De Nachtwacht van Naturalis: kies, schedel en dijbeen

Naturalis gaat op de schop. In 2018 moet er een nieuw museum staan in Leiden. Maar wat moet er worden tentoongesteld uit een collectie van veertig miljoen objecten? Trouw volgt de conservatoren en tentoonstellingsmakers bij hun keuzes. Aflevering 4: de vondsten van Eugène Dubois

Donkerbruine botten - een dijbeen, een schedelkapje en een kies - ze vallen een beetje uit de toon bij het visuele spektakel in de rest van Naturalis. Toch is dit het best beveiligde object in de collectie. En dat blijft het, ook in het nieuwe museum, zegt collectiebeheerder Natasja den Ouden. "Dit is onze Nachtwacht."

Deze fossielen zijn een van de missing links in de evolutietheorie. Ze behoren de homo erectus toe, de tussenvorm tussen mensaap en mens. Aan de schedel kun je zien dat de herseninhoud eerder richting mensaap gaat - kleiner dan van een homo sapiens - maar het dijbeen gaat eerder richting mens: de vorm toont aan dat zijn eigenaar rechtop liep, veel steviger dan het dijbeen van een mensaap.

Deze botten zijn het holotype, legt Den Ouden uit: het zijn de eerste beenderen die gevonden zijn van de homo erectus. "Dat wil zeggen dat als er weer botten gevonden worden van de homo erectus, ze altijd vergeleken worden met deze."

Jongensboek

Deze botten zijn daarnaast het vlaggenschip van een verzameling van 40.000 objecten, onder andere fossielen, stenen en schelpen, die bovenin de toren van Naturalis liggen: de collectie van Eugène Dubois.

"Zijn leven was als een jongensboek", zegt John de Vos, 33 jaar lang de beheerder van de collectie van Dubois. Deze wetenschapper is vergelijkbaar met biologiegrootheden als Linnaeus en Lorenz, maar Dubois is bij lange na niet zo bekend.

Hij werd geboren in 1858: twee jaar na de eerste vondst van de Neanderthaler en een jaar voor het verschijnen van Darwins 'On the Origin of Species'. De discussie over de evolutie van dieren was toen volop gaande. "Over dieren kon je toen wel discussiëren, maar dat ook de mens had deelgenomen aan de evolutie, dat was toen te gek om te denken."

Dubois kwam uit het zwaar katholieke Eijsden in Zuid-Limburg. Als klein jongetje was hij al geïnteresseerd in paleontologie. Zijn slaapkamerraam keek uit op de Sint Pietersberg waar in die tijd het skelet van een mosasaurus werd opgegraven. Tijdens de fysiologiecolleges in Amsterdam - hij studeerde daar geneeskunde - raakte hij verder gefascineerd door de evolutie van de mens, ondanks zijn katholieke opvoeding.

Hij wilde naar Indonesië voor onderzoek. Darwin schreef in die tijd dat de mens vermoedelijk zijn vacht in de tropen verloren had. De toenmalige kolonie Indië lag voor de hand om te gaan zoeken, maar de Nederlandse staat wilde dat niet financieren. Dubois vertrok toch, als legerarts, zodat de staat zijn reis en verblijf toch betaalden.

Bij de rivier

In 1887 werd hij vrijgesteld van zijn medische plichten om onderzoek te doen. Eerst op Sumatra, later op Java. Tot dan was altijd aangenomen dat de oermens in grotten geleefd had. Maar daar had onderzoek weinig spectaculairs opgeleverd. Dubois - gedreven, eigenwijs en overtuigd van zijn eigen gelijk - deed toen iets wat nog nooit iemand anders geprobeerd had: hij begon met een aantal helpers en een ploegje dwangarbeiders te graven in een rivierbedding op Oost-Java bij het dorpje Trinil, een locatie waar eerder al veel fossielen van uitgestoren dieren waren aangetroffen. Daar had Dubois beet.

In 1891 werden vlak na elkaar de kies en het schedeldakje gevonden. Dubois vermoedde dat ze afkomstig zijn van hetzelfde skelet, omdat ze vlakbij elkaar gevonden werden. Later werd ook het dijbeen uitgegraven, te sterk voor dat van een gibbon of orang-oetang.

Zijn andere vondsten liet hij inschepen, maar Dubois bewaarde het dijbeen, het schedelkapje en de kies in een bruin leren koffertje en bewaakte dat angstvallig.

Op weg terug naar Nederland zei hij tegen zijn vrouw tijdens een verschrikkelijke storm op zee dat zij de kinderen maar moest redden. Hij moest zich ontfermen over de koffer in geval van schipbreuk.

Terug in Nederland publiceerde hij, en liet de beenderen aan zijn collega's zien. De Vos: "Overal ondervindt hij tegenstand. Mensen willen er niet aan. Dubois krijgt niet de credit die hij zou willen hebben." Die erkenning komt pas later. Dubois is dan al als bitter man gestorven.

Dierbaar bezit

De collectietoren van Naturalis herbergt niet alleen Dubois' wetenschappelijke vondsten, maar onder andere ook die koffer, op zeker ogenblik Dubois' dierbaarste bezit. Nog zo'n curieus object: een paar van Dubois' eigen kiezen in een doosje: hij liet ze trekken om de kies uit de rivierbedding te vergelijken. En zijn verrekijker en een bruin, zelfgemaakt beeld. De homo erectus, zoals Dubois hem zich voorstelde. "Gezien de weinige fossielen die Dubois tot zijn beschikking had, komt dit beeld van de homo erectus aardig in de richting", vindt Natasja den Ouden.

Door hun volume en diversiteit zijn de vondsten van Dubois Naturalis' drukst onderzochte collectie. De Vos: "Iedere paleontoloog kent de vondsten van Dubois. Dan zijn er nog de biologen die komen voor de schelpen, de planten, de beenderen. Er zijn wetenschappers die met chemische methodes kijken hoe oud de fossielen zijn, historici die zich verdiepen in Dubois zelf."

Dat de drie bruine beenderen terugkomen in het nieuwe museum staat als een paal boven water. Maar verder? De tentoonstellingsmakers zijn er nog niet over uit.

Misschien blijft de koffer wel in de toren, samen met het beeld, de fossielen en de schelpen.

De vitrine

Het is niet de waarde in geld die de botten achter glas houdt. Collectiebeheerder John de Vos liet in de jaren tachtig een speciale vitrine bouwen voor de beenderen van de homo erectus. "Al neem je een voorhamer mee, je komt er niet doorheen." Hij keek het af van een Amerikaans museum, dat in 1983 een tentoonstelling maakte over de evolutie van de mens. Daar waren alle tentoongestelde oerskeletten in dit soort kasten van gewapend glas geplaatst om het fundamentalistische creationisten onmogelijk te maken met de botten aan de haal te gaan of ze kapot te maken. De Vos wilde het zekere voor het onzekere nemen bij deze objecten, want ook in Nederland zijn deze vondsten van Dubois onder creationisten omstreden. Creationisten geloven niet in de evolutietheorie van Charles Darwin. Zij denken dat de wereld en dus ook de mens vijfduizend jaar geleden door God geschapen werd.

En dat is nu precies wat het schedelkapje, de kies en het dijbeen weerspreken: de homo erectus zou een miljoen jaar geleden hebben geleefd. Niet dat er ooit een woeste fundamentalist met een voorhamer heeft geprobeerd om de botten aan splinters te slaan. De Vos: "Ik dacht: ik doe het in een keer goed. Je weet maar nooit. Als iemand door God gezonden is..."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden