De mythe van Verdun

Verdun symboliseert de overwinning en de onverzettelijkheid van de Franse natie in de Grande Guerre. Dat is eigenlijk verrassend voor een gevecht dat de meeste kenmerken mist van een grote veldslag, zegt de Amerikaanse historicus Paul Jankowski.

KLEIS JAGER

PARIJS - De moeder aller veldslagen, dat is Verdun in het Franse collectieve geheugen. Het spectaculaire ossuarium van Douaumont, een monument waar de botten en schedels van meer dan 100.000 gesneuvelden liggen opgestapeld, onderstreept die status.

Maar rond deze knekelkathedraal is geen beslissende klap uitgedeeld. Verdun was geen Waterloo of Stalingrad. Geen onherroepelijk keerpunt in de oorlog. Na bijna een jaar vechten hielden de Duitsers het voor gezien. Maar gemeten naar het aantal slachtoffers aan beide kanten was eerder sprake van een gelijkspel.

Politiek gesproken had de strijd ook geen gevolgen en met bijna 300.000 doden was Verdun evenmin de meest bloedige campagne. De eerste maanden van 1914 - toen de strijd nog niet was vastgelopen in de loopgravenoorlog - maakten meer slachtoffers. Verdun was daarbij niet eens van strategisch belang, zegt de Amerikaanse historicus Paul Jankowski, die een meeslepend boek schreef over de kwestie. "Als we hier verliezen, zo was het idee, dan zijn we verloren. Het is vaak gezegd, maar Verdun was geen toegangspoort tot de rest van het land."

Nog steeds wordt vaak gezegd, dat Verdun de Champagnevlakte bewaakte en daarmee de toegang tot Parijs. Maar de Duitsers hadden hun offensief net zo goed in het oosten bij Nancy, in het noorden of op eigenlijk elk ander willekeurig punt op de duizend kilometer lange frontlijn van west naar oost kunnen beginnen", zegt Jankowksi.

Volgens Jankowski, die doceert aan de Brandeis University in Massachusetts, gaat het sprookje van de toegangspoort terug op andere hoofdstukken uit de Franse geschiedenis, zoals de slag bij Poitiers in de achtste eeuw. Hier zou Karel Martel het vaderland behoed hebben voor de invasie van een moslimleger van het Omajjaden-kalifaat. "Het is vaak een idee dat achteraf tot stand komt. In het geval van Verdun gebeurde dat al heel snel, in de jaren twintig staat in schoolboeken al dat het voor Frankrijk buigen of barsten was in Verdun."

undefined

Een miljoen granaten

De hoofdrolspelers van toen wisten wel beter. Iets ten noorden van Parijs in kasteel Chantilly, waar het Franse opperbevel was ondergebracht, brak generaal Joseph Joffre zich na het begin van het Duitse offensief op 21 februari 1916 het hoofd over het waarom van Verdun. In het stadje was in 834 het oude rijk van de Franken verdeeld onder de kleinzonen van Karel de Grote. Maar als het de Duitsers te doen was om een symbool, waarom dan niet Reims, waar dertig Franse koningen waren ingehuldigd? En waarom met zo ontzettend veel geweld? Op de eerste dag vuurden de Duitsers een miljoen granaten af op de Franse stellingen rond de stad. Dit trommelvuur, een apocalyptische scène, was tot 170 kilometer verder te horen.

"Joffre dacht dat het een afleidingsmanoeuvre was, een zet die de Fransen moest bewegen troepen weg te halen van het eigenlijke, onbekende, doel van de aanval. Of een psychologische beweging die het moreel van de Fransen moest verzwakken zonder dat het enig militair doel had."

De redenen van Joffre en de zijnen om zich vast te bijten in de verdediging van Verdun waren al even obscuur. De aanval werd ternauwernood afgeslagen, vervolgens verzandde de confrontatie in een prestigestrijd en werd Verdun een van de absurde hoogtepunten van de Eerste Wereldoorlog. "Het was een slag van het tweede plan waarvan later een strijd is gemaakt waarbij het voortbestaan van de natie op het spel stond. Met andere woorden, Verdun is een emblematische veldslag geworden omdat de Fransen dat zelf hebben besloten."

Dat dit gebeurde, is wel verklaarbaar. "In tegenstelling tot het westfront vocht Frankrijk hier alleen, zonder de Britten, Canadezen of Amerikanen. Het verdedigde zich bovendien tegen een agressor, het was een rechtvaardige strijd. Een derde element is het feit dat alle regimenten deelnamen, vrijwel alle poilus zijn er geweest gedurende de tien maanden - een lengterecord - dat er is gevochten."

Jankowski belicht in zijn boek ook de Duitse beleving van Verdun, die al even heftig is geweest. De Fransen hadden in tegenstelling tot de Duitsers een rotatiesysteem, de noria, genoemd naar een Romeinse watermolen. Iedereen lag er onder vuur en in de modder. De manschappen waren nauwelijk gevoed, maar werden wel allemaal na een paar dagen afgelost. Bij de Duitse Feldgrauen, die eindeloos aan het front moesten blijven, was het moreel zwaar aangetast na Verdun. Het Duitse leger, dat zich aan twee fronten moest handhaven, heeft het nog twee jaar volgehouden, maar soldaten bleven na Verdun steeds vaker thuis."

De noria werd op poten gezet door maarschalk Philippe Pétain die in de Tweede Wereldoorlog aan het hoofd van Vichy-Frankrijk collaboreerde met de nazi's. Pétain geldt als de overwinnaar van Verdun, een rol die eerder weggelegd lijkt voor zijn collega Robert Georges Nivelle. Maar Nivelle was verantwoordelijk voor het drama van de Chemin des Dames ten noordwesten van Reims. Bij dit Franse offensief vielen 100.000 doden in drie dagen. Pétain daarentegen was voorzichtig en lette op het beperken van de verliezen. "Je kunt Pétain die kwaliteit niet afnemen", lacht Jankowksi. "Hij wantrouwde plannen voor grootse offensieven die nooit niets opleverden."

Van Pétain kwam ook het idee de troepen terug te trekken op de linkeroever van de Maas om manschappen te sparen. Voor de militaire top had het verdedigen van de stad geen prioriteit. Maar dat wilde de politiek niet. President Aristide Briand en premier Raymond Poincaré vreesden het effect op de stemming in het land van een terugtrekking: tijdens de eerste drie weken van de strijd leefde het land in de greep van de angst voor een nederlaag.

undefined

Herschrijven van de geschiedenis

De Duitse staf-chef Erich von Falkenhayn schreef in zijn memoires dat hij de Fransen wilde laten doodbloeden in Verdun. Maar volgens Jankowski was Ausblutung niet het doel toen hij aan zijn macabere onderneming begon. "Hij noemt ook een memorandum waarin hij die strategie samenvat aan zijn chef, de hoogste Duitse militair Paul von Hindenburg. Maar dat memorandum is nooit gevonden. Ik denk eerder dat Falkenhayn in Verdun de Fransen wilde verleiden tot voortijdige, slecht voorbereide aanvallen. Maar dat mislukte en vanaf dat moment beweerde hij dat het uitputten van de tegenstander zijn bedoeling was. Daarbij overdreef hij het aantal slachtoffers aan Franse kant. Dit soort herschrijvingen van de geschiedenis komt vaker voor onder militairen. Zo beweerde de Britse generaal Haig dat hij er in was geslaagd de Duitsers tijdens de onbesliste slag bij de Somme (een miljoen doden, red.) enorme verliezen toe te brengen."

De mythe van Verdun is er ook een van haat; van de Franse troepen voor de vijand die van wreedheid een methode had gemaakt, van de Duitsers voor de onvoorspelbaarheid van de Fransen. Op basis van soldatenbrieven laat Jankowski zien dat de afkeer gepaard ging met andere gevoelens. Waarom zijn we hier, waarom deze oorlog; dat zijn de vragen die het kanonnenvlees zich stelt. "Maar het aantal gevallen van muiterij en desertie was in Verdun gering."

Over de vraag of men uit overtuiging vocht of omdat het moest, woedde jarenlang een debat onder historici. Jankowski noemt de tegenstelling zinloos. "Het is natuurlijk noch het een, noch het ander, en tussen de uitersten van geestdrift en uitputting strekt zich een groot gebied uit van medewerking met tegenzin. Je kunt niet maandenlang mensen dwingen zo'n oorlog te voeren, daar is patriottische trots en onderlinge solidariteit voor nodig. Maar de reden dat er geen muiterij was, heeft te maken met het idee dat de overwinning toen, in 1916, binnen bereik leek. De soldaten waren menselijk genoeg om de oorlog te haten, maar ook menselijk genoeg om niet op te geven, alsof ze werden gedreven door een collectief automatisme. Ook de noria speelde hierbij aan Franse kant een rol. In 1916 was het nog te vroeg voor opstand, in 1917 en 1918 was dat anders."

undefined

Herdenken

Verdun is veel gebruikt door Franse staatshoofden om de burger te onderwijzen over het heden. Op momenten van verdeeldheid, spraken ze over de voorbeeldige inzet en moed van de frontsoldaten. Volgens François Mitterrand in 1986 bijvoorbeeld, had Verdun het bewijs geleverd dat de Fransen hun conflicten opzij konden zetten voor het algemeen belang. Hij moest op dat moment vanwege verloren verkiezingen samenwerken met een rechtse ministersploeg. Tien jaar later bracht Jacques Chirac de arbeiders en boeren, republikeinen en monarchisten, gelovigen en ongelovigen die in Verdun het land hadden verdedigd in herinnering. Hij had net daarvoor een monument onthuld voor de islamitische soldaten in het Franse leger, voor de joodse militairen was er al een. Verdun diende aldus de zaak van de integratie, van het multiculturalisme zelfs. In 1984 was het ossuarium van Douaumont de achtergrond voor een laatste etappe van de Duits-Franse verzoening. Mitterrand reikte bondskanselier Helmut Kohl de hand tijdens het spelen van de Marseillaise.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden