De natuur te gelde maken

Nu de overheid bezuinigt op natuur, moet het geld misschien uit de natuur zelf komen. Nationaal Groenfonds is al langer een spil in de subsidiestromen. „We moeten groen zien te koppelen aan functies die direct geld opleveren.”

Het is een kleurloos betonnen gebouw met Rabo Vastgoed als bewoner. Hier verwacht je niet de directeur van het Nationaal Groenfonds aan te treffen. „Walter Kooy?” vraagt de receptioniste. „Die zit in het kasteel, daar aan de overkant.” De twijfel verdwijnt spoorslags. ’Daar aan de overkant’ is toch meer een plek waar je een groenfonds situeert. Na een wandelingetje over een parkeerplaats en door een parkje doemt een fors landhuis op, ingeklemd tussen het dorp Hoevelaken en de A1 richting Apeldoorn.

Een graaf of hertog heeft er in Huize Hoevelaken nooit gewoond. ’Het kasteel’ is nog geen honderd jaar oud. Het is neergezet door een voormalige directeur van de Nederlandsche Handelmaatschappij en bevat elementen uit een afgebroken filiaal van de Amsterdamsche Bank aan de hoofdstedelijke Herengracht. Bankieren is ook precies de functie die Nationaal Groenfonds vervult. „We kassieren en financieren”, vat Kooy zijn werk samen.

Zelf trekt het Groenfonds, misschien wel de onbekendste groene club, geen geld van particulieren aan. „We krijgen geld van overheden op onze rekeningen gestort en betrekken ’groen’ spaargeld bij de marktbanken. Dat wordt vervolgens weer weggezet bij overheden, bedrijven of particulieren die natuur aankopen. Overheden kopen bij voorbeeld boeren uit, omdat hun grond nodig is voor de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Een deel van onze gelden is bestemd voor natuurcompensatie. Natuur wordt aangetast door bijvoorbeeld aanleg van infrastructuur en dan wordt er vervangende natuur elders ontwikkeld. Denk daarbij aan de aanleg van de Tweede Maasvlakte of de vijfde baan bij Schiphol. Een enkele keer is degene die natuur moet compenseren een bedrijf. Bij zandwinning bijvoorbeeld. Dat gaat ook via het Groenfonds.”

Maar niet alleen grote projecten komen op het pad van het Groenfonds. „We zijn nu bezig met natuurkinderspeelplaatsen, ook in de stad. Alles wat maar de groenfunctie van een gebied versterkt, kan in principe via ons lopen. Het zijn vaak zaken waar de marktbanken zich meestal niet aan wagen, omdat de opbrengst te laag is. Wij vullen aan, mits het om de groene functie gaat, waar de marktbanken passen.”

Kooy zit dus op het snijpunt van beleid en financiering, kent alle voetangels en klemmen en kan op die plek een grote rol spelen bij de huidige discussie over financiering van natuur en landschap nu de rijksoverheid daarop fors bezuinigt. Staatssecretaris Bleker moet de rijksbijdrage met honderden miljoenen euro’s korten en de provincies komen daartegen in het geweer, omdat al in gang gezette projecten – de EHS bijvoorbeeld – niet kunnen worden afgemaakt.

Kooy wil wel toegeven dat het lastig opereren is in een omgeving waarbij de visies van het Rijk en de provincies uiteenlopen. Dat is voor het eerst sinds de oprichting van het Groenfonds, waarbij zowel het Rijk als de provincies betrokken zijn geweest. Kooy: „Ik ga echter niet treden in keuzes die worden gemaakt. Er woeden al langer discussies over hoe de natuur moet worden ingericht. Sommigen willen echte natuur terug, zonder ingrijpen van de mens, anderen zien meer in door boeren beheerd cultuurlandschap. De politiek beslist, het Groenfonds voert uit.”

Dat wil niet zeggen dat Kooy niet meedenkt met wat er nu gebeurt. Zeker als het gaat om financiering is hij al op zoek naar alternatieven. „We moeten natuurlijk niet bij de pakken gaan neerzitten. Er is geen enkel motief om te stoppen. Als publiek geld wegvalt, moeten we privaat geld zien te genereren. Wij zijn op zoek naar het verdienvermogen van de natuur. Dan bedoel ik niet de manier zoals natuuradviseur Tom Bade dat doet. Hij berekent de macro-economische waarde van zeg de Veluwe en vindt dat je daarin navenant moet investeren. Ik zoek eerder naar manieren om groen te koppelen aan functies die direct geld opleveren.”

Kooy heeft een hele rits voorbeelden, rijp en groen, paraat. „Wat wij al doen is de CO2-rechten in nieuwe bossen aankopen omdat daarin CO2 wordt opgeslagen. Dat doen we voor bedrijven die zo CO2-rechten krijgen. Die activiteit kun je uitbreiden. Je kunt denken aan nieuwe landgoederen. Sta toe dat rijke particulieren in de natuur landhuizen neerzetten op voorwaarde dat zij een grote lap grond er omheen als natuur onderhouden. Dat gebeurde al in de VOC-tijd met rijke Amsterdamse kooplieden, en dat koesteren we nu. Die formule kan herhaald worden. Er zijn nu al zo’n 170 van dat soort nieuwe landgoederen. Laat huiseigenaren op de grens van huizen en groen betalen voor langdurig vrij uitzicht op natuur. Bij bestaande bouw is dat wel lastig ja, maar bij nieuwbouw kun je je voorstellen dat vrij uitzicht gelijk in de verkoopprijs van huizen wordt verdisconteerd. Maak de Vereniging van huiseigenaren eigenaar van het aangrenzende park waarbij contributie wordt geheven voor het onderhoud. Uiteraard moet dat recht op vrij uitzicht zo verankerd zijn dat het overeind blijft als er toch weer nieuwe bouwplannen komen. Maak er dus een zakelijk, aan de grond gebonden, recht van.”

Alternatieve energiebronnen leveren niet alleen energie, maar kunnen eveneens dienen als drager voor natuur, denkt Kooy. „Windturbines of zonnepanelen in groene gebieden neerzetten mag op voorwaarde dat het groen eromheen als natuur wordt bestemd en onderhouden. Dat is ook goed voor de biodiversiteit. Ik geef je op een briefje dat rondom die windturbines en panelen weer heel bijzondere natuur ontstaat. Kijk eens naar wat er onderaan de windmolens op zee gebeurt aan bijzondere dingen. De forten van de Hollandse waterlinie zijn ook nooit bedoeld om natuur te verrijken. Moet je zien hoe die nu worden gekoesterd vanwege al die bijzondere mosjes en insecten.”

Kooy realiseert zich als geen ander dat zijn voorstellen niet onmiddellijk applaus krijgen van natuur- en milieuorganisaties. „Ik overleg veel met ze en ik begrijp hun dilemma’s, maar ik moet nu even de rol van hofnar spelen. Er moeten stappen worden gezet. Daarom probeer ik met mijn voorstellen hun denken op gang te brengen. Want wat is het alternatief? Mijn stelling is dat als er geen relatie is tussen biodiversiteit en economische dragers, er een verlies optreedt van biodiversiteit. Als je alleen maar blijft rekenen op regelgeving en subsidies verlies je het op den duur. We rekenen al dertig jaar op de overheid. Maar die past nu, dus neem het in eigen hand.”

Kooy’s ideeënstroom stopt daarom maar niet, want hij heeft nog een natuurgolfbaan in de aanbieding. „Uiteraard liggen alle golfbanen in het groen. Maar ik bedoel niet al die gladgeschoren gazonnetjes, maar echt een baan die is ingepast in de natuur. Er is er al een in bedrijf, in het Friese Gaasterland. Die is deel van de ecologische hoofdstructuur.” Ook een natuurbegraafplaats staat op Kooy’s lijstje. „Zijn menselijke lichamen schadelijk voor de natuur? Lijkt me niet. Ik zie ecologisch geen verschil tussen een dood heckrund of een dood mens. En tachtig graven op een hectare à 2500 euro: daar kun je veel natuur van onderhouden.”

Ondanks al deze voorstellen om privaat geld aan te trekken voor natuurontwikkeling en -behoud kan de natuur de overheid niet missen, is Kooy’s overtuiging. Daarbij gaat het niet alleen om de regierol.

„Wat ik met mijn voorstellen bereik is een financiële basis voor middle-of-the-road biodiversiteit. Met heel bijzondere natuur is dat anders. Neem het hoogveenreservaat in Drenthe. Daar is geen kostendrager voor te vinden omdat de opbrengsten te laag zullen zijn. Onderhoud van de Biesbosch is er ook zo een. Willen we dat soort zaken behouden dan hebben we belastinggeld nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden