column

De nieuwe wereld tekende zich al af tijdens het presidentschap van George Bush sr.

Beeld Jörgen Caris

Een jaar dat zowel het einde als het begin van een tijdperk ­inluidde: 1988. De wereld leek herboren te worden. 

De kwakkelende economie kwam weer tot bloei en de kou was grotendeels uit de Koude Oorlog – zowel de Sovjet-Unie als China leek zich in rap tempo te liberaliseren. En in dat jaar werd George Herbert Walker Bush gekozen tot president van de Verenigde Staten. Zijn behoedzame houding tijdens de machtswisseling in het Oostblok wordt vaak gezien als zijn grootste verdienste.

Verontrustende tekenen

We kunnen 1988 – achteraf – ook zien als het begin van onze tijd, met ­alle verontrustende tekenen van dien. Door het verval van het communisme was het nationalisme toen al in opmars en in Algerije en andere landen zou het islamisme zich manifesteren als politieke beweging. 1988 was bovendien het warmste jaar ooit gemeten. Het liet vijf andere warmterecords, ook allemaal uit de jaren tachtig, achter zich. Wetenschappers hadden toen al een sterk vermoeden wat er aan de hand was. Bush sr. werd geconfronteerd met een nieuw soort politiek, die hij zich nooit eigen zou weten te maken.

Bush behoorde tot de traditionele elite, met wortels in New England. Hij ging naar de prestigieuze kostschool Phillips Academy en vervolgens traditiegetrouw naar Yale. Hij was lid van de Episcopalian Church (de Anglicaanse kerk in Amerika), een kerkgenootschap dat meer presidenten voortgebracht heeft dan elk ander kerkgenootschap. Hij leerde noblesse oblige; als geprivilegieerd man uit een gezegend geslacht was hij het, net als zijn vader, aan zijn stand verplicht zijn verantwoordelijkheid te nemen in de samenleving en de politiek. Daarom meldde hij zich in 1942 aan bij de strijdkrachten. Dit stond overigens een carrière in de zakenwereld niet in de weg. Door een oliebedrijf op te richten werd hij in Texas miljonair. Eind jaren zestig ging hij de politiek in.

Voodoo

Maar Bush was eerder bestuurder dan politicus. In Texas kwam hij niet verder dan twee ambtstermijnen in het Huis van Afgevaardigden en werd hij nooit tot de Amerikaanse Senaat gekozen. Hij kon en wilde kiezers niet mobiliseren met ronkende taal. Het leiden van een overheidsinstelling als de CIA paste hem beter. Net als de Republikeinse elite van het noordoosten voelde hij zich het meest thuis in het ideologische midden. Aandachttrekkende uitspraken en effectbejag werden door hem gezien als gebrek aan zelfbeheersing. Hij hield ook niet van gemakkelijke antwoorden. Toen Reagan in 1980 pleitte voor belastingverlichting om de economie tot bloei te brengen, noemde hij dit voodoo economics. Moraal en godsdienst waren ankers in zijn leven, maar net als echte ankers moesten ze verborgen blijven.

George Bush sr. in 2012.Beeld EPA

In de veranderende wereld van de ­jaren tachtig en negentig kon deze houding op minder waardering rekenen. De Republikeinen verkozen een filmster boven hem als hun kandidaat, en pas na acht jaar Reagan werd hij hun aanvoerder voor het presidentschap. Tegenover de toenemende polarisatie in de Amerikaanse politiek stond hij machteloos. Hij liet toe dat racistische reclamespotjes werden ingezet tegen zijn Democratische tegenstander, Michael Dukakis. Zijn pogingen om populair over te ­komen: ‘Read my lips – no new taxes!’ zouden funest uitpakken toen hij de belastingen toch moest verhogen. 

Populisten

Met de opkomst van de Religious Right wist hij oorspronkelijk ook geen raad. Ineens werd van hem verwacht dat hij zijn eigen religieuze overtuigingen ­onder woorden kon brengen, iets dat hij – in tegenstelling tot zijn born-again zoon George – niet goed wist te doen. Uiteindelijk zou hij de verkiezingsstrijd in 1992 verliezen in de slag met twee populisten: de excentrieke zakenman Ross Perot en de charismatische Bill Clinton, die het als arme zuidelijke ­jongen ver wist te schoppen.

Door zijn dood is volgens mij duidelijker geworden hoe we sinds zijn presidentschap in ander vaarwater zijn ­beland. Een bestuurlijke traditie die vanuit het centrum wil regeren, is vervangen door een andere politiek: gepolariseerd, uitbundig en op entertainment gericht. Deze nieuwe wereld ­tekende zich al af in Bush’s tijd, al kon geen van ons destijds geloven dat het ­allemaal nog erger zou worden.

James Kennedy is een van oorsprong Amerikaanse historicus met Nederlandse wortels. Hij vestigde zijn naam met de studie ‘Nieuw Babylon in aanbouw’, over de jaren zestig in Nederland. Sinds 2003 is hij als hoogleraar geschiedenis werkzaam in Nederland. Om de week schrijft hij een column.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden