De mythe van Pulgrum (10)

null Beeld

Deze week speelt Lars met woorden en Laurens met liefde. In Pulgrum klinkt een lach, in Beetsterzwaag rolt een traan.

Lars staarde naar de blauwe lucht boven het dakleer van de molen. De zon prikte aangenaam op zijn huid en door het geplons in het Boterdiep van de jongens die al de hele middag van de draaibrug sprongen leek zijn leven zich buiten de tijd af te spelen. Ieder jaar opnieuw, bij de eerste zomerse dagen, had Lars deze gewaarwording. Maar hij vergat het meteen ook weer.

Lars was geen systematisch filosoof en dus deed hij keer op keer dezelfde ontdekkingen. Een van die ontdekkingen kwam steevast enkele seconden nadat hij deze zomerse tijdloosheid voelde. Hij concludeerde dan dat synesthesie - het samengaan van verschillende zintuigen - geen uitzondering vormt, maar het verbindende principe van al onze waarnemingen.

Doordat de taal onderscheid maakt tussen horen, zien, ruiken, voelen en proeven zijn we geneigd om onze zintuigen als afzonderlijke informatiebronnen te beschouwen, maar, zo wist Lars ieder voorjaar weer: we zouden een geluid niet herkennen als dit niet in het geheel van een gewaarwording zou passen. Daarom konden kleine wijzigingen in het weer ook zo'n immense invloed op ons hebben; het verschil tussen 18 en 22 graden maakte het verschil tussen dit of een heel ander bestaan. Na één dag zomer ligt de winter jaren achter ons.

De molen van Pulgrum had door schilderwerk al weken niet meer gedraaid. Postuma uit Middelstum had begin april twee jongens met een hoogwerker gestuurd, die Lars na de eerste schuurwerkzaamheden niet meer had gezien. "Er is onduidelijkheid over de offerte", schreef Hein Greema, de voorzitter van de molenstichting, in een e-mail aan Lars. "Het een en ander krijgt wat vertraging."

Maar nu pas, terwijl zijn kinderen met hun neuzen tegen het hek stonden te kijken naar de witte lijven die zich keer op keer van de brug in het Diep lieten vallen en Lars een witte vliegtuigstreep volgde die de ene wiek met de andere leek te verbinden, zag hij dat de molen al die tijd in de rouwstand had gestaan. Voor het schuren had hij de askop iets moeten draaien, waardoor de onderste wiek nu rechts van het midden stond.

Jonathan en Hannah keken niet op van Lars' plotselinge lach die overging in een lange hoestbui. Normaal gesproken zou hij doodzenuwachtig zijn geworden van zo'n symbolische fout, maar hij realiseerde zich dat geen hond deze tekens nog herkende. En niet alleen deze tekens. Tekens in het algemeen werden niet meer gelezen. Hij dacht aan de wisseltruc van de L en de S die hem en de mooie Sanne vandaag weer bij elkaar hadden gebracht terwijl zijn S(ara) en haar vader L(aurens) zo nodig moesten demonstreren in Amsterdam.

Opnieuw klonk een sardonische lach. Proestend hield Lars zijn hand tegen het zonlicht en keek op de klok van de Nederlands Hervormde kerk. Tien voor half vijf. Hij stond op van zijn stoel, haalde een biertje uit de schuur, pakte zijn sigaretten van het aanrecht en nam limonade en een bakje chips mee voor Jonathan en Hannah.

Ook Sara en Laurens waren de tijd vergeten in de zwarte Volvo aan het bosweggetje bij Beetsterzwaag. Het was er zelfs een paar graden warmer dan in Pulgrum. Op de motorkap lagen enkele crèmekleurige bladeren die als immense tranen uit de te snel tot bloei gekomen Magnolia waren gevallen. Van demonsteren zou het niet meer komen.

Laurens wist niet hoeveel Sara op Lars leek. Ook háár gemoed werd voortdurend op hol gebracht door de schitterende tekens die de wereld onverwacht kon prijsgeven. Alleen waar Lars, overmand door de schoonheid van het bestaan, woorden begon te produceren, daar kwamen bij Sara tranen te voorschijn. En daarmee ging het mis in Beetsterzwaag. Laurens, de Bedumer psychotherapeut en haptonoom, dacht dat het tranen waren om zijn uiteenzetting over vrijheid. Een verhaal waarmee hij al vaker succes had geboekt bij vrouwen van zijn leeftijd. Het kwam erop neer dat lichamelijke vrijheid de basis was voor geestelijke vrijheid en niet andersom. En die lichamelijke vrijheid zou de mens oefenen in het liefdesspel, waar de streling het lichaam van de ontvanger aftast, evenveel ter geruststelling als ter verkenning en overmeestering.

Maar Sara luisterde nauwelijks. Ze liet haar tranen lopen omdat ze wist dat woorden er niet toe deden. Zonder snikken stroomden de tranen over haar gezicht. Ze drukte zich tegen hem aan, waardoor hij zijn arm alleen nog als een vader over haar schouder kon leggen.

Die avond zat Lars weer buiten. Hij keek naar de prunus bij de buren. De roze bloesem was al aan het roesten. Het begon koud te worden. Hij vroeg zich af wanneer Sara terugkwam. Door de alcohol was zijn kriebelhoest verdwenen. In de schuur naast het lege krat vond hij nog een bokbiertje, houdbaar tot april 2011.

Wordt vervolgd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden