'De natuur wordt een dierentuin'

Koos van Zomeren is klaar met de natuur. Met een laatste, lijvige bundel natuurbeschouwingen neemt hij na ruim dertig jaar afscheid van het onderwerp waarmee hij als schrijver het bekendst werd. Alleen de hazelworm krijgt nog eens 'een boekje'. Van Zomeren ziet uit naar de leegte.

Met vrouw Iris en borderterriër Stanley bewoont Koos van Zomeren (65) een ruim, modern appartement in Arnhem-Noord, vlakbij de Geitenkamp, de Arnhemse wijk waar hij is opgegroeid. Aan de overkant van de straat begint het bos waar hij elke morgen, vergezeld van Stanley, met een fikse wandeling zijn dag begint. Ruim een jaar lang, van juli 2009 tot eind oktober 2010, verliet hij het pand geen ochtend zonder notitieboekje op zak.

Dat boekje ging overal mee naartoe: de bossen en weilanden, de bergen van Tirol en de ontmoetingen met bevriende natuurkenners. Wat hem in de natuur opviel, inviel, waarover hij sprak, filosofeerde en mijmerde, schreef hij erin op. Dit natuurdagboek vormt het raamwerk van zijn laatste boek 'Naar de natuur'. In de dagboeknotities verweeft hij de totstandkoming van zijn columns voor NRC Handelsblad en het Vara radioprogramma 'Vroege Vogels', en zijn bijdragen voor De Groene Amsterdammer. Een persoonlijk 'journaal' van de natuur dat wel eens zijn laatste boek zou kunnen zijn. "Ik heb geen plannen. Misschien nog eens een dichtbundel, dan eindig ik zoals ik ben begonnen."

In de ruim vijftig titels die Van Zomeren op zijn naam heeft staan - poëzie, romans, dagboeken, beschouwingen, interviews en zelfs thrillers - onderscheidt hij zelf drie grote thema's: Herwijnen - het dorp van zijn grootvader - Nijmegen en de Socialistische Partij, en de natuur.

De armoe van zo'n Betuws dorp als Herwijnen, de herinnering aan zijn hardwerkende ooms en tantes en zijn politieke engagement klinken door in Van Zomerens fictie en non-fictie. Ook in de keuze die hij heeft gemaakt voor dieren en de manier waarop hij dat doet, is die identificatie terug te vinden. "Koeien bijvoorbeeld, heb ik wel eens de proletariërs van deze tijd genoemd. Waarmee ik een rechtstreekse link leg tussen uitbuiting van mensen en de genadeloze, schaamteloze uitbuiting van dieren. Bovendien heb ik binnen de dierenwereld niet alleen aandacht voor de geslaagde jongens, maar heel bewust ook voor de nederige dieren des velds en dieren met een slecht of geen imago, zoals adders. Mijn hoekje op de voorpagina van de NRC, 'Vandaag of morgen', rook door mijn serie columns over koeien bijna een jaar lang naar mest. Een mooi contrast met de rest van de voorpagina van die chique stadskrant. Mijn laatste column ging over mestkevers."

De thema's Herwijnen en Nijmegen en de SP heeft de schrijver inmiddels afgerond. Herwijnen met 'Nog in morgens gemeten - Nieuw Herwijns dagboek' in 2006; Nijmegen en de SP twee jaar geleden met 'Die stad, dat jaar'. "Mijn derde grote thema, de natuur waarover ik ruim dertig jaar heb geschreven, sluit ik nu af, met 'Naar de natuur'. Ik kan werkelijk niets meer bedenken waarover ik nog niet geschreven heb. Behalve dan de hazelworm. Aan dat pootloze hagedisje zal ik waarschijnlijk nog wel eens een boekje wijden."

Menigeen heeft het destijds verrast dat Koos van Zomeren, met zijn revolutionaire SP-verleden, terugviel op de natuur. "Toch is natuur altijd wel aanwezig geweest in mijn leven. Ik speelde er al in als jongetje, maar kénnis van de natuur heb ik niet van huis uit meegekregen. Ik kon nog geen beuk van een eik onderscheiden. Erger nog, wij vonden het eigenlijk aanstellerij om dat wél te kunnen. Alleen gekke mensen hielden zich daarmee bezig. Mijn vader ,die nu 92 is, heb ik wel een beetje meegesleurd in mijn natuurliefhebberij. Bij hem komen daardoor ook herinneringen terug aan zijn jeugd in Herwijnen. In zijn tijd benoemden mensen de natuur niet als zodanig, maar ze waren er wél mee verbonden. Aan een knotwilg vraag je niet of hij van de natuur houdt, maar net als die boom waren de mensen destijds geworteld in het landschap."

In 'Naar de natuur' probeert Van Zomeren hier en daar voorzichtig de balans op te maken van dertig jaar natuurobservatie. Gaat het nu goed of slecht met de natuur? Zijn antwoord is ambivalent. "Veel diersoorten, zoals de das, zeehond en ooievaar, zijn van de ondergang gered. Maar voor de spreeuw en de veldleeuwerik bijvoorbeeld ziet het er veel slechter uit. Het rivierenlandschap inclusief de visstand is erop vooruitgegaan. Maar er zijn ook hele biotopen verloren gegaan. Het boerenland bijvoorbeeld, dat stelt voor de natuur in Nederland eigenlijk helemaal niets meer voor."

Al met al lijkt de natuur in Nederland er toch beter voor te staan dan in de jaren zeventig. Desondanks loopt Van Zomeren met 'een knagend gevoel van verlies' rond. Voor een deel komt dat gevoel voort uit ergernis: "Nergens kun je meer lopen zonder mensen tegen te komen die met iets 'hards' bezig zijn: hardfietsen, hardlopen, hardwandelen. Tel daarbij op de Pieterpadpelgrims, de edelhertenfotografen, de nachtzwaluwexcursiedeelnemers en de zondagmiddaggezinnetjes en je krijgt een bijna hallucinerend beeld van een natuur die platgewalst wordt door haar eigen liefhebbers."

Maar Van Zomeren beseft dat zijn persoonlijke ergernis geen maatstaf is voor de kwaliteit van de natuur. De werkelijke verklaring voor zijn gevoel van verlies vond hij in de titel van een gedicht van Esther Jansma: 'Over het vanzelf dat natuur heet'. "Dat raakt voor mij het wezen van de natuur. De natuur, de dieren zijn van zichzelf, maar kunnen steeds minder gewoon hun gang gaan. Onbedoelde natuur, het autonome, dat wat vanzelf gaat, is in de natuur in Nederland het meest bedreigd. We houden alleen bedoelde natuur over. Ik ben niet eens tegen bedoelde natuur noch tegen de inspanningen om zoveel mogelijk natuur te behouden, maar ik ben er wel tegen om die vervolgens voor te stellen als onbedoelde natuur.

"Dat is ook mijn probleem met nieuwe natuur, zoals de Oostvaardersplassen. Die runderen die daar lopen, beschouw ik als onbezoldigd personeel van Staatsbosbeheer. Dan zeggen ze dat die beesten een eerlijke kans moeten krijgen om van de honger dood te gaan. Belachelijk. Dat is geen zelfstandige maar op basis van een ideologisch concept bedachte natuur. Een eekhoorntje dat op de A50 tussen voorbijrazende auto's zijn leven waagt om naar het bos aan de overkant te komen, vind ik meer natuur dan een kudde heckrunderen in de Oostvaardersplassen.

"Er zijn geen soorten, geen organismen meer, behalve misschien in de diepzeeën, die niet geconfronteerd worden met de gevolgen van ons gedrag. Dat dwingt tot nadenken over ons gedrag. En die toenemende invloed van mensen op de natuur waardoor onbedoelde natuur verdwijnt, verklaart mijn gevoel van verlies. En dat wordt alleen maar erger, vrees ik. Ik geloof dat de natuur niet alleen in Nederland maar wereldwijd gedoemd is een dierentuin te worden. Dat door de groei van de wereldbevolking en de economie de ecologische footprint van de mensheid zo groot wordt dat er alleen ruimte rest voor dieren die leven onder de condities die wij voor ze hebben geschapen en die nut hebben voor mensen, als productiedieren of voor amusement en spektakel."

Moet Van Zomeren met zijn kritische blik niet juist blijven doorschrijven over natuur en natuurbescherming in deze tijd van grote bezuinigingen? "Misschien wel, want ik verbaas me er soms over dat mensen zich toch wat aantrekken van wat ik schrijf. Maar de vraag is of ik wel een rol wil spelen in dat debat. Ik zie mijzelf echt niet zitten bij 'De Wereld Draait Door'. Ik heb juist een wereld gezocht waarin ik mij vrij kon maken van de lasten uit mijn SP-periode. Een wereld zonder controverses en zonder standpunten en een wereld waarin waar ik voor of tegen was, er niet zoveel toe deed. Zo ben ik de natuur in gegaan en stukjes gaan typen. Mijn vogelcolumns bijvoorbeeld, zijn bijna waardevrij en behoren tot het beste wat ik gemaakt heb. Dat gaat niet over natuurbescherming. Wel over de waarde van dieren. Natuurlijk ontkom je niet aan de vraag hoe we, als we vinden dat een dier waarde heeft, dan met dat dier omgaan. Maar ik heb een afkeer van de polarisatie in de natuurbescherming. Daar komt nog bij dat ik het eigenlijk nooit met iemand eens ben. Dat is ook een beetje de doem van wat ik schrijf. Ik hoor nergens bij."

Hond Stanley begint zacht te janken en nog eens, iets nadrukkelijker: het is de hoogste tijd voor zijn late middagwandeling. Baasje Koos laat zijn gast uit, lijnt Stanley aan en steekt over naar het bos, zonder notitieboekje op zak.

Koos van Zomeren
Koos van Zomeren (1946) haalde zijn hbs-b diploma aan het Christelijk Lyceum in Arnhem. "Ik had een talent voor wiskunde. Die aanleg vind je ook terug in mijn stijl van schrijven, die heeft iets exacts. Mijn columns hebben een vanzelfsprekende motoriek en ik kan een heldere lijn neerzetten." Zijn aanvankelijke plan om gymnasium te doen en dan Nederlands te gaan studeren, liet hij varen op zijn negentiende, toen hij bij de Arbeiderspers debuteerde met zijn eerste poëziebundel, 'De wielerkoers van Hank' (1965). Hij besloot schrijver te worden. In 1967 werd Van Zomeren journalist bij Het Vrije Volk, regio Nijmegen. Na nog drie romans in de jaren zestig stopte hij vijf jaar met schrijven, geheel opgeslokt door de linkse politiek. Van Zomeren was een van de oprichters van de Kommunistische Partij Nederland/Marxisties Leninisties, de voorloper van de huidige SP. In 1975 stapte hij met ruzie uit de partij. "Totaal berooid, zowel geestelijk als financieel, vertrokken we uit Nijmegen." Het gezin verhuisde naar Woerden, dichterbij Amsterdam, waar de redactieburelen stonden van Nieuwe Revu. "Vanwege mijn politieke ervaringen kon ik daar een baan als verslaggever krijgen, voor de grote maatschappelijke en politieke reportages." Maar Van Zomeren was getraumatiseerd uit de SP gekomen, moe van ideologie en wereldverbetering, en greep de kans zich in een heel ander onderwerp te verdiepen. Hij ging zijn overtuigingen 'uitzweten' in de natuur. Na zijn eerste natuurverhaal, over huismussen, zette hij in samenwerking met Staatsbosbeheer een serie op over (toen) bedreigde diersoorten als das, ooievaar, zeehond en adder, en wat eraan gedaan zou moeten worden om ze voor Nederland te behouden. "Tegenwoordig heeft elk zichzelf respecterend medium een natuurrubriek, maar 35 jaar geleden was dat nog volstrekt nieuw. Als ik nu al die columns en artikelen over de natuur lees, denk ik: dat heb ik allemaal al eens gedaan. Laten de jongeren het nu maar overnemen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden