De natuur kan het dak op

Groene daken zijn goed voor het binnenklimaat en ze houden water vast, maar hun natuurwaarde stelt weinig voor. Het Nederlands Instituut voor Ecologie in Wageningen krijgt een echt natuurdak.

Een regenworm! Dat gaat dus echt de goede kant uit. Je vraagt je af hoe het dier hier, op zes meter hoogte, gekomen is. Wel een bewijs dat zo'n dak écht een klein natuurgebied kan worden."

Aan enthousiasme geen gebrek bij Martijn Bezemer, ecoloog en onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Opgetogen loopt hij over het dak van zijn instituut, rap planten benoemend. "Vlasbek, veldzuring, glad walstro, wilde peen en Karthuizer anjer. De variatie wordt steeds groter. In de drie jaar dat het dak er ligt, zijn er al ruim 110 soorten planten gesignaleerd. Dat terwijl er maar twaalf zijn ingezaaid. De rest is vanzelf gekomen."

Drie jaar geleden nam het NIOO in Wageningen een nieuw onderzoekspand in gebruik. Denkend aan duurzaamheid kreeg het, naast zonnewarmte-opslag en een gescheiden watersysteem, een groen dak. Een deel van het dak is in gebruik voor teeltproeven, een deel 'voor de natuur'. Met planten begroeide daken zorgen voor een beter, gebufferd binnenklimaat en houden bovendien water vast.

Bezemer: "De meeste groene daken staan vol sedum, veelal exotische vetplanten. Goed voor wat ze moeten doen en qua biodiversiteit altijd beter dan strak bitumen, maar ècht natuurlijk zijn de uitheemse planten niet. Ze hebben insecten weinig te bieden."

Wageningen veronderstelde dat er meer natuurwinst te behalen viel. Het dak werd voorzien van een laag aarde en ingezaaid met slechts twaalf plantensoorten, zoals dagkoekoeksbloem, vlasbek, knoopkruid en bleke klaproos. Daarna begon het grote afwachten. Nu. drie jaar later zijn de resultaten boven verwachting. "Inmiddels groeien hier boven rietorchissen. Orchideeën hebben voor hun groei speciale bodemschimmels nodig. Die zijn er blijkbaar. En er staat grote ratelaar, een halfparasiet van gras."

De lijst van sinds 2011 aangetroffen planten is lang en grappig divers. "Gewoon reukgras, slangenkruid, veldereprijs, kleine pimpernel en echte valeriaan", wijst Bezemer aan terwijl hij door het kniehoge gras banjert. De wind ten spijt fladderen een atalanta en een kleine vos rond jacobskruiskruid (twee van de meer dan tien opgemerkte soorten vlinders) terwijl wilde bijen nectar verzamelen op het biggenkruid.

Bodemleven

Met de planten lijkt het 'de goede kant uit te gaan', constateert de ecoloog. Het dak kan een soortenrijk grasland worden. "Maar dan moet er ook een goed bodemleven zijn met bacteriën, schimmels én bodemdieren die voor het verteren van dood organisch materiaal gaan zorgen. En met name de komst van bodemdieren was twijfelachtig. Hoe komen die hier en hoe snel?' Gelegen in een omgeving vol groene onderzoekers, wordt het dak, inclusief de grondlaag daarop, goed bekeken. "De simpelste rondwormen, de bacterie-etende nematoden, zijn al gezien. Dan kun je ook schimmeletende nematoden en de parasieten en predatoren daarvan verwachten. Vermoedelijk nemen vogelpoten heel wat mee."

Wat er verder aan bodemdieren komt en hoe snel, is afwachten. Als Bezemer nietsvermoedend een kleikorrel onder de grondlaag omdraait tracht een kleine regenworm kronkelend weg te duiken. Ook een kever maakt zich uit de voeten. "Het voedselweb bouwt zich mooi op!"

Met worm, kever, bij, vlinder én natuurlijk de tientallen plantensoorten is het dak van het NIOO een klein natuurgebied op zich. Maar dat niet alleen. Groene daken, maar dan 'echte' zoals die van het NIOO, kunnen volgens de ecoloog de biodiversiteit van de stedelijke omgeving een enorme zwiep geven. "Zeker in stenige wijken of bijvoorbeeld op industrieterreinen kan het aantal planten- en dierensoorten met tientallen en waarschijnlijk honderden toenemen.

"Dat brengt de natuur dichter bij de mensen - urban ecology - en geeft hun daarmee een groter leefgenot. Groen dichtbij huis leidt ook vrijwel altijd tot een groter milieubewustzijn, tot meer aandacht voor behoud van de natuur. Een mooi bijeffect."

Wellicht nog belangrijker is dat groene daken, mits er een 'fatsoenlijk aantal' wordt aangelegd, voor niet-zeldzame soorten een forse uitbreiding van het leefgebied kunnen zijn. "En voor de zeldzamere zoals die orchideeën, maar ook breukkruid en diverse soorten kruidkers, een stapsteen tussen natuurgebieden. Het geeft de zeldzamere soorten de kans om stedelijke omgeving over te steken en zo van het ene naar het andere natuurgebied te reizen. De daken vervullen zo een functie in het ontsnipperen van de Nederlandse natuur. Ze zijn onderdeel van het Nationaal Natuur Netwerk."

Rest de vraag hoe de daken te onderhouden. Niets doen is geen optie, zo blijkt al wel na drie jaar. Want wind en vogels hebben ook bomenzaden aangevoerd. Berk, beuk, wilg en den schieten op. Maaien en hooien lijkt Bezemer het beste. "Dan voorkom je dichtgroeien met grassen en kan er wellicht zelfs heide gaan groeien. We weten het gewoon nog niet. Uiteindelijk hopen we bouwers en particulieren te kunnen adviseren over aanleg en onderhoud. Want groene daken, liefst veel en natuurlijke, maken echt een verschil."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden