De nieuwe armen van Zuid-Afrika

Arme blanken die bedelen bij het stoplicht? Tegenwoordig is dat in Zuid-Afrika een bekend beeld. Tien procent van de 4,5 miljoen blanke Zuid-Afrikaners leeft in armoede. Van die armen moet 5 procent het zelfs stellen met zo’n 130 euro.

De waakhonden blaffen fel, met een trommelvliesscheurend volume. Maar de tweeling van 20 die samen met de honden in de stinkende, uitgewoonde dubbeldekkerbus woont, heeft geen last van de herrie.

Carika en Susan zijn doof geboren. „Vroeger hebben we met het hele gezin in deze bus gewoond”, vertelt moeder Erna van Vuuren. Samen met echtgenoot Jan leefde het gezin jaren op straat.

Sinds zeven jaar runt het echtpaar nu op een afgelegen oude boerderij in West-Pretoria met minimale middelen een opvangcentrum voor verarmde blanken. „Omdat wij weten hoe het voelt om niks te hebben.” De blonde tweelingzussen wonen ’op zichzelf’ in de oude bus, die ook op het erf staat. Met de waakhonden – dat vindt moeder wel zo veilig.

Op de boerderij, met de lieflijke naam Sonneblom, wonen buiten het gezin Van Vuuren nog achttien mensen. In de winter loopt dat aantal op tot dertig, vertelt Erna. Ze worden opgevangen in voormalige schuurtjes, omgebouwde kippenhokken, afgeschreven caravans en in een oude rondavel, de traditionele ronde Xhosa-hut. Het zijn arme blanken, die via het welzijnswerk of de politie worden verwezen naar Sonneblom. Een aantal van de bewoners is uitbehandelde psychiatrische patiënt, opgenomen geweest in Weskoppies. „Daar mogen ze maximaal een half jaar blijven, daarna zet de instelling ze op straat”, legt Erna uit. „Als ze geen plek hebben waar ze terecht kunnen, belt Weskoppies soms ons op.”

De meeste bewoners komen dankzij een pensioen of (invaliditeits)uitkering op een inkomen van rond de 950 rand per maand, iets meer dan tachtig euro. Voor de huur en elektriciteit betalen ze 500 rand, omgerekend ruim veertig euro. Daarvoor ontvangen ze ook nog een warme maaltijd per dag, „met een stukkie vlees”, benadrukt Erna. „Het is hier niet luxe, maar ze zijn in elk geval van de straat en ze kunnen warm slapen en warm eten. En de mensen komen weer tot rust, omdat ze zich hier geen zorgen hoeven te maken waar ze deze nacht zullen slapen.”

Sonneblom is één van de 46 plaatsen in Pretoria waar verarmde blanke Afrikaners worden opgevangen. De maatschappelijke organisatie Helpende Hand, de maatschappelijke poot van de vakbond Solidariteit, probeert contacten te leggen met de eigenaren van deze shelters. Waar mogelijk krijgen zij ondersteuning met voedsel, kleding en opleidingsmogelijkheden.

Landelijk, schat Helpende Hand, zijn er zo’n duizend shelters voor blanke Afrikaners. En lang niet alle sheltereigenaren opereren uit naastenliefde, zegt secretaris Dawie Theron. „Als je rijk wilt worden en je hebt geen geweten, moet je een shelter beginnen”, verzucht hij. Theron vertelt dat veel van de sheltereigenaren hun bewoners er overdag op uit sturen om te gaan bedelen. „Ze zetten ze ’s ochtends neer bij een kruising en als ze ’s avonds worden opgehaald moeten ze minstens 120 rand (zo'n tien euro, red.) kunnen inleveren voor huur en een warme maaltijd. Werkelijk, sommige blanken boeren nu niet meer met beesten, maar met mensen.”

Helpende Hand signaleert de laatste jaren een geweldige toeloop naar de shelters. Dit is volgens de organisatie voornamelijk toe te schrijven aan het proces van Affirmative Action, een initiatief van de overheid om zwarte Zuid-Afrikanen met voorrang in dienst te nemen. Van oudsher werkten er vooral veel Afrikaanstalige blanken in overheidsdienst, legt Theron uit. Werken voor de staat, leger of politie werd gezien als een goede mogelijkheid om hogerop te komen en je was verzekerd van een goed pensioen. Maar met de introductie van Affirmative Action kregen veel Afrikaners de wacht aangezegd. Engelstalige blanken hebben zich altijd meer op de private sector gericht, en die zijn bij dit proces verhoudingsgewijs meer buiten schot gebleven, aldus Theron.

„Wat we veel zien, is dat Afrikaners verkeerd zijn omgegaan met hun ontslagvergoeding. Ze beginnen zonder goede voorbereiding een eigen bedrijf en dat loopt fout. Men verkoopt vervolgens eerst wat andere bezittingen, zoals meubels en auto’s, om de financiële gaten te dichten. Vervolgens ontstaan er huurachterstanden en schulden. Als mensen dan op straat worden gezet, hebben ze letterlijk helemaal niks meer.”

Het armoedeprobleem in deze categorie is ook verdiept, volgens Theron. De behoeftes van de armen zijn veranderd. „Voorheen hadden arme mensen vooral behoefte aan kleding en voedsel. Nu hebben de meeste arme blanken nog wel kleren, omdat het tot voor kort nog redelijk goed ging. Een dak boven het hoofd, een plek om te wonen, dat is nu de voornaamste zorg. Dit is echt een nieuw geslacht armen.”

Veel shelterbewoners zijn moedeloos, lamgeslagen, hebben alle hoop verloren en raken aan de drank. Theron: „Als er kinderen bij betrokken zijn, richten we ons in de eerste plaats op hen. Desnoods plaatsen we ze uit huis, voor hun veiligheid. Maar de volwassenen moeten de shelter leren accepteren als hun eindstation. Ze komen er niet meer weg. Maar we doen wel ons best om hun bestaan op te waarderen. We proberen contact te leggen met goedwillende sheltereigenaren en proberen dan bijvoorbeeld om er breimachines te krijgen, of houtbewerkingsmachines. Mensen kunnen dan weer iets oppakken en proberen om vooruit te komen.”

Eén van de plekken waar volgens Theron een dergelijke ’kiem van een oplossing’ is te zien, is de shelter Betlehem in West-Pretoria. Het ziet eruit als een volkstuincomplex, zij het dat de 27 bewoners zelf wonen in de volkstuinschuurtjes. Op vijf hectare grond kweken ze gezamenlijk groenten als aardappelen, uien en spinazie, die aan winkels en particulieren in de buurt worden verkocht. „Je mag hier alleen blijven wonen als je werkt in de tuin”, zegt de 51-jarige bewoonster Chrissy Nel. „We zijn nu tenminste bezig. En je gevoel van eigenwaarde komt weer terug.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden