De Nationale Ombudsman haalt zijn gelijk wel erg makkelijk

Vorige week, het zal u niet zijn ontgaan, verscheen het vierde rapport van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI), verbonden aan de Raad voor Europa. Nederland, zo luidde de conclusie, moet zich méér inspannen om racisme en discriminatie tegen te gaan.

In geselende bewoordingen schetst de commissie het land waarin u en ik wonen. Zo is het 'klimaat van de publieke opinie en het publieke debat' bar en boos. Uitlatingen die de PVV zich permitteert zijn 'schadelijk voor de cohesie van de samenleving op lange termijn, vormen een voedingsbodem voor rassendiscriminatie en bevorderen racistisch geweld'. Andersbesnaarden nemen op hun beurt te weinig afstand van deze 'xenofobische' praatjesmakers. En de media dienen hoognodig bijgeschoold, opdat zij voortaan berichtgeving vermijden die bijdraagt aan 'het creëren van een vijandig, afwijzend klimaat jegens leden van groepen mensen die de ECRI zorgen baren'.

U ziet, stilistische hoogstandjes hoeven we van de commissie niet te verwachten, maar haar boodschap is duidelijk: er deugt hier weinig. Wat heet. Je vraag je na lezing van het rapport af waarom onze minderheden niet allang massaal op de vlucht zijn geslagen voor het ellendige volkje dat de Lage Landen bewoont.

Intussen bekroop me een klein, maar hardnekkig déjà vu. In februari 2008, bij het uitkomen van het vorige rapport, verbaasde ik me in dit hoekje over de mistigheid waarmee de publicatie was omgeven. Destijds beweerde de commissie haar kennis te halen uit 'een grote hoeveelheid informatie uit zeer uiteenlopende bronnen', en uit 'werkbezoeken' waarbij zij ter plekke had gesproken met vertegenwoordigers van 'maatschappelijke organisaties'. Maar de bibliografie bij het rapport vermeldde hoofdzakelijk eigen publicaties, en in het ongewisse bleef wie precies de 'vertegenwoordigers' waren die hun hart bij de commissie hadden mogen luchten.

Oud-minister Winnie Sorgdrager, destijds namens Nederland lid van de ECRI, was een paar weken later in een interview met het Reformatorisch Dagblad openhartiger. De delegatie (waarvan zij zelf geen deel uitmaakte) was langs geweest bij 'minderheidsorganisaties', bij de Commissie Gelijke Behandeling (nu College voor de Rechten van de Mens), bij het Landelijk Bureau Racismebestrijding (nu Art. 1), bij het kantoor van de Nationale Ombudsman en bij 'journalisten' (welke zei ze er niet bij).

"Het zijn in elk geval organisaties", voegde ze eraan toe, "die zich met dit onderwerp bezighouden." En organisaties, zou ik zeggen, die er baat bij hebben om de situatie zo schril mogelijk af te schilderen - al was het maar om hun eigen bestaan te rechtvaardigen.

Moeten wij dus de schouders ophalen over de inspanningen van de ECRI? Nee, dat hoeft niet. Want natuurlijk kan het geen kwaad als wij nogmaals te horen krijgen dat er nogal een kloof gaapt tussen de diverse bevolkingsgroepen, als wij nogmaals te horen krijgen dat er nogal wat racistische sneuneuzen rondlopen, als wij, kortom, nogmaals te horen krijgen dat het paradijs nog lang niet daar is.

Maar tout Den Haag betichten van racisme en discriminatie - zoals de Nationale Ombudsman dit weekend deed - op grond van zo'n rapport is wat anders. Dat is het gelijk halen dat je er zelf hebt ingelegd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden