De naïviteit van wereldverbeteraars

Wat een aantal jaren geleden begon als een pril beschavingsoffensief, verkocht onder het label ’normen en waarden’, heeft inmiddels het stadium van concrete voorstellen en maatregelen bereikt. Je kunt geen krant meer inzien of je wordt om je oren geslagen met gedurfde plannen om veel voorkomende persoonlijke misdragingen uit te roeien, opvoeders tot de orde te roepen, hulpverleners op hun plichten te wijzen en achterbuurten – om een verouderde term te gebruiken – om te bouwen tot ware ’prachtwijken.’

Al gaan de overijverige ministers Rouvoet en Vogelaar voorop, de Kamer doet van harte mee. Zo bericht Trouw van afgelopen maandag dat de CDA-fractie voorstander is van een heus ’nationaal opvoedingsdebat’. Door het hele land moeten bijeenkomsten worden belegd – ik citeer – ’waarin alle mensen die met kinderen te maken hebben met elkaar in debat gaan over thema’s als seksualisering, alcoholgebruik, gezonde voeding en veiligheid’. Rotterdam is al gestart, Den Haag werkt aan een speciale ’opvoedingscanon’. Hoe een eventuele nationale canon eruit gaat zien is nog onduidelijk maar dat ze wel eens tanden en klauwen kan krijgen, valt af te leiden uit een quasi-onschuldige vraag van het CDA-Kamerlid Mirjam Sterk: hoe kun je ouders dwingen op ouderavonden van hun kind te komen?

Op donderdag stelde Trouw het probleem van kinderverwaarlozing uitvoerig aan de orde. Ook hierbij wordt voor meer dwang gepleit: dwing ouders een opvoedcursus te volgen en kort ze bij weigering op hun uitkering of kinderbijslag. Veroordeel lastige jeugdigen tot een gebiedsverbod of stuur ze naar een heropvoedingskamp.

Justitie zit evenmin stil. Er is een wetsvoorstel op komst waarbij het rechters gemakkelijker wordt gemaakt kinderen onder toezicht van een gezinsvoogd te stellen. Bij lichtere opvoedingsproblemen houden de ouders weliswaar het gezag over hun kind maar bij belangrijke beslissingen moeten ze overleggen met een gezinsvoogdij-instelling en de aanwijzingen van die instantie volgen.

En dan is er natuurlijk nog het elektronisch kinddossier van minister Rouvoet, een totalitair ogende registratie die op termijn het wel en wee van alle kinderen moet gaan registreren, met als hoofddoel de opsporing van problemen die dan ’onmiddellijk’ moeten worden aangepakt. Niet alleen medici, ook jeugdzorg, politie, maatschappelijk werk, onderwijzers en leerplichtambtenaren moeten volgens de Kamer van deze (vertrouwelijke!) gegevens gebruik kunnen maken.

Wie alleen al deze paar plannen nuchter overweegt, grijpt zich naar het hoofd. Het is vragen om moeilijkheden. Nu al worstelen tal van instanties met een gigantische overbelasting en komt er van de noodzakelijke samenwerking tussen de vele hulpverleners bar weinig terecht. Die problemen worden straks alleen maar knellender, let wel: knellender gemaakt door systematische overvraging.

Maar een ander, veel ernstiger bezwaar lijkt al helemaal over het hoofd te worden gezien: het vruchteloze van veel van die bedenksels.

Een nationaal debat over opvoeding kan niet anders dan uitlopen op vrijblijvend gebabbel door deelnemers die het toch al wel weten; probleemouders zullen niet verschijnen. Ze kunnen verplicht worden tot het volgen van een ’opvoedcursus’ maar cursussen zijn bepaald niet het middel om vaak diepgewortelde opvoedingsfouten te corrigeren. En wat de uiterst ambitieuze plannen van Vogelaar betreft, reeds nu is duidelijk dat de geldstroom richting achterstandswijken de echte – sociale – problemen niet zal kunnen oplossen.

Ik heb het allemaal eerder zien proberen. Wat het huidige christen-rode kabinet voor ogen staat, werd met veel verve ondernomen door de naoorlogse rooms-rode coalitie. Ook toen bestond er grote publieke ongerustheid over de verloedering van de samenleving, over de ontspoorde ’massajeugd’, nalatige ouders, onmaatschappelijke gezinnen en over woonwijken die maar niet tot ware ’wijkgemeenschappen’ wilden worden.

Ook toen werd een breed beschavingsoffensief gestart, gecoördineerd door het in 1952 opgerichte ministerie van Maatschappelijk Werk, met als resultaat een reusachtige uitbreiding van allerlei soorten hulpverlening, van het eigenlijke maatschappelijk werk tot en met wijk- en streekopbouwwerk Er werd zelfs een complete beleidsfilosofie omheen gebouwd: nu de welvaartsgroei verzekerd was, werd het tijd iedereen van ’welzijn’ te voorzien, royaal gedistribueerd door een falanx van gespecialiseerde welzijnswerkers.

Als jong socioloog heb ik het destijds met veel scepticisme gadegeslagen. Niet alle inspanningen waren vergeefs maar de algemene verwachtingen waren volstrekt overspannen. Hetzelfde moet worden gezegd van het staatsmoralistische offensief dat vandaag de dag met zoveel overmoed wordt gevoerd. Meer realisme is geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden