De multiculturele samenleving bespreken maakt ons niet diverser

Beeld anp

Wel praten over de multiculturele samenleving, niet over Zwarte Piet en de hoofddoekjes. Het eerste verplicht tot niets, het tweede beroert primitieve hartstochten, stelt Abdelkader Benali.

Ik vond de wetboeken bij het grof vuil. Het kon niet anders of ze moesten van een diep gedesillusioneerde student rechten zijn geweest want ze waren nog gaaf. Terughobbelend van judoles kwamen de boeken op mijn pad. Heel zelden vond ik boeken op straat en nog niet eerder wetboeken, dus raapte ik ze op, gooide ze in mijn rugzak en snelde naar huis waar ik me in de artikelen stortte. Snel ging ik op zoek naar de afdeling moord en doodslag. Zedendelicten, ook heel interessant. Een laatste blik vergunde ik de good old Grondwet. De basis van al die andere wetten. Artikel 1:

"Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan."

Als we willen zien of onze idealen in de werkelijkheid hun werk doen, dan moeten we kijken naar de positie van minderheden. We zien dan dat er sprake is van succesvolle, minder succesvolle en onzichtbare minderheden. Succesvolle minderheden worden uitbundig geprezen, minder succesvolle minderheden worden afwisselend bekritiseerd en aangemoedigd om beter hun best te doen en onzichtbare minderheden worden genegeerd.

Gemengde buurten
Vraagt men autochtonen in gemengde buurten wat ze van hun multiculturele buurt vinden dan zijn de reacties licht negatief: "Mijn buurman is een Marokkaan, die is goed. De rest deugt niet." Jonge witte stelletjes hebben niks dan lof over voor de witlof van de Turkse groenteboer en de goedkope koteletjes van de Marokkaanse slager. Kom maar door met die merquez!

Vraagt men allochtonen in gemengde wijken wat men van hun buurt vindt dan klinkt het vaak: "Mijn Nederlandse buurman deugt, de rest niet." Meer verlichte geesten zeggen: "We hebben alles in deze buurt. Zelfs een Marokkaanse lesbische leeskring."

Laten we voor eens en altijd een succesvolle multiculturele buurt definiëren. Een beetje multiculturele buurt heeft vier Turkse groenteboeren die elkaar kapot concurreren maar wel neven van elkaar zijn. Een Marokkaanse slager die er al 25 jaar is en drie andere die om het jaar van eigenaar wisselen. Er is een Marokkaanse bakker en een Turkse bakker. Tegenover elkaar. Er is een moskee waarvan niemand weet wie er de haatimam is. Er is een Turkse kleermaker wiens kinderen rechten studeren. Er is een Poolse supermarkt die maar drie dingen verkoopt: worst, bier en aanstekers.

Mijn standpunt is dat de afgelopen vijfentwintig jaar het praten over die multiculturele samenleving is toegenomen zonder dat het Nederland diverser heeft gemaakt. Wie kijkt naar de media, literatuur, kunsten, wetenschap en politiek ziet dat deze overwegend blank zijn gebleven. Het publieke debat is verschoven van bejubeling of afkeuring van de multiculturele samenleving naar bekvechten over multiculturele thema's die door gekleurde activisten zijn geagendeerd.

Toen dit gebeurde was mijn eerste reactie er een van opwinding en urgentie. Eindelijk ging de vermoeiende discussie buitengaats! De gewone man kon meediscussiëren over de multiculturele samenzwering. Het precieze moment was de talkshow van Pauw & Witteman waarin nachtburgemeester en zanger Henk Westbroek activist Quincy Gario op zijn stevige standpunt rond de Zwarte Piet aansprak. Voor het eerst kwamen de eisen van de multiculturele samenleving akelig dichtbij. Artikel 1 werd een halszaak.

Discussie
Het interessante is dat veel mensen deze interessante discussie afwijzen. Het zou polariserend zijn, het zou het debat meer kwaad dan goed doen. Men praat liever over de multiculturele samenleving dan over Zwarte Piet en de hoofddoekjes. Het eerste verplicht tot niets, het tweede beroert primitieve hartstochten. We komen dan in een gemoedstoestand die iedereen die een allochtone achtergrond heeft goed kan aanvoelen: het anders-zijn wordt door de homogene buitenwacht geproblematiseerd. Het feit dat je tot een bepaalde groep behoort is voldoende voor achterdocht en wantrouwen.

Artikel 1 heeft islamofobie, homohaat en seksisme niet voorkomen dus wat preventie betreft is het een dode letter. Het spoort aan maar het straft niet af. Het stelt de moraal, maar laat het aan de individuele leden van de samenleving om het uit te zoeken. En dat is maar goed ook want voordat je het weet zit de helft van Nederland in de gevangenis.

Het aardige van Nederland is dat men onderling een zekere goedmoedige tolerantie heeft als het gaat om het maken van foute grappen over minderheden en andersgeaarden. Grappen over Marokkanen, moslims, homo's en vrouwen doen het altijd goed. De foute grap is de uitlaatklep van het slechte geweten. Soms promoveert zo'n foute grap zich tot politiek leider en is het de ultieme ambitie van de politieke leider om op de televisie een foute grap te mogen maken. En er nog weg mee te komen ook.

Maar kwalijker vind ik de houding van mainstreampolitici om zich te concenteren op de antidiscriminatiestrijd voor minderheidsgroepen die geaccepteerd zijn in de samenleving, en diezelfde strijd voor minderheden die minder goed liggen wat te verzaken. Laat me een voorbeeld geven. Mevrouw Bussemaker wil dat docenten op middelbare scholen zich actiever inzetten om homohaat en antisemitisme onder vmbo-leerlingen te bestrijden. Maar ze heeft het over homohaat en antisemitisme onder jongeren zonder dat ze de pijnlijke waarheid benoemt dat deze jongeren zelf op dagelijkse basis blootstaan aan islamofobie, discriminatie en racisme.

Taalonderwijs
Deze jongeren weten niet beter of ze worden negatief geframed in de media, aangesproken op hun achtergrond en veroordeeld om wie ze zijn. Zij hebben geen welbespraakte woordvoerders. Zij spreken de taal van de straat en zien zichzelf niet gerepresenteerd op de televisie. Tussen hen en de docenten gaapt een gigantische kloof die geen artikel 1 dempen kan.

Beter zou het zijn als deze leerlingen gewoon weer goed taalonderwijs kregen waarin aandacht wordt besteed aan stijlfiguren als karikatuur, ironie, sarcasme, zwarte humor, hyperbool, understatement en double entendre. Kunnen jonge mensen eenmaal een gecodeerde boodschap op z'n merites beoordelen dan is dat een overwinning voor de rede. Men wapent zich het best tegen kolderieke scheldpartijen in het harnas van de duiding.

De kracht van de homobeweging is dat ze het nooit zover heeft laten komen dat de aidsepidemie tegen haar gebruikt werd of leidde tot een anti-homobeweging, of dat homo's geen toegang kregen tot banen of zich uitentreuren moesten verantwoorden dat er ook goede homo's zijn. Wanneer in een talkshow de homorechten onderwerp van debat zijn komt een goed uitziende, welbespraakte man of vrouw aan het woord terwijl op de achtergrond beeldmateriaal oplicht van goed uitziende homo's en lesbiennes, geen halfnaakte bears in een darkroom.

Neemt in het Marokkanendebat een frisse jongen of vrouw plaats dan verschijnen op de achtergrond tenenkrommende plaatjes van dociele vrouwen met hoofddoeken of, nog erger, criminele boefjes met petjes op die wegkijken. Men heeft er een handje van om de westers uitziende moslim altijd tegenover een man in lange jurk en baard te zetten, om daarmee te onderstrepen dat er tussen die twee weinig verschil is.

Moslims worden boos, homo's sturen een persbericht. Het eerste haalt de media, het tweede haalt de macht.

Wat hoogopgeleide minderheidsgroepen goed hebben begrepen is dat de publieke ruimte met zijn vrijheid van meningsuiting de minderheden alle ruimte geeft om de eigen zaak te behartigen. Bij moslims ligt dit vertrouwen een stuk minder. Er is zelfs sprake van regelrecht wantrouwen. Men beschouwt de media als anti-moslim. Wanneer men de arena instapt dan voelt men zich onbegrepen, niet gewenst en bij voorbaat verdacht gemaakt.

Waar zit de schrijver in dit verhaal? Jarenlang hing er in mijn studentenkamer een facsimilie-voorpagina van de Franse krant L'Aurore uit 1898. Over de breedte van de voorpagina stond in grote chocoladeletters: J'Accuse. Ik beschuldig, schrijft de ziedende Emile Zola aan de president van de Republiek, waarna een lange lijst van namen volgt. Allemaal beschuldigd van een samenzwering tegen de onschuldige Dreyfus. Zola, de literaire roeptoeter van die dagen, nam het op voor een uit zijn rang ontheven joodse militair, Dreyfus. De katholiek nam het op voor de jood. De schrijver ging voor de militair staan. De literaire superster nam het op voor de underdog. Dreyfus was slachtoffer was geworden van een antisemitische samenzwering; er regelrecht ingeluisd door een racistische legertop.

Superman
Ik put kracht uit de invloed die Zola genoot onder zijn lezers. Hij liet me zien dat een schrijver van tijd tot tijd een superman kan zijn. Zo wist hij honderdduizenden mensen te mobiliseren in de zaak. De zaak kwam in een stroomversnelling en een jaar later was Dreyfus gerehabiliteerd. De vrijheid van meningsuiting had zijn ultieme overwinning behaald. Het vertrouwen in de Republiek nam ermee toe, de joodse burgers voelden zich veiliger en de positie van de geëngageerde schrijver was gevestigd. De kracht van de schrijver is om door belangeloos optreden de zaak in het vrije woord te doen toenenemen. Om over de verschillen heen banden te smeden. Omdat hij geen andere belang dient dan die van de mensheid, ontdoet hij de publieke ruimte van zijn belastende, politieke gewicht. "Kijk", wijst de schrijver, "wij zijn van de wereld en de wereld is van iedereen."

Misschien heeft de multiculturele samenleving een Emile Zola nodig, iemand die diegenen die haar een slechte naam bezorgen aanklaagt. Helaas, de multiculturele samenleving is geen uit zijn rang ontheven militair. Het is een werkelijkheid waarvan de leden zelf uitmaken wat ermee gebeurt.

Dit is een ingekorte versie van de Burgemeester Dales Lezing 2015, die schrijver en journalist Abdelkader Benali gisteravond hield in het stadhuis van Nijmegen. De jaarlijkse lezing is gewijd aan artikel 1 van de Grondwet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden