De mystieke lokroep van IS

Dabiq, de digitale glossy van IS, verheerlijkt geweld, maar heeft ook een onvermoede spirituele kant. Wat kunnen terreurbestrijders leren van deze Happinez voor jihadisten?

Maurice Blessing (1968) is arabist. Hij publiceert over geschiedenis en het Midden-Oosten. Blessing doceerde sharia (islamitisch recht) en werkt aan een boek over dit onderwerp.

'Ze zijn zo fragiel als glazen flessen, maar met de zielen van ambitieuze mannen die de hemelen aan hun borst willen drukken."

Nee, dit is geen citaat uit de geluksglossy Happinez of uit de Wendy, het nieuwe tijdschrift dat 'heel Holland een beetje happier wil maken'. En deze poëtische volzin is - helaas, helaas - ook niet afkomstig uit de laatste roman van Kader Abdollah. Maar waaruit dan wel? Verrassing! Het is een typisch citaat uit het lentenummer van Dabiq - de online glossy van 's werelds leidende terreurconglomeraat Islamitische Staat.

Wie meent dat een glossy tijdschrift van IS alleen uit afbeeldingen van afgehakte hoofden, ronkende korancitaten en botte dreigementen bestaat, heeft het faliekant mis. Neem de bijdrage van Umm Sumayya al-Muhajirah ('De moeder van Sumayya, de emigrante'), waaruit bovenstaand citaat afkomstig is. De redactie van Dabiq heeft een prominente plaats voor haar ingeruimd. Waar in een gewoon tijschrift het nietje zou zitten, mag ze uitgebreid uitleggen waarom iedere gelovige moslima zo snel mogelijk naar het kalifaat zou moeten emigreren. Ze kwijt zich gloedvol van die taak.

Aan haar nom de guerre - Sumayya was de legendarische eerste martelares van de islam - kunnen we al afleiden dat volgens Umm Sumayya de geneugten van hidjrah ('heilige migratie') niet louter van deze, fysieke wereld zijn. Ze gaat dan ook spottend de strijd aan met 'tegenstanders van de Islamitische Staat' die beweren "dat zij die hidjrah doen afkomstig zijn uit een gemarginaliseerde klasse in hun voormalige verblijfslanden. Dat ze worstelen met werkloosheid, armoede, huiselijke conflicten en psychologische kwalen." Umm Sumayya ziet juist het tegenovergestelde: "Ik zag zusters die al het aardse achter zich lieten om zich al strevende tot hun Heer te wenden." Ze lieten 'een prachtig huis en een luxe auto' achter zich "en haastten zich hun Heer te dienen, alsof ze wilden zeggen: Mijn Heer, bouw voor mij een huis nabij U in het Paradijs."

Umm Sumayya's met zonsondergangen en pastelkleurige herfstbladeren geïllustreerde bijdrage, getiteld 'De wederhelften van de mannelijke emigranten', valt slechts op één manier te karakteriseren: als intens religieus en spiritueel. En dat is een belangrijke constatering voor wie de aantrekkingskracht van dit soort bewegingen wil begrijpen, om ze beter te kunnen bestrijden. Dat eerste is bepaald geen overbodige luxe, omdat terreurbestrijders, zoals een Nederlandse radicaliseringsdeskundigehet onlangs in Trouw verwoordde, collectief 'met de handen in het haar' zitten. Oftewel: ze hebben geen idee hoe een succesvolle terreurbeweging als IS de voet dwars kan worden gezet.

Maar, hoor ik sommigen van u nu tegensputteren, Umm Sumayya's woorden zijn toch pure propaganda - zoals alle bijdragen in deze abjecte glossy? Waarom zouden we dit serieuzer moeten nemen dan de Linda of de Wendy? Maar wie gelooft dat deze propaganda per definitie niet serieus genomen kan en mag worden, ziet iets essentieels over het hoofd. Namelijk: dat het zeer effectieve propaganda is. Het voldoet aan een vraag op de wereldwijde spiritualiteitsmarkt.

Verschillende jihadistische terreurbewegingen steken momenteel bijzonder veel tijd, middelen en moeite in het produceren van 'vuistdikke' online tijdschriften; de markt van jihadi-glossy's is booming en wordt steeds diverser en professioneler.

Die inspanningen zouden ze ook op een andere, wellicht praktischer manier kunnen aanwenden. De jihadistische multinationals - Al-Qaida, de Taliban en IS - zijn namelijk verwikkeld in een onderlinge concurrentiestrijd op leven en dood. Wapens in die strijd zijn Inspire, het pionierende magazine van Al-Qaida, het hippere Dabiq van IS en het meer journalistiek georiënteerde Azan, uitgegeven door de Pakistaanse Taliban.

De bladen, alle ook in het Engels, raken

gezien het grote aantal uitreis-jihadisten overduidelijk een snaar bij hun westerse publiek; ze hebben iets in de aanbieding wat elders niet valt te vinden. Net zoals de Wendy het onwaarschijnlijke succes van de Happinez probeert te evenaren, door hetzelfde hypercommerciële product (de belofte van geluk) in een iets ander jasje te steken.

Dit biedt ons de mogelijkheid de essentiële verschillen tussen de bewegingen vast te stellen, hun specifieke strategieën te ontleden en daar zo goed mogelijk op in te spelen. Zo zijn de beperkte geografische ambities van de Pakistaanse Taliban eenvoudig af te leiden uit het feit dat de auteurs van Azan zich voornamelijk buigen over de voor jihadisten relevante ontwikkelingen in Zuid-Azië. De Inspire en de Dabiq hebben daarentegen nadrukkelijk de westerse lezer op het oog. Die benaderen ze vervolgens op geheel eigen, unieke wijze.

Zo wil Al-Qaida's Inspire, dat in 2010 het licht zag, moslims in het Westen inspireren tot het plegen van zo mediageniek mogelijke aanslagen. Door zoveel mogelijk angst en verwarring te genereren in de samenlevingen van de far enemy, hoopt het deze te kunnen ontwrichten. In de Inspire konden wannabe terroristen - zoals de gebroeders Tsarnaev, van de aanslag op de Boston Marathon van 2013 - leren hoe je een bom fabriceert 'in de keuken van je moeder'.

Daarmee vervulden de leden van geïmproviseerde 'microcellen' en lone wolves een voor Al-Qaida buitengewoon nuttige taak. Het was dan ook zeker niet de bedoeling dat ze zouden afreizen naar het strijdperk in Centraal-Azië en Oost-Afrika. Waarschijnlijk liepen ze daar alleen maar in de weg. De Al-Qaidacellen en netwerken in het Westen waren daardoor relatief stabiel - wat westerse veiligheidsdiensten de mogelijkheid bood ze te infiltreren en te observeren. Gaandeweg werden die diensten daar ook steeds bedrevener in.

Islamitische Staat heeft hiervan geleerd, want het slaat duidelijk een andere weg in. In Dabiq worden aspirant-martelaren in het Westen aangespoord vooral niet te veel tijd en moeite te steken in het uitkienen van specifieke, mediagenieke doelwitten. Zo raadt 'Abu Muqatil de Tunesiër' (moordenaar van de Tunesische politicus Mohammed Brahmi), zijn 'broeders in Frankrijk' aan moeilijke doelen te vermijden en gewoon een wapen te kiezen en eropuit te trekken. "Vertrouw op Allah. Dood iedereen. Alle kuffaar (ongelovigen, red.) daar vormen doelwitten. Dood wie je maar tegenkomt van de kuffaar." Zo is het risico op ontdekking (en daarmee verijdeling) het kleinst.

Maar veel beter is het helemaal niet tussen de kuffaar te verblijven, en zo snel mogelijk de Islamitische Staat te komen versterken. Want, zo haalt de redactie de Profeet aan: "Wie tussen de afgodendienaars vertoeft, is zelf één van hen." Iedere moslim, man of vrouw, is verplicht naar het kalifaat af te reizen, om te voorkomen dat ze onder invloed van hun omgeving tot kufr ('ongeloof') vervallen.

Umm Sumayya verwoordt deze religieuze aanbeveling als volgt: "Als je eraan gewend raakt om overal om je heen ongeloof en veelgoderij te zien zonder er iets aan te doen, loopt je hart het risico af te sterven, zodanig dat je de islam en zijn volgelingen niet langer kunt herkennen."

Wie als moslim toch in 'het Huis van Ongeloof' achterblijft, neemt daarmee volgens IS bewust een risico. Niet alleen met het zieleheil in het hiernamaals, als ongelovige in staat van wording, maar ook met lijf en leden. Want zouden ze in het Westen het slachtoffer worden van een aanslag door een mede-moslim, dan is dat primair te wijten aan hun eigen, ernstig tekortschietende geloof. Door in het seculiere Westen te blijven wonen hebben ze er namelijk bewust voor gekozen 'de afgod van het nationalisme' te dienen en de religieuze verplichting tot hidjrah (migratie) te negeren. Volgens Dabiq zouden de aanslagen in Kopenhagen niet zijn gepleegd vanwege de belediging van de profeet Mohammed die daar heeft plaatsgevonden. "Het was Abu Ramadans afwijzing van het nationalisme die hem ertoe bracht de Deense Joden en lasteraars van de Profeet tot doelwit te nemen, ook al was hij zelf in Denemarken geboren en getogen."

Westerse journalisten gooien de religieuze ideologie van IS vaak op een hoop met de islamvariant die in Saudi-Arabië de staatsgodsdienst vormt. Volgens de standaarduitleg werd dit 'wahhabisme', met zijn sterke nadruk op een letterlijke uitleg van de Koran en het bestrijden van afgoderij en andersgelovigen, vanaf de jaren zestig en zeventig met behulp van oliegeld onder de wereldwijde moslimgemeenschappen verspreid. Ten gevolge van deze intensieve, Saudische propaganda zouden we nu met de gebakken peren van een 'radicale islam' zitten. Deze clichéverklaring heeft er deels toe geleid dat westerse overheden zijn gaan vertrouwen op 'tegenpropaganda' om de radicale islam tegen te gaan.

Dabiq maakt duidelijk hoe eenzijdig en daardoor misleidend deze voorstelling van zaken is. En niet alleen omdat de pre-'wahhabitische', mystieke traditie van de islam zo'n belangrijke rol in het blad speelt. Artikel op artikel hamert de redactie van Dabiq op de noodzaak tot afwijzing van de moderne natiestaat. Die zou verantwoordelijk zijn voor veruit de meeste kwaden die vandaag de dag de gemeenschap van Ware Gelovigen treffen.

Als we op Dabiq afgaan, dan vormt dit

dogma het centrale geloofsartikel van de beweging - een dogma dat nota bene islamitische schriftgeleerden in Brits-India in de jaren dertig hebben ontwikkeld, en dus niet uit Saudi-Arabië afkomstig is. Zoals Dabiq het omschrijft: 'Tot de grootste daden van de ware monotheïst hoort de afwijzing van het nationalisme. Want zijn islam is niet correct zolang hij nog in het nationalisme gelooft, omdat het nationalisme iedereen als gelijke beschouwt, los van hun geloof, en de religie aan grenzen onderwerpt zodat haar verbreiding wordt tegengegaan."

Het nationalisme is een religie die ooit door het Westen is bedacht, zo doceert de redactie, om de wereldwijde moslimgemeenschap intern verdeeld te houden in nationale staten. De vernietiging van het antieke erfgoed in Syrië en Irak is volgens de Dabiq dan ook niet primair op het vernietigen van afgodsbeelden als zodanig gericht - zoals je van Saudische 'wahhabi's' zou kunnen verwachten. In de ogen van de IS-scribenten zijn de vernietigde artefacten namelijk eerst en vooral verderfelijk 'nationaal' erfgoed. De beelden van Assyrische goden zouden door archeologen zijn opgegraven om de Iraakse burger te kunnen vervullen van trots op de unieke geschiedenis van de moderne natiestaat Irak. De 'afgoderij' betreft hier dus niet zozeer de beelden zelf, maar de daarachter schuilgaande 'goddeloze' ideologie van het nationalisme. (Alleen de mummies van Egyptische farao's mogen van Dabiq behouden blijven. God heeft deze namelijk expres bewaard als waarschuwing tegen tirannie en ongeloof).

IS heeft hiermee een ijzersterke religieuze ideologie in handen. Wie afreist naar het kalifaat, voldoet niet alleen aan een religieuze plicht. Hij wijst ook een compleet systeem af, het nationalisme, dat overal ter wereld onrecht in stand houdt, de moslimgemeenschap zwak en verdeeld houdt, en de mensheid in collectief ongeloof heeft gestort.

Kijk nou eens naar het pro-westerse, 'nationalistische' Vrije Syrische Leger, schrijft het blad. Was dat niet te zwak, immoreel en intern verdeeld om de duivelse tiran Assad te kunnen verslaan? En waren de collega-jihadisten van Al-Nusra ('het verraderlijke Jawlani-front') niet juist machteloos omdat zij hun strijd tot de blasfemische grenzen van Syrië wilden beperken? En heeft de Egyptische Moslimbroederschap, dat deelnam aan het democratische systeem van de afvallige nationalisten, zich kunnen verdedigen tegen 'de nieuwe farao', generaal Sisi? Kan niet alleen het pure, onaangelengde monotheïsme van de ware islam werkelijke eenheid en kracht brengen?

Afreizen naar het kalifaat wordt door IS niet alleen gepresenteerd als een 'wettische' daad, in de zin van het 'slaafs' opvolgen van een letterlijk gebod uit de Geschriften. Het is boven alles een intens spirituele beslissing, waarmee de gelovige een principiële keuze maakt in de kosmische eindstrijd tussen Goed en Kwaad. Hij of zij treedt toe tot de Broederschap van het Goede. Alsof de filmtrilogie 'In de Ban van de Ring' plotseling tot leven is gekomen, in meer dan 3D. Met échte veldslagen, de echte geur van bloed en échte bosjes afgehakte hoofden.

"Het eerste checkpoint dat we zagen", schrijft Umm Sumayya euforisch over haar aankomst in het kalifaat, "de eerste beelden van de soldaten van De Staat die we niet op internet of op de televisie zagen - in vlees en bloed, zo stoffig en haveloos - we zagen ze nu met onze eigen ogen, terwijl de tranen uit onze ogen stroomden en onze tongen geluidloos het allahu akbar articuleerden. Hoeveel goeds hebben jullie jezelf ontzegd, jullie die achterover leunen en achterblijven bij de jihad!"

En wat vindt Umm Sumayya nu zo aantrekkelijk aan het kalifaat? EU-antiterreurcoördinator Gilles de Kerchove pleitte begin dit jaar voor een intensieve contra-propagandacampagne van de EU-lidstaten, die potentiële emigranten van een reis naar het kalifaat moest weerhouden. Reclamemensen en pr-experts gingen hun duidelijk maken dat 'IS bestaat uit gevaarlijke gekken ... die opgewonden raken van bloed'.

De Kerchove wees op een YouTube-filmpje van de Franse overheid, dat met uiterst gewelddadige beelden illustreert dat migranten op IS-grondgebied niet het islamitisch paradijs wacht, maar de hel op aarde. Dat het kalifaat een plaats is van dood en vernietiging in plaats van een baken van vrijheid, kameraadschap en sensueel genot. Eerder produceerde de Amerikaanse overheid al een gelijksoortige, bloederige clip: 'Welcome to ISIS land'.

Je zou verwachten dat 'Umm Sumayya' daar lijnrecht tegen ingaat, door te verkondigen dat het Westen liegt over de situatie in Mosul of Raqqa. Dat het er juist heerlijk toeven is voor de oprechte moslimmens.

Maar nee. Niets over de drie dagen gratis overnachting in luxe hotels, die sommige pasgetrouwde stellen van IS-bestuursorganen krijgen aangeboden. Over gratis scholing en dat het elektriciteitsnet in Mosul weer werkt, of over moslimmannen die ervoor zorgen dat het hun echtgenotes aan geen materiële basisbehoefte ontbreekt - een van de belangrijkste bepalingen van de klassieke sharia. Nee, Umm Sumayya ratelt aan een stuk door over zelfopoffering, over het verlies van echtgenoten en zonen in de strijd en over miskramen ten gevolge van de ontberingen. En dat dit lijden het allemaal waard is, omdat het de ware gelovige zoveel spirituele voldoening oplevert.

"Hoe waardevol is de hidjrah en hoe

gespeend van waarde zijn de opofferingen die we op haar pad getroosten!", jubelt ze. Ze heeft dan net verhaald over een migrante die vlak na haar aankomst in het kalifaat een miskraam kreeg. Over de overleden baby: "Het was beter voor hem te sterven, dan aan de curricula van de scholen van de ongelovige tirannen blootgesteld te worden." En over de trotse moeder van een martelaar: "Is het pad naar de Waarheid niet bestrooid met doornen? Op de weg naar het Paradijs is geen plaats ingeruimd voor bangeriken en lafhartigen!"

Leg hier de westerse contrapropaganda naast, en je ziet in één oogopslag waarom onze antiradicalisering zo dodelijk ineffectief is. Onze propaganda lijkt als twee druppels water op die van de vijand; ze zijn vrijwel inwisselbaar. En dus gaat er ergens iets niet helemaal goed. Hier heerst een fundamenteel onbegrip onder politici over de beleden waarden en geestesgesteldheid van de ideologische tegenstander.

In de ogen van de moderne, seculiere burger zijn spiritualiteit en terrorisme elkaar categorisch uitsluitende begrippen. Het religieuze streven naar 'het hogere' kan naar ons idee slechts geweldloze vormen aannemen. Daarom zijn voor ons Jezus, Gandhi en moeder Teresa iconen van spiritualiteit. Dat de eerste volgens de evangeliën ook 'met het zwaard' kwam, de tweede blijkens zijn eigen geschriften geobsedeerd was door het martelaarschap (en seks) en de laatste in de straten van Calcutta zo werd gevreesd dat moeders hun ongehoorzame kinderen met haar dreigden als was ze de roe van Zwarte Piet, wordt in populaire levensbeschrijvingen stelselmatig over het hoofd gezien.

Want onze moderne, burgerlijke markt vraagt om principieel geweldloze, liefst halfzachte heiligen à la Ben Kingsley in 'Gandhi The Movie'. Dat is het resultaat van een historisch proces van minstens twee eeuwen, waarin de burger van de moderne natiestaat werd ingeprent dat God misschien wel belangrijk en machtig was, maar lang niet zo belangrijk en machtig kon zijn als de allesoverheersende (natie)staat.

Religie mocht in het privédomein een rol blijven spelen, maar slechts in een sterk gedomesticeerde, geweldloze vorm. Voortaan mocht alleen de staat geweld gebruiken en oorlog voeren. Deze domesticatie van religie en spiritualiteit door de elites van de nationale staten was zo succesvol, dat wij brave burgers nu oprecht menen dat transcendentie hetzelfde is als oemmm zeggen op een yogamatje - met een glas ecologische thee en de Happinez binnen handbereik.

Maar zoals bekend roept ieder succesvol proces een tegenproces op. Zo ontstond een 'anti-burgerlijke spirituele protestmarkt', die ooit werd bediend door voornamelijk linkse terreurgroepen als de RAF en de Weathermen. Sinds de jaren tachtig verloren deze bewegingen hun aantrekkingskracht en is hun plaats geleidelijk aan ingenomen door islamitische equivalenten: de jihadistische strijdgroepen, met de islamitische (zelf)moordenaars als de nieuwe iconen van anti-burgerlijke, spirituele transcendentie. Want de jihadi-martelaar ontstijgt niet alleen de aardse materie. Hij steekt postuum ook een dikke middelvinger op naar de geminachte burgermoraal.

In veruit de beste radicaliseringsroman ooit geschreven wordt geen moslim ten tonele gevoerd. In Philip Roths 'American Pastoral' (1997) wordt het leven van de onbedaarlijk aantrekkelijke, buitengewoon succesvolle en perfect geassimileerde Amerikaanse Jood Seymour 'de Zweed' Levov ('de dichtst mogelijke benadering van een goj') met een daverende klap uit het lood geslagen. Ogenschijnlijk uit protest tegen de Amerikaanse bombardementen in Vietnam blaast zijn dochter Merry het postkantoor op van hun slaperige, lommerrijke woonplaats Rimrock. Inclusief onschuldige voorbijganger.

Wat dreef zijn dochter? De stoïcijns-aimabele en door en door redelijke en geseculariseerde Jood Seymour Levov, die het Amerikaans-zijn als een handschoen leek te passen, komt er maar niet achter. Is hij in haar jeugd seksueel over de schreef gegaan en heeft hij haar zo een ondraaglijk trauma bezorgd? Deed ze het puur uit wrok, vanwege haar succesvolle maar oppervlakkige ouders en haar eigen, verlammende spraakgebrek? Of is ze daadwerkelijk diep begaan met het lot van onderdrukte bevolkingsgroepen, waar ook ter wereld? Zijn fundamentele machteloosheid om ook maar iets te begrijpen van het gedrag van zijn ultra-spirituele dochter 'de-Rimrock-terroriste', drijft de intens brave burger Levov langzaam maar zeker de afgrond in.

Het heeft er veel van weg dat Europese anti-radicaliseringsambtenaren, net als Seymour Levov, de spirituele, antiburgerlijke aantrekkingskracht van IS maar niet kunnen of willen begrijpen. Daarvoor is namelijk ook een kritische blik op onze eigen, burgerlijke samenleving nodig, en kennis van de wijze waarop de islam de afgelopen twee eeuwen met succes door nationale staten is gedomesticeerd.

Misschien moeten Europese beleidsmakers als antiterreurcoördinator De Kerchove daar eerst maar eens aan gaan werken, voor ze weer een nieuwe peperdure campagne opzetten die in de praktijk een grote reclamecampagne voor de opponent blijkt te zijn. Ze kunnen er de tijd voor nemen: de aantrekkingskracht van IS en zijn in de coulissen van ongeduld trappelende opvolgers, zal nog wel even voortduren.

'Wees sterk, lieve zuster'

"In het oor van elke zuster die hierheen geemigreerd is en die lijdt onder het verlies van haar man op het slagveld in deze Staat, fluister ik: Wees sterk, lieve zuster, en wacht geduldig je beloning af. Wees voorzichting en hoed je voor gedachten die je trekken, terug naar de landen van de afgodendienaars.

Weet dat er zusters zijn met groot leed. Van sommigen is de man gedood, zijn ledematen geamputeerd, ze zijn verlamd geraakt of in de gevangenis gegooid. Toch blijven hun echtgenotes fier overeind, als de sterkste bergen. Hun beproevingen hebben hen alleen maar vastbeslotener en geduldiger gemaakt. En weet dat de beloning overeenstemt met de omvang van het lijden van de gelovige."

Leeuwenwelpen

"De Islamitische Staat heeft het op zich genomen om deze generatie voor te bereiden op de confrontatie met de kruisvaarders en hun bondgenoten, ter verdediging van de islam. IS heeft instituten opgericht voor deze ashbal (leeuwenwelpen) om hun militaire vaardigheden te trainen. Onlangs heeft IS deze jonge leeuwen twee agenten die spioneerden voor de Russische geheime dienst en de Israëlische Mossad overhandigd, om ze te executeren en te tonen als een voorbeeld aan iedereen die erover denkt de mujahedien te infiltreren. Zoals te verwachten was, schreeuwden de kuffar (ongelovigen) moord en brand over het gebruik van 'kindsoldaten' door de Islamitische Staat."

Geen anti-propaganda

'IS pleegt ook terreur in moslimlanden'. 'IS maakt van kinderen moordenaars'. 'Je man sneuvelt, jij blijft alleen achter'. Dat is geen antipropaganda, maar de propaganda van IS - zie de beelden en citaten uit Dabiq op deze en volgende pagina's.

"De soldaten van het kalifaat hebben een krachtige boodschap afgeleverd in het kamp der ongelovigen en afvalligen. Ze joegen hun angst aan in diverse landen, zonder dat visa, grenzen en paspoorten een beletsel vormden. Aanvallen werden uitgevoerd in Jemen en Tunesië, door mannen wier loyaliteit niet ligt bij een vals burgerschap, maar bij Allah, Zijn Boodschapper en de gelovigen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden