De nieuwe Anton Corbijn

Anton Corbijn heeft eindelijk weer een tentoonstelling in Nederland. De fotograaf wilde terug naar zijn wortels van dertig jaar geleden. Dat is deels gelukt, maar zijn nieuwe carrière schemert door in zijn huidige werk. Zijn schroom lijkt de domineeszoon in elk geval voorgoed te hebben afgelegd.

T ientallen fotocamera's flitsen en tv-camera's zoomen in zo dra fotograaf Anton Corbijn (55) achter de tafel schuift om een persconferentie te geven over zijn nieuwe project. De fotograaf van portretten van beroemdheden als Miles Davis, David Bowie, Bono en Clint Eastwood is inmiddels zelf een beroemdheid. Na negen jaar heeft Corbijn weer een tentoonstelling in Nederland met de titel 'Inwards/ Onwards' in Foam, Amsterdam.

Corbijn gebruikt duidelijk liever zijn ogen dan zijn mond. Dat hij regelmatig in privéjets de wereld overvliegt, in de duurste hotels en op de mooiste landgoederen verblijft en met Bono van U2 zijn vakantie doorbrengt, is moeilijk voor te stellen. Corbijn is met zijn sobere en bedachtzame uitstraling het tegenovergestelde van de glamour en extravagantie waar hij door zijn werk dagelijks mee te maken heeft. Hij blijft uiteindelijk de eenvoudige domineeszoon uit Strijen die soms zwaar op de hand is.

Zijn laatste fototentoonstelling is alweer lang geleden. Tegenwoordig heeft hij het druk met het maken van speelfilms, zoals 'Control' (2007) en 'The American' (2010). Na dertig jaar lang de rock-'n-roll een gezicht te hebben gegeven, zocht hij naar andere uitdagingen. Hij wilde terug naar het begin, naar het fotograferen van mensen die hij bewondert. "Zo is het tenslotte allemaal begonnen."

Het protestantse Strijen benauwde Corbijn, omdat er volgens hem nooit iets gebeurde. Wel in Groningen waar hij popconcerten bezocht en mensen zag die hun gevoelens op een creative manier uitten. De camera maskeerde zijn verlegenheid en verschafte hem toegang tot die wereld. Na een korte periode in Nederland voor muziekblad Oor te hebben gewerkt, brak hij uiteindelijk internationaal door in London met een beruchte foto van de groep Joy Division. Zwart-wit, grofkorrelig en zwaarmoedig is die foto. De zanger Ian Curtis, de enige van de groep die in de camera kijkt, zou later zelfmoord plegen. Het vertegenwoordigde helemaal de sfeer van begin jaren tachtig, de tijd van 'New Wave' en 'No Future', en Corbijn wist dat perfect in beeld te brengen met contrastrijke, rauwe fotografie.

Daarna ging het snel en inmiddels kun je beter afvragen wie van alle grote sterren uit de muziek en filmwereld hij niet voor de camera heeft gehad. Lachen doen ze bijna nooit op zijn foto's en het is vaak zwart-wit, of anders in harde kleuren en met een grove korrel. Sterk van vorm, indringend. En vooral sober en melancholiek.

Wat Anton Corbijn fascineerde, was vooral hoe muzikanten omgingen met hun creativiteit, de worsteling bij bedenken van nieuwe muziek. Die worsteling kwam Corbijn ook tegen toen hij de schilder Marlene Dumas ontmoette tijdens hun gezamenlijke project 'Strippinggirls' (2000). Het deed zijn passie voor de schilderkunst weer opvlammen.

Zo besloot hij kunstenaars als Anselm Kiefer, Gerhard Richter, Lucian Freud en Damien Hirst te benaderen om ze in hun atelier te fotograferen. Kunstenaars van zijn generatie die hij bewondert en inspirerend vindt. Dat kostte tijd. Soms wel drie jaar, want in tegenstelling tot popartiesten en acteurs zijn beeldende kunstenaars niet gewend om zelf in de belangstelling te staan.

Ouderwets bijna, met een analoge Hasselblad, ging Corbijn op pad. Met een filmrolletje zodat hij een paar dagen later als hij weer thuis was pas kon zien wat het was geworden. Maar Corbijn is niet geïnteresseerd in de perfectie die gemakkelijk met digitale fotografie te bereiken is. 'Ik heb een hekel aan techniek. Een digitale camera heeft zoveel informatie, ik raak ervan in de war. Ik werk het liefst zo simpel mogelijk uit de hand."

En nu zijn Imi Knoebel, Luc Tuymans, Hilla en Bernd Becher samen te zien met Lance Armstrong en Nelson Mandela. Stoer in haar overall kijkt Marlene Dumas ons aan met een dampende sigaret in haar mond. Ze kijkt ons aan en tegelijkertijd beoordeelt ze haar eigen werk in uiterste concentratie. Lucian Freud heeft zijn kwasten nog in de hand en Gerhard Richter zien we eigenlijk niet, maar wel zijn werk op de achtergrond.

Het achterliggende idee van het proces of de worsteling van het maken is niet zichtbaar. Wat overblijft zijn een paar krachtige intense portretten van kunstenaars die bijna nooit zelf te zien zijn. Corbijn probeerde zo min mogelijk te regisseren en wilde teruggaan naar een methode uit het begin van zijn carrière. Hij was destijds te verlegen en durfde nooit goed sturing te geven aan de de mensen voor zijn camera. Op een improviserende manier maakte hij gebruik van de situatie die zich voordeed.

Deze methode heeft hij weer gebruikt, maar dat is niet altijd gelukt. Soms is de regisseur Corbijn te veel aanwezig en dan zijn de portretten flauw en gekunsteld, zoals bij Damien Hirst die zwarte gaten als ogen en neus heeft, zoals bij een schedel, of bij Peter Blake die geforceerd achter een verpleegstersschort is gezet. Maar Johnny Cash achter het stuur in zijn auto of Karel Appel die uitgeblust met schort vol verfvlekken in zijn stoel zit, laten zien dat zijn oude methode nog goed werkt.

Er is één uitzondering waar ook regie aan te pas is gekomen en wat een heel sterk beeld heeft opgeleverd: een chique dame met zwarte krullen, glinsterende juwelen en vetgestifte lippen kijkt ons vorsend aan. Het is onmiskenbaar Mick Jagger met pruik en jurk aan. Een grap maar ook een Jagger die we zo niet kennen, ingetogen en kwetsbaar. Geen glamour en pose, maar sober en gewoon. Zoals Corbijn ook zelf is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden