De mythe van Pulgrum (7)

Filosoof Lars Top verruilde zijn bovenhuis in de Randstad voor een molen in het Noord-Groningse Pulgrum. Vandaag: Lars, nog in badjas, heeft het hockeymeisje Sanne Kort binnengelaten. Dan beginnen woorden en dingen van elkaar los te raken.

Vanaf de schutting van café Vaartzicht vlogen twee musjes af en aan met mos en strootjes. Sanne Kort had nog steeds alleen maar geglimlacht, terwijl ze via de deur in de glazen wand tussen hal en woonkeuken al bij de grote eikenhouten keukentafel was beland. Lars' molen diende verschillende nesten. In de regenpijpen onder de omloop zaten steevast kauwtjes, onder de kap de spreeuwen en de dorpel boven hun keukenraam was in het voorjaar de stek van meesjes of vinkjes en dit jaar dus van de huismus.

In één behoedzame draaibeweging had Sanne met haar vingertoppen tegen het tafelblad geduwd en was met een bil op het zware hout gaan zitten. Het was zoals ze zich over het veld kon bewegen, maar nu gebeurde alles in slowmotion. Toch had Lars het gevoel er als een oude hijgerige man achteraan te lopen, in zijn badjas nota bene. Onder de badstof klopte zijn hart van opwinding en angst. Was de ansichtkaart met de Magritte en het verzoek om haar bij een werkstuk te helpen echt van haar afkomstig of van iemand anders? En als de kaart niet van haar kwam, zat ze dan in het complot, of wist ze van niets? Hoe kon hij pijnloos om het onderwerp heendraaien? Voorlopig zweeg het lot tussen hen beiden.

Lars bedacht dat hij zijn moment al voorbij had laten gaan. Toen ze jas en tas in de hal langs schouder en heup liet glijden, had hij haar in de geheimzinnigheid van het moment in zijn armen moeten sluiten. Net als in de film. Je kon ver komen, had hij al vaker gemerkt, wanneer je gedrag voldeed aan de voorstellingen die Hollywood aan de lopende band produceert. Zo leek het hele leven op het naspelen van voorgeproduceerde voorstellingen van het leven. Verder dan deze generale repetitie komen we nooit. Maar door slechte timing was Lars inmiddels in een andere archetypische voorstelling beland: de tenenkrommende voorstelling. Deze voorstelling kon in een sitcom met lachband eindigen, maar in een arthousefilm van Michael Haneke zou deze situatie met iets veel gruwelijkers kunnen aflopen. Aan het gezicht van Sanne kon hij niet zien welke film er draaide.

Het was in elk geval duidelijk dat ze niet langer konden verkeren in de stomme wereld waarin dieren hun leven lang commentaarloos doorbrengen. Hij ging hoe dan ook het zwijgen doorbreken. Hij voelde zijn hand plakken aan de glazen deur toen hij zich losmaakte uit zijn bevroren houding, het midden tussen flee en fight.

Lars wist nog niet of hij aan had gevallen of aan het vluchten was geweest, toen plotseling die ongelofelijke verlossing verscheen. De kunstkalender boven het aanrecht. Sara had dit weekend de nieuwe maand voorgehangen. April, met René Magritte's 'Dit is geen pijp'.

Terwijl hij bijna naar adem hapte, landde de eerste zin in de stille keuken: "Door dat schilderij ben ik filosofie gaan studeren." Hij wees naar de afbeelding met de pijp en het handgeschreven ceci n'est pas une pipe. Toen zijn woorden de ruimte eenmaal gevuld hadden, begreep Lars dat ze hem nieuwe grond onder de voeten gaven. Hij kon doorpraten over Magritte zonder dat hij de ansichtkaart aan de orde hoefde te brengen. "Het lijkt een flauwe grap, een pijp schilderen en eronder schrijven dat het geen pijp is, maar als je er even bij stilstaat, stapelt de ene vraag zich op de ander. Wat bedoelt de vraag? Dat de pijp die we zien geen echte pijp is? Misschien, het klopt immers dat het een afbeelding van een pijp is, geen echte pijp. Maar als de afbeelding van de pijp geen echte pijp is, maar verwijst naar een echte pijp, hoe weten we dan zo zeker dat de woorden alleen naar die afgebeelde pijp verwijzen? En niet bijvoorbeeld naar het hele schilderij, of naar alleen de zin 'Dit is geen pijp' of zelfs alleen naar 'Dit'? Hoe weten we dat woorden op dingen slaan? Dat is het grote probleem dat deze Magritte laat zien. Er bestaat altijd een ruimte tussen woorden en dingen die nooit helemaal is te overbruggen." Terwijl hij wees naar de kalender, was Lars naast haar op tafel gaan zitten. "Om dichter bij elkaar te komen kun je alleen maar nog meer woorden gebruiken. En de vraag is dan, bestaat het echte leven nog wel los van woorden, los van onze taal?"

Lars schrok meer dan Sanne van het geluid van de antieken deurklopper. Paniek maakte zich van hem meester, maar dit keer herwon hij zich meteen. Zelfverzekerd zwaaide hij de deur open. Een kruiwagen vol paardenmest en stro. "Veurt toentje!" Harko de Vaart, de gepensioneerde boer van de Bedumerweg bracht Sara iedere lente mest voor de rozen.

"Zo terug", riep Lars over zijn schouder. Hij stapte zonder gêne in zijn laarzen en nam een spade van de haak. "Ik zal je even losmaken Harko, dan kun jij je kruikar meenemen."

Toen hij terugkwam, stond er niemand meer tegen de keukentafel aan.

Wordt vervolgd
Lees alle mythes op www.trouw.nl/pulgrum

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden