De mooiste dingen en doffe ellende

Voor een predikant is Kerst het hoogseizoen. Valt er voor Henk Leegte, doopsgezind predikant van de Singelkerk in Amsterdam, in die periode ook nog iets te genieten?

In een zijkamertje van de Amsterdamse Singelkerk klapt doopsgezind predikant Henk Leegte met een zucht zijn laptop dicht. „Zo”, zegt hij. „De kerstviering is bijna rond.” Nee, Kerst is geen periode waar hij bijzonder van geniet. „Het is vooral hard werken, ik voel me net een banketbakker.”

En dan heb je, zegt Leegte (39), ook altijd die ’baalzondag’ van vierde advent. „Zo vlak voor de kerstnacht komt er bijna niemand.” Daar hebben de dominee en zijn gemeente iets op bedacht: met mensen uit de Engelse, Duitse en Franse kerk in Amsterdam gaan ze die zondag ’liedjes van verlangen’ zingen. „Met een Engelsman een christmas carol zingen, of met een Duitser ’O, Du Fröhliche’, dat is volgens mij heel bijzonder”, zegt Leegte. „Daarvan zal ik veel meer genieten dan van Kerst zelf.”

Zes jaar is Henk Leegte nu predikant van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam. Hij werd bekend toen hij augustus 2005 het huwelijk inzegende van prins Pieter-Christiaan en Anita van Eijk. Dat mag bijzonder heten omdat het vorstenhuis van oudsher Nederlands hervormd is, en de calvinisten in de 17de eeuw de doopsgezinden als minderheid slechts ’gedoogden’.

Waar de predikant van geniet? „Kom mee”, zegt hij, en gaat voor op een rondje door ’zijn’ Singelkerk. De halfronde kerkzaal ligt aan het eind van een lange gang. „Met zo’n achterafhok is niets mis”, zegt Leegte. „Je moet wat moeite doen om binnen te komen, maar dan héb je ook wat.” Kijk, wijst hij, daar aan de muur hangt een tafelblad uit het doopsgezind seminarie. Wie afstudeerde kraste in het blad zijn naam. Of háár naam. Leegte wijst op ’Annie Z’. Trots: „Dat is Anna Zernike, de eerste vrouwelijke predikant van Nederland. Daarmee liepen de doopsgezinden in 1911 voorop.” Aan de andere muur hangt een namenlijst van alle predikanten en kerkenraadsleden van de Singelkerk. Joost van den Vondel was hier begin 17de eeuw diaken, en Cornelisz Anslo de geziene predikant. Rembrandt vereeuwigde hem (te zien in Berlijn), waarover Vondel weer dichtte. Leegte kent het uit zijn hoofd:

Ay, Rembrandt, maal Cornelis stem.

Het zichtbre deel is ’t minst van hem:

’t onzichtbre kent men slechts door d’ooren.

Wie Anslo zien wil, moet hem hooren.

„Sinds Rembrandt en Vondel is hier nauwelijks iets veranderd”, zegt Leegte in de kerkzaal. „Dat is een bijzonder gevoel.” Peinzend: „Ik heb hier de mooiste dingen meegemaakt. En doffe ellende.” Vorige zondag mocht hij vertellen dat er twee kinderen waren geboren. Maar de predikant maakte ook mee hoe soms het noodlot – de tsunami van twee jaar geleden – toeslaat, bij nog jonge mensen.

En toch. „Ik hou heel veel van de kerkelijke gemeente”, zegt hij. „Ik geniet van die mensen met hun mooie en lelijke dingen die er samen iets van willen máken.” Natuurlijk, hij voelt zich wel eens klein bij al die grote namen die met deze kerk verbonden zijn. „Maar ik ben niet geïmponeerd. Ik voel me lid van een familie. En het mooie is: iederéén kan dat worden.”

Maar met die familie is het in Nederland getalsmatig droevig gesteld; de dopers vormen een piepklein, vergrijsd gezelschap. „Ik lig er niet wakker van”, zegt Leegte. „Het is Gods kerk, niet míjn kerk. Maar ik doe er wel mijn stinkende best voor.” Over geringe kerkgang moet je ’niet al te ernstig’ doen, zegt de predikant. „Daarmee maak je mensen alleen maar neerslachtig.” Met Kerst, zo midden in de winter, zegt Leegte, zijn de mensen ’wat depressief’. „Ze hebben een verlangen naar iets, en dat neem ik heel serieus.”

Is verlangen naar ’iets’ niet wat weinig? Een gevleugelde uitspraak van Leegte is gericht aan aanstaande bruidsparen die in de kerk willen trouwen: „Ik ben méér dan een ceremoniemeester. Als ik niet over God mag praten, huur je maar een schoorsteenveger, die heeft ook een zwart pak.” „Ik vind het prachtig als mensen naar íets verlangen”, zegt Leegte. „Het is een begin. Dat ’iets’ is in de kerk ’iemand’, en we noemen hem God.” Echt, zegt Leegte, de hunkering is groot. „Ze zitten als vogels in de bomen te wachten. Maar als je ze geen voedsel voor hun ziel biedt, komen ze niet.”

De predikant wil ook wel zeggen voor hoeveel vogels hij voedsel denkt te hebben. „Voor iedereen, natuurlijk. Amsterdam heeft een miljoen inwoners. Daarvan zouden wij doopsgezinden zes-, zevenhonderd aan ons moeten kunnen binden.” Voor een deel gebeurt dat door de bijbelgroepjes voor beginners, waarmee Leegte een zekere faam verworven heeft. Ze worden vooral bijgewoond door hoogopgeleide twintigers en dertigers. En er bestaat een wachtlijst voor. Sommige deelnemers zijn ’godzoekers’, zegt Leegte. Anderen beschouwen zichzelf als intellectueel maar blijken van de Bijbel niets te weten. En dan zijn er nog de geliefden die willen trouwen. Voordat hij hun huwelijk inzegent, nodigt Leegte ze uit voor de bijbelgroep. „Bruidsparen zijn de meest gelovige mensen die bestaan”, zegt de predikant. „Ze gelóven dat er een toekomst voor hen samen is weggelegd, maar dat wéten ze niet. In de kerk gaat het precies zo.”

„Mensen weten niks meer van de Bijbel”, zegt Leegte. „Dus ik wil ze vooral kennis bijbrengen. Na verloop van tijd zeggen sommigen: dit gaat over mij. Lang niet iedereen, hoor, maar ik weet: als ik niets doe, gebeurt er ook niets. Dan is het gauw gedaan met de kerk. Terwijl we de droom levend moeten houden. De droom van vrede. De droom van die man die ieder jaar met Kerst een pluk hooi in de bek steekt van de leeuwenkoppen op de Blauwbrug hier vlakbij. Hij kent de droom van Jesaja: ’Wolf en lam zullen samen weiden, een leeuw en een rund eten beide stro en een slang zal zich voeden met stof’.” Leegte zal niemand aan de haren de kerk in slepen. „Maar het maakt wél uit wat je kiest, vrees ik. Kies je voor die ene stem, of voor de intocht van de Kerstman, voor Kerst als commercie, voor oppervlakkigheid. Doe je dat, dan wint het heidendom, met zijn ’eigen volk eerst’, en zijn Blut und Boden.”

„Ach”, zegt hij dan. „Misschien ben ik wel een slecht theoloog. Ik ben het al snel eens met de laatste spreker. Als iemand wijst op het slechte dat godsdienst voortbrengt, snap ik dat best. Maar ik geniet ook van het mooie ervan. Het is net als wanneer ik mijn liefje aankijk. Dan weet ik: er ís iets.”

Onlangs hield Leegte een praatje voor een gezelschap van ’prominente Amsterdammers’. „Over het cultuurbeleid van de stad hebben zij allemaal een mening. Maar het geloof, dat ligt gevoelig. Ze werden emotioneel, want ik zei dat iederéén verlangt naar het ’vrees niet’ van de engelen uit het kerstevangelie. Dat riep tegengestelde reacties op. Iemand vertelde besmuikt dat ze wel eens een kaarsje opsteekt. En een man vond het nodig om zes keer te zeggen dat hij ’dus niks’ met religie heeft.”

Dat sterkt hem, zegt Leegte, in de gedachte dat de kerk een boodschap heeft die mensen raakt. „Ik zou willen dat de kerk tegelijk café en kathedraal is. Dat er geen twijfel onbenoemd blijft. Het zou heel erg zijn als de kerk er niet meer was.”

„Hier in de Singelkerk gebeurt van alles”, zegt Leegte. „We zijn in een paar jaar tijd van 20 naar 100 bezoekers per zondag gegaan. Dat is procentueel heel veel. Daar geniet ik van, ja. Maar trots? Nee. Ik vind het wel prettig. En ik ben dankbaar. Ik ben predikant van een prachtige gemeente met een prachtige kerk in een prachtige stad. Echt, ik ben een mazzelaar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden