oral history

De Moresnet-kaars is nog niet helemaal uitgedoofd

Frau Meessen. Beeld Alwin Kuiken

Contact met de laatste nog levende oud-inwoner van het in 1920 opgeheven ministaatje Neutraal Moresnet was tot voor kort niet mogelijk. Inmiddels is het ijs gebroken.

"Nee, u bent verkeerd verbonden." Dat was telkens het antwoord wanneer deze krant belde met de dochter van de inmiddels 103-jarige Catharina Meessen. Toch was dat niet het geval, want haar stokoude, inwonende moeder uit het Duitssprekende gedeelte van België is de laatste representante van een bijzondere geschiedenis.

Ze is sinds eind 2016 de enige, nog levende oud-inwoner van Neutraal Moresnet, een ministaatje onder Vaals dat kort na de Eerste Wereldoorlog is opgeheven.

Het piepkleine landje (344 hectare), dat van 1839 tot 1920 bij Vaals een uniek vierlandenpunt (België ontstond pas in 1839) zou vormen, heeft een roemruchte geschiedenis als bijna-hoofdzetel van de Esperanto-beweging, en als vrijhaven voor smokkelaars en ander gespuis. Ooit telde het enkele duizenden inwoners, maar anno 2017 is er nog welgeteld één persoon in leven die in haar ID-kaart heeft staan: Geburtsort: Neutral-Moresnet.

Anders dan reeds overleden oud-Moresnetters zou deze 103-jarige er geen genoegen in scheppen om over haar bijzondere status te spreken. Hoe anders was dat toen Trouw de afgelopen jaren enkele voorgangers sprak; een bijna, maar nog niet helemaal verdwenen buurvolk, een dovende kaars in de schaduw van het grote nieuws.

Bezocht werd onder meer Hubert Debey, in 2009 de oudste. Met het Waalse tv-journaal in zijn kamertje op de eerste etage van een verzorgingshuis op hoog volume, vertelde hij in een mengelmoes van Frans en Duits: "Het is allemaal zo verschrikkelijk lang geleden. Weet u: Neutraal Moresnet bestaat alleen nog in onze oude hoofden." Hij wist zich te herinneren hoe hij vroeger met school een bezoekje had gebracht aan het vierlandenpunt. "Voor ons was dat een hele reis." Over Moresnet: "Ik kan alleen maar zeggen: we hadden in die tijd niet veel, maar alle mensen waren tevreden."

Een bezoek aan de vorig jaar op 102-jarige leeftijd overleden Alwine Hackens Paffen was een voorrecht. Wie bij haar in de statige Rue de la Chapelle aanbelde, werd verrast door een traag openend venster op één hoog en de vriendelijke, gerimpelde aanblik van de eeuweling.

Het tweede bedrijf: het naar beneden laten zakken van een oude, holle sleutel, aan een koord. Graag sprak ze over haar status als één-na-oudste Moresnetter. Woedend was ze dat burgemeester Goebbels (geen familie van, dat bezweert hij) niet op haar honderdste verjaardag was geweest. Hier brandde de Moresnet-kaars nog fel.

Ook zij had een levendige herinnering aan de neutrale tijd, die eindige bij de Vrede van Versailles. Niet zonder trots liet ze het litteken op haar elleboog zien dat ze als vijfjarige aan een valpartij had overgehouden, het laatste Moresnetlitteken. Tijdens het laatste bezoek, begin 2016, toen ze al in een verpleeghuis verbleef, was het vervaagd.

Nee, dan Catharina Meessen, sinds eind vorig jaar, de oudste nog levende oud-Moresnetter. Dochter Anne François (68), noch neef Daniël François (43) voelden de behoefde om het leven van hun moeder en grootmoeder in te kleuren, laat staan een contact te arrangeren. Iets anders dan 'ze klaagt nooit en leeft haar leven gewoon' wilde haar neef eind vorig jaar niet kwijt.

Een laatste telefonische poging, door de van origine Duitse schoonmoeder van de verslaggever, zorgde opnieuw voor een verbroken verbinding met het levende verleden.

Vooruit dan, een laatste poging. Deze krant wil niet in onmin leven met de laatste van een voormalig buurvolk. Heeft ze nog een levende herinnering, een litteken wellicht? Wil ze dat er bij haar begrafenis aandacht voor haar bijzondere status zal zijn, ook al heet de burgemeester dan Goebbels.

Als de voordeur zich opent, verschijnt een gereserveerde dame met halflang grijs haar in een paars-witte bloemetjesblouse. Ze had het contact afgehouden, zo vertelt ze, omdat ze bang was dat een interview haar moeder fataal zou kunnen worden. De familie zou haar dan zomaar eens de schuld kunnen geven, vreesde ze. Een opsteker, ze heeft het vorige artikel uit deze krant, vergezeld van een vriendelijke kaart met decemberwensen, van een Trouwlezer uit Den Haag toegestuurd gekregen. Dát en het onverwachte verschijnen, blijken afdoende voor het aanknippen van het licht in gang. "Kom maar mee dan", klinkt het.

Moeder woont op de begane grond, dochter boven. Precies andersom, dan bij de vorig jaar overleden Hackens Paffen - een detail dat boven de honderd nét het verschil kan maken.

Of moeder wat wil zeggen, betwijfelt ze. De hoogbejaarde weduwe van een mijnwerker ligt vrijwel onafgebroken in bed en komt sinds augustus vorig jaar niet meer buiten. Omdat ze zich 'toch niet meer inspant', hoeft ze haar hartmedicatie van de dokter niet meer in te nemen.

Spreken doet ze nog sporadisch. Dingen onthouden gaat ook moeizaam. Slechts af en toe borrelt er nog een herinnering omhoog. Scherp is ze volgens haar kinderloze mantelzorger alleen nog als ze wat te eten wil.

De laatste Moresnet-ID-kaart. Beeld TRBEELD

"Dan roept ze: 'Maak me wat te eten, maakt niet uit wat, als het maar snel klaar is'."

Het hoogtepunt van de dag voor Anne: als zus Maria (72) rond tien uur 's avonds komt om te helpen bij het naar bed brengen van moeder. Veel vrije tijd heeft haar dochter niet, klaagt ze. "Voor hobby's heb ik geen tijd. Het is poetsen, wassen en koken."

De deur gaat open.

Frau Catharina Cäzilia Meessen zit rechtop in een eikenhouten leunstoel naast een ziekenhuisbed. Voor een rolstoel is de laatste Moresnetter te trots. Ze heeft zich behaaglijk in een dekentje gewikkeld. Littekens zijn niet zichtbaar, hooguit diepe rimpels. Haar grijze haren hebben nog een elegante slag. In haar ogen is een twinkeling zichtbaar: de laatste Moresnet-twinkeling.

Vier kinderen kreeg ze, de jongsten waren nog klein toen haar man aan een longziekte overleed. Iedereen moest meehelpen, spoelen, poetsen en schrobben, eigenlijk net als nu.

Beeld TRBEELD

Ze heeft net gegeten. Worteltjes, aardappelen en een varkensschnitzel. Een placemat met 'guten Appetit' ligt nog op de gedekte eettafel. In een koffiekopje staat nog een lichtbruin laagje. Het dessert, een trosje, witte druiven, werd niet genuttigd.

Dochter Anne vertelt over iemand van de gemeente die wilde komen, en hoe ze die afwees. Een journalist van Grenz-Echo, kreeg eveneens nul op het rekest. Bij de begrafenis van moeder is geen poespas gewenst, zegt ze. Ze wijst op een foto van een laatste uitje, een treffen van neven en nichten, twee jaar geleden.

"Je kunt maar beter in één keer iedereen zien, dan al die begrafenissen afgaan", vindt ze.

Frau Meessen buigt zich naar voren en geeft een krachtige hand. Een vraag beantwoorden, of een gesprekje voeren, dat gaat niet meer. Maar iets zeggen, dat lukt nog. "Volgend jaar maart", roept ze trefzeker. "Volgend jaar maart word ik 104."

De Moresnet-kaars is nog niet gedoofd.

De laatste Moresnet-twinkeling Beeld TRBEELD
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden