De navelstreng naar olie is doorgeknipt

duurzaam tapijt | Nederland doet zijn best om 'hotspot' van de wereld te worden wat betreft 'circulaire economie'. In deel 3 van een serie de nestor van de duurzame industrie, tapijtfabrikant Interface.

Het idee slaat vele vliegen in één klap. Stel je maakt tapijttegels en wilt daar zo min mogelijk nieuwe grondstoffen voor gebruiken. Dan kom je op het idee om afgedankte visnetten op te kopen. Niet hier in Nederland, maar in een armere regio: de Filippijnen. De netten kunnen worden verwerkt tot garen voor het tapijt. Sociaal en beter voor het milieu. Het scheelt olie, de grondstof van nylon. De vissers verdienen nog aan hun afval. De klant koopt een verantwoorde tapijttegel.

Prachtig, de Nederlandse tapijtfabrikant Interface doet het. "Maar dan kan het zomaar zo zijn dat Adidas, Nike, Speedo ook op het idee komen om visnetten voor hun producten te gebruiken", relativeert Rob Boogaard, directeur van Interface. "Dan wordt het materiaal schaars, stijgt de prijs en moet je weer naar wat anders op zoek." Misschien 'bio-based'-grondstoffen, uit de natuur. Olie uit de tropische Castor-plant bijvoorbeeld. "Maar dat kan alleen, is ons uitgangspunt, zolang de verbouw daarvan niet concurreert met voedselgewassen."

Je kunt als bedrijf dus nog zo leuk bezig zijn, constateert Boogaard in zijn werkkamer in Scherpenzeel, je moet je altijd weer voorbereiden op nieuwe wegen. "Daarom hebben we vier miljoen euro geïnvesteerd in een flexibele installatie waar we de rug van de tapijttegel maken: allerlei soorten grondstoffen kunnen erin. Een kwestie van een knop omdraaien. Uiteindelijk moet je zelfs van 'plastic soup' tapijttegels kunnen maken. Flexibiliteit is heel belangrijk als je duurzaam wilt zijn."

Om het klimaat op zijn eigen kamer prettig te houden, is bijna een hele wand bedekt met mos, een oplossing uit de natuur waar het bedrijf ook steeds naar op zoek is. "Lekker verkoelend en het neemt vocht op", zegt Boogaard. "Ik moet alleen af en toe een denne-appeltje terugstoppen." Interface was er vroeg bij met het toepassen van circulaire principes. Al ruim twintig jaar geleden besloot de toenmalige leiding tot een radicale koerswijziging. "Zij knipten de navelstreng naar de olie door. Alles in de tapijtindustrie is oliegerelateerd: het garen, de rug, de coatings. De sector is in feite een verlengstuk van de petrochemische industrie."

Het was even schrikken voor de werknemers, de klanten en de aandeelhouders. Maar de stug volgehouden groene strategie heeft het bedrijf goed gedaan. Interface heeft een marktaandeel van ruim 30 procent in de wereldmarkt voor tapijttegels in professionele gebouwen. Vorig jaar groeide het bedrijf in Europa met 15 procent. De economische crisis is nauwelijks gevoeld. "We hebben geen project stopgezet. We zijn steeds gegroeid en winstgevend geweest."

Interface heeft idealistische drijfveren, de benadering daarvan is wel zeer zakelijk. Tijdens de rondleiding door de fabriek vliegen de percentages langs de klossen met garen. "We hebben onze CO2-uitstoot met meer dan 90 procent verlaagd, 50 procent van de grondstoffen bestaat uit gerecycled of biobased materiaal, het energieverbruik is met 50 procent afgenomen", somt Geanne van Arkel, hoofd duurzaamheid van het bedrijf, in rap tempo op. Ze wijst op een drooginstallatie, doorgaans een enorme energieslurper. "We wilden het verbruik verminderen. De leverancier kwam met een plan dat 20 procent besparing opleverde. Niet genoeg, vonden wij. We zijn verder gaan zoeken naar een andere techniek, waardoor de warmte beter opnieuw benut wordt. Daardoor kan het met 45 procent minder energie."

Voor die besparing, 'een knaller van jewelste' in de woorden van Boogaard, deed het bedrijf een beroep op zogeheten 'niet-bewezen technologie', ofwel een techniek die niet voor die toepassing tot achter de komma geboekstaafd is. Dat soort nog niet gebaande paden moet je nemen, als je echt wilt vernieuwen, is de overtuiging van Boogaard.

Hernieuwbare energie

"Daardoor ontstond er ruimte om volledig op hernieuwbare energie over te gaan. We hadden net een contract met een leverancier uit Spakenburg voor biogas uit visafval. Schone energie kost ons wel 10 procent meer, maar die stap hebben we nu met overtuiging gezet."

Ook met de visnetten nam Interface een risico. "De 'business-case', of we het wel zouden terugverdienen, rammelde aanvankelijk aan alle kanten. Toch wisten we dat het technisch zou moeten kunnen. Het project betrekt er bovendien een lokale bevolkingsgroep bij en is herstellend voor het milieu. Binnen een jaar kon het zichzelf toch bedruipen. Het heeft enorm veel publiciteit teweeggebracht. Daar kan geen marketingbudget tegenop."

Spannend zijn ook de pogingen om de tussenlaag in een tapijttegel, die het garen vastzet, te maken met grondstoffen uit oude autoruiten. "Daar is zeven jaar aan gewerkt, het is lastig materiaal. Het is nu gelukt. Omdat we veel kennis binnen het bedrijf hebben opgebouwd, zijn we steeds beter geworden in het beoordelen van dit soort vernieuwingen. Het kost wel vier ton. Gaat de klant ervoor betalen? Dat weten we vooraf niet zeker."

Het bedrijf wordt voor het nemen van dit soort risico's niet afgestraft, hoewel Interface gewoon op de beurs genoteerd is. De soms gehoorde klacht dat ondernemingen met groene en sociale ambities last hebben van de korte-termijnblik op kwartaalcijfers en zo hoog mogelijke winsten, herkent Boogaard niet. "En we hebben echt niet alleen groene fondsen als aandeelhouder. Ook gewone beleggers die ons kiezen voor het rendement."

Ook groeien en duurzaamheid vindt Boogaard niet tegenstrijdig. "Als wij omzet weghalen bij bedrijven die niet zo duurzaam zijn, nee, dan niet. Winst is bovendien nodig om weer te kunnen investeren. Die groei betekent wel dat we extra hard moeten werken om onze doelen te halen." Dat doel is ook hard, in afrekenbare cijfers geformuleerd. Onder de noemer 'Mission Zero' moet elke negatieve impact van het bedrijf op het milieu in 2020 verleden tijd zijn.

Nog vier jaar te gaan. Is dat haalbaar? "De grootste uitdaging zit nog in de logistiek. Elke vrachtwagen die hier wegrijdt, stoot CO2 uit. We hebben wel eigen software gemaakt waarmee opties voor transport te zien zijn, die de minste milieubelasting hebben op dat moment en qua tijd te veroorloven zijn. Maar het blijft moeilijk, ontwikkelingen in schoon vervoer gaan niet hard genoeg."

Een ander dilemma is het terugnemen van oude tapijttegels. Het liefst stopt het bedrijf die allemaal weer in de eigen fabriek als grondstof, maar vanuit Scherpenzeel wordt heel Europa voorzien. Het loont nog niet om ook vanuit Zuid-Spanje of Rusland gebruikte tegels terug te vervoeren. "We zouden de scheidingstechnologie willen verkleinen, zodat die bij wijze spreke in een vrachtwagen past en de tegels ter plekke te verwerken zijn. We zijn er mee bezig, maar zover is het nog niet."

'Duurzaamheid gaat over veel meer'

Hoewel Interface, vroeger bekend onder de naam Heuga, ongeveer grondlegger in Nederland is van produceren met minder grondstoffen, uitstoot en energie, heeft Boogaard niet zoveel op met de trend dat plots iedereen 'circulair' wil gaan. "Dat vind ik heel gevaarlijk als het bedrijven zijn die de circulaire economie slechts zien als recycling 2.0. Dan maken ze een mooie brochure onder het mom dat duurzaamheid hetzelfde is als circulaire economie. Dat is niet zo. Duurzaamheid gaat over veel meer: hernieuwbare energie, sociaal inclusief ondernemen, uiteindelijk herstellend zijn voor de omgeving. Ik begrijp het wel: duurzaamheid is heel breed en mensen houden het graag behapbaar. Maar ik geloof niet in korte bochtjes naar duurzaamheid. Dan lever je toch nog half werk. Duurzame principes moeten overal in het bedrijf geïntegreerd zijn. Als de leiding hier morgen op zou stappen, dan zouden de werknemers gewoon doorgaan met duurzaam innoveren."

'de lat van de overheid ligt zo laag'

Subsidies, daar heeft Interface nauwelijks gebruik van gemaakt in zijn duurzame zoektocht. Maar de overheid kan wel meer doen om het voor bedrijven makkelijker te maken groen en sociaal te ondernemen. Rob Boogaard: "Het belastingstelsel toont de visie van de overheid op de economie. Die lijkt er op gericht de loonlijst zo klein mogelijk te houden. De belasting op arbeid is hoog, die op grondstoffen en energie laag. Dat staat totaal haaks op het idee dat de overheid nu uitdraagt: het aanjagen van de circulaire economie. Daarin zijn juist mensenhanden nodig, lokale banen die je niet kunt exporteren. Duurzaam inkopen is nog zo'n hindernis. De overheid heeft zichzelf verplicht dat te doen. Maar de lat ligt zo laag. Het komt er bijna op neer dat als je tapijttegel niet giftig is, je al een duurzaam product hebt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden