De muzikale en morele moed van Vladimir Jurowski

Er zijn van die uitvoeringen die dagenlang in je hoofd blijven rondzingen. Ik gebruik hier het woord 'rondzingen' bewust, omdat ik het over een voorstelling wil hebben die boordevol zang en zangers zat. Maar evengoed zou de term 'rondspoken' van toepassing kunnen zijn, want pal onder die na-echoënde herinneringen aan dat schitterende zingen, woelden al die dagen erna diepere gedachten, vragen en sympathiebetuigingen door mijn hoofd. Het is mooi als een voorstelling dat teweeg kan brengen.

Ik heb het over de concertante uitvoering van Sergei Prokofjevs opera 'Semjon Kotko' een week geleden in de NTR ZaterdagMatinee. Deze 'sovjet-opera' stamt uit 1939 en toch was het voor het eerst in driekwart eeuw dat het werk werd uitgevoerd door een niet-Russisch orkest en een niet-Russisch koor. Dat zeg ik op gezag van dirigent Vladimir Jurowski, die dat kennelijk zo'n belangrijk feit vond, dat hij het in een zeer persoonlijk voorwoord optekende in het programmaboekje.

Het was overigens niet de eerste keer dat 'Semjon Kotko' in Nederland te horen was. Tijdens het Gergjev Festival van 2003 in Rotterdam was er al eens een concertante uitvoering door koor en orkest van het Mariinsky Theater uit Sint-Petersburg.

Een van de grootste raadselen in Prokofjevs leven is zijn remigratie naar de Sovjet-Unie in 1936, nadat hij als beroemd pianist en componist van het vrije Westen had genoten. Een vrijwillige terugkeer naar de repressie van Stalin, de satanische kwelgeest die hem zou achtervolgen tot de dag dat ze beiden stierven - Prokofjev overleefde Stalin slechts drie kwartier. Volgens sommigen is Prokofjev een apolitieke componist, maar om in de gratie te komen bij de Sovjet-leiders had hij een publiek - en dus politiek - succes nodig. Dat hoopte hij via 'Semjon Kotko' te behalen, een ideologische sovjetopera.

Het wrede verhaal speelt zich af in 1918 in Oekraïne, waar de naweeën van de Eerste Wereldoorlog nog voelbaar zijn en niet-overtuigde bolsjewieken heulen met de Duitse vijand. Er wordt moord en brand geschreeuwd in deze opera, die uiteindelijk met lof op kameraad Kotko en het Rode Leger eindigt. Althans, zo zou het moeten eindigen, maar niet in de versie die Jurowski ons zaterdag presenteerde. Er is te veel veranderd in Oekraïne en op de Krim de laatste jaren. Prokofjev werd er geboren en het inmiddels platgebombardeerde vliegveld van Donetsk draagt zijn naam.

In de vierde akte zette Prokofjev het gedicht 'Testament' van de Oekraïense dichter Sjevtsjenko op muziek - in het Russisch. Dirigent Jurowski liet die profetische koorscène aan het slot terugkomen, maar nu gezongen in het Oekraïens. Hij droeg het koor op aan alle huidige inwoners van Oekraïne en de Krim. Het was een statement van jewelste. Een sovjetopera om in het gevlij te komen bij Stalin, nu gebruikt als politiek pamflet tegen Poetin. De zaal was onthutst stil van deze gedurfde omkering. De apolitieke Prokofjev zou van deze morele en gedenkwaardige moed beslist hebben opgekeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden