De mooiste club, ondanks alles

De club van 21 miljoen ontvangt morgen de club van 25 miljoen. Schuld. FC Utrecht en Ajax zijn koplopers van de rode-cijferranglijst. John van Loen voetbalde bij beide clubs en is nu assistent-trainer in de Domstad.

UTRECHT - John van Loen stond na zijn opleiding bij FC Utrecht onder contract bij grote clubs als Anderlecht, Ajax en Feyenoord. Hij bleef echter te allen tijde bescheiden: ,,Ik vond mezelf helemaal niet zo goed. Tuurlijk niet.''

Waren ze allemaal maar zo gewoon gebleven in de voetballerij, de wereld van luchtfietserij en dikdoenerij. Hadden de bestuursleden van Ajax en Utrecht maar iets van hem gehad, dan waren er geen gaten van 25 of 21 miljoen euro in de begroting geschoten.

John van Loen is assistent-trainer bij FC Utrecht. Hij loopt dagelijks over het prachtige trainingscomplex Zoudenbalch, dat tegen het steeds mooier wordende Nieuw Galgenwaard aanschurkt. Ze waren er zo trots op bij de FC. Het bleek pronken met andermans veren. Het trainingscomplex, het stadion: het is allemaal van de bank, of van al die andere schuldeisers.

Zo'n 21 miljoen euro in het rood. De huidige voorzitter Erik Jan Visser en zijn voorgangers Herremans en Bloemink hebben het niet zien aankomen. Dachten alledrie het tij nog te kunnen keren. Staken de club nog een ietsepietsie dieper in de schulden, vooruitlopend op betere tijden.

De lijnen-krijter heeft bij wijze van spreken nog een secretaresse, voor elke cornervlag is een stand-in. De organisatie is op en top verzorgd. Alleen was er niemand die ooit een simpel, eerlijk rekensommetje maakte.

Het zijn spannende dagen voor FC Utrecht, zo voelt ook Van Loen het. ,,Maar eigenlijk is het bij deze club nooit rustig, ook al zou er honderd miljoen op de bank staan. Sinds ik hier in 1983 binnenstapte is er altijd wel wat aan de hand.''

Van Loen is begin deze maand 38 jaar geworden. Twintig jaar geleden debuteerde hij in Utrecht 1. Toen was voetbal nog gewoon een spelletje om twee punten. Een spelletje vóór het volk, niet ván sponsors en bestuursleden.

De stadions waren minder mooi, de kleedkamers smerig. Soms zelfs heel smerig. ,,Ik herinner me Ton de Kruyk die overspannen in bad zat: Krijg de klere. Wat is dat dan? Kwam er zo'n bruin ding voorbij drijven. De stunts waren soms nog mooier dan die van Jackass. Afgeknipte broekspijpen, auto's op kissies, bananen in schoenen. De voetbalhumor is toen uitgevonden.''

,,Ik herinner me nog een van mijn eerste wedstrijden. Ik kreeg een enorme beuk van een voorstopper. Ton du Chatinier kwam naar me toe en zei dat ik achter moest gaan staan. Hij ging wel even in de spits lopen. Hij gaf die stopper een ram terug, kwam naar me toe en zei: Zo, ga maar weer terug naar de spits. Hij heeft beloofd dat-ie het nooit meer zal doen. Soms was het moord en doodslag. Maar thuis wonnen we bijna alles.''

In 1988 werd hij verkocht aan Roda. Geruisloos ging dat niet. ,,Het gebeurde nota bene op de open dag van FC Utrecht. Het moest heel stiekem, want ze waren doodsbang voor de reacties van de fans. Ik ben door de achterdeur vertrokken. Utrecht had het geld hard nodig om gaten in de begroting te dichten.'' Zo ging het toen ook al.

,,Ondanks alles draaien we best goed. We staan negende, maar hebben een duel minder gespeeld. Met drie punten erbij zijn we vijfde. En we doen nog mee in de beker. Sportief kunnen we alle doelstellingen nog halen.''

,,Er is nogal wat ellende over ons heen gestort de afgelopen maanden. Het seizoen begon met de rel rond de vorige trainer, Frans Adelaar. We hebben een krappe selectie, maar moeten zo'n beetje het hele seizoen al onze topscorer en onze vrije verdediger missen. En toen kwamen de verhalen over de financiën, over de achterstallige betalingen van Utrecht bij het pensioenfonds CFK. Zes spelers kregen zomaar te horen dat ze straks weg moeten. En desondanks zijn we blijven presteren. We hebben de afgelopen tijd overal in het land complimenten gekregen.''

Van Loen maakte na het afscheid van Adelaar de overstap van de jeugd naar het eerste elftal. ,,Booy wilde mij er graag bij hebben. Ik wilde dolgraag. Dit is wat ik voor ogen had. Assistent bij m'n eigen cluppie.''

Hij kent zijn eigen sterke punten. Maar -en dat is misschien zelfs zijn sterkste punt, als speler én als trainer- hij kent ook zijn beperkingen. ,,Ik ben blij dat ik geen hoofdtrainer ben, daar zou ik een waterhoofd van krijgen. Ik zie alle shit die Foeke Booy over zich heen krijgt. Als assistent hoor ik alles, zie ik alles, weet ik van de hoed en de rand. Al die trammelant. Ik sta liever op het veld die jongens op te peppen voor de volgende wedstrijd.''

John van Loen heeft zijn hele leven gevochten tegen de vooroordelen. Hij was die onbehouwen stormram, roodharig en dús driftig. Maar dat was op het veld. ,,De vaakst gehoorde uitspraak: Je bent eigenlijk best aardig. En je kan nog normaal praten ook.''

Hij leerde ook na te denken over zijn sport. Maar eerlijk is eerlijk: Dat gebeurde pas op latere leeftijd. In 1995, in Japan. ,,Bij Sanfrecce Hiroshima was Wim Jansen mijn trainer. Als buitenlanders klit je daar toch samen. Ik zat dag en nacht op de lip van die man. En Jansen is honderd procent voetbal. Die heeft het nergens anders over. Toen ik het jaar erna bij FC Utrecht terugkeerde, ben ik op gelijk met de trainerscursus begonnen ''

,,Ik was geen denker, ik was voetballer. Als ik slimmer was geweest, had ik er meer uit gehaald. Ik werkte en sleurde. Het denkwerk liet ik aan anderen over. Aan Jan Wouters bijvoorbeeld, die was een meester van het taktische spelletje.''

Hij praat veel met Dirk Kuyt, type Van Loen, die niet de typische Van Loen-fouten mag maken. ,,Dirk werkt zich ook een slag in de rondte voor zijn ploeg. Maar hij denkt nu ook aan zich zelf. Hij scoort meer dan ooit tevoren.''

Hij werkte onder trainers als Beenhakker, Van Gaal, Jansen, Spelbos, De Mos en Reker. In zijn eerste jaren bij Utrecht was Wim van Hanegem de assistent van Nol de Ruiter. ,,Van Hanegem liet me na de training nog honderd ballen afmaken. Elke keer weer. Dat doe ik nu ook met de spitsen hier. Schieten uit alle hoeken en standen. Zodat je blind het doel weet te vinden.''

Hij houdt er niet van trainingen stil te leggen. Omdat voetballers daar niet van houden. Hij wandelt over het veld, met de handen op de rug. Van Loen weet niet of het zo hoort. Het kan hem ook niet schelen. ,,Ik mag hier mezelf zijn. Ik hoef niets te veranderen.''

Zijn jaren in het buitenland hebben hem gevormd. Als mens, als voetballer, als trainer. ,,Je bent daar als aankoop, je voelt dat de ogen op jouw gericht zijn. Dat je altijd moet spelen, altijd fit moet zijn. Dat zie je hier op de club ook. Stijn Vreven verzorgt zijn lichaam tot op de milimeter nauwkeurig. Van zijn haar tot zijn teennagel.''

,,Pas als je als voetballer wat ouder bent, besef je dat je een bevoorrecht mens bent. Ik dacht: Dit is een luizenleven. Hoe kan ik het straks net zo mooi houden? Als assistent heb ik de op een na mooiste baan ter wereld.''

Bij de mooiste club. Vindt John van Loen. Ondanks alles.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden