DE NEDERLANDSE VIDEOCLIP

'Gaat dit zo drie minuten door?' Een vreemd wezen suist op zijn fiets voorbij. Grappig, maar niet langer dan vijf seconden. Daarna gaat de vinger onherroepelijk op de zap-knop. De zanger en de clipmaker van Gruppo Sportivo, de maker van Countdown, de platenmanager en de producent van MTV-Europe over het lot van de Nederlandse videoclip.

Over de herkomst van deze clip kan geen twijfel bestaan. De humor en het moralistische vingertje ('Food is my obsession. It is killing me') verraden onmiskenbaar de Nederlandse origine. 'Only feeling fine when it's Christmas time' heet het nummer. Het is afkomstig van Gruppo Sportivo.

De Nederlandse band die in de jaren zeventig furore maakte, is bezig met een comeback. Een nieuwe cd en een kersverse kerstclip moeten daartoe bijdragen. Het is alweer het tiende filmpje van Gruppo, maar ook nu weer had de groep er nauwelijks geld voor.

"Het is het verschil tussen een Italiaanse modeshow met topmodellen en een Nederlandse show met oude oma's" , typeert zanger Hans Vandenburg het clipniveau in Nederland. "Platenmaatschappijen willen de kwaliteit van een clip van een ton. Maar daar hebben ze slechts vijfduizend gulden voor over."

De nieuwe van Gruppo is geen uitzondering op die regel. De video voor de kerstsingle mocht een slordige vierduizend gulden kosten; een schijntje in vergelijking met de budgetten die buitenlandse artiesten tot hun beschikking hebben. Vandenburg noemt twintigduizend gulden het minumum voor een acceptabele clip. Volgens hem is dat bedrag alleen al nodig voor de locatie, set-dressing en het inhuren van modellen.

Met enige jaloezie kan de zanger dan ook naar clips van buitenlandse collega's kijken. "'Losing my religion' van REM was bijvoorbeeld een hele mooie. Maar de engel die ze in die clip gebruiken heeft wel vleugels van echte veren. Alleen daaraan zou ons budget al opgaan."

Veel compromissen waren nodig om toch te kunnen werken met het bescheiden bedrag dat Gruppo Sportivo ter beschikking stond. "Als we meer geld hadden gehad, had de clip er heel anders uitgezien: meer effecten, een deel in zwart/wit en betere locaties. Dan kun je ook een persbijeenkomst organiseren om de clip behoorlijk te lanceren. Nu is het een kwestie van lollig doen, filmen en monteren."

Ook wat de keuze van de regisseur betreft zou Vandenburg het wel weten. "We zouden graag eens met iemand van naam werken. Met een ruimer budget bel je Dick Maas of Alex van Warmerdam. Dan heb je meteen een verhaal: regisseur van 'De Noorderlingen' maakt Gruppoclip. Maar omdat dat niet kan, zullen de meeste Nederlandse bands nooit op de internationale markt komen."

Topartiesten zoals de Beatles, Stones en Pink Floyd maakten in de jaren zestig al filmpjes. Ze konden nu eenmaal niet op tien plekken tegelijk zijn om hun singles te promoten. Die 'clips' hadden veelal de vorm van een live-registratie. Zonder poespas brachten de artiesten hun single ten gehore.

Deze aanpak is losgelaten in de clip van 'Bohemian Rhapsody' (1975) waarin de Britse groep Queen geen moment staat te musiceren. Dat filmpje was voor het eerst een zelfstandig medium. Een volgend hoofdstuk in de clipgeschiedenis werd vijf jaar later ingeleid met 'Vienna' van Ultravox. Bij dat nummer hoorde een mysterieuze minispeelfilm.

Elf jaar na de start van MTV in de Verenigde Staten en vijf jaar na de komst van het tv-station in Europa, is de clip niet meer weg te denken uit de muziekbusiness. De budgetten zijn steeds astronomischer geworden, de vormgeving steeds extravaganter. Volgens regisseur Han Hoezen, die onder meer de nieuwe Gruppo- en Hallo Venray-clip maakte, is er zelfs een aparte cliptaal ontstaan.

"Het accent is meer komen te liggen op associatie en minder op het vertellen van een verhaaltje. Er wordt steeds meer versprongen in plaats en tijd. Tien jaar geleden had het publiek zoiets nog niet begrepen. Nu wel."

Tegelijkertijd ziet Hoezen negatieve kanten aan die associatieve manier van filmen. De montagetruc is momenteel een trend; een clip moet snel-sneller-snelst. "De kijker heeft afgeleerd om bewust te kijken. Techniek is niet langer middel, maar doel. Je wordt overvoerd met trucs en dat slaat dood."

Toch verwacht Hoezen een kentering in deze trend. "Ik heb het gevoel dat de clip als kunstvorm nog niet volwassen is. Het is net als de seksuele revolutie in de jaren zestig. Toen moest iedereen opeens met iedereen naar bed. Later heeft zich dat weer genormaliseerd. Wellicht gaat het met de videoclip ook zo. Nu wil de maker nog elk trucje uitproberen. Maar die teneur zal wel weer overgaan."

Tot het zover is hebben Nederlandse bands de bijna onmogelijke taak met de ingenieuze, maar peperdure clips van hun buitenlandse collega's te concurreren. Als het al lukt om een filmpje van de grond te krijgen, is er nog geen enkele garantie dat die ook op tv komt. Zelfs niet op het Nederlandse scherm.

Hans Vandenburg: "Er worden veel meer Nederlandse clips gemaakt dan je te zien krijgt. Maar waarschijnlijk hebben programmamakers het idee dat het amateurfilmpjes met rotmuziek zijn. Ze vinden dat Nederlandse clips de tijd opslokken waarin ze honderdduizend keer beter Michael Jackson kunnen draaien."

Het aandeel Nederlandse clips op de vaderlandse buis - inclusief RTL-4 - bedraagt inderdaad maar vier procent. Omdat de filmpjes auteursrechtelijk beschermd zijn, betalen omroepen iedere keer zo'n vierhonderd gulden aan de NVPI, de branche-organisatie van de Nederlandse platenmaatschappijen. Buitenlandse zenders zoals MTV rekenen af met een moederorganisatie in Londen. Hoeveel de uitzending van Nederlandse clips oplevert, wordt niet naar buiten gebracht. Maar veel zal het niet zijn.

Chauvinisme speelt volgens Rob de Boer, producent van onder meer het popprogramma Countdown, wel degelijk een rol bij de selectie. "Als ik een Nederlands en een buitenlands produkt van dezelfde kwaliteit en met een vergelijkbare positie op de hitlijsten heb, kies ik tachtig van de honderd keer voor de Nederlandse bijdrage."

Maar Nederland is zo klein dat bands vrijwel altijd beschikbaar zijn voor live-optredens. De Boer geeft daar verreweg de voorkeur aan. Want: "Leuker dan welke clip dan ook, is de bandleden live op de buhne te zien zweten."

Zijn woorden worden bijna overstemd door de Achterhoekse rockband Normaal die net begint met het nummer 'H Kerstfeest' in Countdown. Een kwartier eerder drongen de woeste klanken van De Dijk al door het dunne wandje tussen studio en kantoor heen. Rob de Boer, met stemverheffing: "Clips zijn voor de Nederlandse markt zonde van het geld."

Het wordt anders als een artiest het buitenland wil veroveren. Dan is een clip een absolute vereiste. Zonder de stelling 'geen clip, geen hit' tot absolute waarheid te verheffen, is duidelijk dat een band zonder clip moeizaam tot de buitenlandse markt zal doordringen.

Rob de Boer moet toegeven dat een sterk filmpje in belangrijke mate aan succes kan bijdragen. Zo was het nummer 'Paradise by the dashboardlight' van Meatlove al lang uitgebracht toen het dankzij de clip een groot succes werd. "De visuele vertaling van de plaat was zo geweldig, dat de mensen toen pas de dubbele bodem begrepen. En niemand wist van tevoren dat er op de buhne een tientonner met een zakdoekje in zijn hand ruzie stond te maken met een scharminkeltje."

Een zelfde lot onderging de single 'Take on me' van de Noorse groep AHa in 1985. Hun doorsnee clip sloeg nauwelijks aan. Met een mengeling van bewegende striptekeningen en live-action werd een nieuwe poging gedaan. Het nummer werd een wereldhit en het opvallende filmpje kreeg hoge onderscheidingen op clipfestivals.

Tegen dergelijke stunts moeten Nederlandse bands dus opboksen met hun magere budgetten. De Boer is daar duidelijk over: dat lukt nauwelijks. De dure clip 'When the lady smiles' die de filmer Dick Maas in 1984 voor de Golden Earring maakte noemt hij niet voor niets van onNederlandse klasse.

Voor geldelijke steun konden Nederlandse groepen tot voor een jaar terecht bij Conamus, een Hilversumse stichting die de Nederlandse lichte muziek promoot. Sinds 1986 was daar een Clipstimuleringsfonds ondergebracht die insprong als platenmaatschappijen het af lieten weten. Stapels videobanden kwamen voort uit dit initiatief.

Enthousiast haalt Conamus-medewerkster Sylvia van Loveren een cassette te voorschijn met wel een zeer aparte clip van The Fishhospital. "Toen ik 'm de eerste keer zag, kwam ik niet meer bij. Echt heel leuk." Op het scherm verschijnt een vreemd wezentje met een badmuts en een fietsstuur op zijn hoofd. Razendsnel suist het door een stad. Op de achtergrond schiet een eindeloze rij huizen voorbij. Bijna met zijn neus tegen de camera trekt het wezentje onafgebroken gekke bekken. "Gaat dat zo drie minuten door?" , informeren we. Doorspoelen maar.

"Deze van Hessel is echt heel mooi" , weet Van Loveren. We zien de populaire kroegbaas uit Terschelling zingen in het gras. Boven zijn hoofd trekken flinke wolkenpartijen voorbij. De wind blaast zijn haren in de war. Ook daar lijkt de rest van de tijd weinig verandering in te komen. Mag de band iets sneller?

De doorspoel-knop blijft ingedrukt als Angela and the Rude, Marco Borsato, Rene Shuman en Mildred Douglas langskomen. De aankondigingen van de Conamus-medewerkster klinken al iets minder enthousiast. Ze is oprecht blij dat de snel gemonteerde clip bij het nummer 'Paradise' van houseband Quazar en de glossy modeplaatjes bij Lois Lane-hit 'I wanna be' onze aandacht langer vasthouden.

Aan de filmpjes waarmee de Nederlandse artiesten internationaal probeerden door te breken heeft het clipfonds een miljoen gulden bijgedragen. Dat geld kwam van Conamus, middels de Buma. De bedoeling was dat de clips zichzelf terugverdienden, maar dat is in die vijf jaar nauwelijks gelukt. Aan royalties van plaatopbrengsten kwam in het fonds slechts ruim een ton terug.

"We hebben vaak op het verkeerde paard gewed" , denkt Sylvia van Loveren. "Commerciele haalbaarheid is wel een criterium geweest, maar wij konden niet voorspellen of Nada van Nie, Angie en Barbarella het zouden redden in het buitenland. Het werd niets, maar BB Queen deed het wel weer heel aardig." Het fonds werd opgeheven toen bleek dat de platenmaatschappijen geen bijdrage wilden leveren.

Spijt heeft Pieter de Wit, artiestenmanager van Sony, daar geen seconde van gehad. Van hem had het fonds niet eens opgericht hoeven te worden. Hij had geen zin om Conamus inzage te geven in de verkoopcijfers en een deel van de royalties aan de stichting af te staan. Bovendien ziet hij het maken van clips puur als een zaak tussen platenmaatschappijen en artiesten.

Voordat De Wit gaat investeren in een promotiefilmpje van Golden Earring, de Nits, Herman Brood of Ten Sharp, moet hij zeker weten dat een cd ook in het buitenland uitkomt. Anders kunnen zijn artiesten maar beter zelf de Nederlandse podia opzoeken. Kost misschien wat reistijd, maar dat is altijd nog goedkoper dan een promotiefilmpje.

Als er goede kansen zijn in het buitenland draagt Sony tussen de vijftigduizend en honderdduizend gulden bij aan het maken van een clip. "Meer geld verdienen we toch niet terug. De groepen moeten weinig budget dus compenseren met veel creativiteit."

Een bijna onmogelijke eis, want een band met weinig geld is niet per definitie vindingrijker dan een groep met een miljoenenbudget. En als de technische kwaliteit van een clip te wensen overlaat, valt deze al snel in het niet bij de concurrent uit Engeland en Amerika. Kijkers zijn zo gewend geraakt aan perfectie, dat ze bij de eerste krukkige montage al op de zap-knop drukken.

Soms lukt het om met minimale middelen een maximaal effect te bereiken. Brent Hansen, hoofd afdeling produktie en programmering bij MTV Europe in Londen, verwijst naar Terry Hoax, een jonge Duitse band. "Die heeft kort geleden een hele simpele clip gemaakt bij een cover van Depeche Mode, 'The policy of truth'. Je zag de groep in het midden van het scherm, de rest was zwart. Een goedkoop filmpje, maar het publiek waardeerde het meer dan de zoveelste glamour-achtige clip. Als nieuwkomer was de groep nu veel interessanter."

Ook de Nits krijgen een compliment van de MTV-producent. Hij noemt de artistiekerige clips die de groep voor een paar duizendjes maakt hoogst individual. De Golden Earring komt in het rijtje favorieten van Hansen niet voor. De Haagse groep die acht jaar geleden nog opzien baarde met de seksistische, maar professionele clip 'When the lady smiles' pakt het nu bescheidener aan.

Voor de laatste hit 'Naked Truth' hoefden de camera's niet eens te draaien. De beelden zijn gewoon overgenomen uit een Veronica-special. Een goedkope oplossing? Sonymanager Pieter de Wit: "Nee hoor, die concertopname past uitstekend bij de single. En als de plaat een groot succes wordt, kunnen we alsnog besluiten een andere clip te maken."

Dat er zo weinig Nederlandse bands in het buitenland doorbreken, ligt volgens De Wit niet aan de middelmatige video's. "Laten we eerlijk zijn: er worden te weinig liedjes gemaakt die internationaal meekunnen."

De manager heeft al heel wat Nederlandse popartiesten gefrustreerd zien raken. Die kunnen maar beter stoppen, vindt hij, want met afgeknapte muzikanten lukt het al helemaal niet. "Het is waar dat we ons kleine landje tegen hebben" , houdt hij zijn artiesten voor, " maar succes is ook vaak een kwestie van geluk hebben. Roxette staat al tien keer in de Amerikaanse top-vijf dank zij een Zweedse student die een bandje aan een disc-jockey in New York gaf."

Ook uit de mond van de MTV-producent komt peptalk. Volgens Brent Hansen doet Nederland het helemaal niet slecht op popgebied. Groepen zoals 2 Unlimited, The Nits, Candy Dulfer en Urban Dance Squad zijn zelfs vaker bij Music TeleVision te zien dan hun Duitse collega's. Ook over de kwaliteit van de Nederlandse clip is hij te spreken. "De video's van Lois Lane zien er heel goed uit. Prince zag ze op MTV en vroeg ze mee op toernee."

Brent Hansen wil geen namen van slechte Nederlandse clips noemen. Hij ziet elke dag zoveel rotzooi dat hij niet eens meer weet van wie. Toch neemt hij al het materiaal van plaatselijke popidolen geduldig door. "Als we alleen top-twintignummers lieten zien, zouden we hetzelfde doen als de popstations op de radio. Wij zijn non-stop in 31 landen te ontvangen, dus willen we ook een echte Europese zender worden. Met minder Engelse en Amerikaanse clips dus."

Dat biedt perspectieven voor Nederlandse popgroepen met buitenlandse aspiraties. Maar dan moeten ze de concurrentie met Amerika en Engeland wel serieus aangaan. Voorwaarde is dat ze hun platenmaatschappijen ervan overtuigen een forse investering waard te zijn. Anders blijven Nederlandse clips alleen te genieten met de vinger op de doorspoelknop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden