De nestor van ska en reggae, Clement Dodd, stierf onlangs. Maar er zijn uitmuntende Studio One-compilaties op de markt.

lement 'Coxsone' Dodd, Coprichter van opnamestudioannex reggaelabel Studio One, overleed dinsdag vier mei op 72-jarige leeftijd in zijn studio in Kingston, Jamaica aan een hartaanval. Slechts enkele dagen ervoor had de burgemeester Brentford Road, waar de studio op nummer 13 gevestigd is, bij wijze van eerbetoon omgedoopt tot Studio One Boulevard. In Clement Dodd verliest Jamaica een legende wiens naam synoniem staat aan het ontstaan en de ontwikkeling van de Jamaicaanse populaire muziek.

Er zijn vele manieren waarop je kunt proberen de grootse status van Clement Dodd te duiden. Bijvoorbeeld door te zeggen dat hij in de jaren zestig in Studio One een muzikale blauwdruk neerlegde waar de gehele Jamaicaanse muziekindustrie tot de dag van vandaag de vruchten van plukt. Of door een lijstje van zangers en bands op te sommen die hij ontdekte tijdens audities die hij iedere zondag in zijn achtertuin hield: Bob Marley, Burning Spear, Horace Andy, Dennis Brown, The Heptones, The Maytals. Of je zou kunnen wijzen op het feit dat hij de grondlegger is van het ska-ritme.

Maar al die pogingen doen hem hopeloos tekort. Engelsman Stuart Baker heeft Dodd de laatste jaren regelmatig opgezocht in zijn studio's in Kingston en Brooklyn, New York. Baker is eigenaar van platenlabel Soul Jazz, dat dankzij een licentiedeal met Dodd een reeks uitmuntende compilaties op de markt heeft gebracht van ska, rocksteady en reggae uit de hoogtijdagen van Studio One, de jaren zestig.

Een week voor zijn dood was Baker nog op Jamaica om met Dodd enkele master-opnames voor een volgende verzamel-cd te beluisteren. ,,Toen ik met meneer Dodd in de buurt van zijn studio liep, kwam er om de vijf meter iemand op hem aflopen die niet kon geloven dat hij oog in oog stond met de grote man van Studio One. De bewondering die in de ogen van die mensen lag was ongelooflijk.”

,,Wat zijn muziek zo magisch maakt? Ik zou de akoestiek van de studio kunnen noemen, of de beperkte techniek van de apparatuur die het studiopersoneel tot innovativiteit dwong, maar dat lijkt niet voldoende. De muziek van Studio One was niet zozeer muziek alswel een culturele uiting van een herboren volk, van een nieuwe natie die pas zijn onafhankelijkheid had gekregen en naarstig op zoek was naar zijn eigen identiteit. Wat Motown als cultureel instituut is voor de zwarten van Amerika, is Studio One voor de zwarte Jamaicaanse bevolking.”

Op Jamaica zijn het de soundsystems die artiesten kunnen maken of kraken. Een soundsystem is een soort mobiele discotheek, met een enorme batterij aan speakers en versterkers, die de allernieuwste singles draait -lang voordat ze in de winkel liggen. Soundsystems ontstonden in de jaren vijftig en werden al snel razend populair. Enerzijds omdat de arme bevolking zo op plaatjes kon dansen die ze zelf niet kon kopen en anderzijds omdat een soundsystem voor een clubeigenaar veel goedkoper was dan een voltallige band inhuren.

Clement Dodd begon in 1954 met zijn Sir Coxsone The Downbeat-soundsystem de bevolking te vermaken met jazz-, boogie woogie-en rhythm & blues-plaatjes die hij kocht tijdens talloze trips naar de Verenigde Staten. De twee andere grote soundsystems van die tijd waren Duke Reid The Trojan en The Voice Of The People van Prince Buster, een spijkerharde bokser die begon als manusje-van-alles bij Dodd. Met name tussen Dodd en Duke Reid ontvlamde een heftige concurrentiestrijd, met als vaste inzet wie de nieuwste, meest frisse en opwindende dansmuziek had.

In zijn boek 'Bass culture:

when reggae was king' geeft auteur Lloyd Bradley een kleurrijk beeld van de rivaliteit tussen de twee soundsystems. Als Dodd terug kwam uit Amerika met een verse stapel vinyl singles, kraste hij onmiddellijk de naam van de artiest, de titel van het liedje en het platenlabel waarop het was verschenen van de single, zodat Duke Reid ze niet zelf kon kopen. Niet zelden greep deze ex-politieman, nota bene bevriend met Dodds ouders, terug op omkoping, intimidatie en zelfs geweld om het muzikale goud te bemachtigen. Zo pleegde zijn knokploeg regelmatig een invasie op een van Dodds dansfeesten om de apparatuur aan diggelen te slaan. Prince Buster heeft nog een barst in zijn schedel van een steen die hij van een van Reids zware jongens op zijn hoofd kreeg toen hij Dodds apparatuur wilde beschermen.

Met de komst van Jerry 'Lee' Lewis, Buddy Holly en Elvis droogde de rhythm & bluesstroom op en zagen de soundsystem-eigenaars zich genoopt zelf studiosessies met plaatselijke muzikanten en zangers te sponsoren. Die moesten in zo kort mogelijke tijd (dat was immers goedkoper) met een eenvoudige en rechtlijnige imitatie van de op dat moment nog populaire Amerikaanse r & b-hits op de proppen komen. Clement Dodd besloot de zaken anders aan te pakken.

In plaats van het Amerikaanse geluid na te apen wilde hij een typisch Jamaicaanse draai aan de muziek geven. Op een zondag in 1959 nodigde hij zijn vaste gitarist en bassist, Ernest Ranglin en Cluett Johnson, thuis uit om een voorstel te doen: de basis bleef weliswaar Amerikaanse r & b, maar hij wilde dat zijn muzikanten voortaan de nadruk legden op de zogenaamde 'downbeat', wat wilde zeggen dat in plaats van op de eerste en derde maat de ritmes voortaan moesten leunen op de tweede en vierde maat. De allervroegste ska werd niet voor niets 'upside down r & b' genoemd.

Daar, in de huiskamer van Dodd, kreeg de Jamaicaanse muziek zijn hartslag. De volgende dag namen Ranglin en Johnson met een aantal sessiemuzikanten en zanger Theophilus Beckford 'Easy Snappin' op, het allereerste ska-nummer ooit. Het sloeg in als een bom bij het publiek: voor het eerst sinds ze op de slavenschepen naar Jamaica werden gebracht had de zwarte bevolking het gevoel werkelijk iets unieks bij te dragen aan het karakter van hun eiland.

Zijn enorme liefde voor muziek koppelde Clement Dodd aan een scherp zakelijk instinct, waardoor hij de concurrentie altijd een stap voor bleef. Dodd richtte in 1963 als eerste zwarte Jamaicaan zijn eigen studio op. Hij noemde het pand aan Brentford Road 13 Jamaican Recording & Publishing Studio, maar werd in de volksmond al snel -en om begrijpelijke redenen -Studio One genoemd. Wat hij ook als eerste deed was niet langer muzikanten inhuren, maar ze in loondienst nemen, zodat ze vijf dagen per week, zeven uur per dag in zijn studio nieuwe muziek opnamen.

Die huisband bestond uit de meest begaafde muzikanten die Jamaica ooit heeft voortgebracht en bij het grote publiek vooral bekend zijn als The Skatalites: toetsenist Jackie Mittoo, saxofonisten Tommy McCook, Lester Sterling en Roland Alphonso, trompettist Johnny Moore, gitarist Ernest Ranglin en het ritmetandem Lloyd Brevett (bas) en Lloyd Knibbs (drums). Met hun enorme vakmanschap verwezenlijkten ze de droom van Dodd door jazz te maken met een typisch Jamaicaanse feel. Hun platen kenmerkten zich door uitmuntende arrangementen en onweerstaanbare ritmes.

Pas diep in de jaren zeventig was de faam van Dodd tanende. Het was mooi geweest, vond hij. Stuart Baker: ,,Studio One bleef nog steeds hits scoren, maar als je al honderd hits hebt gescoord, doet de honderd-en-eerste je niet zo veel meer. Bovendien was de soundsystemwereld een gevaarlijke geworden, geweld en bendeoorlogen kregen het steeds meer in zijn greep.”

Behalve met de heruitgave van zijn muziek hield Clement Dodd zich de laatste jaren van zijn leven vooral bezig met rechtzaken die hij tegen diverse dancehallproducers had aangespannen. Dancehall is de muziek van het Jamaica van nu: de digitale, agressievere variant van reggae. De meeste dancehallproducers grijpen nog altijd terug naar de muziek van Studio One, dat Dodd nooit goed auteursrechtelijk heeft beschermd -de enige zakelijke misrekening waarop je hem kunt betrappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden