Analyse

De mythes rondom Assads chemische wapens

De 74-jarige Syriër Aboe Tarek oefent met een zelfgemaakte gasmasker in het geval van een chemische aanval. Het masker is gemaakt van een frisdrankfles en bevat kool, katoen, gaas, cola en karton. Aboe Tarek is lid van de Al-Ezz bin Abdoel Salam-brigade, een onderdeel van de Syrische oppositie.Beeld afp

De Amerikaanse minister van defensie Chuck Hagel bevestigde gisteren dat er chemische wapens zijn gebruikt in Syrië. Door wie ze zijn ingezet - de regering van Basjar al-Assad of de rebellen - is nog onduidelijk. Mocht het regime achter de aanval zitten, dan heeft Assad de Amerikaanse 'rode lijn' overschreden.

Verschil met Irak
President Barack Obama heeft Assad vanaf het begin gewaarschuwd dat het gebruik van chemische wapens door zijn regime 'tragische gevolgen' voor hem zal hebben. Vreemd genoeg vermanen de Amerikanen tegelijkertijd Assad om de controle te bewaren over zijn chemische wapens. Mocht zijn regime de grip verliezen over het chemische arsenaal, dan zullen de VS proberen te voorkomen dat de rebellen ermee vandoor gaan; of nog erger, dat Assads bondgenoot Hezbollah de wapens in handen krijgt.

Ook de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe beloofde al vorig jaar dat hij er alles aan zal doen om te voorkomen dat Hezbollah chemische wapens in handen krijgt. Maar vooralsnog is het scenario dat Assad zelf de wapens zal inzetten dat het Westen de meeste zorgen baart. De Amerikaanse senator en voormalig presidentskandidaat John McCain zei dat 'het goed mogelijk is dat het regime chemische wapens zal gebruiken, als laatste wanhoopsdaad'.

De angst voor dit scenario werd groter toen Syrië vorige zomer voor het eerst toegaf over chemische wapens te beschikken. Sterker nog, een woordvoerder van het regime - die inmiddels is overgelopen naar de rebellen - sloot niet uit deze wapens als uiterst middel in te zetten tegen 'externe agressors'.

Sindsdien duiken er, net als tien jaar geleden toen het Iraakse regime van Saddam Hoessein ervan beschuldigd werd over massavernietigingswapens te beschikken, overal horrorverhalen op over het gevaar van chemische wapens. Het grootste verschil met Irak: Syrië geeft toe dat het de wapens inderdaad heeft.

Werking chemische wapens
Verschillende defensie-experts hadden dat vermoeden al lang. Syrië is een van de weinige landen die het Verdrag voor Chemische Wapens niet heeft ondertekend. Het land zou vlak na de Oktoberoorlog van 1973 tegen Israël zijn begonnen met het ontwikkelen van chemische wapens.

Het Syrische leger beschikt in ieder geval over grote hoeveelheden mosterdgas en mogelijk ook over sarin- en VX-gas, en fosgeen. Mosterdgas ontleent zijn naam aan zijn geur: slachtoffers van mosterdgasaanvallen spraken van een uien- of mosterdachtige geur. Bij blootstelling aan het gas treden meestal na een paar minuten de eerste symptomen op, zoals brandwonden, blaren, kortademigheid, hoest en ademhalingsproblemen. Het gas kan dodelijk zijn, maar in de praktijk sterven er relatief weinig mensen aan: ongeveer twee procent van de mensen die eraan blootgesteld zijn.

Sarin- en VX-gas zijn zenuwgassen en zijn gevaarlijker dan mosterdgas. Bij blootstelling hieraan krijgen slachtoffers meestal binnen een uur braakverschijnselen, buikpijn, stuiptrekkingen, bloedingen, ademhalingsproblemen en zuurstofgebrek. Een kleine hoeveelheid kan fataal zijn bij huidcontact of inademing.

Fosgeen is eveneens een dodelijk gas. Wat dit wapen vooral gevaarlijk maakt, is dat het langer duurt voor de eerste symptomen zich voordoen (net als bij sarin- en VX-gas: braken, buikpijn, stuiptrekkingen, ademhalingsproblemen en zuurstofgebrek). Daardoor komt hulp vaak te laat. Slachtoffers zeiden dat het gas ruikt naar 'beschimmeld hooi'.

Chemische wapens zijn nauwelijks effectief
De angst voor het Syrische chemische wapenarsenaal is dan ook niet vreemd. Toch is het de vraag of Syrië met deze wapens grote schade kan aanrichten. Er is een simpele manier om je te beschermen tegen een aanval: een beschermend pak en een gasmasker. Tegen een aanval met 'gewone' mortiergranaten helpen die niet, zelfs zwaargepantserde voertuigen bieden daar geen volledige bescherming tegen.

Bovendien is het effect van chemische wapens grotendeels afhankelijk van factoren die moeilijk te beheersen zijn, zoals het weer. Als het koud is, stijgt het gas niet op en blijft het in zijn vloeibare vorm aan het oppervlak liggen. Wat er kan gebeuren als de wind opeens van richting verandert, spreekt voor zich.

Maar zelfs bij 'gunstige' weersomstandigheden is er een belangrijke beperking: de manier waarop chemische wapens worden ingezet. De meest doeltreffende manier is het doelwit van kleine hoogte te besproeien, ongeveer zoals dat in de landbouw gebeurt. Dat brengt risico's met zich mee: laagvliegende vliegtuigen zijn kwetsbaar voor luchtafweergeschut. De Syrische luchtmacht kan in theorie worden ingezet voor een chemische aanval op Israël of andere buurlanden, maar die beschikken allemaal over een luchtafweersysteem. De kans op een succesvolle aanval op die manier is dus klein.

Om het neerhalen van een vliegtuig te voorkomen, zullen de Syriërs de chemische lading aan een raket of mortiergranaat moeten koppelen. Het nadeel van raketten is dat door de harde landing en de explosie weinig van de chemische lading overblijft - volgens het Britse defensiebedrijf Jane's Intelligence zal dat soms maar een procent zijn.

Syrië heeft een groot raketarsenaal, waaronder scuds, dat het kan voorzien van chemische lading. Maar die zijn niet geavanceerd genoeg om de chemicaliën op een aantal meters boven de grond te verspreiden. Daar komt nog bij dat scudraketten berucht onnauwkeurig zijn - ze hebben een gemiddelde afwijking van anderhalve kilometer - waardoor de kans dat ze doel treffen gering is.

Psychologische wapens
Maar als chemische wapens niet doeltreffend zijn, en enkel een gasmasker en wat beschermende kleding volstaan om ze te reduceren tot nutteloze wapens, waarom heeft Syrië ze dan?

Dr. Susan Martin, expert in chemische oorlogsvoering en verbonden aan King's College London, zegt dat chemische wapens eerder gezien moeten worden als massaverstoringswapens dan als massavernietigingswapens. "De angst voor chemische wapens kan leiden tot een totale ontregeling van het dagelijks leven." Volgens Martin komt dit onder meer doordat de mens van nature bang is voor het onbekende. "Je kunt chemische wapens niet zien of horen. Dat is voor veel mensen, om begrijpelijke redenen, een enge gedachte."

Tijdens de Eerste Golfoorlog in 1991 zorgde de chemische dreiging uit Irak voor massale angst in Israël. Bij Irakese raketaanvallen op Israël, weliswaar zonder chemische lading, vielen toen twee doden. Maar de angst voor chemische wapens leidde tot meer slachtoffers: door de massahysterie stierven er meer Israëliërs dan normaal aan een hartaanval. Volgens Israëlische onderzoekers steeg het sterftecijfer gedurende die periode zelfs met 58 procent.

Hoe destructief de angst voor chemische wapens kan zijn, bleek ook in oktober 2001 toen een man in de Amerikaanse staat Maryland een onbekende vloeistof in een metrostation spoot. Als gevolg daarvan brak massale paniek uit, waarna tientallen burgers zich meldden bij de dokter voor misselijkheid en keelklachten. Uiteindelijk bleek het te gaan om een onschuldige glasreinigingsspray.

"Behalve voor het zaaien van angst zijn chemische wapens effectief in het hinderen van een aanvalsmacht", zegt Martin. "De beschermende kleding die militairen moeten dragen zorgt ervoor dat ze minder snel kunnen oprukken." De chemische pakken zijn zwaar, waardoor militairen sneller uitgeput en oververhit raken. Hun gehoor en zicht worden belemmerd door de pakken en gasmaskers. Dat levert de vijand een voordeel op.

Israël enige atoommacht
Hoewel chemische wapens handig kunnen zijn om te hebben, zijn ze meestal niet geschikt om te gebruiken, vooral als het potentiële slachtoffer beschikt over nog gevaarlijker wapens. Het Syrische regime zou chemische wapens kunnen inzetten om rebellen en burgers te treffen die zich onbeschermd op open terrein bevinden. Maar om ze tegen Israël in te zetten, staat gelijk aan zelfmoord. Israël beschikt over het sterkste leger van het Midden-Oosten en is daarnaast ook nog de enige atoommacht in de regio.

Afgelopen zomer was de toenmalige Israëlische minister van defensie Ehoed Barak dan ook niet bezorgd dat het Assad-regime chemische wapens tegen Israël zal inzetten. "Er zal niets gebeuren", zei hij toen, terwijl hij grapte weer zijn gasmasker op te willen zetten. "In mijn optiek zal geen land in de wereld het in zijn hoofd durven halen chemische wapens te gebruiken tegen Israël."

Britse ex-spion
In Israël en in het Westen is men vooral bang dat extremistische groepen het Syrische chemische arsenaal in handen krijgen. Vooral het scenario waarbij de Libanese militie Hezbollah of een aan Al-Kaida gelieerde groep ze in bezit krijgt, boezemt veel mensen angst in.

Volgens ex-geheim agent van de Britse spionnendienst MI6 Alastair Crooke, die in de jaren tachtig in opdacht van zijn regering geavanceerde wapens leverde aan Afghaanse djihadisten in hun strijd tegen de Sovjet-Unie en die gedurende zijn carrière informatie verzamelde over extremistische organisaties, is die zorg grotendeels onterecht. "Hezbollah kan zich militair prima verdedigen, daarvoor heeft het geen chemische wapens nodig. Bovendien is de groepering fel gekant tegen dit soort wapens, mede omdat hun geloofsgenoten er het slachtoffer van zijn geweest", vertelt hij. Hij refereert aan de inzet van chemische wapens door Saddam Hoessein op het sjiitische Iran tijdens de Golfoorlog in de jaren tachtig.

Dodelijker zonder chemische wapens
Dr. Susan Martin is niet overtuigd van Crooke's laatste argument. "De belangrijkste vraag die terroristen zichzelf zullen stellen is of chemische wapens hun strategisch voordeel verschaffen. Dat is moeilijk te zeggen want groeperingen kunnen chemische wapens alleen handmatig inzetten." Er zijn verschillende bronnen die beweren dat Al-Kaida tot 2002 bezig was met het ontwikkelen van chemische wapens, en daar vervolgens van afzag, niet omdat het immoreel was, maar omdat er effectievere manieren waren om dood en verderf te zaaien.

De enige keer dat chemische wapens zijn ingezet bij een terreuractie was in 1995. Toen hadden leden van de Japanse sekte Aum Shinrikyo het dodelijke saringas verspreid in de Japanse metro. Daarbij vielen twaalf doden en raakten meer dan drieduizend mensen gewond, vooral omdat het gas niet kon ontsnappen door de slechte ventilatie in de metro. Ter vergelijking: bij de 'conventionele' zelfmoordaanslag van Al-Kaida in 2004 op een Spaanse trein vielen 191 doden en raakten ongeveer 2000 mensen gewond. Een jaar later vielen bij een aanslag van Al-Kaida op het Londense openbaar vervoer 58 doden en 700 gewonden.

Desondanks blijft de angst voor chemische wapens onverminderd groot. Voorlopig blijft er een taboe rusten op het gebruik ervan voor militaire doeleinden.

De Israëlische militair historicus Martin van Creveld is een andere mening toegedaan. "Ik zie niet in waarom het gebruik van explosieven om mensen aan flarden te scheuren humaner is dan verbranding of verstikking."

Zijn chemische wapens ook massavernietigingswapens?

Chemische wapens worden vaak in een adem genoemd met massavernietigingswapens, wapens die bedoeld én in staat zijn een maximaal aantal dodelijke slachtoffers te maken.

Hoewel een officiële definitie ontbreekt, omschrijven veel regeringen de zogenoemde ABC-wapens (atomaire, biologische en chemische wapens) als massavernietigingswapens.

Toch bestaat er een groot verschil tussen deze wapens. Atoombommen en biologische wapens kunnen miljoenen mensen doden - een atoombom, zelfs een van een lichte soort, kan in een paar seconden een einde maken aan honderdduizenden mensenlevens als die wordt afgeworpen op een flinke stad. Biologische wapens zijn ontworpen om dodelijke en vooral besmettelijke ziektes te verspreiden.

Chemische wapens zijn van een ander kaliber: ze zijn niet in staat grote hoeveelheden mensen te vernietigen, althans niet in de praktijk. De verhalen van de Eerste Wereldoorlog suggereren anders. Niet eerder zijn er bij een conflict op zo grote schaal chemische wapens ingezet. De beelden van verstikte soldaten door chemische wapens zijn gruwelijk, eveneens de foto's van jonge mannen die zich, blind door de gifgasaanvallen, met de hand op elkaars schouder een weg banen naar het dichtstbijzijnde veldhospitaal. Toch vertellen die beelden niet het hele verhaal.

Chemische wapens (voornamelijk mosterdgas) werden weliswaar massaal ingezet, maar ze maakten 'slechts' 90.000 van de tien miljoen dodelijke oorlogsslachtoffers. De meeste slachtoffers hadden hun gasmaker te laat opgezet of te vroeg afgezet. De meeste soldaten die oogbeschadigingen opliepen door het gas kregen binnen enkele weken hun zicht weer terug.

Het gevreesde mosterdgas bleek achteraf minder effectief te zijn dan werd gedacht. Slechts twee procent van de soldaten die met het gas in aanraking kwamen, overleed.

Natuurlijk zijn de chemische wapens van toen niet dezelfde als die van nu. Sinds de Eerste Wereldoorlog zijn er veel nieuwe, dodelijker soorten bijgekomen. Maar slechts zelden zijn ze ingezet, zelfs niet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Misschien wel de belangrijkste reden: chemische wapens zijn ondanks de technologische vooruitgang in de wapenindustrie notoir ineffectief gebleven.

Beeld Trouw
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden