De nieuwe gangmaker van Hornhuizen

Regio's waar de bevolkingsaantallen teruglopen, trekken creatievelingen aan. Ze blazen de dorpen nieuw leven in. Erik Wong bouwde het oude dorpscafé van het Groningse Hornhuizen om tot een creatieve broedplaats.

Wie verhuist, moet zich aanpassen aan zijn nieuwe omgeving. Dus, dacht grafisch vormgever Erik Wong (48), als je van de Randstad naar het Noorden verhuist en je heet Erik Wong, dan plak je een paar letters achter je naam zodat je Wongema heet.

Het is de naam die nu ruim een jaar aan de voorgevel van zijn café prijkt. Café Wongema. Een hippe dorpskroeg annex creatieve broedplaats in het Groningse Hornhuizen. De bezoeker die binnenstapt, waant zich in een stads koffiecafé. Lange tafels voor bezoekers met laptops, onafgewerkte houten planken op de grond, een stapel oude edities van Avenue als tafeltje voor bloempotten en groene krijtbordverf aan de muur waarop in wit het menu staat geschreven.

Je waant je in de stad, tot je naar buiten kijkt. Daar liggen toch echt de vlakke akkers van Hornhuizen, een dorpje van krap 200 inwoners in het topje van Groningen. Een kerk, een hoofdstraat, een kruising en een paar paden die doorlopen tot aan de dijk bij de Waddenzee. Meer is het niet. Als je bijna van de kaart van Nederland valt, ben je er.

Uitgestrekte gebieden als hier in Groningen vormen een magneet voor ondernemers als Wong. Alleen al in gemeente De Marne, waar Hornhuizen onder valt, zijn er 180 bedrijfjes aan huis van overwegend creatievelingen (zie kader). Ze zoeken rust, ruimte, natuur, inspiratie en een betaalbare droomwoning. Hier op het platteland kunnen architecten, tekstschrijvers en websitebouwers achter elk van die wensen een vinkje zetten.

Hun grote voordeel is dat ze door internet niet meer afhankelijk zijn van een vaste werkplek. Opdrachtgevers zitten verspreid over het land, maar ze kunnen de hoofdmoot van het werk vanuit huis doen waardoor ze zich overal kunnen vestigen. Zo doet Wong vanachter zijn computer ontwerpklussen voor een hotel in Amsterdam en een winkel in Maastricht. Alleen voor zijn colleges aan de Rietveld Academie in de hoofdstad moet hij de auto in en de polder door.

Juist de krimp van de bevolking trekt creatieve geesten als Wong aan. Het desolate, weidse landschap was al wel langer in trek bij kunstenaars - op menig straathoek verwijst een bordje naar een atelier - maar nu historische gebouwen als scholen, kerken en dorpskroegen leeg komen te staan, zien juist zij hun kans schoon om een frisse wind door die oude panden te laten waaien en verrassende nieuwe woon-, werk- en dorpsfuncties voor ze te verzinnen.

Deze groep nieuwkomers ontkracht het klassieke beeld dat krimpdorpen in spookdorpen veranderen zodra voorzieningen als school en supermarkt verdwijnen. Dat beeld berust op een misverstand, concludeerde promovenda Rixt Bijker deze week. Krimp betekent niet dat dorpen leegstromen. Het betekent dat er meer mensen vertrekken dan erbij komen. Die nieuwe mensen kunnen juist een impuls geven aan de leefbaarheid van het dorp.

Weinig ondernemers verpersoonlijken die frisse wind zo sterk als Wong. Als een tornado heeft hij de boel in een paar jaar tijd in beweging weten te brengen in Hornhuizen. De lampen branden weer in het café, groepen studenten bivakkeren er een weekje voor projecten, koren uit de buurt repeteren er, bewoners leggen er een kaartje en schuiven op vrijdagavonden aan voor het eten en komen langs om films te kijken.

Dat had Wong vijf jaar geleden ook niet gedacht toen hij zat van de stad een vrijstaand huisje kocht tegen- over het café. "Eigenlijk wilde ik lekker op een stretcher achter de heg gaan liggen en rondjes lopen met de hond, maar ik was vergeten dat ik anders in elkaar zit. Je raakt in een dorp heel snel geëngageerd. Liep ik rond met de hond, dan vroegen mensen me of ik niet eens een foldertje kon maken voor een toneelstuk op de dijk. Dat deed ik dan. Ik houd van verbindingen maken."

Niet gek dus dat Wong in touw kwam toen de eigenaar van het dorspcafé het gebouw wilde slopen - de laatste voorziening die zijn deuren had moeten sluiten. "Dat leek me zo'n vreselijk vooruitzicht. Dan zou alle openbaarheid definitief uit het dorp zijn verdwenen. Ik dacht: laat ik het passeren of ga ik er iets mee doen?" Hij bouwde een website, voerde campagne - 'sloop of hoop' - en huurde het gebouw een half jaar om studenten van de Rietveld Academie met hun scriptie te helpen.

Zo ontstond het idee om van de negentiende-eeuwse boerensociëteit weer een herberg te maken voor mensen van binnen en buiten het dorp. "Die studenten in het dorp hadden een enorme impact", vertelt Wong. "Er was weer reuring. Dat gaf mensen hoop. Misschien gebeurt er toch nog wat met het gebouw."

De kunst was en is om ook de oorspronkelijke dorpsbewoners achter de ideeën te krijgen, zegt Wong. Die zijn van nature wat achterdochtig. Eerst maar eens zien of het die westerling lukt de boel draaiende te houden en of hij hem niet na een paar jaar terugsmeert naar het Westen.

"Dat is in het algemeen wel de gedachte bij nieuwe initiatieven", erkent Hielke van der Maar (39), opgegroeid in Hornhuizen. "Maar Erik heeft een gunfactor. Hij heeft bij de dorpsbewoners sympathie gewonnen door de sloop van het café te voorkomen." Nu Wongema een jaar open is en nog niet failliet, groeit het idee dat het een blijvertje kan zijn.

"Het kan alleen maar slagen als het hele dorp erachter gaat staan", zegt Wong. Bewoners probeert hij binnen te halen met gerichte activiteiten, zoals het 'Henk heeft zin in een feestje-feest'. Een knipoog naar loodgieter Henk, voor iedereen in het dorp een bekende. Of het Aardappelfeest. Met een clubje oude en nieuwe bewoners poot hij speciale aardappelsoorten om die tijdens dit festival aan het dorp te laten proeven. "Natuurlijk zegt een boer dan: 'Wong, wat weet jij nou van aardappels!' Maar zo ontstaat wel weer een leuk gesprek."

Ook probeert Wong zijn mededorpsgenoten ervan te doordringen dat hij geen geld uit hun portemonnee wil kloppen. Financieel moet hij het niet van hen hebben, maar van de groepsaccommodatie boven het café. Daarmee kan hij de activiteien voor het dorp weer organiseren. "Het is een Robin Hood-achtige economie. Ik ben geen harde ondernemer."

Het is al die handige bagage van creatievelingen als Wong die in dorpen als Hornhuizen voor een nieuwe opleving zorgt. "Met hun ondernemende mentaliteit, actieve bijdrage aan het dorpsleven, ervaringen en contacten ver buiten de eigen regio kunnen zij nieuw elan aan de krimpregio geven", voorspelt de Kamer van Koophandel in een recent rapport. Dat maakt het gebied aantrekkelijker voor bewoners en toeristen.

Zoals de creatieve klasse vernieuwingen in achtergebleven stadsdelen kan aanjagen, zo kan die groep dat ook in krimpgebieden, schetst het rapport. "Creatieve dorpen en vrijplaatsen op het platteland als evenknie van de 'hippe' stadswijken."

Mooie vergezichten die in Hornhuizen al merkbaar zijn, maar ook een risico met zich meedragen. Want het gevaar is dat deze ondernemers de torenhoge hoop en verwachtingen niet kunnen inlossen. Daar is Wong zich van doordrongen. "Ik ben een symbool tegen de krimp geworden, een positief voorbeeld. Door de provincie word ik doodgeknuffeld. Terwijl nog maar moet blijken of het allemaal werkt. Of ik het volhoud. Die druk is eigenlijk niet te doen."

Nee, creatievelingen vormen niet het panacee voor de krimp en de leefbaarheid in dorpen, zegt Jan Dirk Gardenier, auteur van 'Rijk met kleine dorpen', een sociologisch onderzoek uit 2010 naar de effecten van de krimp op het Groningse platteland. Zijn visie: mensen moeten er vooral zelf voor zorgen dat dorpen leefbaar blijven. Niet alleen nieuwkomers, ook de oude garde. Dat ziet hij ook gebeuren. Gemeenten trekken zich terug door de bezuinigingen, maar bewoners gaan zelf aan de slag om speelparken, bloemplukvelden en dorpshuizen te realiseren.

"De waarde van creatievelingen is dat ze voor dynamiek zorgen. Er zijn dingen te beleven en te doen. Dat maakt het plezierig om er te wonen. Maar zij vormen niet per se de belangrijkste motor. Ook de mensen die hier al langer wonen, moeten voor reuring zorgen. Die twee moeten elkaar vinden."

Dat lijkt in Hornhuizen in elk geval te lukken. Van der Maar steekt regelmatig de straat over voor een film, lezing of knutselmiddag met zijn kinderen. Negatieve geluiden hoort hij nergens. Zo lijkt dit dorp flexibel zoals een taartrecept: de ingrediënten kun je veranderen, maar aan het eind heb je nog steeds een taart. Misschien met een andere kleur of andere smaak, maar hij blijft smaken.

Cottage industries
Voor zzp'ers die vanaf het platteland op landelijke schaal werken is inmiddels een term bedacht: cottage industries, in mooi Nederlands. Bedrijfjes aan huis. Een begrip voor deze ondernemers lijkt niet overbodig. Alleen al in de de Friese gemeente Dongeradeel en het Groningse De Marne zijn zo'n 350 huisbedrijfjes actief, becijferde de Kamer van Koophandel vorig jaar. Het gaat vooral om eenmansbedrijfjes op het gebied van media en entertainment, kunst en creatieve zakelijke dienstverlening. Verder is er een aanzienlijke groep ondernemers met een webwinkel die via internet hun producten afzet. Deze creatieve ondernemers verstoppen zich niet achter de voordeur - het klassieke beeld van stadse, wat einzelgängerige 'import' - maar bemoeien zich actief met het reilen en zeilen binnen het dorp. Zo'n zestig procent van hen zit in een lokaal bestuur, bijvoorbeeld dat van de kerk, school of sportvereniging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden