De mythen van de natuur

De mens ziet de natuur graag zo als hij die wil zien. Soms woest of langs geordende lijnen, soms als een Arcadië of als een Wilder nis. Matthijs Schouten heeft ge pro beerd de beelden van de na tuur in religie, filosofie en kunst te vatten.

Natuur heb je in soorten. De eerste soort, zegt Matthijs Schouten, is de tastbare natuur. De concrete werkelijkheid van aarde, rots, water, planten en dieren; de natuur die we kunnen zien en aanraken; de natuur van de landschappen waarin we kunnen wandelen.

,,In de beleving van die natuur vormt zich echter een andere natuur. We herscheppen de natuur in onszelf en vormen ons een beeld van die natuur. Die beelden zeggen iets over de natuur, maar meer nog drukken zij uit hoe we onszelf in verhouding met die natuur zien.''

,,Deze in de menselijke geest herschapen natuur is drager geworden van onze mythen, symbolen en herinneringen. Zij is ook de spiegel van onze emoties. In verschillende tijden en in verschillende culturen heeft deze natuur zeer uiteenlopende gestalten aangenomen.''

Matthijs Schouten (48), ecohydroloog bij Staatsbosbeheer en hoogleraar natuurbeheer aan de universiteiten van Wageningen en van Cork en Galway in Ierland, heeft de gestalten en beelden zoals die in de loop der eeuwen in religie, filosofie en kunst zijn neergelegd, in kaart gebracht. Het resultaat mag er zijn: een omvangrijk boek dat de lezer meevoert door een rijk gevarieerd landschap van natuurbeelden.

Matthijs Schouten, die biologie in Nijmegen en Keltische talen in Amsterdam heeft gestudeerd, begon zijn speurtocht in 1999 toen Staatsbosbeheer het honderdjarig bestaan vierde. Het bedrijf wilde daarbij niet alleen aan de bescherming van de natuur, maar ook aan de beleving van de natuur aandacht besteden. Schouten: ,,Het is een ontdekkingstocht geworden die een beetje, maar wel op een prettige wijze, uit de hand is gelopen. Het is ongelooflijk hoeveel mensen over natuur hebben nagedacht. Zeer veel filosofen, schrijvers en kunstenaars hebben zich beziggehouden met natuur, ook degenen die je daar absoluut niet mee associeert. Zoals Oscar Wilde, die blijkt verrassend veel over natuur te hebben geschreven, zij het niet zo vriendelijk.''

Schouten raakte voorts getroffen door de hoeveelheid beelden van de natuur. ,,De variatie in opvattingen, visies en beschouwingen doet nauwelijks onder voor de rijkdom aan vormen in de natuur zelf. Zoals planten- en diersoorten een wereldwijde verbreiding hebben, zijn ook sommige beelden kosmopolitisch: zij treden in verschillende culturen in vrijwel identieke gestalte op. Andere zijn daarentegen slechts beperkt tot één cultuur. Voorts valt op dat beelden vaak weer terugkomen. Men denkt: dit is volledig nieuw, maar het blijkt er al te zijn geweest. Het spirituele ecologisch denken van nu gaat uit van een samenhang van alle verschijnselen in de wereld, dus ook van mens en natuur. Maar dat denken was er ook in de Romantiek, in de Renaissance en de Griekse oudheid.''

Het boek voert langs de natuurbeelden in een aantal schriftloze culturen, in het boeddhisme en het taoïsme. Verder gaat het uitgebreid in op de veranderingen in de beeldvorming in de westerse cultuur. Schouten heeft daarbij geen volledigheid nagestreefd: zo blijft de natuur in het hindoeïsme en de islam grotendeels buiten beschouwing.

Schouten: ,,Ik heb ook geprobeerd de beelden voor zichzelf te laten spreken, mijn eigen stem erbuiten te laten zodat het boek ook voor de lezer een reis wordt. Ik maak geen vergelijkingen en analyseer de beelden ook niet. Ik ben het absoluut niet met Wilde eens, maar ik probeer dat niet te laten blijken. De lezer moet zelf oordelen.''

Die lezer kan het boek ook op zijn eigen wijze ervaren. Wanneer hij de tekst leest, krijgt hij een indruk van een overweldigend aantal beelden dat in de loop der eeuwen in de menselijke geest is ontstaan. Om de lezer niet te overstelpen, heeft Schouten daarom twee lagen in het boek aangebracht. Naast de basistekst bevat het boek een groot aantal foto's met uitgebreide bijschriften, die in vogelvlucht een overzicht geven van wat het boek behelst. Daarnaast biedt het een groot aantal citaten van theologen, filosofen, kunstenaars en schrijvers. Ten slotte kan het dankzij een uitgebreid register ook als naslagwerk worden gebruikt.

Bergen, water en draken

Schouten: ,,Het is fascinerend dat je door de gehele westerse cultuurgeschiedenis op twee mythische beelden van de natuur stuit: Arcadië en de Wildernis, die in verschillende tijdvakken geheel verschillend worden gewaardeerd. In de klassieke oudheid was men gesteld op Arcadische natuur waarin de hand van de mens zichtbaar was. Wildernis was chaos en barbaars. Rijke olijfgaarden, verfrissende bronnen en lommerrijke bomen vond men mooi.''

,,In de Middeleeuwen blijft dat beeld van de duistere Wildernis bestaan. Moerassen, wouden en bergen zijn oorden van satan waar de Wildeman leeft: de mensenetende, seksueel omnivore, goddeloze wildeman. Daartegenover staat de ommuurde tuin, als afspiegeling van het hemelse paradijs. In de Renaissance verliest de Wildernis een deel van zijn krachten: zij is nog wel vreeswekkend, maar toch ook wel spannend. Aan de rand van Renaissancetuinen werden kunstmatige, duistere grotten aangelegd waar je water over je heen kon krijgen.''

,,In de Verlichting wordt Arcadië steeds meer aangeharkt; de Wildernis wordt als lelijk gezien. Bergen zijn de puisten of schaamdelen van de aarde. In de Romantiek wordt het wilde weer heilig - in het wilde ligt het behoud van de wereld, zegt de befaamde Amerikaanse romanticus Henri Thoreau. In de negentiende eeuw houdt men weer van Arcadië, zij het goed ontgonnen en vruchtbaar gemaakt. Heidevelden met schapen zijn mooi, net als landschappen uit de Verkade-albums. Tot in de tweede helft van de twintigste eeuw: dan moet natuur weer wild zijn. Maar het wilde is er niet meer, dus maken we het zelf: natuurontwikkeling. De natuur wordt nu naar de mythe geschapen.''

Echo's van animisme en totemisme

Schouten: ,,Het idee dat de natuur bezield is, associëren wij met schriftloze culturen. Het Westen is daarvan afgegroeid. Maar in veel folkloristische gebruiken vinden wij nog echo's van animisme en totemisme. Zoals de traditie van de koortsboom die op allerlei plaatsen in Europa leeft en in Ierland bijzonder algemeen is. De boom hangt vol met stukjes stof die zijn afgescheurd van de kleren van zieken. De lapjes worden opgehangen door verwanten en vrienden van de lijdenden, in de overtuiging dat de boom de kwaal kan overnemen.''

,,Dezelfde gedachte ligt ook ten grondslag aan de beroemde zonnedansen van de Sioux, een Noord-Amerikaanse Indianenstam. Tijdens de zomerzonnewende staken uitverkoren mannen een pen door de huid van de borst en verbonden deze met een leren riem met de top van een boom. Zij dansten urenlang, het gezicht voortdurend naar de zon gekeerd. Als een zieke tijdens deze dans de boom aanraakte, gaf hij of zij de ziekte aan de boom af.''

,,Ook aan water worden bijzondere krachten toegeschreven. Bronnen met helend water zijn normaal in de christelijke wereld. Oude Ierse bronnen zijn niet langer verbonden met bovennatuurlijke, mythische wezens, maar dragen nu namen van christelijke heiligen. Vroeger deed men offergaven

in het water; nu gooien we nog steeds munten in fonteinen. Maar de allerheiligste bron ligt in Lourdes waar jaarlijks honderdduizenden pelgrims ba den in het water dat ontspringt op de plaats waar Bernadette Soubirous verschijningen van de Heilige Maagd zag.''

Arcadië en Wildernis

Schouten: ,,Sinds de achtste eeuw schildert men in oosterse culturen gestileerde bergen en men doet dat nu nog steeds. In de oosterse cultuur zijn bergen in positieve zin belangrijk. Landschap wordt in het Chinees shanshui genoemd, dat wil zeggen: 'bergen en water'. Deze naamgeving verenigt de uitersten, de tegengestelden. Bergen staan voor hardheid, maar ook voor de hemel. Water voor zachtheid en de aarde. Bergen zijn heiligheid, puurheid, hemelse kracht. Chinese keizers maakten een rituele tocht naar een bergtop om de hemelse kracht van waaruit ze regeerden, te herbevestigen. Draken, bewoners van de bergen, zijn onsterfelijke wezens met een hoge spirituele ontwikkeling.''

,,In dezelfde tijd waren bergen in het Westen oorden van chaos die ver af staan van de ordening van het paradijs. Bergen waren woest, wild, duister, vol demonen. De westerse draak is geen hemels wezen, maar staat voor hebzucht en verdorvenheid. Wie verstandig was, ging geen berg op, want daar kon je je ziel kwijtraken. Rijke mensen lieten zich blinddoeken als zij een bergpas moesten oversteken; het risico je ziel kwijt te raken, lieten ze aan hun begeleider.''

Kleine bol in een zwarte ruimte

Schouten: ,,Neil Armstrong sprak van een kleine stap voor een mens maar een grote sprong voor de mensheid. Toen hij in juli 1969 voet op de maan zette, werd een mijlpaal in de geschiedenis bereikt. In de Renaissance was de westerse mens begonnen met de verkenning van de aarde. Vijf eeuwen later heeft de mens de aarde verlaten en is aangekomen op een tot dan toe onbereikbaar lijkend hemellichaam. Men kijkt terug naar waar men vandaan komt en het beeld dat men ziet, is van grote betekenis; het heeft zich in de hoofden van de mensen genesteld. Men ziet een kleine blauwgroene bol in een oneindige, zwarte ruimte. Nooit heeft de aarde zo kwetsbaar geleken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden