De Nederlandse etappe van de Tour de France

Een rondje om Den Bosch moet het heten, maar probeer het maar eens. 215 kilometer zwoegen door het Brabantse land. De tocht die de profs van de Tour de France op zondag 30 juni zullen ondernemen heet een 'makkie'. En dat zal ook wel als het je dagelijks werk is. De weg is volkomen vlak en van mooi asfalt. Te weinig moeilijkheden om de concurrent uit de wielen te rijden. Een saaie etappe heet zoiets dan bij het verwende wielerpubliek, maar voor de buis voel je je longen en je bovenbenen niet.

LEX OOMKES

Om in te kunnen voelen wat het is met zo'n tweehonderd man om het hardst te fietsen kan de 'Nederlandse' etappe op zondag 23 juni 'voorgereden' worden in een tocht georganiseerd door de twee kranten uit de regio van het parcours, het Brabants Dagblad en het Eindhovens Dagblad. Net als de grote jongens wordt gestart bij de Brabanthallen in Den Bosch, waar men ook weer terugkeert. Maar anders dan de profs heeft de toerfietser de keuze. Tussen de hele etappe, de zuidelijke lus of de noordelijke lus (door de Bommelerwaard en de Langstraat). Voor die laatste is hier gekozen.

Het is altijd leuk om op eenzelfde traject te rijden als de grote voorbeelden maar het moet wel aardig blijven. 75 kilometer op de fiets door het rivierenlandschap is leuk, leuker dan die 140 kilometer door het door varkens en industrie verpeste Brabant en de 215 kilometer van de hele etappe is te veel van het goede voor de fietser-uit-liefhebberij.

De broodfietsers zullen ongetwijfeld niet zien hoe mooi het rivierenlandschap in de Bommelerwaard eigenlijk is. Zij hebben nog zoveel kilometers voor de boeg over Alpentoppen, door ongerepte stukjes Frankrijk en, uiteindelijk, de Champs Elysée. Voor de toerfietser is het echter het ideale landschap: brede uiterwaarden, boomgaarden en, altijd ergens op de achtergrond, de Maas, de Bergsche Maas en de Waal.

Zoals gezegd, de Brabanthallen in Den Bosch zijn start en finish voor de eerste etappe van de Tour en ook voor de hier beschreven tocht. Ongetwijfeld zullen de profs niet de kleine weggetjes door de Bommelerwaard en de Langstraat nemen, maar relatief grotere wegen. Dat is voor de toerfietser minder interessant. Voor hem wordt het verkeer niet stilgelegd en ook in dit gebied kan het op sommige punten erg druk zijn. Hier wordt niet meer dan de globale richting beschreven. Om optimaal te kunnen genieten van het landschap is het zaak zelf de mooiere weggetjes te vinden via een goede, redelijk gedetailleerde kaart.

Het eerste stukje is even doorbijten. De route gaat door het industriegebied van noord-Den Bosch, maar zodra de A 59 gekruist is, begint de rust. Richting Engelen, een buurtschap even boven Den Bosch en dan de bordjes Hedel volgen. Via de sluis over de Dieze en daarna over de spuisluis over een zijarm daarvan. Langs de grote weg de Maas oversteken en meteen na de brug rechts. We zitten meteen in de uiterwaarden: een prachtig, groen gebied met verrassende doorkijkjes op de rivier. Een landschap dat Marsman geïnspireerd moet hebben tot zijn beroemde strofen.

Het eerste dorpje dat we tegenkomen is nog diep doordrenkt met de boodschap Gods. Kerkdriel vernam met afgrijzen dat het commerciële circus van de Tour de France op de Dag des Heeren de rust zou komen verstoren. De broeders van Kerkdriel hadden lak aan mooie marketingpraat, het wielerpeloton is hier niet welkom op zondag.

Van Kerkdriel in de richting van Rossum. De uiterwaarden zijn hier inmiddels misbruikt voor zo'n ander commercieel succes van de jaren negentig: een 18-holes-golfbaan ontvouwt zich aan weerszijden van het fietspad.

Vorig jaar werd in de Tour de France steen en been geklaagd over het in de Franse provincie toenemende gebruik van de rotonde in plaats van de gewone kruising. Op één van die kruisingen, in Le Havre in dit geval, kwam het tot een massale valpartij. Ze zijn gevaarlijk voor een op maximale snelheid liggend peloton. Ook in de Bommelerwaard is het wat dat betreft uitkijken voor de mannen. Voor ons is het comfortabeler: het betekent consequent een scheiding tussen de fietser en de automobilist. Bij zo'n rotonde bij Rossum gaan we richting Zaltbommel, een vriendelijk plaatsje, maar wel op het kruispunt van een aantal verbindingen, zodat het er niet erg rustig is. Voor wie het plaatsje niet even wil verkennen, is het zaak zo snel mogelijk de rust weer op te zoeken, in dit geval richting Ammerzoden volgen.

Bij binnenkomst van dit oeroude plaatsje passeren we kasteel Ammersoyen. Een prachtig geconserveerd kasteel, waarin de oorspronkelijke burchtelementen nog uitstekend te herkennen zijn. Het kasteel, nu in gebruik als secretarie van de gemeente, werd gesticht in de veertiende eeuw door het geslacht Herlaer. De burcht was lange tijd bezit van het geslacht Van Arkel, dat bisschoppen van Utrecht voortbracht en beroemde middeleeuwse veldheren in de oorlogen met Holland. Het kasteel is uitstekend te bezoeken en een mooi punt om de tocht te onderbreken. De beheerder van het kasteel is er niet erg over te spreken dat binnen enkele dagen hier het grootste wielerspektakel van de wereld voorbij zal trekken. “Heel Ammerzoden wordt volgebouwd met tribunes. Het kasteel zal volledig aan het zicht worden onttrokken, niemand die er nog belangstelling voor heeft. Voor mij hoeft het niet”, zegt hij. Maar wat geeft het? Eén dagje staat zijn trots niet in het middelpunt. Niet meer dan een zuchtje in een bestaan van meer dan vijf eeuwen.

Van Ammerzoden volgen we opnieuw de Maas die deze naam hier voor het langste deel gedragen heeft. Voorbij de volgende plaats, het prachtige vestingstadje Heusden, verandert de naam in Bergsche Maas om uiteindelijk in de Biesbosch uit te stromen. Heusden, aan de zuidelijke oever, biedt een schitterend uitzicht. De wallen aan de rivierkant zijn nog intact met daarop twee trotse molens. Ooit moeten vele plaatsen in Holland deze aanblik gegeven hebben.

Bij Heusden verlaten we de rivieren en begeven ons in de Langstraat, een al vroeg geïndustrialiseerde regio, nu nog bekend om de schoenen die hier vandaan komen.

Het kanaal over en rechts richting Waalwijk. Hier kunnen we kiezen de snelle weg richting Den Bosch te nemen, een als het ware langgerekt dorp tot aan de provinciestad langs Waalwijk, Drunen en Vlijmen. Verkieslijker is het zuidelijk van die lijn te blijven in de bossen, omgeven door de landelijke rust.

Het doel blijven uiteindelijk de Brabanthallen in Den Bosch. Hier zullen over een drietal weken de profs een van die mooiste onderdelen van de wielersport ten beste geven. Want een massasprint zal het worden, gezien de relatieve eenvoud van het parcours van de Nederlandse etappe. Mario Cipollini, de mooie jongen van het peloton, zal er winnen. Of het zou moeten zijn dat het traditioneel zo sterk ontwikkelde gevoel voor marketing in het profpeloton de overhand krijgt en een Nederlander de overwinning wordt gegund. Let u in dat geval op Jeroen Blijlevens.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden