De nieuwe vertaling van James Joyce's Ulysses is een openbaring voor gewone lezers

Ter gelegenheid van het verschijnen van de nieuwe vertaling organiseert CREA morgen, 11 november, een symposium 'Ulysses in de Lage Landen', inschrijving 9 u. CREA, Turfdraagsterpad 17, Amsterdam, Fl. 25,-/15,- (studenten), telefonische aanmelding 020-6260297.

Hoewel sinds deze anekdote iedere behoorlijke cultuur toch wel een vertaling van het beroemde meesterwerk van James Joyce heeft geproduceerd, geldt het in zekere zin nog steeds. Het vertalen van 'Ulysses' behoort tot de moeilijkste opdrachten die een vertaler zich kan stellen en het mag dan ook een unicum heten dat Nederland vijfentwintig jaar na de eerste vertaling, die in 1969 verscheen van de hand van de liefhebber John Vandenbergh (hij kreeg er natuurlijk prompt de Martinus Nijhoff-prijs voor), alweer een nieuwe vertaling krijgt, van de hand van Vlamingen Paul Claes en Mon Nys.

Helemaal toevallig is het overigens niet. De eerste vertaling verscheen ter gelegenheid van de vijfentwintigste verjaardag van Uitgeverij de Bezige Bij, de huidige vertaling komt uit in het jaar van haar vijftigste verjaardag. Bovendien had de uitgever zich contractueel vastgelegd om, als de Joyce-onderzoekingen daar aanleiding toegaven, de vertaling op te frissen en aan de nieuwste stand van het onderzoek aan te passen. En inderdaad, sinds 1969 verschenen diverse nieuwe Joyce-edities, waarvan er een, de zogeheten Gabler-editie zelfs beweerde liefst vijfduizend fouten uit vorige uitgaven te hebben verwijderd (meest komma's en typografische eigenaardigheden overigens). En tenslotte dreigt in de Europese Gemeenschap het auteursrecht met twintig jaar tot zeventig jaar verlengd te worden. Terwijl de Bezige Bij nu nog met een rechtenvrije 'Ulysses' te maken heeft komt daar binnenkort misschien weer verandering in.

Waarom is het zo'n heidense klus om 'Ulysses' te vertalen, het verhaal van een dag in Dublin met de hoofdpersonen Leopold Bloom, Stephen Dedalus en Molly Bloom, 16 juni 1904, in de literatuurgeschiedenis bekend geworden als 'Bloomsday'? Omdat het boek op verschillende niveaus de vertaler voor bijna onmogelijke opgaven stelt. Zo is er alleen al de woordenschat van zo'n veertigduizend woorden, meer dan tien maal het gemiddelde vocabulaire, woorden die bovendien ontleend zijn aan alle mogelijke perioden, sociale niveaus en expressiemiddelen.

Verder zit het boek vol met talige en culturele associaties die soms makkelijker, maar ook wel eens veel moeilijker zijn te achterhalen. Joyce was behalve een groot verteller vooral ook een woordkunstenaar die met taal goochelde. Iemand die, om maar een voorbeeld te noemen, het betekenisvol achtte dat zijn naam een soort Engels translaat van Freud was, en die niet terugdeinsde voor de vreemdste etymologieën. Zo beweerde hij, in navolging van een allang achterhaalde dertiende-eeuwse idee dat de naam Odysseus (waarnaar zijn Ulysses was genoemd) bestond uit de Griekse delen 'outis' (niemand) en 'Zeus' (de hoofdgod). Zulke ideeën beïnvloedden ook de conceptie van zijn hoofdpersoon Leopold Bloom, de hedendaagse Odysseus in Dublin, een nobody en een god ineen, die samen met de andere weerspiegelingen van de oude mythe Stephen Dedalus (Telemachos, Odysseus' zoon) en Molly Bloom (Penelope, zijn vrouw) een modern equivalent van Odysseus' omzwervingen maken.

Niet alleen was Joyce een ongeëvenaard taalalchemist en bewerker van mythes en etymologieën, hij structureerde zijn magnum opus ook nog eens op een bijzondere wijze. Zo kent Ulysses achttien episodes, die steeds corresponderen met de verhalen omtrent de Homerische Odysseus, maar uit zijn nagelaten schema's blijkt ook dat hij steeds in groepjes van drie episodes dacht, die steeds een min of meer stereotiep verloop moesten hebben: these, antithese, synthese; extern, intern en een vermenging daarvan; zon, maan en alchemistisch verbond tussen beide; lichaam, ziel, eenheid van beide. Ook op microniveau zijn talloze Leitmotieven en elkaar kruisende associaties aan te wijzen die van het vertalen het tegendeel maken van het louter overzetten van de ene tekst in de andere.

Waarom nam de Bezige Bij nu juist Vlamingen voor deze vertaling? Paul Claes, vertaler en docent aan de Vlaamse Hogeschool voor vertalers maar ook zelf auteur (van bijvoorbeeld de naar Homerus verwijzende roman 'De sater') weet het niet zeker maar geeft wel goede redenen:

“Iedere vertaling van Ulysses blijft noodzakelijk een benadering. Vergeet niet, het Engels van het origineel heeft een dubbel vocabulaire, het gewone Engels en het aan het Latijn ontleende Engels. Het Nederlands heeft dat niet, maar Vlamingen hebben meer dan Noord-Nederlanders nog contact met oudere taalvormen. Wij zullen bijvoorbeeld ook minder snel modieus slang gebruiken. Bovendien is 'Ulysses' een Iers boek, en dat verschil tussen Iers en Engels vindt misschien wel een aardig equivalent in het verschil tussen Vlaams en hoog-Nederlands. En verder is het misschien niet zo gek dat je voor zo'n boek, dat toch wortelt in een katholieke cultuur, twee (ex)katholieken benadert.

Natuurlijk hebben wij het boek wel vertaald naar de taal van de jaren negentig, maar we zijn terughoudend geweest. Je zult niet het allermodernste taalgebruik aantreffen. Het blijft nu eenmaal een paradox van het vertalen dat het origineel veel ouder is, uit 1922. Maar je kunt het vertaald niet in die taal laten voortbestaan. Het Nederlands van de jaren twintig verstaat niemand meer, dat was nog een relict van de Tachtigers. Je kunt wel proberen te historiseren maar je kunt niet langer 'doch' gebruiken. Het archaïsche is alleen nog in gebruik als ironie en dat effect moet je vermijden.

Je moet zo'n boek transponeren, anders gaat het niet. Wij hebben naar de Duitse vertaling gekeken maar vonden die verschrikkelijk. Vreselijk letterlijk en vol anglicismen. Aan de Franse vertaling hebben we wel steun gehad, maar die is dan ook door Joyce geautoriseerd. Joyce zelf zei tegen vertalers altijd: 'Zeg het in uw eigen taal'.''

De vertaling van Vandenbergh was heel accuraat, toch proef je uit het nawoord van Paul Claes en Mon Nys dat ze er maar moeilijk mee overweg konden. Oorspronkelijk zou de oude vertaling slechts ververst worden maar het is toch onder hun handen een heel nieuwe vertaling geworden. Wat aan Vandenberghs vertaling vooral ontbrak was het humoristische en ironische element. Bij alle complexiteit is 'Ulysses' vooral ook een komedie, niet een goddelijke zoals die van Dante, maar toch een opgewekt boek over menselijke krachten en zwakheden. En Leopold Bloom is, zo geen goed mens, dan toch een goedmoedig mens die er wat van probeert te maken.

Paul Claes:

''Het is tegelijkertijd ook wel een min of meer verouderd boek, als je naar het realistisch gehalte kijkt. Blooms gedachtenwereld heeft nog iets victoriaans. Joyce wilde ook dat het een boek van zijn tijd was en zulke boeken verouderen nu eenmaal bijna onmiddellijk. Hij refereert bijvoorbeeld aan liedjes en schlagers die allang verdwenen zijn. Dat zijn voor vertalers bijna onoplosbare problemen. Je kunt het alleen markeren door bijvoorbeeld een bepaalde metriek aan te houden, zodat de lezer proeft waar het om gaat.

Maar tegelijkertijd, 'Ulysses' is ook de roman der romans. Je kunt zo'n boek niet vertalen als je geen overtuigd fan bent; Mon Nys en ik zijn al jarenlang verslingerde Joyce-adepten. Het was voor mij zelfs een beetje een koude douche toen die vertaling in 1969 verscheen, want ik had het toen al zelf willen doen.

'Ulysses' is het meest universele werk van onze tijd dat ik ken. Dat komt niet alleen door de diversiteit aan stijlprocedés en de verwerking van al die mythologische elementen, waarmee Joyce school heeft gemaakt, bijvoorbeeld bij schrijvers als Hugo Claus en Harry Mulisch. Over die kanten van het werk heeft iedereen het altijd. Dat had ook de meest directe uitstraling. Kijk naar Vestdijk met zijn 'Meneer Vissers hellevaart', een pijnlijk mislukte pastiche vind ik dat. Maar 'Ulysses' is ook een groot boek vanwege de psychologie. Ik ken geen enkel boek waarin je zoveel mensen zo precies van binnen leert kennen. Het is ook in dat opzicht niet meer geëvenaard. Vreemd genoeg.''

Niet alle hoofdstukken gingen de vertalers even soepel af. Vooral het veertiende hoofdstuk kostte veel hoofdbrekens, dat zit namelijk vol literaire pastiches die nauwelijks Nederlandse equivalenten kennen.

“Het is ook een van de minder geslaagde hoofdstukken vind ik. Joyce zat in Triëst en had maar weinig Engelse literatuur ter beschikking. Dat zie je. Hij doet bijvoorbeeld niets met de spelling, gebruikt alleen maar verouderde woorden. Niet leuk. Heeft hij steekjes laten vallen.

De stukken waar we het meeste plezier aan beleefden waren toch de grappige hoofdstukken, de studentenkolder, de uitdagende passages, zoals het beroemde vijftiende hoofdstuk, dat een soort vaudeville in een bordeel is.

Ook voor het zestiende hoofdstuk moesten we oplossingen verzinnen. Dat is namelijk geschreven in de beroerde bloemrijke journalistieke stijl van die tijd.''

De verschillen tussen Vandenbergh en Claes-Nys zijn steeds aanzienlijk. Neem de eerste regels van dat zestiende hoofdstuk, bij Vandenbergh nog duidelijk uit het Engels afkomstig:

'Bloom alvorens iets anders te doen borstelde het merendeel der houtkrullen af en reikte Stephen de hoed en essestok en lapte hem op beproefde Samaritaanse wijze in het algemeen wat op, waar hij danig behoefte aan had. Zijn (Stephens) geest was niet bepaald wat men malende geliefd te noemen maar wel wat onzeker en toen hij de wens te kennen gaf om iets te drinken kwam Mr Bloom, gezien de tijd en het feit dat geen enkel Vartry-waterpomp ter beschikking stond ter reiniging, laat staan om tot lafenis te strekken, op een gelukkige inval door, op stel en sprong, er op te wijzen hoe uitermate geschikt hiertoe het wachtlokaal van de koetsiers, zoals dat genoemd werd, wel was, op nog geen steenworpafstand bij Butt Bridge, waar ze wellicht wat drinkbaars zouden kunnen vinden in de vorm van melk met sodawater of mineraalwater.'

Bij Claes en Nys komt deze homerische zin alsvolgt uit de verf:

'Pas nadat Mr Bloom het grootste gedeelte van de houtkrullen had afgeveegd, reikte hij Stephen zijn hoed en essestok aan en als een rechtzinnige barmhartige Samaritaan beurde hij hem enigermate op, iets waar hij ook dringend aan toe was. Hij (Stephen) was nu niet precies wat je buiten zinnen zou noemen maar toch een beetje overstuur en toen hij de wens uitte nog enig drinkbaar vocht tot zich te nemen, kwam Mr Bloom, gelet op het late uur en de afwezigheid van een openbare pomp om zich op te frissen laat staan om hun dorst te lessen, op een lumineus idee door zonder erbij na te denken te opperen dat het wachthuis van de koetsiers, zoals dat werd genoemd, dat nauwelijks een steenworp verder bij de Butt Bridge lag, bij uitstek in aanmerking kwam om nog wat drinkbaars op de kop te tikken in de vorm van een melk met soda of een mineraalwater.'

Uiteraard verdeelden Paul Claes en Mon Nys de klus. In het nawoord bij de vertaling lees je dat de ene vertaler de hoofdstukken met Stephen en Molly op zich nam, de ander de Bloom-hoofdstukken.

“Dat ging op grond van de interne monologen. Die zijn bij de verschillende hoofdpersonen steeds anders gestructureerd. Die van Leopold Bloom bijvoorbeeld zijn veel impressionistischer dan die van Stephen Dedalus, die erg linguïstische en geleerde associaties heeft. Molly Blooms interne monoloog bestaat daarentegen bijna geheel uit tegenspraken. Ik zelf had denk ik wat meer affiniteit met het intellectuele type van Stephen Dedalus, ook wel een wat pedant mannetje trouwens. Mon Nys is meer Leopold Bloom. Die verdeling was van meet af aan vanzelfsprekend.”

Voor wie is zo'n vertaling eigenlijk? Voor Joyceanen, die hun eigen oplossingen met die van de vertalers kunnen vergelijken of voor nieuwe lezers?

“Ik ken bijna niemand die het in het Engels heeft gelezen. Dat heeft alles te maken met het vocabulaire. De eerste zes hoofdstukken gaan nog, maar daarna wordt het wel erg ingewikkeld. Toen ik het voor het eerst las wist ik op bepaalde ogenblikken ook niet wat ik las. Het is zelfs voor een geoefend lezer bijna onmogelijk om alles te begrijpen. Ik hoop dan ook niet dat onze vertaling er een voor hobbyisten is. Maar een openbaring voor gewone lezers, dat zou geweldig zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden