De nieuwe race naar de ruimte

India vervoert steeds meer satellieten naar hun baan om de aarde. Deze zware GSLV Mark 3-raket werd daarvoor al in 2014 met succes getest. Beeld EPA

Er was al een ruimtevaartwedloop tussen de Amerikanen en de Russen. De race naar het heelal heeft zich nu verplaatst naar Azië. In China gaat het 'superhard', maar ook India maakt indruk.

Vroeger zouden de Delftse ruimtevaartingenieurs misschien naar Frans-Guyana zijn gegaan, om hun satellieten te laten lanceren door een Europese raket. Of naar een lanceerbasis in Amerika of Rusland. Maar de verhoudingen in de wereld zijn aan het veranderen. Dus stonden Abe Bonnema en zijn collega's begin dit jaar op een hoge stellage bij een raket in India om daar hun satellieten gereed te maken voor lancering. Ze deden dat op het Satish Dhawan Space Centre, een lanceerplatform aan de zuidoostkust van India, waar de temperatuur 's middags opliep richting de dertig graden. "Omdat alles stofvrij hoort te blijven, moet je beschermende kleding aan", zegt Bonnema. "Nou, dan sta je daar in die Indiase hitte flink te zweten hoor."

Op 15 februari schoot de rood-wit gestreepte raket vanaf een schiereiland aan de Golf van Bengalen met een fikse steekvlam de lucht in, met aan boord maar liefst 104 satellieten - een wereldrecord. Alle satellieten, ook de drie die in Nederland waren gebouwd, kwamen in hun geplande baan om de aarde.

"Sommige dingen gaan in India wat chaotischer dan hier", vertelt Bonnema, een van de oprichters en managers van het Delftse bedrijf ISIS, dat satellieten en ruimtevaartonderdelen bouwt. "Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat je ineens midden in de nacht moet werken. Er wordt in India ook veel meer geïmproviseerd dan in Europa en Amerika. Maar de Indiërs krijgen de dingen wel voor elkaar.

"Kijk, als je in India je satellieten vervoert, worden ze natuurlijk vies. Dat is gewoon zo. Maar de Indiërs weten ook heel goed dat satellieten en flight-hardware uiteindelijk stofvrij moeten zijn. Dus dan zorgen ze daarvoor. In Nederland zou het nog een tandje schoner zijn, maar het wordt daar ook schoon genoeg."

Bonnema zegt onder de indruk te zijn van de snel groeiende Indiase expertise in de ruimtevaart. "Het is de vraag wanneer ze hun eigen ruimtestation aankondigen. Ze kijken echt vooruit."

De groei van de Indiase ruimtevaart is illustratief voor de verschuiving van de machtcentra in de wereld. Tijdens de Koude Oorlog was er een ruimtewedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Nu ontstaat er een nieuwe race naar het heelal in Azië, waarbij de regionale machten India, China en Japan voorlopig de belangrijkste rivalen zijn. "Het is voor een belangrijk deel machtsvertoon, net als destijds met Amerika en Rusland", zegt ruimtevaart-expert Piet Smolders. "Aziatische landen groeien economisch hard en willen laten zien wat ze allemaal kunnen."

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld EPA

Taikonauten

China loopt in veel opzichten voorop. Zo stuurt Peking al geregeld astronauten de ruimte in. De Chinezen slaagden er in 2013 ook in om een ruimtevaartuig op de maan te laten landen en ze willen in 2020 een vehikel naar Mars sturen, inclusief een voertuig dat de rode planeet dient te gaan verkennen. In 2024 moeten er bovendien Chinese astronauten, die soms 'taikonauten' worden genoemd, op de maan wandelen. "We zijn natuurlijk al op de maan geweest", zegt Smolders. "Dus ik denk dat de Chinezen iets gaan verzinnen om hun maanmissie toch bijzonder te maken. Ik vermoed dat ze een vrouwelijke astronaut zullen meesturen. Zij wordt dan de eerste vrouw op de maan."

China heeft ook al een ruimtelaboratorium genaamd 'Hemels Paleis 2' rond de aarde cirkelen en werkt aan zijn eigen satellietnavigatiesysteem, BeiDou, om niet meer afhankelijk te zijn van het door de Amerikaanse luchtmacht gerunde gps. In honderden Chinese steden is BeiDou al bruikbaar.

Uiteindelijk moet het systeem de hele wereld omspannen en een serieuze rivaal worden van gps.

Onlangs kondigde China officieel aan dat het in 2030 bij de drie belangrijkste ruimtevaartlanden wil horen, naast Amerika en Rusland. "We staan nog aan het begin", verklaarde Wu Ji, directeur van een Chinees centrum voor ruimtevaartonderzoek onlangs tegen persbureau Bloomberg. "Maar dit is een groots doel. Niks zal China er van weerhouden om een macht te worden in de ruimtevaart."

Bij het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO, dat op het gebied van de ruimtevaart samenwerkt met China, zijn ze geïmponeerd door de Chinese vooruitgang. "In China gaat het nu echt superhard", zegt Henri Werij, directeur van de ruimtevaart-afdeling van TNO.

"De Chinezen zijn bezig aan een soort inhaalrace en er wordt massief geld tegenaan gegooid. Elke keer als ik bij onze partner-instelling in China kom, hebben ze er weer een nieuw gebouw bij."

Werij investeert veel in samenwerking met de Chinezen en ziet grote verschillen met Europa en Amerika. "Wij leveren hier heel hoge kwaliteit. We zoeken alles tot in de puntjes uit en we moeten alles altijd heel uitgebreid documenteren. In China worden wat meer bochten afgesneden. Dat betekent dat er wel eens wat misgaat - er is wel eens instrument dat het niet doet - maar de doorlooptijd van projecten is in China een flink stuk korter dan bij ons. Dingen gaan daar heel erg snel."

Indiase Mars-sonde

Ondanks deze Chinese dadendrang wisten de Indiërs Peking toch af te troeven, toen ze in 2014 als eerste Aziatische land een sonde in een baan om Mars wisten te krijgen. Die prestatie leidde tot groot enthousiasme in India, dat ondanks snelle economische groei, nog altijd een stuk armer en minder ontwikkeld is dan China. De Indiase olifant had de Chinese draak een poepie laten ruiken. "Er is geschiedenis geschreven", aldus premier Narendra Modi in een televisierede. "We hebben het aangedurfd om te reiken naar het onbekende en hebben het bijna onmogelijke bereikt."

Anders dan rivaal China heeft India vooralsnog geen mensen de ruimte in gestuurd. Volgens New Delhi is dat ook geen prioriteit. Maar de Indiërs hebben al wel geëxperimenteerd met een soort kleine spaceshuttle. Ook willen ze volgend jaar een tweede sonde naar Mars sturen. En ze lanceren in steeds grotere getale satellieten voor buitenlandse overheden en bedrijven, tegen relatief lage kosten. Onder de klanten zijn grote concerns als Google, Facebook en Airbus.

"De Indiërs bieden value for money", zegt Joris Melkert, docent aan de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft. "Het mooie van India is dat ze heel veel goed opgeleide mensen hebben, die nog steeds heel betaalbaar zijn. Veel betaalbaarder dan hetzelfde soort mensen in Europa of Amerika."

Satellietbeelden

Dat hun ruimtevaartprogramma intussen ook praktisch nut heeft, ervoeren de Indiërs eind vorig jaar, toen een tropische orkaan het zuiden van hun land naderde. Dankzij satellietbeelden kon de Indiase meteorologische dienst het traject van de orkaan goed voorspellen, zodat ruim tienduizend mensen tijdig konden worden geëvacueerd. Talloze levens werden zo gered.

Ook in China is de honger naar kennis en ontwikkeling groot. "De Chinezen willen echt niet alleen maar een satelliet de ruimte in schieten", zegt Henri Werij van TNO. "Het moet voor hen ergens over gaan. Neem die geplande missie naar Mars. Ik heb gemerkt dat daar ook echte, oprechte nieuwsgierigheid achter zit. De Chinezen zijn oprecht wetenschappelijk geïnteresseerd."

Militaire ambities

Daarnaast wordt de groeiende Aziatische ruimtewedloop, zeker bij de Chinezen en Indiërs, ook gedreven door militaire ambities. Want dezelfde technologie waarmee je civiele raketten bouwt, kun je ook gebruiken om militaire lange-afstandsraketten te produceren. Satellieten spelen een belangrijke rol bij positiebepaling, raketgeleiding en militaire communicatie. En dezelfde combinatie van radar en geavanceerde camera's waarmee je natuurrampen kunt voorspellen of landbouwgewassen in de gaten kunt houden, is ook toe te passen in spionagesatellieten.

In China speelt het Chinese Volksleger daarom een grote rol in het ruimtevaartprogramma. En ook in India hebben militairen een flinke vinger in de pap bij de ontwikkeling van raketten en satellieten.

Amerikaanse zorgen

Het zit Westerse regeringen dan ook niet helemaal lekker dat de opkomende Aziatische landen de successen aaneenrijgen. Vooral de Verenigde Staten volgen de ontwikkelingen met argusogen.

Zelf laten de Amerikanen de zogenoemde nabije ruimtevaart - in de buurt van de aarde - tegenwoordig voor een groot deel over aan commerciële bedrijven, die hard bezig zijn om nieuwe raketten en ruimtevaartuigen te ontwikkelen. Intussen moet het Amerikaanse ruimtevaartagenschap Nasa zich vooral gaan richten op de verkenning van andere planeten en deep space.

Washington is bang dat steeds meer hoogwaardige Westerse technologie, ook via bondgenoten, weglekt naar Aziatische ruimtevaartprogramma's en zo terechtkomt in wapens van rivalen. Ook vrezen de Amerikanen dat de Aziaten hun lanceringen en satellieten met staatssteun kunstmatig goedkoop houden, waardoor de eigen Amerikaanse ruimtevaartindustrie niet tot ontwikkeling komt.

Daarom geeft Washington Amerikaanse bedrijven geen toestemming om satellieten te laten lanceren in China. En ook over lanceringen in India woedt de laatste tijd een discussie. Amerikaanse ondernemingen lobbyen bij de regering in Washington om geen lanceringen in India meer toe te staan.

"Wij houden dat natuurlijk nauwlettend in de gaten", zegt Abe Bonnema van het Delftse ruimtevaartbedrijf Isis. Zijn bedrijf heeft Amerikaanse klanten en heeft voor satellietlanceringen juist een goede band opgebouwd met het Indiase ruimtevaartagentschap Isro. "Het is tegenwoordig allemaal America First in Washington. Dus je weet niet welke kant het opgaat."

Volgens Bonnema valt het met de militaire betrokkenheid bij de Indiase ruimtevaart nogal mee. "Natuurlijk is raketontwikkeling automatisch ook militair. Dat is in de hele wereld zo, ook in India. Maar de raketbasis bij Sriharikota, waar wij laatst onze satellieten lieten lanceren, is echt civiel. Er zijn daar wel militairen voor de beveiliging, en je kunt niet alles doen, maar het is een volledig civiele basis."

De Nederlandse ruimtevaart-ingenieur bespeurt achter het lobbygevecht in Washington dan ook vooral een hang naar economisch protectionisme. Hij zou het belachelijk vinden als de VS hun bedrijven niet langer toestemming zouden geven voor lanceringen in India.

"Als je eigen raketten te duur zijn, moet je niet gek opkijken als wij uitwijken naar goedkopere landen als India."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden