De nieuwe gibbon is gevonden

Steeds verkeren we in de veronderstelling dat we de aarde onderhand wel kennen. Dat er weinig tot niks meer te ontdekken valt. Nou ja, wat nieuwe soorten kevertjes en springstaarten en af en toe een slak of een kikker, dat nog wel. Maar nu is er een nieuwe mensaap ontdekt! Een gibbon. Voor de goede orde: de mensapen bestaan uit twee groepen, de grote of echte mensapen, waartoe de orang-oetan, gorilla, chimpansee, bonobo en wijzelf behoren, en de kleine mensapen die uit achttien soorten gibbons bestaan. Dat waren er tot vorige week zeventien, maar er is er nu een bijgekomen. De eenvoudigste overeenkomst die al deze mensapen kenmerkt en onderscheidt van de andere apen, is de afwezigheid van een staart.


Het gibbon-geslacht Hoolock (waarvoor de Nederlandse naam hoelok bestaat) kende lange tijd twee soorten: de oostelijke en de westelijke hoelok. Gibbons hebben allemaal een hekel aan zwemmen en om die reden vormen grote rivieren soms een grens tussen twee soorten. Op de ene oever leeft dan een andere soort dan op de andere. In een gebied dat ligt ingeklemd tussen de twee rivieren Nmai Hka en Salween (voor geografische fijnslijpers: in China heet deze laatste rivier Nujiang, in Thailand Mar Nam Salawin en in Birma Thanlwin) begon men te vermoeden dat daar wel eens een aparte gibbonsoort zou kunnen leven. Die hypothese werd vervolgens getoetst door middel van de daartoe geijkte methoden: veldobservaties aan dieren in het wild, studie aan exemplaren in dierentuinen en een hoelok die als huisdier werd gehouden (in China mag dat zomaar), en uiteraard allerlei onderzoek aan (vaak oude) museumcollecties. Hoelokskeletten werden gemeten, verse faecaliën uiteengeplozen, DNA geanalyseerd, museumhuiden bekeken en kiezen bestudeerd. Toen bleek dat de hoelokpopulatie tussen de genoemde rivieren inderdaad een aparte soort betreft. Die kreeg de wetenschappelijke naam Hoolock tianxing. Tianxing is Chinees voor luchtreiziger, skywalker, en is gekozen vanwege de typische manier waarop gibbons zich voortbewegen: aan hun armen slingerend door hoge boomkruinen, alsof ze inderdaad door het luchtruim wandelen. In het Engels meteen is de naam Skywalker gibbon gemunt, maar met het personage Luke Skywalker uit de Star Wars-serie heeft het allemaal niets te maken.


Het type-exemplaar van de nieuwe soort is overigens niet een vers gevangen aap, maar de oude museumhuid van een dier dat op 5 april 1917 werd verzameld tijdens een expeditie van het American Museum of Natural History. Hoeloks kenmerken zich uiterlijk door hun leuke witte wenkbrauwen. Vooral bij de verder vrijwel zwarte mannetjes vallen die op; de vrouwtjes zijn lichter gekleurd en hebben bovendien een witte rand rond ogen en mond. Een kenmerkend onderscheid is dat de mannetjes van de twee reeds bestaande soorten een witte pluk schaamhaar bezitten; bij de skywalker gibbon is die genitale haartoef bruinzwart, net als de rest van de vacht. Dus let op: ziet u een hoelokmannetje met witte wenkbrauwen en zwart schaamhaar dan is dat de nieuwe soort! Om hem in het wild te zien moet u wel even naar het grensgebied tussen Myanmar en China.


Jelle Reumer is paleontoloog

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden