De muze als kanonnenvlees

interview | Kunstenaars vertellen in de serie De Schepping hoe hun werk tot stand komt. Vandaag zangeres Wende Snijders en componist Boudewijn Tarenskeen over 'Winterreise', een bewerking van Schubert.

Met een ietwat bleek bekkie komt zangeres en performer Wende Snijders aangelopen: 'Ik zie bijna scheel van het repeteren'. Snijders stapt ver uit haar comfortzone door opnieuw te soleren in een compositie van Boudewijn Tarenskeen. Hun eerste samenwerking dateert van twee jaar geleden, toen hij het monodrama 'Erwartung' voor haar componeerde. Nu zegt hij daarover: "Ik zat bij die première te sterven in de zaal. Een volle zaal met een groot orkest en twee piano's. En daartussen stond een klein meisje te stuntelen, te zwoegen en te overwinnen. Terwijl het gebeurde, dacht ik: het moet allemaal weg, iedereen oprotten. Als mensen het over Wende hebben, zeggen ze: ze zuigt je zo op, in aanwezigheid en interpretatie. Ik dacht: ja, dat klopt. Nou, laat maar zuigen. Kijken hoe ver ze in haar eentje komt met die kwaliteiten en dat imago."

En dus bedacht Tarenskeen dat hij voor haar Schuberts 'Winterreise' wilde bewerken. De liederen worden songs, de gedichten lyrics en het recital een performance, zo wordt aangekondigd. Een symbolische strijd tussen de zangeres en pianist Gerard Bouwhuis.

Het eerste dat Tarenskeen aan Snijders vraagt, is: "Hoe ging het?" Hij is niet bij de repetities betrokken. Bewust. Hij wilde iets schrijven waarvan hij wist dat zij ongeveer de helft zou 'kapen', zoals hij dat noemt. Tarenskeen vindt het niet erg dat hij niet precies weet wat hij straks, tijdens de première op 16 mei, gaat zien: "Een partituur is een gevecht voor Wende, want zij kan geen noten lezen. De repetitor en de pianist begrijpen dat in één oogopslag. Voor haar is het Latijn."

Waarom wilde u haar hebben? Is het niet makkelijker om een zangeres te kiezen die wél noten kan lezen?

Tarenskeen: "Dat is inderdaad makkelijker, maar ook weer zo geijkt, ik weet dan wat ik krijg." Vervolgt minzaam: "En dat heb ik al zo vaak meegemaakt". Dan: "De samenwerking bij 'Erwartung' beviel heel goed. Ik dacht: nu ga ik het erger maken, hele moeilijke noten componeren. Waarvan ik weet dat zij daar haar eigen draai aan geeft. Samen moet het iets opleveren wat heel delicaat is. Ik weet niet wat ik krijg, maar het is wel binnen een professionele afspraak: dit ben ik, dat ben jij en we gaan in het midden uitkomen. Dus niet: ach, doe maar wat. Of: ik vind dat je die noten exact moet doen. Die afspraak hebben we."

Snijders: "Het is een levend iets. Ik wil onderzoeken waar dat midden dan ligt. Zo voel ik het. Het is dubbel: ik kan heel schools en braaf zijn, ik wil het graag goed doen. Aan de andere kant irriteert me dat meteen. Ik heb ook een haat-liefde-verhouding met het monument 'Winterreise'."

Vinden jullie elkaar daarin?

Tarenskeen: "Ja. Ik zag er als componist enorm tegenop. Je krijgt de kans niet om over de monumenten in de klassieke muziek, zoals Bachs 'Matthäuspassion' of Wagners 'Parsifal', een mening te hebben. Het is bijna heilig. Maar vind ik het nou echt mooi? Zo is het ook met Schuberts 'Winterreise', dat is zo boring. Al die liederen en dan wordt er zo vreselijk declamerend gezongen."

Snijders: "Het is een verplichte kür."

Tarenskeen: "Ik wilde Wende ruimte geven om te interpreteren. Daarom duurt mijn stuk ook tamelijk lang. Alle opnames die ik heb beluisterd van 'Winterreise' schommelen rond een uur. Alleen Fischer-Dieskau doet er tien minuten langer over. Dat vind ik erg mooi en ontroerend, want hem hoor je denken wat hij gaat zingen. Dat heb ik bij Wende een beetje doorgetrokken: ga jij maar denken wat je eigenlijk zegt. En of je meent wat je zegt."

Ineens vraagt Snijders: "Voel je je ook wel eens schuldig? Dat je aan het monument zit?"

Tarenskeen schudt zijn hoofd: "Ik voel me niet schuldig. Maar ik hoor wel dat mensen het behoorlijk irritant vinden. Daar stoor ik me trouwens niet aan."

Hoe is de samenwerking ontstaan?

Tarenskeen: "Ik kende Wende van haar chansons, daar zat zo veel energie in. Ik twijfelde: kan ik dat wel aan?"

Snijders: "Je bedoelt dat je me nogal hysterisch vond?"

Tarenskeen lachend: "Ik ben wel wat gewend. Maar ik vroeg me wel af: kunnen wij door één deur? Ik heb een heel andere natuur. Ik ben nogal stil en begrensd en ik sluit me op. Ik schrijf dan wel dingen waarmee ik anderen om de oren sla, maar ik heb een administratieve houding, ben laf."

Snijders: "Ik vond het mooi dat Boudewijn tegen me zei: 'Als jij op een podium staat, is iedereen je bondgenoot: je muzikanten en je publiek. Ik wil wel eens kijken wat er gebeurt als iedereen je vijand is.'"

Tarenskeen: "Ja! Dat vind ik nu weer belangrijk. Dat het publiek zich straks afvraagt: wat doet die vrouw hier, met ons erfgoed?!"

Snijders: "Ik ben je schild. Jouw kanonnenvlees."

Tarenskeen: "Nee, muze en protagonist."

Snijders: "Maar ik vind kanonnenvlees wel leuk, hoor."

U bent wel in voor een experiment?

Snijders: "Boudewijn zegt dat hij laf is, maar wat hij doet is irriteren en confronteren, verschuiven en vragen stellen. Wat ik doe is toch wel... aardiger. Ik wil mensen graag plezieren. Ik stel wel vragen en heb mijn rauwe kantjes, maar het valt altijd binnen de grenzen van het vermaak. Dit vind ik doodeng om te doen. Omdat het niet per definitie vermaakt."

Heeft u uw 'Winterreise' op Wende gecomponeerd?

Tarenskeen: "Dat is onvermijdelijk. De stukken die ik tot nu toe geschreven heb, liggen bij een uitgever. Ze zijn opvraagbaar, iedereen kan het spelen en zingen. Dit niet. Er zit een slot op 'Winterreise'. Er is er maar één voor wie het geschreven is, en dat is Wende. Als een klassieke zangeres zich eraan zou wagen, slaat het meteen nergens meer op."

Ging het componeren makkelijk?

Tarenskeen: "Ik heb 'Winterreise' geschreven op Bali, daar ga ik vaak naar toe. In een hutje, waar een synthesizer staat. Allemaal sawa's om me heen, heerlijk. Het is er stil, er zijn alleen maar vogels en malariamuggen. Ik heb dit stuk ongelooflijk snel geschreven, binnen twee, drie maanden had ik het op papier. Ik had er ontzettend veel zin in. Het is nog nooit gedaan: een bewerking van 'Winterreise', gezongen door een vrouw. Zij vertelt je wat er eigenlijk staat. Waar de gedichten van Müller over gaan. En wat haar interpretatie is van die negentiende-eeuwse tekst in deze tijd."

Heeft u veel uitvoeringen beluisterd voordat u hieraan begon?

Snijders: "Nee. Ik kende het stuk ook niet. Is dat erg?" Ze barst in lachen uit. "Ik kon voor mijn gevoel twee dingen doen: of me er heel zwaar in verdiepen en de miljoenen versies luisteren, of mij er als een soort naïeve Barbie in storten. Totaal blanco. Alleen maar kijken: wat staat hier nu eigenlijk? Ik doe gewoon alsof dat hele monument van Schubert niet bestaat. Dat moet, anders ga ik óók die kür doen. Hopeloos, want ik kan toch niet zingen als Fischer-Dieskau."

Tarenskeen: "Die onbevangenheid is alleen maar meegenomen vind ik."

Snijders: "Maar ik voel me inhoudelijk niet onbevangen. Als ik de gedichten lees, kan ik het heel goed volgen. Het is heel menselijk wat daar staat."

Tarenskeen: "Het gaat over een man die dood wil. Maar het is volgens jou onduidelijk of hij echt dood wil, toch?"

Snijders: "Ik zie het, als je het abstract bekijkt, als een doorlopend separatieproces. En van wie of wat dat dan is? In ieder geval iets dat enorm veel moeite kost om van los te komen. Bij dat constante aantrekken en weg willen, scheuren, komen allerlei grote emoties kijken: angst, depressie, hoogmoed, enthousiasme, melancholie en doodsverlangen."

Wat wilde u anders doen dan Schubert? U heeft zijn muziek weggelaten, maar de teksten nagenoeg intact gelaten.

Tarenskeen: "De reis die die man aflegt, in 24 stukjes, was er al. Van Schuberts muziek heb ik een paar fragmenten gehouden, bijvoorbeeld een swingende passage in 'Erstarrung', het vierde lied."

Snijders: "En het 'Wander-tempo' komt hier en daar terug."

Tarenskeen: "Verder heb ik wat zitten schuiven met de hoofdstukken. En er zitten twee pianosolo's in. Ik had voor mezelf een verhaaltje bedacht: je ziet een pianist, een man, en een zangeres, een vrouw. Tussen die twee moet een conflict zijn, vind ik. De pianist is geletterd, kan noten lezen en weet alles van de laatste 400 jaar muziekgeschiedenis. Zij niet. Dus die solo's zijn gallery play: kijk mij eens piano spelen. Hij is een haantje, dresseert haar en ramt haar daarmee helemaal van het podium af. Maar de belangrijkste ingreep is dat Wende halverwege alleen wordt gelaten door de piano. Dat ze alleen verder moet. Ik wilde zien wat ze dan zou gaan doen."

Waar komt het verlangen naar het fremdkörper vandaan?

Tarenskeen: "Waarschijnlijk uit het feit dat ik, zoals veel componisten, moeite heb met de concertpraktijk van tegenwoordig."

Heeft u dan niet het verkeerde vak gekozen?

Tarenskeen: "Nee, juist niet. Uit deze 'Winterreise' blijkt ook weer dat ik het goede vak heb, omdat ik iets zoek waarmee ik verder kan. Ik kan niet steeds dingen herhalen en gewoon vinden. Je moet dingen ongewoon maken. Als ik componeer, construeer ik een probleem en dat ga ik oplossen. Ik wil door dat probleem heen, ik ben gek op conflicten. Dat levert spanning op, een contrapunt. Een harmonieuze omgeving is alleen zinvol als er ook iets is wat dat tegenspreekt. Dan krijg je diepte."

Snijders: "Ben je tevreden met wat je gemaakt hebt?"

Tarenskeen: "Ik ben heel erg opgewonden. En ik vind het gevaarlijk, omdat ieders mening nog moet komen."

Snijders: "Ben je nu alweer nieuwe dingen aan het maken die een consequentie hebben omdat je dit gemaakt hebt?"

Tarenskeen: "Ik ben wel met andere dingen bezig, maar dit is een geïsoleerd geesteskind. Dit project dat wij doen, staat overal buiten."

Snijders: "Een fremdkörper in het hele fremdkörper-oeuvre."

Tarenskeen: "Ja, volgens mij wel."

'Wende zingt Winterreise' m.m.v. Gerard Bouwhuis (piano) gaat in wereldpremière op 16 mei in Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam. Januari 2015 volgt een korte tournee langs theaters en concertzalen. Info: www.wendezingtwinterreise.nl

undefined

Nieuwe muziek

'Winterreise' is een cyclus van 24 liederen van Franz Schubert, die hij in 1827 componeerde op gedichten van Wilhelm Müller. Het is een recital voor zangstem en piano. Componist Boudewijn Tarenskeen houdt van fremdkörper en zet graag komma's in de starre, formele afspraken waar veel klassieke genres - ook het recital - onder gebukt gaan. Dus bedacht hij dat zijn bewerking van Schuberts 'Winterreise' gezongen moest worden door Wende Snijders, zangeres en performer. Het wordt daardoor meer een voorstelling dan een concert. De teksten van Müller handhaafde Tarenskeen, de nieuwe muziek maakte hij zelf.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden