De natuur is zelf een grote dierentuin geworden

De scheidslijn tussen dierentuinen en wildparken en reservaten wordt steeds dunner. Dierentuinen moeten daar meer op inspelen, betoogt Jozef Keulartz.

De dierentuin heeft zijn langste tijd wel gehad, stelt hoogleraar duurzaamheid Pim Martens (Opinie, 1 april). Er is geen bewijs dat dierentuinen een rol van betekenis vervullen in de bescherming van bedreigde soorten, terwijl het met het welzijn van de dieren vaak beroerd gesteld is. Zijn aanbeveling luidt: "De dierentuinen van nu moeten veel meer de rol van opvangcentrum vervullen voor (beschermde) dieren in nood die later terug in de natuur geplaatst kunnen worden."

Dit advies gaat volledig voorbij aan het feit dat de natuur zelf meer en meer het karakter van een dierentuin heeft aangenomen. Er is wereldwijd sprake van een steeds verder voortschrijdende verkleining en versnippering van de leefgebieden van wilde dieren. Hierdoor ontstaan zogenoemde metapopulaties: verzamelingen van deelpopulaties die over resten habitat verspreid zijn. Omdat deze brokstukken natuur doorgaans vrij klein zijn en omdat hiertussen nauwelijks verbindingen bestaan, worden lokale deelpopulaties voortdurend met uitsterven bedreigd.

Om aan deze bedreiging het hoofd te bieden, zal men steeds vaker een beroep moeten doen op de expertise van dierentuinen wat betreft genetisch en demografisch verantwoord beheer van kleine populaties. Ook uitwisseling tussen dieren uit dierentuinen en dieren uit reservaten en wildparken is steeds meer aan de orde - aan de ene kant worden dieren uit de dierentuin gebruikt ter aanvulling van bedreigde populaties en ter herintroductie van lokaal uitgestorven populaties, aan de andere kant kan de genetische en demografische levensvatbaarheid van dierentuinpopulaties op peil gehouden worden door uitbreiding met dieren uit het wild. Gevolg is dat het traditionele onderscheid tussen het beheer van in-situ populaties (in het wild) en van ex-situ populaties (in gevangenschap) vervaagt: dierentuinen gaan steeds meer lijken op wildparken en reservaten, terwijl die op hun beurt de vorm van dierentuinen aannemen.

Balans
Dierentuinen zullen hun collectiebeleid moeten aanpassen om een moreel verantwoorde balans tussen soortbehoud en dierenwelzijn te bereiken. Ten eerste moeten zij expliciete verbindingen leggen tussen de tentoongestelde dieren en de in-situ projecten die zij ondersteunen, zodat bezoekers iets leren van de omstandigheden waarin de dieren (waar ze naar kijken) in het wild verkeren.

Dierentuinen moeten zich meer richten op lokale dan op exotische soorten. Dat is ook vanuit educatief oogpunt van belang, omdat educatie effectiever is naarmate problemen een grotere relevantie voor de doelgroep bezitten. Als je de panda wilt redden, is China de beste plek voor educatieve initiatieven.

Om iets te doen aan het enorme plaatsgebrek waarmee ze te kampen hebben, moeten dierentuinen overgaan tot meer specialisatie (en dus minder dieren) en tot meer regionale en globale samenwerking (en dus meer uitwisselingsmogelijkheden).

Om aan het probleem van plaatsgebrek het hoofd te bieden, moeten dierentuinen ook het accent verleggen van grote charismatische zoogdieren naar kleinere soorten, zoals amfibieën, ongewervelde dieren en sommige vissoorten. Deze kleinere soorten nemen minder plaats in, maar zijn ook goedkoper om te houden, kennen een hoger geboortecijfer en kunnen eenvoudiger worden uitgezet.

Afspiegeling
De alom aanwezige collectie van leeuwen, tijgers, giraffen, olifanten en neushoorns, is geen afspiegeling van de rijkdom aan diersoorten. De gemiddelde Amerikaanse dierentuincollectie bevat 53 van de 1640 bekende zoogdiersoorten, een verhouding van 1:31. Voor vogels is de verhouding 1:98; voor reptielen 1:104; voor amfibieën 1:2000; en voor ongewervelde dieren slechts 1 op enkele miljoenen. De vrees dat zo'n verschuiving naar kleinere dieren de attractiewaarde van dierentuinen ondergraaft, is ongegrond. Kosten-baten-analyses laten zien dat het tentoonstellen van kleine dieren financieel gunstiger kan uitvallen dan het tentoonstellen van grote dieren.

Er is dus nog veel werk aan de winkel. Dat besef is gelukkig ook tot de wereld van de dierentuin doorgedrongen. Slagen dierentuinen er niet de nodige veranderingen door te voeren, dan hebben ze inderdaad hun langste tijd gehad. Dat zou niet alleen slecht nieuws zijn voor de dierentuin, maar ook voor de natuur.

De toekomst van de dierentuin is een van de onderwerpen op de Dag van de Milieufilosofie op 22 april te Utrecht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden