De nieuwe ondergang van Pompeï

Pompeï staat op instorten. Rome heeft te weinig geld voor de antieke stad. En de Italianen lijken niet in staat om EU-miljoenen op tijd te besteden.

In de necropolis buiten de stadsmuur staat een lange rij indrukwekkende grafmonumenten. Tweeduizend jaar geleden werden bij de Porta Nocera rijke families uit Pompeï begraven. De ene metershoge tombe staat nog grotendeels overeind, van een andere tombe is niet veel meer over dan een half dak en een stuk muur. Tussen de opgegraven graven staat een muur die eruit springt, omdat hij duidelijk gloednieuw is: het is de twee meter hoge muur die op 2 maart was ingestort. Regen had de mortel zo broos gemaakt, dat het de stenen niet meer bij elkaar hield. De stenen zijn vliegensvlug opgeraapt en tot een nieuwe muur gemetseld - zo is geprobeerd een internationaal modderfiguur te verdoezelen.

Verderop lukt dat verdoezelen ook niet goed: daar zijn op 1 maart stenen van de Tempel van Venus naar beneden gekomen. Een gids die met een groepje scholieren uit Duitsland over het Forum loopt, grapt dat ze voor hun veiligheid een helm op zouden moeten zetten. Want instortingen komen hier vaker voor. Johannes Hahn, Europees commissaris voor de regionale politiek, is not amused: "Voor mij is elke instorting een enorme nederlaag."

De Oostenrijkse eurocommissaris bemoeit zich met Pompeï, omdat hij de Italianen 105 miljoen euro heeft toegezegd. Dat geld moet in vier jaar tijd worden besteed om deze unieke opgravingen, die op de Werelderfgoedlijst van de Unesco staan, op orde te brengen. Want in Brussel zien ze dat het Rome niet lukt om voldoende geld vrij te maken om de opgravingen - ruim 40 hectare aan blootgelegde winkels, theaters, badhuizen, overheidsgebouwen, tempels en huizen vol schitterende mozaïeken, decoraties en fresco's - naar behoren te onderhouden en veilig te stellen. Dat er dit jaar ook nog eens twee keer stukjes fresco zijn gestolen, zal Hahn ook geen goed doen.

Pompeï bezorgt Brussel hoofdpijn, en Rome daar bovenop buikpijn. Want de Italianen zijn niet goed in staat om de kwetsbare opgravingen te onderhouden, de belangrijkste gebouwen te restaureren én ervoor te zorgen dat de 2,3 miljoen toeristen, die elk jaar uit de hele wereld naar dit plaatsje aan de voet van de Vesuvius komen, er een toptijd hebben. In het handelsstadje stonden veel prachtige huizen, waar vooraanstaande families hun gasten ontvingen in salons vol okergele en rode wandschilderingen, pronkten met hun binnentuinen, rondliepen tussen elegante standbeelden en zilveren spiegels en hun vloeren versierden met mozaïeken. Totdat alles en iedereen door de vulkaanuitbarsting in het jaar 79 werd bedolven onder een metershoge laag gloeiende steen en as. Maar toeristen kunnen de meeste van die huizen niet bewonderen; ze komen voor dichte deuren met verroeste hangsloten te staan. En duidelijke toelichtingen in de meest gangbare vreemde talen ontbreken; veel toeristen worstelen met hun papieren kaart, verdwalen en kunnen geen toilet vinden.

Verspilling

Behalve door instortingen wordt Pompeï geplaagd door geldverspilling, een personeelstekort, de beruchte Italiaanse bureaucratie die tijd en geld slurpt, en rap wisselende regeringen in Rome - met iedere keer weer een nieuwe minister van cultuur. Bovendien ontbreekt het de Italiaanse politici - zoals op zoveel terreinen - aan langetermijnvisie. Dat de opgravingen bij Napels ook nog eens in het maffiose territorium van de lokale camorra liggen, maakt de zaken er niet simpeler op. "Pompeï zou een stuk makkelijker te beheren zijn als het in de buurt van Milaan lag", zegt Pier Giovanni Guzzo, die van 1995 tot 2009 de baas van de opgravingen was.

De gepensioneerde archeoloog meent dat geldgebrek het grootste probleem is. "U moet begrijpen hoe fragiel Pompeï is", zegt hij, terwijl hij zijn pijp aansteekt. "Halverwege de achttiende eeuw zijn de opgravingen begonnen. Vanaf het moment dat er lucht bij de gebouwen is gekomen, zijn ze onvermijdelijk achteruit gegaan. En ze waren al niet zo stabiel vanwege de klap van de vulkaanuitbarsting. In 1980 is daar nog eens een zware aardbeving overheen gekomen. We hebben dus te maken met een onbewoonde stad die continu onderhoud nodig heeft: er moet geen water onder de fundamenten komen, de muren mogen geen regenwater opnemen, de wortels van onkruid moeten de gebouwen niet ontwrichten."

Toen Guzzo de baas was, heeft hij berekend dat er 300 miljoen euro nodig is om de opgravingen zo veilig te stellen dat ze nog tientallen jaren netjes overeind blijven. Maar tot het einde van de jaren negentig moest een hoofdarcheoloog het doen met de paar miljoen die hij van het ministerie van cultuur in Rome kreeg. Pas sinds 1998 mag Pompeï al het geld houden dat er wordt verdiend. Guzzo: "Dan heb je het over zo'n twintig miljoen euro per jaar. Dat is geen vetpot, maar je komt er best ver mee. Vergelijk het met het onderhouden van een garderobe. Het ene jaar koop je nieuwe schoenen, het andere een nieuwe jas, het jaar erop een nieuw pak. Het gaat."

Optimaal was - en is - de situatie dus niet; het dagelijkse onderhoud is er te lang bij ingeschoten. Bestuurders gingen vooral voor mediagenieke restauraties. Dagelijks onderhoud merkt niemand op, het is niet sexy. Daarnaast is veel personeel dat met pensioen ging, niet vervangen, omdat er een personeelsstop bij de Italiaanse overheid is. Vakbonden klagen dat er de afgelopen vijftien jaar ruim honderd ijzersmeden, timmermannen, metselaars en vaklieden met verstand van mozaïeken en wandschilderingen zijn wegbezuinigd. Tegelijkertijd is geld verspild. Veelzeggend is een project uit 2010 om de zwerfhonden in Pompeï te tellen. Er bleken 55 honden rond te lopen; drie daarvan zijn teruggeven aan hun eigenaren en twee zijn er naar het asiel gebracht. Kosten: 100.000 euro.

Hulp

Maar de bezorgde EU is dus te hulp geschoten om dit werelderfgoed overeind te houden. De Europese Commissie stelt strenge voorwaarden aan de fondsen die tussen april 2012 en december 2015 moeten worden verdeeld over grondige onderhoudswerkzaamheden, het restaureren van vijf bijzondere huizen, de installatie van meer bewakingscamera's en het verbeteren van de afwatering. Bovendien moeten alle gebouwen die grenzen aan het deel dat niet is opgegraven in veiligheid worden gebracht; na regenval staat daar gevaarlijk veel druk op. In de tweede helft van 2015 wil eurocommissaris Hahn controleren of Italië zich aan alle afspraken houdt. Pas als hij tevreden is, maakt hij de 105 miljoen over.

Mario Monti, in 2012 premier, was uiteraard blij met de door Brussel beloofde miljoenen. Enthousiast begon zijn regering aan het Grote Pompeï Project. Maar echt lekker kwam dat niet op gang. De bureaucratie remde de zaken af, en er werd geruzied over de samenstelling van de aanbestedingscommissies.

Enrico Letta, die van begin 2013 tot begin dit jaar premier was, besefte dat het allemaal veel te traag ging. Hij besloot in te grijpen en zette na een half jaar (!) overleg een nieuwe algemeen directeur naast de hoofdarcheoloog. Deze Giovanni Nistri, generaal van de carabinieri, is in december aangesteld. Inmiddels is het april 2014, de tijd vliegt, en de restauratie van slecht één van de vijf huizen - het Huis van de Criptoportico - is afgerond.

In zijn kantoor pal tegenover de opgravingen wuift de kersverse hoofdarcheoloog kritiek weg. Massimo Osanna doet zijn best om optimisme uit te stralen. "Ja, er zijn vertragingen opgetreden. We zijn namelijk erg voorzichtig met het toekennen van werk. Het gaat tenslotte om grote bedragen. En de politie moet steeds nauwgezet onderzoeken of de bedrijven die aanbestedingen willen binnenhalen geen banden met de maffia hebben. Want de camorra is in deze streek zeer aanwezig. Dat soort onderzoek kost nu eenmaal erg veel tijd." Collega-archeologen die beweren dat hij overbodig is geworden nu Nistri de touwtjes in Pompeï in handen neemt, weten niet waar ze het over hebben. "Ik ben hier de archeoloog. Nistri niet. Onze taken zijn duidelijk." Osanna lijkt een tikje opgelucht dat de generaal zich op het Grote Pompeï Project stort. "Er komt zo'n enorme hoeveelheid geld op ons af, het project is zó groot, daar de leiding over hebben, is voor mij en mijn ambtenaren gewoon niet te doen."

De hoofdarcheoloog belooft beterschap. Over een maand, beweert hij, zullen vijftien van de vijftig projectonderdelen in uitvoering zijn. "We werken dag en nacht. Het gaat ons - met een beetje geluk - echt wel lukken om al het EU-geld op tijd te besteden." Osanna beseft een zware baan te hebben nu Rome, Brussel, Unesco en de hele archeologische wereld hem goed in de gaten houden. "Ik zit hier nog maar een paar weken", zegt hij. "Maar soms lijkt het al een jaar."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden