Interview

De natiestaat sterft, leve de Eurorepubliek

Beeld Patrick Post

Europa moet een republiek worden, bepleit de Duitse politicologe Ulrike Guérot. Hoe precies weet ze ook niet, maar de natiestaat kan weg. Regio’s moeten juist meer stem krijgen.

Ze heeft helemaal niets tegen de natiestaat, maar Ulrike Guérot is ervan overtuigd dat hij na aan paar eeuwen trouwe dienst - maar ook met vele uitwassen - z’n langste tijd wel gehad heeft. “Het is een natuurlijk proces, het einde is in zicht. Ik denk dat we de manier waarop we op dit continent met elkaar leven moeten gaan reorganiseren.”

Volgens de hoogleraar politicologie is de toekomst aan de regio’s en aan de steden: die nemen een veel belangrijker plaats in dan de traditionele landen, ook voor de bevolking. “Ik ben geboren in Noordrijn-Westfalen, een van de zestien deelstaten in Duitsland, in een stadje tussen Düsseldorf en Keulen. Ik voel me veel meer verwant met die streek, en ook met naburige steden als Venlo, dan met steden als München en Hamburg. Die liggen weliswaar in Duitsland, maar ik heb daar veel minder mee. Mijn Heimat is de regio waar ik geboren ben. Daar, in het Rheinland, ben ik geboren, niet in Duitsland.”

Guérot vindt de natiestaat zo langzamerhand een overbodige tussenlaag tussen regio’s en steden aan de ene kant, en Europa aan de andere kant. In haar boek ‘Red Europa!’ pleit ze voor een Europese Republiek met een opgetuigd parlement dat echte bevoegdheden heeft, en een soort Eerste Kamer waarin de stem van de regio’s sterk doorklinkt. En daarnaast moeten de Europeanen ook een president direct kunnen kiezen.

Als Nederlander mag ik graag naar een voetbalwedstrijd van Oranje tegen die Mannschaft kijken. Wilt u dat afschaffen?

“Natuurlijk niet! Ik wil helemaal niets afschaffen. Maar ik signaleer dat nationale staten aan belang inboeten, dat het wij-gevoel aan het afnemen is. Kijk naar de Brexit: van de Britten stemde 52 procent voor, 48 procent tegen. Wat kun je dan zeggen over de mening van de Britten? Helemaal niets, ze zijn tot op het bot verdeeld. Interessant vind ik wel de stemverhouding: ben je jong, hoogopgeleid, en woon je in een stad, dan ben je geneigd pro-Europa te zijn, laagopgeleide ouderen op het platteland zijn eerder tegen. Dat zie je in andere EU-landen ook, dat gaat dus over de grenzen heen. Als ik dichterbij huis kijk: de partij Alternative für Deut-schland zegt hét Duitse volk te vertegenwoordigen. Hoezo? Het geldt in ieder geval niet voor mij.”

Wat is er mis met de natiestaat?

“Er is niets mee, sterker: hij heeft heel veel nut gehad. De natie heeft ons hier in Europa door een proces van industriële modernisering geholpen, van sociale voorzieningen. Grote ondernemingen hadden er baat bij dat het continent zo was ingericht, de natiestaten droegen bij aan de sociaal- economische ontwikkeling. Ze zijn ook politiek van groot belang geweest, het algemeen kiesrecht is per land ingevoerd. Wij denken dat nationale staten een soort natuurwet zijn, dat het altijd zo geweest is en dus altijd zo zal blijven. Dat is niet zo, Duitsland is nog geen 150 jaar oud. We moeten ons realiseren dat staten niet de vanzelfsprekende dragers van democratie zijn. Overal zie je dat de regio’s en steden in opkomst zijn, mensen zeggen eerder dat ze uit Rome of Berlijn komen dan uit Italië of Duitsland. Dat proces gaat door, daar ben ik van overtuigd. Je kunt de krachten van de geschiedenis niet stoppen.”

Of de duvel ermee speelt: op de middag van het interview met de Duitse professor in een hotel aan de Amsterdamse Herengracht komt het nieuws binnen dat het deelparlement in Catalonië de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen, zeer tegen de zin van de Spaanse regering. Ulrike Guérot: “Ik roep niet om een revolutie, ik hoop dat het vreedzaam verloopt. Wat daar in Catalonië gebeurt komt niet zomaar uit de lucht vallen, het zat er aan te komen. En je ziet dezelfde beweging in andere landen: Lombardije en Veneto in Italië willen meer autonomie, Schotland ziet met afgrijzen de Brexit aan, ook in Oost-Europa winnen regio’s aan kracht.”

U wilt meer Europa, maar minder EU.

“Ja, we moeten een scherp onderscheid maken tussen kritiek op de Europese Unie en haar instellingen, en het Europese project dat we niet overboord mogen gooien. Integendeel. Die kritiek deel ik helemaal: de EU is verre van democratisch, het Europees parlement heeft te weinig bevoegdheden, en de Europese Raad waarin de diverse ministers vergaderen is ondoorzichtig.

“Het probleem is dat de Europese kiezers niet dezelfde rechten hebben. U als Nederlander en ik als Duitse spelen niet op hetzelfde speelveld. U hebt een ander kiesrecht dan ik, en betaalt andere belastingen dan ik. Dat speelveld moet gelijk getrokken worden, en dat kan in de Europese Republiek. We hebben in Europa al één gemeenschappelijke markt, en een eenheidsmunt. Wat er ontbreekt is de democratie, met gelijke rechten voor iedere Europeaan.”

Roeit u niet tegen de stroom in? Overal in Europa winnen het populisme en het nationalisme aan kracht. Thierry Baudet, lid van de Tweede Kamer, wordt met de dag populairder, hij wil juist méér natiestaat, en de gulden weer invoeren.

“Je moet nooit teruggaan in de geschiedenis. De natiestaat waar hij van droomt is voorbij, een illusie, pure nostalgie. Het is wel een natuurlijke reflex. Het zijn onzekere tijden, mensen staan onder stress, en wat doe je dan? Je denkt aan de tijden van weleer, toen het allemaal overzichtelijker was, aan je vroegere comfortzone. Je was zo gelukkig in je eigen land, denk je nu. Maar je gaat het verleden romantiseren, je maakt het veel mooier dan het was.”

Maar populisten raken een gevoelige snaar. Europa staat in een kwade reuk, dat valt toch niet te ontkennen?

“Dat betreur ik ook. Ik ben opgegroeid in een tijd dat het optimisme over Europa heel groot was, de periode van Jacques Delors - niemand weet meer wie dat was - en het Verdrag van Maastricht - zelfs een gemiddelde leraar geschiedenis kan je niet meer uitleggen wat daarin staat. Ik kan me nog een lange autorit herinneren met uw landgenoot Max Kohnstamm, één van de pioniers van de Europese eenwording, dat was zo rond 1990, hij liep al tegen de 80, ik was een jaar of 26, 27. Hij sprak begeesterd over de oprichters Jean Monnet en Robert Schuman, alsof ze bij ons in de auto zaten, prachtig vond ik dat. Het was ook een schitterende tijd, de Europese integratie stond voor de deur, zo voelden we dat.

“Maar dat Europa van Delors en van Kohnstamm bestaat niet meer, dat Europa is dood. De omstandigheden zijn totaal gewijzigd, het optimisme is helemaal weg. Er is geen kennis meer over Europa, de emotie die ik vroeger voelde is verdwenen. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat een Spaanse studente die vrijwel zeker weet dat ze in haar land geen baan kan krijgen, of een Poolse werkloze die bijna niet kan rondkomen van z’n uitkering, dat die heel anders over Europa denken, en veel negatiever ook, dat ze zich ervan afkeren. Maar ook voor hen geldt dat een terugkeer naar de natiestaat geen oplossing biedt. Voor mij staat vast dat alleen een Europese aanpak van de problemen kans van slagen heeft.”

U hebt dit boek uit woede geschreven.

“Ja. Aanleiding was de Europese top in de zomer van 2012, midden in de financiële crisis. Die bijeenkomst mislukte totaal, de Europese Unie had geen adequaat antwoord op die crisis, de staats- en regeringsleiders lieten de opgave vallen om Europa te gaan veranderen. Het was een enorme deceptie. Ik dacht bij mezelf: waar ben ik nou de afgelopen 25 jaar mee bezig geweest, was het dan allemaal voor niets? Europa leek geen doel meer te hebben, de ambitie was weg, dat vond ik het ergste. Terwijl elk politiek systeem een doel nodig heeft. Als je dat verliest, verlies je alles. Mijn doel is die Europese Republiek waarin alle burgers dezelfde rechten hebben, dat er bijvoorbeeld één uniforme werkloosheidswet is met dezelfde uitkering, van Denemarken tot Portugal en van Ierland tot Griekenland. Voor mij zijn niet de nationale staten soeverein, maar de burgers, díe beslissen.”

Is de huidige Europese Unie één grote sof?

“Nee, zeker niet, er is in die zeventig jaar veel bereikt. We zijn heel ver gekomen, met die gemeenschappelijke markt en de eenheidsmunt. En ik mag dan een hoop kritiek hebben op een instelling als het Europees Parlement, maar de meeste parlementariërs zijn vol goede bedoelingen en werken hard. De inrichting van de EU is echter erg gebrekkig, het kan veel doorzichtiger, democratischer, herkenbaarder met een rechtstreeks gekozen president. We moeten het proces vervolmaken.”

Moeten onze koning en koningin wijken voor die president?

“Nee hoor. In zo’n Europese Republiek blijft er in mijn ogen ruimte voldoende voor een Deense vorst of een Nederlandse koning. Maar hoe het er precies gaat uitzien, weet ik ook nog niet. Er moet nog veel uitgewerkt worden: hoe wordt de verhouding tussen de republiek en de regio’s en steden, wie krijgt welke bevoegdheid, hoeveel regio’s komen er, wanneer is een regio levensvatbaar? Dat ligt allemaal nog open.”

Moet er één taal komen in zo’n republiek?

“Nee, nee! Alsjeblieft zeg. In India zijn 29 verschillende en dat gaat prima. Wat zij kunnen, kunnen wij ook. Bovendien kunnen we profiteren van de techniek, er zijn vertaalprogramma’s op internet. Nog een paar jaar en dit gesprek komt automatisch in het Nederlands uit uw iPhone rollen. Aan de andere kant is Esperanto sterk in opkomst, al vind ik dat geen mooie taal om te horen. En laten we niet vergeten dat kinderen heel makkelijk twee of drie talen leren. Nee, ik heb er liever meer dan minder. Het Fries? Ja, hoor, wunderbar!”

U noemt de datum van 9 mei 2045, dan zou die republiek er moeten zijn, honderd jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Gaat dat lukken?

“We hebben nog 28 jaar te gaan, dat is een lange tijd waarin heel veel kan gebeuren. Het vrouwenkiesrecht is ook niet van de ene op de andere dag ingevoerd. Ik ben pas vijf jaar bezig. Aanvankelijk werd ik uitgelachen, genegeerd, voor gek verklaard. Maar nu word ik weer serieus genomen. Ik ben bijna elke dag in een Europese stad om over mijn ideeën te praten. Gisteren zaten er in München vijfhonderd mensen in de zaal, vandaag ben ik hier in Amsterdam, morgen in Wenen. Politieke partijen in Duitsland en in Oostenrijk zijn geïnteresseerd in wat ik voorstel. En wat heel erg belangrijk is: het historisch moment werkt in mijn voordeel. Het zit in de lucht!” 

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

Ulrike Guérot: Red Europa! Beeld Ulrike Guérot

Ulrike Guérot: ‘Red Europa!, Waarom Europa een republiek moet worden’ Atlas Contact 352 blz. € 29,99 e-book € 14,99

Ulrike Beate Guérot (1964) doceerde van 1998 tot 2000 Europese studies in Washington, daarna in Berlijn, en momenteel in Krems (Oostenrijk), en schreef veel over de Europese eenwording en de rol van Duitsland daarin. Guérot is mede-oprichter van de denktank European Democracy Lab. Ze publiceerde in 2013 met Robert Menasse het ‘Manifest voor een Europese Republiek’. Haar boek ‘Red Europa’ is daar een uitwerking van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden