkt in de beerput van zijn ziel en zingt, of beter... hij schreeuwt:

Als ik mijn huid kan redden door te liegen, zal ik het niet laten Als ik marteling kan voorkomen door mijn vrienden te verraden, dan doe ik dat, want ik ben bang.

(...)

Wie me kan geven wat ik nodig heb, praat ik naar de mond ik huichel en ik kruip op m'n knieën door de stront Het kan me niet schelen, ik ben een held Maar wacht maar tot ik daar ben, daar waar ik wil zijn Waar niemand me kan raken, veilig voor de pijn Tot die tijd zal ik likken en trappen waar het moet Met m'n handen naar de hemel, tot m'n enkels in het bloed.

Zulke realistisch-pessimistische gedachten ook een voordeel. Aan het begin van Hard en zielig zegt Hans Teeuwen:

Ik zie het onder ogen, ook al is dat even wennen. Want wie weet/ wat hij voelt, en waar het op stoelt, die is niet meer bang.

Hard en zielig lijkt een emmer ideeën uit een verwarde geest. Maar deze flarden blijken allemaal stipjes te zijn waaruit een prachtig schilderij tevoorschijn komt: de mens die geen middel ongebruikt laat om zich staande te houden. Het kan met likken, trappen, liegen, godsdienst of gewoon door je over te geven.

Het hoogste-divisiecabaret moet schrijnen en schuren. Het moet pijn doen; een stevige elektrische schok of de kop lang onder water. Maar je moet er ook om kunnen lachen. Niet alleen bitter, maar ook ongeremd van vet plezier. Dat is het cabaret van Freek de Jonge in topvorm. Justus van Oel kan het ook. En Hans Teeuwen. Hij laat een jongen zien die net naar Schindlers List is geweest:

De mensen praten altijd wel over die joden en zo...terwijl... nou die Duitsers, dat waren ook geen lieverdjes hoor.

Op de dubbel-cd van het programma ontbreekt Hans Teeuwens tocht door de zaal, op zoek naar de onbaatzuchtige beffer. Maar ja, die bestaat waarschijnlijk ook niet, want de mens is slecht, door en door slecht.

De gunstige recensies, de mond-op-mond reclame en de tv-registratie van Hard en zielig zorgen ervoor dat een nieuwe, jonge generatie bezoekers het theater in wordt gelokt. Zijn energie - Teeuwen speelt zich in anderhalf uur helemaal leeg -, zijn taalgebruik, zijn zapsnelheid - van zijn zwakke punt, gebrek aan concentratie, heeft hij zijn kracht gemaakt - en zijn geliefde onderwerpen seks en geweld sluiten naadloos aan bij de jeugdwensen. Toch is het een ander soort seks en geweld dan het aanbod van de commerciële tv-stations. Het lit op het niveau van A Clockwork Orange, hét kritisch-satirische document uit de jaren zeventig over loseslagen en normloze jongeren. Die invalshoek maakt het werk van Teeuwen ook aantrekkelijk voor het wat oudere cabaretpubliek.

VERVOLG OP PAGINA 23

De Nieuwlichter VERVOLG VAN PAGINA 1

Na de grootse start met Hard en zielig moest het vervolg wel miner worden. Maar Teeuwen doorstaat de druk en levert met zijn tweede programma Met een breierdeck (1995) een nóg beter programma af. Het motto van de avond luidt:

Ik weet hoe ik moet overleven Maar ik heb geen doel Ik vind alleen maar woorden Ze hebben geen gevoel Ik krijg maar informatie Het raast maar door mijn kop Moord verkrachting racisme Reclame verveling vervuiling Het houdt niet op Niets is nog heilig Alles is te koop Wie zijn kop niet in het zand steekt Moet verder zonder hoop Ik kan alleen maar doen Waar ik goed in ben Watch me motherfuckers Here we go again

Het is een beklemmende sociodocumentaire. Maar net als Freek vertelt Teeuwen ziin verhaal met vreselijk veel humor. Om elk voorbeeld van treurigheid, onbeschoftheid en meedogenloosheid valt enorm te lachen.

De cabaretvorm van Teeuwen is angstaanjagend realistisch, en gaat over mensen die dingen alleen voor de kick doen, alleen voor de lol, alleen omdat er op dat moment niets anders te doen lijkt. Hij laat een stoet voorbijkomen van onaangepasten, geesteszieken en contactgestoorden die hun frustraties eruit neuken, eruit slaan, eruit schreeuwen, eruit doden. Ze reageren zich af op toevallige voorbijgangers, paarden of voetballers die door hun huidskleur of een lichamelijk ongemak lekker makkelijk te pakken zijn. Het is onthutsend theater, in de stijl van American Psycho, het verpletterende literaire werk van de Amerikaan Bret Easton Ellis.

Teeuwen laat mensen volkomen krankzinnig doorslaan, zoals in zijn paardenverhaal. De gek zegt dat zijn paard gaat lopen als hij het beest met een plank een mep verkoopt. Als hij harder slaat, komt het paard tot stilstand en als hij het beest ongenadig hard op zijn kop rost, zakt het door zijn hoeven en kan de berijder afstappen. Als hij weer verder wil, bedient hij zich van een bak ijswater: 'Met een goed paard doe ik een week.' Dan volgt het laatste onderdeel. Het paard wordt in de stal in een hoek gedreven en flink tegen de benen geschopt ('Een paard heeft benen. geen poten, een paard is een edel dier.') en daarna gewurgd. Hij gaat niet zover als enkele anderen, die het dode paard in de reet neuken: 'Daar houd ik niet van. Dat heeft niets meer met sport te maken.'

Door op deze manier over de schreef te gaan. wordt zijn extreme verhaal geen liefdesverklaring aan asociaal en amoreel gedrag, maar een felle, zelden zo doordringend geformuleerde aanklacht. Een aanklacht ook tegen een wezenlijke constructiefout in de mens, die buitengewoon slecht is. We kennen deze mens goed; we zijn hem waarschijnlijk zelf als dat hele dunne laagje beschaving is afgebladderd. Want de mens die zich niet overgeeft aan ongeremd meppen, sarren of moorden, kan zich deze luxe alleen permitteren als hij andere manieren heeft om zijn gifgas te laten ontsnappen. Bijvoorbeeld als houthakker, filiaalchef, leraar of cabaretier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden