De natuur is geen museum

Natuur is er voor iedereen, zegt staatssecretaris Faber (natuurbeheer) in haar nota over natuur in de 21ste eeuw. Natuur moet aansluiten bij de mensen en dus goed bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar zijn. Maar kan de natuur die extra druk wel aan? De twee grootste terrein beheerders, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, denken van wel.

Veel mensen hebben het idee dat zij in natuurterreinen en bossen niet welkom zijn, zo bleek enkele jaren terug uit een onderzoek naar de openstelling en toegankelijkheid van natuur. Een groot misverstand, zegt Frans Evers, hoofddirecteur van Natuurmonumenten. Maar liefst 93 procent van de ruim 80 000 hectare die de vereniging beheert, is toegankelijk voor het publiek. Staatsbosbeheer doet daar nauwelijks voor onder: van de 220 000 hectare is 92 procent opengesteld. En we streven naar 95 procent, zegt Niek van Heijst, plaatsvervangend directeur van het 1998 geprivatiseerde voormalige staatsbedrijf.

Veel hoger zal dat percentage niet kunnen worden. Frans Evers: ,,Er zijn altijd kleine oases die bijzonder kwetsbaar zijn, zoals vogelbroedgebiedjes, de enige vindplaats van een orchidee, waar je de mensen niet in kunt laten zonder dat ze grote schade aanrichten. Toch proberen we ook kwetsbare gebieden of gebieden met een te hoge recreatiedruk in beperkte mate open te houden. We werpen dan drempels op, zoals de aanschaf van een dagkaart of het beperken van de toegang tot leden. Ook kun je, buiten de meest kritische periode, excursies voor kleine gezelschappen organiseren.'

Streven zowel Natuurmonumenten als Staatsbosbeheer naar vergroting van de toegankelijkheid, beide organisaties kennen de recreatie in hun terreinen een iets andere plaats toe. Voor Natuurmonumenten staat het beschermen van de natuur voorop; het beschikbaar stellen van die natuur om van te kunnen genieten komt op de tweede plaats. Voor alle vormen van recreatie die niet zijn gericht op dat genieten, op het beleven van de natuur, is in de terreinen van Natuurmonumenten geen plaats.

In de ogen van Staatsbosbeheer daarentegen zijn natuurbehoud en recreatie gelijkwaardig. Niek van Heijst: ,,Recreatie is bij ons al vanaf het begin van de jaren vijftig een belangrijk onderwerp. We zijn toen begonnen met het aanleggen van picknickplaatsen en campings, evenals korte recreatiewegen voor auto's waarlangs mensen hun eerste VW'tje of Opeltje konden neerzetten. Het bermtoerisme is nu voorbij, die wegen zijn opgeheven, maar het illu streert hoe bij Staatsbosbeheer natuur en recreatie reeds lang gelijk opgaan.'

De vrije tijd is toegenomen, mensen verplaatsen zich gemakkelijker, de behoefte aan recreatie groeit nog steeds en de recreatie spreidt zich over alle seizoenen. En nu wil staatssecretaris Faber, naast de aandacht voor ecologie en soortenrijkdom, ook nog dat de natuur een grotere bijdrage aan het menselijk welzijn gaat leveren. Is dat in een tijd waarin de biologische verscheidenheid in Nederland nog steeds achteruitgaat wel mogelijk zonder al te veel schade aan te richten? Wordt de natuur niet onder de voet gelopen?

Niek van Heijst: ,,Als je je voet neerzet, gebeurt er iets. Als je loopt, beweegt, heeft dat effect op dieren. Maar veel schadelijker dan recreatie zijn de milieuomstandigheden: de verzuring, vermesting, verdroging. Per saldo heeft recreatie een positief effect. Want het vergroot het draagvlak voor de bescherming van de natuur. Mensen die een gebied leren kennen, springen eerder in de bres als het in gevaar komt. Natuurbeleving is belangrijk voor het draagvlak. Mensen moeten oog in oog kunnen staan met dieren. Daarom ook heeft Staatsbosbeheer sinds enkele jaren hetzelfde beleid ten aanzien van de jacht als Natuurmonumenten: geen jacht, tenzij er sprake is van schade die niet op een andere wijze kan worden voorkomen. In Gran Paradiso in Italië wordt sinds 1890 niet meer gejaagd: daar loop je tussen de steenbokken door, de mens is geen vijand meer.'

,,We willen ook kinderen vertrouwd maken met de natuur en zo al vroeg de basis voor het draagvlak leggen. We hebben daarom vier speelbossen aangelegd. Kinderen mogen doorgaans niets in de natuur, moeten met de handjes op de rug meelopen. Maar natuur is niet iets museaals. Het speelbos geeft ze de kans in de natuur actief te zijn. Ze mogen er van alles doen, zoals hutten bouwen. De speelbossen liggen bij de natuuractiviteitencentra in Schoorl, Nijverdal, Chaam en Gieten-Borger.'

Om te voorkomen dat de natuur onder de voet wordt gelopen, moet je de toegankelijkheid organiseren, zegt Frans Evers: ,,Je moet gebieden zo ontsluiten dat je natuur en recreatie kunt combineren. Je kunt zo spelen met paden en parkeerterreinen dat de kwetsbare gebieden worden ontzien. Met een uitgekiende zonering, met maatwerk, kun je de recreant in goede banen leiden. Het overgrote deel van de mensen beweegt in een cirkel rond de plaats waar de auto staat. Op de Worthrhederheide op de Veluwezoom mag je overal lopen, maar de mensen blijven toch op het pad. De nieuwe natuur in de uiterwaarden is vrij toegankelijk, maar de mensen volgen toch de paden die de paarden en runderen maken.'

Dat je mensen toch veel kunt bieden zonder dat kwetsbare gedeelten worden betreden, blijkt bij de Oostvaardersplassen in Flevoland. Niek van Heijst: ,,Het natte deel is het meest kwetsbare. Het is ook erg ontoegankelijk: je zakt er weg in de blubber. Je kunt er geen mensen hebben: die verstoren de vogelkolonies. Toch is er veel mogelijk. Aan de noordkant is een gebied van anderhalve kilometer breed waar je vrij kunt wandelen en koniks, edelherten, heckrunderen en vrijwel altijd een vos kunt zien. Daarnaast hebben we met het Praamweggebied een 'etalage' waar je alles kunt zien wat de Oostvaardersplassen bieden. Aan de zuidkant is een fietspad en in de winter mag je op de plassen schaatsen. Ten slotte zijn er plannen de Oostvaardersdijk om te bouwen tot een vogelboulevard.'

Naast zonering is ook schaalvergroting een goed middel om de toenemende druk op te vangen. Hoe kleiner een natuurgebied des te kwetsbaarder het is. Vergroting van natuurterreinen is daarom geboden, evenals het verbeteren van de relatie met het landelijk gebied, zegt Evers: ,,De afgelopen decennia is meer dan 7500 kilometer aan onverharde wegen, zoals kerkepaden en schouwpaden, verloren gegaan. Een deel bestaat nog wel, maar is verhard. Leuk voor fietsers en skeelers, maar niet voor loopkevers en wandelaars.'

,,Daarnaast is de landbouw een woes tijn voor de recreant. Het landbouwgebied is ontoegankelijk, gaat schuil achter bordjes verboden toegang en prikkeldraad. In Engeland zijn de rechten van de oude voetpaden blijven bestaan en in Zweden is alle grond voor iedereen toegankelijk. In Nederland overheerst echter een hekjesmentaliteit, is het zo weinig vanzelfsprekend dat je over paden in weilanden kunt lopen. We hebben nu een pad van ons bezoekerscentrum in 's-Graveland door het weiland naar Ankeveen. Hoewel de grond bezit is van Natuurmonumenten hebben we jaren met de pachter over dat pad moeten onderhandelen en er ook nog een hoge prijs voor moeten betalen. We moeten meer op regionaal niveau gaan samenwerken, niet alleen met andere natuurbeheerders, maar ook met de landbouw en andere grondbezitters, en afspraken maken over natuur, recreatie en toegankelijkheid. Een wandelpad of een fietspad mag niet ophouden bij de rand van een natuurterrein.'

In de terreinen van Natuurmonumenten is wat recreatie betreft wandelen de norm. Kortere routes die makkelijk te belopen zijn, 'laarzenpaden' en ook routes voor de échte wandelaars, zoals het 'Rondje Naardermeer' van zeventien kilometer. Hoewel wandelaars, fietsers en ruiters zoveel mogelijk gescheiden worden, komen er ook vormen van recreatie voor die het plezier van anderen bederven.

Niek van Heijst: ,,We trekken een duidelijke grens tussen stil en lawaai, maar ook stille recreanten kunnen andere mensen hinderen, zoals mountainbikers op wandelpaden. We hadden daar in de duinen van Schoorl veel problemen mee. Je kunt steeds repressiever optreden, maar ook de knop omzetten. We hebben nu een route voor mountainbikers op een plaats waar die activiteit aanvaardbaar is en we hebben veel minder problemen tussen fietsers en wandelaars.'

Frans Evers: ,,Natuurmonumenten heeft onder meer een route voor mountainbikers op de Brunsumerheide. We hebben afspraken met de Toerfietsunie over routes en onderhoud, evenals met de Stichting Recreatie Ruiter.'

Een ander knelpunt is het tekort aan natuur rond de steden waardoor mensen gedwongen worden de auto te pakken en elders hun rust te zoeken. Frans Evers: ,,Natuur bij de stad heeft bij ons sinds twee jaar prioriteit; we hebben daar tien miljoen gulden voor gereserveerd. De stadsbewoner moet weten wat natuur is; het is toch bizar dat je daarvoor eerst in de auto moet.'

Niek van Heijst: ,,Natuur in en rond de stad is ook van belang voor allochtonen. Zij vertonen eenzelfde recreatiegedrag als wij in de jaren vijftig en zestig: gezinsgericht en op één plek met de barbecue of de etensmand. Je moet in de randstad goed letten op welke recreatiebehoeften je aansluit. Misschien moeten we de recreatiewegen weer in ere herstellen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden