De Nachtwacht krijgt een grote beurt, droomklus voor restauratoren

Taco Dibbits, de directeur van het Rijksmuseum, kondigt dinsdag aan dat 'De Nachtwacht' van Rembrandt vanaf 2019 gerestaureerd wordt. Beeld ANP
Taco Dibbits, de directeur van het Rijksmuseum, kondigt dinsdag aan dat 'De Nachtwacht' van Rembrandt vanaf 2019 gerestaureerd wordt.Beeld ANP

De Nachtwacht van Rembrandt van Rijn wordt in het openbaar gerestaureerd. Dat heeft het Rijksmuseum dinsdagochtend bekendgemaakt. Het werk moet medio 2019 van start gaan.

De directeur van het Rijksmuseum, Taco Dibbits, zei dat dit het 'grootste onderzoeks- en restauratieproject in de geschiedenis van het Rijksmuseum' wordt. Het restauratiewerk begint in juli en vindt plaats op zaal, zodat het publiek het beroemde schilderij uit 1642 kan blijven bekijken.

Bezoekers kunnen op zeven meter afstand de verrichtingen van tien onderzoekers en acht restauratoren volgen. Dat gebeurt achter een speciaal ontworpen grote glazen vitrine. "Het schilderij wordt uit zijn lijst gehaald en komt op een beweegbare ezel te staan", vertelde Dibbits. Voorafgaand aan de restauratie vindt grondig onderzoek plaats, aldus de museumdirecteur. Dat duurt naar verwachting enkele maanden.

Ook online zal de restauratie te volgen zijn. "Zodat iedereen wereldwijd dit fantastische project kan volgen. De Nachtwacht is van ons allemaal", aldus Dibbits.

Hoe lang het hele project gaat duren, is niet te zeggen. Dat hangt onder meer af van de uitkomst van het onderzoek. Het proces kost zo'n 3 miljoen euro, waarvan het Rijk een derde op zich neemt. De rest wordt bekostigd door particulieren, sponsors en het museum zelf. De Nachtwacht is voor het laatst gerestaureerd in 1976.

Spannende klus

De restauratie is een spannende klus voor de onderzoekers en restauratoren van het Rijksmuseum, zegt het hoofd van het restauratie-atelier voor schilderijen van het museum, Petria Noble. "Het is toch wel een droom voor restauratoren om met zo’n doek te werken."

Aan het proces gingen jaren voorbereiding vooraf. "We hebben een redelijk idee van wat ons te wachten staat, maar er komen altijd nieuwe ontdekkingen naar voren", aldus Noble. Bij de gebruikelijke controles van het schilderij is volgens haar al duidelijk geworden dat er veranderingen zijn opgetreden. "Zo is de kraag van Frans Banninck Cocq niet meer wit en door een waas is op de achtergrond de diepte een beetje verloren gegaan." Dat komt volgens Noble onder meer door de veroudering van vernis en verf.

Bij het onderzoek worden de nieuwste technieken gebruikt, zoals foto's met extreem hoge resolutie en computeranalyses. Hiermee brengt het museum onder meer het kleurgebruik precies in kaart.

Wennen

Het is nog niet bekend hoelang het project duurt. "Over Rembrandts Marten en Oopjen hebben we twee jaar gedaan’', zegt Noble. "We hebben nu een groter team, maar de uitdaging is groter, omdat we op zaal werken." Vooral dat laatste zal even wennen zijn voor de onderzoekers en restauratoren, die gewend zijn achter de schermen te werken. "We werken heel gefocust en daarom moeten we goed kijken naar de akoestiek, zorgen dat er niet te veel herrie is."

Het bewogen leven van De Nachtwacht

Met De Nachtwacht van Rembrandt van Rijn (1606-1669) is sinds de voltooiing in 1642 al heel wat gebeurd. Zo werd het schuttersstuk al meerdere keren gerestaureerd. Dat moest niet alleen om het te behouden, maar ook een paar maal omdat het beschadigd was. In 1911 bijvoorbeeld maakte een verwarde man er met een schoenmakersmes een kras op. Ook in 1975 werd het met een mes belaagd en in 1990 met zoutzuur . Bij die laatste aanval bleef de schade beperkt tot het vernis.

Ook werden er ooit stukjes afgesneden, maar dat was destijds normaal om het beter te laten passen in een ruimte.

Rembrandts beroemdste werk staat dan wel bekend als De Nachtwacht, maar dat is niet de oorspronkelijke naam. Afgebeeld is de compagnie of het korporaalschap van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch en naar hen werd het aanvankelijk ook genoemd. Het heet nu De Nachtwacht, vermoedelijk omdat inmiddels verwijderde bruine vernislagen lange tijd de indruk wekten dat het om een nachttafereel ging.

Het schilderij werd in 1642 niet enthousiast ontvangen. De compagnie zou zelf niet erg tevreden zijn geweest. De opstelling van de mannen werd te wanordelijk gevonden en lang niet iedereen stond er naar zijn zin op. Later werd de artistieke vrijheid die Rembrandt zich permitteerde, juist geprezen als origineel en vernieuwend. Dat was mede de oorzaak van de enorme faam van het werk: geen statig stelletje, maar bijna een momentopname.

Er stond het olieverfschilderij, waarvoor Rembrandt althans volgens oude verhalen 1600 gulden ontving, aanvankelijk een zwervend bestaan te wachten. Tot 1715 hing het in de Kloveniersdoelen in Amsterdam, om via het stadhuis en het Trippenhuis in Amsterdam uiteindelijk in het Rijksmuseum te belanden.

Daar hing het uiteindelijk rustig tot 1939. Vanwege de oorlogsdreiging maakte het een tocht langs verschillende schuiladressen en daarvoor moest het uit zijn lijst worden gehaald en werd opgerold om in een cylinder te passen – nadat het met was soepel was gemaakt. Ten slotte ging het schilderij naar de grotten bij Maastricht om na de bevrijding in het Rijksmuseum terug te keren, waar het nog altijd te zien is in eeuwigdurend bruikleen van de gemeente Amsterdam.

Lees ook:

De kleuren van Rembrandt

Met niet meer dan twaalf pigmenten kon de beroemdste Hollandse schilder honderden rijke tinten maken. Vormgevers proberen zijn kennis te benutten voor de huidige kleurenwaaier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden