De nieuwe hype: bereken de kosten

Wat allochtonen kosten is niet te berekenen. Wat ze opbrengen ook niet.

De discussie over ’de kosten van de migratie’ naar aanleiding van een verzoek tot onderzoek hiernaar van de PVV, lijdt aan twee ongerijmdheden. Ten eerste is het opvallend dat in een tijd waarin het economisch wereldbeeld wankelt, er door zowel voor- als tegenstanders überhaupt veel waarde wordt gehecht aan een ultieme economische waarheid over ’de integratie.’

Ten tweede wordt deze kosten-baten analyse selectief toegepast. Dat blijkt als we dezelfde vraag zouden stellen voor de controlegroep van ’autochtone’ Nederlanders.

Om met dat laatste te beginnen, pensioenuitvoerder APG verloor vorig jaar 60 miljard euro. Hier werken 4000 voornamelijk blanke, hoogopgeleide mannen. Pakt u eens een rekenmachine en huiver. Toen Braziliaanse president Lula na een vergelijkbare rekensom stelde dat de crisis veroorzaakt wordt door voornoemde groep, werd hem door econoom Willem Buiter discriminatie aangewreven.

De vraag hoeveel een groep de samenleving precies ’kost’, lijkt relevant maar is uiteindelijk onmogelijk te beantwoorden. Ingewikkelde modellen (van diezelfde pensioenuitvoerders onder andere) sloegen afgelopen jaar inzake prijsontwikkelingen van aandelen en huizen de plank volledig mis. De kosten van de Noord-Zuidlijn werd met meer dan 100 procent en 1 miljard onderschat en over de precieze kosten van de ING-deal moet Wouter Bos zich verantwoorden in Europa.

Er is dan ook geen economisch eindoordeel over migratie te geven. Er kunnen tientallen onderzoeken naar gedaan worden, met evenzovele verschillende uitkomsten. De zinledigheid van zo een onderzoek is het best te illustreren door zulk ’onderzoek’ te doordenken.

Zijn directe kosten als uitkeringen en salaris met wat goede wil (laten we daar van uit gaan) nog te bepalen, lastiger wordt het met indirecte kosten. Kijken we naar onderwijs: allochtonen vallen vaker uit, maar studeren minder en wonen alsdan langer thuis, dus ontvangen geen geen uitwonende studiebeurs. Pensioenen? Allochtonen gaan eerder dood en betalen daardoor te veel. Jeugdzorg? Allochtonen zitten vaker in de gevangenis, maar zelden bij de jeugdpsychiater. Cultuur? Veel allochtone jongeren bezoeken de ongesubsidieerde bioscoop, maar weinig het gesubsidieerde Prinsengrachtfestival. Sport? Relatief weinig allochtonen zitten op de tribunes bij de door geldverslindende ME-busjes bewaakte voetbalwedstrijden, maar op het veld houden veel migranten en allochtonen deze niet onaanzienkelijke branche vaak gaande.

Ook interessant is de definitiekwestie waarmee elk wetenschappelijk onderzoek begint, oftewel ’hoe operationaliseer ik een allochtoon’. Dan maakt het bijvoorbeeld nogal uit welke tijdspanne je kiest. Tien jaar? Dan gaat het voornamelijk om politieke vluchtelingen en gezinsherenigers. Dertig jaar? Dan tellen we de gastarbeiders mee. Als je maar ver genoeg terug gaat, moet je ook de exploitatie met de kolonie van ’ons Indië’ meerekenen, waar we de aanleg van onze spoorwegen nog altijd aan te danken hebben. Of telt dat weer niet mee?

Ook de keuze voor de doelgroep telt zwaar. Turken en Marokkanen wil waarschijnlijk iedereen meerekenen. Maar de Antillen horen al langer bij het koninkrijk der Nederlanden dan Limburg (en dus Venlo). Uiteraard rekenen we blanke West-Europese allochtonen weer niet mee. En Indische Nederlanders worden door het CBS geen allochtonen genoemd. Dat wordt verklaard vanuit hun relatief sterke sociaal-economische positie. Maar als de definitie van een allochtoon is dat die geld kost, dan zal het onderzoek tot de conclusie komen dat een allochtoon geld kost. Overigens: hoe zit het eigenlijk met de Argentijnen, vermoedelijk de groep met het slechtste saldo bij een kosten-baten analyse, gezien onze afdracht aan het koningshuis.

Ondanks discussie onder economen zelf over beperkingen van de economische wetenschap, blijft de economie een grote aantrekkingskracht uitoefenen op politici. Kennelijk worden economische argumenten gezien als de ultieme manier om beleidskeuzes te onderbouwen.

Door politieke keuzes van het ideologische niveau naar het economische niveau te tillen, krijgen besluiten iets onweerlegbaars. Anders dan de sociale wetenschappen, heeft economie nu eenmaal het imago van een ’objectieve’ wetenschap, waarin het niet gaat om zachte begrippen maar om harde feiten, die kwantificeerbaar en daarmee onweerlegbaar zijn. Door de kosten en opbrengsten van migranten eens grondig door te rekenen, zou je een krachtig argument in handen krijgen om migratie aan banden te leggen of juist te stimuleren. Die kosten en baten vallen evenwel niet door te rekenen waarmee de hele discussie een wassen neus wordt.

Economen, zo wil het cliché kennen de prijs van alles, maar de waarde van niets. Maar juist die prijs slaat hier nergens op. En de selectieve toepassing ervan maakt het onderzoek naar de kosten van allochtonen helemaal waardeloos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden