De mooiste impressionisten wachten onder het dak in het Keulse Wallraf-Richartz..

Duitsland en België kennen tal van musea die een dagtocht waard zijn. Een kijkje over de grens.Het laatste deel: Het Wallraf-Richartz Museum in Keulen.

De receptioniste van het Ludwig Museum in Keulen kan zich de verwarring nog steeds goed indenken. Regelmatig krijgt ze bezoekers binnen die naar het Wallraf-Richartz Museum vragen dat ooit dezelfde ruimte met het Ludwig deelde. Toen de fameuze chocoladefabrikant in het begin van deze eeuw echter bekendmaakte dat hij ’zijn’ museum wilde uitbreiden, verhuisde het Wallraf naar de Keulse binnenstad.

De wandeling naar de omgeving van het raadhuis kost luttele minuten maar staat nog steeds niet aangegeven. Sterker, op alle kaarten die her en der in het centrum zijn te vinden, wordt het museum op de oude locatie gesitueerd.

Nu moet gezegd worden dat de nieuwbouw waar het Wallraf sinds 2001 in zit, niet al te opvallend is. Ondanks de faam van architect Oswald Mathias Ungers oogt het exterieur als een museum van dertien in een dozijn.

Een keurig, functioneel kantoorgebouw denk je als je de Martinstrasse inloopt. Een gebouw ook met weinig aantrekkingskracht op het publiek, zoals je die wel aantreft bij even gerenommeerde museumbouwers als Frank O. Gehry, Alvar Aalto of het Zwitserse duo Herzog en De Meuron. Des te meer verrast het zien van de collectie waarvoor in het museum drie lagen (Obergeschosses in het Duits geheten) zijn ingeruimd.

Het Wallraf-Richartz Museum heeft gelukkig niet de fout gemaakt – zoals in veel andere Duitse musea het geval is – door voor de wisseltentoonstellingen veel te krappe zalen in te richten. Tijdelijke exposities in het museum worden hier op de begane grond gehouden, voor de vaste collectie moet je de trap op naar de drie bovenste etages. Op de topverdieping wacht behalve een uitstalling van vroeg-moderne kunst een spectaculair uitzicht over de Keulse binnenstad. Voor dat doel is uit de gesloten gevel een hele hoekpartij geknipt.

In het toch al zo rijkelijk van musea voorziene Keulen, heeft het Wallraf-Richartz Museum altijd een prominente rol gespeeld. Eigenlijk was dat van meet af aan het geval. Het museum dankt zijn bestaan aan de heren Wallraf en Richartz die al in het begin van de 19de eeuw de basis voor gebouw en verzameling legden.

Ferdinand Franz Wallraf (1748- 1824) was behalve hoogleraar in de plantkunde en rector van de Universiteit van Keulen een invloedrijk kunstverzamelaar, die bij zijn dood een enorme collectie kunst en antiek aan de stad naliet. Er is geen (stedelijk) museum in Keulen of er hangt of staat wel iets uit zijn bezit.

Om het grootste deel van deze verzameling onderdak te brengen, was wel een apart of nieuw gebouw noodzakelijk. Het ging immers om ruim 1700 schilderijen, een groep grafiek en tekeningen die tegen de 45 000 bladen liep, naast nog eens zo’n 500 handschriften en meer dan 13 000 boeken. Op dat moment kwam Johann Heinrich Richartz (1795-1861) in beeld. Deze voormalige koopman was goed voor een donatie van niet minder dan 100 000 daalders waarmee de stad een museumgebouw kon neerzetten. Het nieuwe museum raakte al snel in trek bij het publiek en bleek ook voor andere verzamelaars aantrekkelijk te zijn om hier hun bezit onderdak te brengen.

Zo bracht de bekende na-oorlogse verzamelaar Josef Haubrich (naar wie in Keulen zelfs een Kunsthalle is vernoemd) in de jaren ’50 zijn moderne kunst naar het Wallraf. In die tijd – vanwege de oorlogsverwoestingen was er inmiddels een nieuw gebouw betrokken – kreeg het Wallraf zo’n 600 000 bezoekers op jaarbasis, een bewijs voor de enorme cultuurhonger die de Duitsers in de jaren vijftig aan de dag legden.

Aanvullingen in de vorm van waardevolle schenkingen zijn nog steeds aan de orde van de dag. Zo deed in 2001 de collectie van de Zwitserse ondernemer Gérard Corboud zijn intrede in het museum. Dat had tot gevolg dat voor het eerst een wijziging van de museumnaam moest worden doorgevoerd. Die luidt nu officieel Museum Wallraf Richartz - Fondation Corboud. Bezoekers krijgen de collectie Corboud pas op het allerlaatst van hun rondgang te zien. Als ze verdieping na verdieping afstruinen, wachten de mooiste impressionisten onder het dak. Dan blijkt ook dat de 20ste eeuw een nieuw begin van de kunst inluidt: de Corboud-impressionisten (onder wie Manet, Gauguin, Van Gogh, maar ook de pre-moderne Munch en Bonnard) openden de weg voor een kunst die voor het eerst niet langer aan de natuur zou refereren.

Het aardige is dat de middeleeuwse werken die door Wallraf bijeen zijn gebracht, al even weinig met de zichtbare wereld hebben te maken, maar in plaats daarvan religieuze thema’s uitbeelden. Keulen en het Rijnland waren aan het einde van de Middeleeuwen een belangrijk centrum voor de vervaardiging van religieuze kunst en kunstvoorwerpen, overwegend van anonieme ambachtslieden (die vaak als Meester van ... worden omschreven) met als als enige niet-anonieme uitschieter de naam van Stefan Lochner (die tussen 1400 en 1451 heeft geleefd). Wallraf moet bijzondere voorkeur voor deze meester hebben gehad, zijn aankopen worden nu nog als ’topstukken’ betiteld.

Deze religieuze periode verloopt ongestoord naar de prachtige Hollandse en Duitse schilders in de Renaissance en barok als niet langer het geloof maar ook thema’s als portret en landschap centraal komen te staan. Dat Wallraf niettemin diep- gelovige gevoelens bleef koesteren, bewijst het feit dat hij in zijn 17de- eeuwse voorkeuren andermaal op Hollandse en Zuid-Nederlandse schilders uitkwam, van het soort van de Utrechtse Caravaggisten. Maar ook beroemde stukken van schilders als Rembrandt, Ruisdael en Jan Steen zijn in de loop van de tijd verworven (het zelfportret van Rembrandt bijvoorbeeld in 1936), zodat een logisch traject door de kunst van de primitieven tot aan de 19de eeuw kan worden afgelegd.

In die zin stemt het Wallraf-Richartz Museum overeen met de enige twee musea in Nederland (Rijks in Amsterdam en Boijmans in Rotterdam) waar een vrijwel ononderbroken ontwikkelingslijn van de westerse schilderkunst sinds de late Middeleeuwen gevolgd kan worden. Nu het Rijksmuseum voor een periode van meer jaren is gesloten, biedt het Keulse museum een waardevol alternatief.

Hoe er te komen?

Met de auto: Keulen ligt in het hart van het Roergebied, bereikbaar over de Autobahn (E31 of 1), Stadtmitte. De NS bieden vrijwel elk uur een rechtstreekse verbinding Amsterdam-Utrecht-Arnhem of Amsterdam, Nijmegen en Venlo naar Keulen Hauptbahnhof. Het Wallraf-Richartz Museum staat in de Martinstrasse 39, vlakbij de Dom en het stadhuis, parkeergarages Heumarkt en Hohestrasse. Tel +49 221 221/2 11 19, geopend dinsdag 10-20 uur, wo t/m vr 10-18 uur, za en zo 11-18 uur. Info op internet www.museenkoeln.de.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden