De Nederlandse drugsmaffia rukt op naar noorden

Beeld Flickr

Criminele bendes verplaatsen zich van Noord-Brabant naar Oost- en Midden Nederland. Daar maakt men zich nu op voor de strijd tegen de xtc-maffia.

In Brabant en Zeeland weten ze inmiddels hoe het moet: succesvol jacht maken op criminele bendes die boerenerven misbruiken voor hun illegale drugshandel. Die bendes zoeken hun heil daarom steeds vaker in andere delen van Nederland. Zo ziet Toon van Asseldonk, burgemeester van de gemeente Overbetuwe in Gelderland, de criminele activiteiten bij hem juist fors toenemen. “Vorig jaar was er bijvoorbeeld al een flinke toename van het aantal wietplantages in ons buitengebied. We willen niet afwachten, maar letterlijk het erf opgaan om in te grijpen.”

Het platteland is aantrekkelijk voor de georganiseerde criminaliteit. Het gaat om uitgestrekte gebieden met veel leegstand, terwijl het politietoezicht is wegbezuinigd. In de misdaadstatistieken van de politie wordt niet direct onderscheid gemaakt tussen de locaties wáár criminele activiteiten plaatsvinden, in de stad of in het buitengebied. Maar volgens Paul van der Weiden, van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), vallen de signalen niet te ontkennen. “We zien steeds vaker dat bendes hun drugsafval en chemicaliën in plattelandsgebieden buiten Brabant en Zeeland dumpen. Ook worden er veel vaker wietplantages aangetroffen dan een jaar geleden.” Vooral zogenoemd krimpgebied, waar de bevolking wegtrekt en boeren stoppen met hun bedrijf, is gunstig voor criminelen.

Overloop

De overloop van de Brabantse criminaliteit zette twee jaar geleden al in. Toenmalig minister Plasterk schreef in 2015 in een brief aan de Tweede Kamer dat de drugscriminaliteit zich van Brabant ook verplaatste naar Limburg en Gelderland. Brabant telde toen bijvoorbeeld voor het eerst minder drugsdumpingen in de bossen dan het jaar ervoor, al blijft de drugscriminaliteit en het geweld dat ermee gepaard gaat, een hardnekkig probleem. In 2015 werden in heel Nederland zesduizend wietplantages opgerold, naar schatting het topje van de ijsberg. West- en Oost-Brabant samen voeren de lijst aan, inmiddels op de voet gevolgd door Oost-Nederland, Limburg en Rotterdam.

Oost-Nederland wil nu samenwerken met boeren, boswachters, jagers, politie, brandweer en waterschappen om de problemen aan te pakken. Een echte ‘taskforce’ van opsporingsdiensten zoals Brabant en Zeeland al jaren kennen, wordt het nog niet. Maar de basis ervoor wordt wel gelegd: kern van de samenwerking is dat alle betrokken partijen actief informatie delen. Het CCV van Paul van der Weiden coördineert dit.

Overbetuwe, Ede, Bronckhorst en Dronten zijn de eerste gemeenten waar dit gebeurt. Onlangs ondertekenden deze gemeenten met betrokken partijen het Keurmerk Veilig Ondernemen Buitengebied, waarin die samenwerking wordt geregeld. Binnenkort volgen er zeker nog tien gemeenten in Gelderland, Flevoland en Overijssel. Van der Weiden: “Tot voor kort werden meldingen en administraties vaak los van elkaar bekeken. Zo kan het gebeuren dat een boswachter een berg blauwe tonnen met drugsafval vindt en de gemeente dit opruimt, terwijl een boer even verderop zijn schuur heeft verhuurd en merkt dat er ’s nachts activiteit op het erf is en dat de sloten van de schuur zijn vervangen. Als je zulke meldingen op een centraal punt verzamelt, ontdek je patronen en kan de politie gericht ingrijpen.”

Voorkomen

Of gemeenten in het noorden van Nederland ook al interesse hebben getoond, weet Van der Weiden niet. Maar de boeren in Oost- en Midden-Nederland zijn blij met de hechtere samenwerking. “Vooral als je in ­financiële nood zit is het moeilijk om te weigeren als er iemand aan je deur staat”, zegt Henk Mulder, melkveehouder en voorzitter van LTO Noord afdeling Oost-Betuwe. “En dat ­gebeurt geregeld. We horen het allemaal in onze omgeving. Er is veel schaamte onder boeren. Het helpt als je weet waar je terecht kunt en als anderen meekijken. Als mijn ­buurman altijd licht ziet branden in mijn schuur, wil ik dat hij mij dat vertelt.”

In Overbetuwe richten ze hun pijlen vooral op het voorkomen van criminaliteit, door de boeren zelf én de toezichthouders, al blijft opsporing belangrijk. Van Asseldonk: “Als er iemand op je erf komt en je vraagt of hij de schuur kan huren, vertrouw je dat dan of denk je misschien nog een keer na wat iemand daar wil doen? Zo krijgt de aanpak meer structuur en hoeven we niet van incident naar incident te hollen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden