De mythe van Pulgrum (6)

Filosoof Lars Top verruilde zijn bovenhuis in de Randstad voor een molen in het Noord-Groningse Pulgrum. Vorige week besloot hij de jacht te openen op het hockeymeisje Sanne Kort. Vandaag krijgt hij een kaart en onverwacht bezoek.

Hij werd wakker van de spreeuwen in de wieken. Lars verdroeg een nagel over een schoolbord beter dan het elektronische geluid dat van deze kleine miezerige vogels kwam. Ook in hun slechtgekamde, vettige verenkleed met de gifgroene glans van een strontvlieg zag hij eerder de hand van de duivel dan van een liefhebbende god. Zonder zijn ogen te openen zocht hij met zijn vingers naar het glas water dat naast zijn bed moest staan. Hij goot een paar druppels in zijn keel. Een bittere smaak kwam los. Toen hij het glas terugschoof zag hij dat het al tien uur was. Negen uur in wintertijd, probeerde hij zichzelf gerust te stellen.

Gisteravond had Sara voor het eerst laten doorschemeren dat de taken tussen hen misschien niet helemaal eerlijk verdeeld waren. Lars en Sara werkten allebei vier dagen maar hij had met zijn tekstschrijversbureau het laatste jaar bijzonder weinig betaalde opdrachten gehad. Zij was na een slopende avondopleiding sinds vorig jaar senior coach bij KwerK, een aan de universiteit gelieerd loopbaanadviesbureau.

Lars had gevloekt toen Sara haar rode wijn op de bankafschriften zette terwijl hij 's avond aan de keukentafel met de belastingaangifte bezig was. Triomfantelijk hief ze het glas, dat een kinderlijke rode stempel achterliet op het witte papier: "Op mijn tantième van vorig jaar! Dat genoeg was voor een jaar hypotheek." Lars had zich lang aan zijn status als filosoof en molenaar vastgehouden, maar, dacht hij, het ziet ernaar uit dat ook in de privésfeer geld uiteindelijk je waarde bepaalt.

Zo sloeg deze morgen zijn zelfbeeld om van levenskunstenaar tot uitvreter. En in plaats van zich tegen dit lot te verzetten ging hij zich er naar gedragen. Hij draaide zich nog een paar keer om. Pas tegen half twaalf stond hij voor hun kleerkast in de slaapkamer. Op het stapeltje kleren dat hij de steile trap afdroeg lag zijn iPhone als was het het pistool van een privédetective. Op de smalle overloop van de eerste verdieping stond het potje van Hannah nog met haar eigele ochtendplas. Hij stapte er voorzichtig overheen.

Eerst maar eens kijken of de post er was. In zijn badjas zette hij één voet op de koude stenen van de Uiterdijk en draaide de bus open. Op de bodem lagen de groene blaadjes van de vuurdoorn die Hannah en Jonathan er elke dag ingooiden. Toen hij het deurtje sloot zag hij pas dat in de gleuf een ansichtkaart stak. Met duim en middelvinger pikte hij de kaart eruit. Binnen, op de mat, met zijn rug tegen de dichte deur geleund, bekeek hij de kaart met een schilderij van Magritte, 'le thérapeute'. Hij was aan hem geaddresseerd. In meisjeshandschrift was met vulpen 'HA FILOSOOF' geschreven. "ik moet voor school een werkstuk maken over Magritte. Ik begrijp niets van die man. Wil jij mij helpen? Doei SANNE."

Hij voelde vanalles tegelijkertijd. Hij voelde zich betrapt in zijn voyeurisme, maar hij voelde ook zijn liefde beantwoord. En hij voelde angst om wat hij ging doen, nu zij zo duidelijk de deur open zette. Of was dit een grap van haar, om hem uit de tent te lokken? Misschien zelfs een grap van haar samen met die jongen met zijn vaders zwarte Volvo? Of, nog erger, een grap van heel iemand anders. Van Sara? Nee, die was alleen cynisch, maar niet grappig. Van zijn Amsterdamse vrienden aan wie hij over het hockeymeisje had opgeschept? Hij bekeek de kaart opnieuw. De inkt onder zijn duim had afgegeven. Nu pas voelde hij het zweet in zijn handen. De afzender had versieringen aangebracht op de kaart met dezelfde vulpen waarmee deze beschreven was. Zou Sanne dit doen? En 'doei' had hij haar nooit horen zeggen. Wat zeiden die Groningse meiden toch alweer tegen elkaar?

ZWOLLE, meldde het poststempel. Dus niet in Amsterdam gepost. Heel even voelde hij zich 'de dader' te slim af, maar toen bedacht hij dat hij niet wist of hij haar nu kon aanspreken over deze kaart. Waarom 'de therapeut' van Magritte? Sanne's vader, bij wie ze woonde sinds de scheiding van haar ouders, had een praktijk 'voor lichaam en geest' aan de Vlijt in Bedum. Hij was haptonoom en psychotherapeut. Het zou Lars niets verbazen als die zo'n stapel van die kaartjes had liggen.

De klap van de antieken deurklopper haalde een kras door zijn gedachten. De schrik prikte in zijn nek. Een klamme hand draaide de sleutel om in het slot, met zijn andere hand schoof hij de kaart in de zak van zijn badjas. Een glimlachende Sanne. Ze zei niets. Zwaantje, wilde hij zeggen. Wat was ze mooi. Die kwam niet voor Magritte, of toch wel?

Hij hield de deur voor haar open en nog steeds zwijgend trad ze binnen terwijl ze haar tas van haar schouder op grond liet zakken.

Voor hij de deur sloot zag Lars nog hoe twee kauwtjes een buizerd bij de populieren van het Pulgrummer bos probeerden weg te houden.

Lees alle mythes op www.trouw.nl/pulgrum

Wordt vervolgd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden