De moraal achter de hondendrol

Dat wij niet meer thuis zijn in onze leefomgeving, dat wij ontworteld zijn, zou wel eens de oorzaak kunnen zijn van de vol gepoepte zandbak. (FOTO SABINE JOOSTEN, HOLLANDSE HOOGTE)Beeld Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

Want wat maakt de mens tot een beschaafd wezen dat zijn rommel of die van zijn huisdieren opruimt of laat liggen? Predikant Sytze Ypma buigt zich over deze oervraag naar de wortels van onze beschaving.

Aardiger. Volgens de nieuwe Sirecampagne vindt 78 procent van de Nederlanders dat we aardiger moeten worden. Waarschijnlijk vinden we vooral dat anderen aardiger tegen óns moeten doen. Minder onbeschoft, minder onverschillig, minder agressief.

Dan zouden we ons ook minder aan anderen ergeren. Aan hondeneigenaren bijvoorbeeld, die hun beesten precies voor ons huis hun behoefte laten doen. Of erger nog, een zandbak in een speeltuin vol laten poepen. Maar met die hondenpoep, steevast in de top drie van ergernissen, daar gaat het toch goed mee? Steeds vaker zie je burgers met plastic zak in de hand de drol opruimen. Dat moeten de hondeneigenaren ook wel, anders worden ze beboet.

Stadsdeel Centrum in Amsterdam denkt daar anders over. In het meest recente beleidsplan ’Meer bewegingsruimte voor honden in de binnenstad’ staat: ’Aan de handhaving van het aanlijn- en opruimgebod wordt geen prioriteit gegeven. Het is moeilijk om mensen op heterdaad te betrappen. In principe is het mogelijk om mensen te beboeten als ze geen opruimmiddel bij zich hebben. Maar dit wordt in het Centrum niet gedaan’.

Reden: handhaving vraagt veel mankracht omdat handhavers ondersteuning nodig hebben van de politie bij het aanpakken van onwillige hondenbezitters. ’Het is noodzakelijk dat er minstens twee koppels handhavers worden ingezet, vanwege de mogelijke agressieve reacties van het publiek en hun honden.’

Zou 78 procent van de Nederlanders vinden dat die hondenbezitters zich aardiger moeten opstellen? Wat toont zo’n beleidsplan ons?

Volgens de predikant Sytze Ypma gaan achter de moraal van de hondendrol oervragen naar de wortels van onze beschaving schuil:

„Want wat maakt de mens tot een beschaafd wezen dat zijn rommel of die van zijn huisdieren opruimt of laat liggen? Zijn dat morele spelregels of gaat daar iets aan vooraf?”

Om die vragen te verduidelijken verwijst u naar de filosoof Awee Prins, die in het boek ’Uit verveling’ schrijft dat het hele door Balkenende gelanceerde debat over waarden en normen de mist in gaat doordat Balkenende de normen voor de waarden laat komen.

„Als de waarden in het leven niet helder geformuleerd zijn, missen de normen een dragende grond. Dit leidt tot een burger die zijn hond achteloos laat poepen in de zandbak van een speeltuin. Want waarom niet?

„Die vraag, vraagt naar een dragende grond, naar waarden, die vooraf moeten gaan aan normen. Willen we een zinnige discussie voeren die ons gedrag verandert, dan moeten we het over die waarden hebben. Wat zijn die waarden? Waar kwamen die vandaan? Zijn ze veranderd? Kunnen we er nog op terugvallen? Dat soort vragen, daarover zou gediscussieerd moeten worden.”

Wat is dan de waarde achter de drol?

„Een van de kernwaarden is naar mijn idee het Schone. Een drol doet iets met schoonheid. Eén drol verpest een straatbeeld misschien nog niet, een hele rits wel. De vraag naar de schoonheid zie je terug bij de problematiek van de drol. Maar net zo goed in de probleemwijken van Vogelaar. Als de architectuur de schoonheid te ver uit het oog verliest, leidt dat tot onleefbare wijken. En rellen.

„Als je een waarde als het Schone niet meer op waarde weet te schatten, gaat dit onmiddellijk ook ten koste van de goedheid van het leven. En het Goede is een andere kernwaarde. Wanneer je je hond achteloos in een speeltuin laat poepen, heeft dat minder met schoonheid te maken dan met goedheid. Je maakt het kinderen lastig of onmogelijk daar nog te spelen. Dat tast hun leefomgeving onmiddellijk aan.

„Het Schone en het Goede zijn grote waardes, die makkelijk vaag blijven. Daarom zouden we in zo’n discussie moeten proberen die begrippen handen en voeten te geven. Neem die smerige zandbak. Daar is het Goede aangetast. Waaruit bestaat dat Goede? In dit specifieke geval heeft het Goede ook met verbondenheid met je omgeving te maken. Wie thuis is in een omgeving, wil ervoor zorgen dat daar plaatsen zijn waar je goed kunt vertoeven. Dat wij niet meer thuis zijn in onze leefomgeving, dat wij ontworteld zijn, zou wel eens de oorzaak kunnen zijn van de vol gepoepte zandbak.

„Behalve met verbondenheid heeft het Goede in dit geval ook te maken met verantwoordelijkheid. Dat is een mooi woord, het betekent dat je antwoord geeft. Aan je medemens, aan je omgeving, aan de kinderen die in de zandbak willen spelen. Er zullen weinig hondeneigenaren opzettelijk de speelplaats van kinderen willen verwoesten. Het is onverschilligheid waardoor ze de beesten hun gang laten gaan. En die onverschilligheid is ontstaan door een gebrek aan verantwoordelijkheid en verbondenheid.

„Verbondenheid en verantwoordelijkheid hangen eveneens nauw samen met veiligheid. In een wijk waaruit elke verbondenheid en verantwoordelijkheid verdwenen is, regeert al snel de angst. Dat spreekt ook uit deze gemeentelijke nota, waarin staat dat er minstens twee koppels handhavers moeten worden ingezet vanwege de mogelijke agressieve reacties van het publiek én hun honden. De angst is hier machtiger geworden dan de verbondenheid met de buurt, de verantwoordelijkheid voor een goede plaats voor kinderen om te spelen. Angst tast het Goede in het hart aan.”

Hoe kun je het gesprek over die waarden op gang krijgen?

„Er is wel gezegd: een volk zonder visioen gaat ten onder. Ik zou hierop willen variëren: een volk zonder waarden gaat ten onder. Het is belangrijk verhalen te achterhalen waarin die waarden concreet gemaakt worden. Verhalen waarvan nog delen in ons collectieve bewustzijn genesteld zitten, moeten we opnieuw vertellen, om daarmee onze beschaving en onze cultuur te kunnen onderhouden.

„Daar heeft de theologie ook een taak in. We kunnen onze tijd niet veranderen, de fase in de cultuur niet, maar we kunnen wel de oervragen stellen. Daar is de theologie goed in. God en Goed lijken etymologisch veel op elkaar. Vruchten van het Goede manifest maken, dat is een van onze taken. Een van die vruchten is de stelregel: ’Wat Gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’. Wie daarnaar leeft, laat zijn hond nooit zomaar in een speeltuin poepen. Dat heeft niets met aardig zijn of onaardig zijn te maken, maar met een waarde. Hoe krijgen we zo’n regel opnieuw over het voetlicht? Zijn er moderne varianten op, wellicht ook uit andere religies?

„Discussiëren we over normen dan doen we aan symptoombestrijding. Weten we de waarden te vertalen naar onze tijd, dan zullen het Schone en het Goede opnieuw beleefd worden. Ook in de speeltuin.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden