DE MOOISTE BOEKEN VAN 1994

Stapels en stapels boeken kwamen er uit in 1994. Mooi, prachtig, interessant, ontroerend, overbodig, erudiet, spraakmakend. De flapteksten logen er niet om. Maar welke drie boeken sprongen er uit? Welke romans moeten nodig herlezen worden? En welke schrijver werd ten onrechte in 1994 in de vergetelheid gedrukt? Veertien vaste medewerkers aan de boekenbijlage blikken terug op het afgelopen jaar: een overzicht van hun voorkeuren en wensen.

Op fictiegebied is er natuurlijk 'Indische duinen' van Adriaan van Dis, die ronduit prachtige en pijnlijk confronterende weg terug in de persoonlijke geschiedenis van iemand die door dat Rijk van Insulinde werd aangeraakt. Of moet ik schrijven 'werd getroffen'? Een soortgelijke heel integere, en dus vaak pijnlijke, speurtocht naar het verleden deed destijds ook Ernst Jansz (ex-toetsenist van 'Doe Maar'). Zijn eveneens prachtige 'De overkant' haalde in Nederland in 1985 weinig uit en ligt bij De Slegte voor nog geen tientje. Daarom is Ernst Jansz voor mij dé ten onrechte vergeten schrijver op dit gebied. Natuurlijk verschijnen er in de Indische toko ook vervelende, saaie, beledigende en overschatte boeken, maar zelfs die zetten je aan het denken, want ik ben van mening dat juist die opgeklopte valse heimweeboeken je eveneens doen beseffen hoe hartgrondig fout het vaak op de evenaar is geweest.

Joop van den Berg

GENERATIE NIKS

Elke dag een column van Koos van Zomeren lezen, dat is goed voor de ziel. De laatste bundeling heet toepasselijk 'Het eeuwige leven'. Er zijn dit jaar veel mooie boeken verschenen. De meeste indruk heeft op mij gemaakt de roman 'Gesloten huis' van Nicolaas Matsier, die door de Ako-commotie, maar toch ook gewoon op eigen kracht, nu al de zesde druk beleeft. Niets beters ooit over rouw en vroeger gelezen dan hier. Zowel de essays 'De letterpiloot' als de roman 'Ons mankeert niets' van Willem Jan Otten zijn onontbeerlijke boeken. Ze brengen esthetiek en ethiek bij elkaar. Otten, en voor Matsier geldt hetzelfde, durft het weer onvrijblijvend over de echte dingen te hebben: sterfelijkheid, eerlijkheid, humaniteit. In dit verband moet ook de poëzie van Zbigniew Herbert genoemd worden, in de vertaling van Gerard Rasch, die een houding vertegenwoordigt van medeleven en uiterste luciditeit.

Opvallend is dat de jonge generatie niks, maar dan ook niks belangwekkends heeft geschreven. Alleen Arnon Grunberg, met zijn 'Blauwe maandagen' en Desanne van Brederode met haar curieuze mengeling van seks en religie in 'Ave Verum Corpus - Gegroet Waarlijk Lichaam' dwongen bewondering af. Overschat is zeker de prestatie die Gerrit Komrij geleverd zou heben met zijn mooie bloemlezing uit de middeleeuwse poëzie. Al het materiaal dat hij met zijn toverstokje mocht aanwijzen, kreeg hij immers aangereikt door neerlandici. Zonder hun medewerking en suggesties had het boek eenvoudigweg niet bestaan. De samensteller doet het in interviews voorkomen dat die neerlandici maar wat in hun neus zitten te peuteren. Een wat merkwaardige vorm van dankbaarheid.

T. van Deel

VERPLICHTE KOST

Van de dit jaar verschenen wijsgerige boeken heeft 'Het verschil van mening' van J. P. Guépin mij veel genoegen bezorgd, zowel door de stijl als door de eigenzinnige inhoud. 'Gesloten huis' van Nicolaas Matsier vond ik een indrukwekkende roman, om de liefdevolle aandacht voor de kleine dingen des levens, die niettemin zo belangrijk zijn. Ten slotte 'Paris au XXe siècle' van Jules Verne, een toekomstroman waarvan het manuscript onlangs is teruggevonden, 130 jaar nadat het door de uitgever was geweigerd. Geen literair meesterwerk maar verplichte kost voor Verne-liefhebbers; een - hoe kan het anders? - op en top negentiende-eeuws verhaal, zeer romantisch, over een dichter die ten onder gaat in een door elektriciteit, economie en egoïsme beheerste samenleving.

Over de negentiende eeuw gesproken: er zou nu eindelijk eens een Nederlandse vertaling moeten komen van 'Het ravijn', de laatste roman van Gontsjarow. Maarten 't Hart heeft er ooit een inspirerend essay aan gewijd, zonder gevolg. Het boek is weliswaar zeer lijvig en niet zonder gebreken, maar toch zeer de moeite waard.

Hans Dijkhuis

INCARNATIE

Een schrijver die ik mij als vriend wens, is de van oorsprong Oostduitse Reiner Kunze. In zijn verzamelde gesprekken 'Wo Freiheit ist . . .' vertelt Kunze over de opdracht van de mens in het leven, over politiek, natuur en over het ontstaan van poëzie via beelden. Kunze is de meest kwetsbare en meest weerbare schrijver die ik ken.

Een onthutsende leeservaring was 'Die Werfbobbejaan', de roman van de Zuidafrikaanse schrijver en boer Alexander Strachan. Het verhaal van een vrouw die probeert een biografie te schrijven, is nauw verbonden met de geketende baviaan op het terrein van een hotel in Kwazulu. Strachan laat de complexiteit van een psychische werkelijkheid zien. Dat doet Nadine Gordimer ook in de roman die mij voorgoed tot haar fan heeft gemaakt: 'Niemand die mij vergezelt'. Ook 1994 heeft wederom bewezen dat politieke spanning tot literaire creativiteit leidt.

Wie kent de Zwiters-joods-christelijke filosoof Max Picard nog? Zou zijn boek 'Hitler in uns selbst' uit 1946 niet in 1995 kunnen worden herdrukt? Hebben de Erven Bijleveld in Utrecht destijds een Nederlandse vertaling uitgebracht?

Dè ontdekking voor mij op het gebied van het kinderboek was Leonard Roggeveen. Hoe is het mogelijk dat deze Nederlandse kinderboekenschrijver in vergetelheid is geraakt? De schrijver Jan Wolkers is voor mij daarentegen steeds meer de incarnatie van alles wat grof en lelijk is in Nederland. Wat mij betreft: ad acta!

Overigens ben ik van mening dat PTT-Post met de gratis kalender 1995 voor de klanten heeft laten zien dat zij de smaak van haar klanten zeer laag inschat. De belediging van het esthetisch en ethisch gevoel kan alleen worden goedgemaakt door gratis kerstzegels aan het eind van 1995!

Hans Ester

ZANDERIG GEZEUR

In 1994 beviel mij vooral 'Hier zijn leeuwen' van Kees van Beijnum. Na een succesvolle thriller is dit zijn literaire debuut en het kreeg te weinig aandacht voor een roman waarin het menselijk tekort zo bekwaam tot romanthema wordt verwerkt. Na Erik Vlamincks 'Wolven huilen' - knap getekende eenzaamheid - zie ik met spanning uit naar zijn volgende titel. Een staaltje van bewonderswaardig vakmanschap is 'Roosje', van Gerard van Westerloo; journalistiek speurwerk gecombineerd met persoonlijke betrokkenheid. Een verrassing vond ik 'Het beest met de twee ruggen' van Maria Stahlie. Haar zesde boek: geestig maar niet vrolijk, gelukkig niet. Ze verliest zich minder in zijlijnen dan in vroeger werk en dat komt deze 'Geschiedenis van een ontaarding' ten goede. Marijke Höweler mag dan met 'De waarheid houdt van vrolijke gezichten' proberen nieuwe wegen in te slaan, het laat me siberisch.

Het onbenulligste debuut was van Marijke Harberts, 'Doezamand': Joop ter Heul in Leiden. Zanderig gezeur levert Guikje Roethof in 'Drenkelingen'. Dit pretentieuze, als satire bedoelde debuut had Prometheus niet moeten uitgeven. Ook uitgeverij Conserve, die een zo onbeholpen geschreven, pijnlijk persoonlijke kroniek als 'Brandenburgs requiem' van Maarten Mourik de wereld instuurde, verdient een schrobbering. En overigens blijf ik van mening dat we een wijnglas niet bij de steel moeten vasthouden (zoals wijnfreaks ons willen aanpraten), maar onderaan de kelk. Op uw gezondheid in 1995!

Inez van Eijk

LEVENSLUST

De sluier van treurnis die al jaren over de boeken van psychologie en psychotherapie hangt, is in 1994 allerminst opgetrokken. Publikaties over New Age, astrologie, Tarot, dromen en healing voeren de boventoon. Slechts enkelen weten zich in dit woud van zweverigheid nog staande te houden. Een van hen is de Nederlandse psycholoog René Diekstra, hoogleraar te Leiden. Zijn populariteit werd bekroond met de mediaprijs 1994. Aan zijn zeer beperkte en eenzijdige visie op allerlei psychische problemen en hoe die te behandelen zijn, wordt gemakshalve maar stilzwijgend voorbij gegaan. Zijn nieuwe boek, 'Het Geestige Lichaam', deed het vlak vóór de feestdagen ook weer voortreffelijk. Ook zijn Amerikaanse collega, Wayne Dyer, die dezelfde hapklare boodschap van het positieve denken verkondigt, ligt goed in de markt. 'Niet morgen, maar nu', 'Geen zee te hoog', 'Lessen in Levenslust' - het zijn stuk voor stuk blijvende bestsellers. En met 'De Breinstorm' van Emma Brunt, een lofzang op het anti-depressiemiddel Prozac, kan het oude jaar zorgeloos uit- en het nieuwe jaar positief ingeluid worden.

Voor wie 1994 echter in gepaster en diepzinniger stijl wil afsluiten, is 'De Verborgen Verleider - Psychologie van de reuk', door Piet Vroon, Anton van Amerongen en Hans de Vries, zonder meer aan te raden. Ook Annette Heffels en Willeke Bezemer zorgden met hun 'Min of meer macho - Mannen over hun seksualiteit' voor een schaars lichtpuntje in het afgelopen jaar.

Tonja Kivits

ODE AAN ALGERIJE

Rubriek Wansmaak: Vindt u een soft-focus-foto van een blote vrouwenachterste met daarin iets wat lijkt op een smalle lange cactus ook zo'n subtiele illustratie van Baudelaire's 'Fleurs du Mal'? Koop dan, in een gouden bandje met groene letters, '9 Bloemen van het kwaad', Charles Baudelaire, in een nieuwe vertaling van Petrus Hoosemans en met 'een fotografische zoektocht door Gerard Hadders.' Wie per se plaatjes wil bij Baudelaire, kan beter terecht bij Odilon Redon, Felicien Rops of Gustave Moreau.

De drie markantste boeken van 1994? Ishiguro's 'A Pale View of Hills', heel knap en beklemmend (liet mij niet los), maar dat is al uit 1991. Wat de Fransen betreft: behalve Bergounioux (heel prachtig: vert. 'Dat waren wij', kom ik dit jaar toch vooral op 'klassieken', als het gaat om ècht dierbare boeken: 'Aurelia', van Nerval, Camus' 'Le premier homme': toen hij stierf zat dit manuscript in zijn tas. (Nog) geen meesterwerk, wel aangrijpend: nauwelijks getransponeerde jeugdherinneringen, liefdevolle portretten van het zwijgende, 'primitieve' moeder en de oom, een ode aan het Algerije van zijn jeugd. Tot slot, niet stuk te krijgen: Voltaire's 'Candide', in de sprankelende vertaling van Hans van Pinxteren. Geestig, venijnig en wijs.

Liesbeth Korthals Altes

VERWONDERING

1994 was voor mij het jaar van de verzamelbundels. Geschreven werd over vooruitgang, over het milieu, over de grenzen van wetenschap en rationaliteit, over het wetenschappelijke van wetenschappen, over de agressie in de mens, over humanisme en maatschappij enz. Geen symposium, geen studium generale in 1994 of de lezingen ervan verschenen in druk. Dat is soms winst, want effectief leren is vaak een combinatie van horen én zien, maar vaak ook verspilling, want niet elke lezing(en-serie) is het bewaren waard.

Twee, zeer verschillende, Nederlandse filosofen zijn altijd het horen en lezen waard vanwege hun scherpte en eigen(zinnig)heid: Hans Achterhuis schreef o. a. over geweld(dadig denken) in 'Het beest in de mens', over technologie in 'Rimpels in het water' en over techniek in 'Mensbeelden', waarin ook het prachtige essay van Cornelis Verhoeven over barmhartigheid te lezen is. Diens 'Inleiding in de verwondering' uit 1967 verdient het om herdrukt te worden. Het vormt het systematische begin van een inmiddels omvangrijk oeuvre, waarin met gestrenge consequentheid en in fraaie bewoordingen een pleidooi gehouden wordt vóór een alerte passiviteit en tégen het aldoordringende activisme. Mijn nieuwjaarswens: veel verwondering toegewenst in 1995!

Gerritjan van Luin

DE KEIZER EN DE DOOD

Lucebert had nog nooit iemand dood zien gaan, maar dit jaar vertrok hij zelf, zomaar, ongemerkt. In 'Van de maltentige losbol' bralt de Keizer der dichters er nog éénmaal duchtig op los: 'glasachtig gloort de perfectie mousserend mazoet in het bos'. In 'Zwaluwstaartjes' doet Frank Koenegracht kond van zijn ongeneeslijke melancholie: 'Ach kon je maar knip knip doen heel je leven / terwijl het buiten windloos sneeuwt'. Verdrietig vat Toon Tellegen in 'Tijger onder de slakken' al onze gemiste kansen samen: 'Altijd mensen die nog aan komen rennen en ons missen'.

Subliem is 'Freud, de sfinx van Wenen' met kleurenfoto's van zijn verzameling antieke voorwerpen, al vermoed ik dat de echte voyeur 'Reading Freud's Reading' prefereert, omdat daarin staat wat Freud in de kantlijn van zijn boeken schreef. Het boek van psychiater Chabot over een patiënte die hij bij zelfmoord hielp zonder dat hij het met haar beslissing eens was, sloeg ik over. Op een gedeelde eerste plaats niettemin twee boeken over de dood: 'Het refrein is Hein' van verpleeghuisarts Bert Keizer en 'Ons mankeert niets' van Willem Jan Otten over de dood van huisarts Daan. De allermooiste en droefste dichtregel van 1994 is van (huisarts) Tellegen uit zijn eerder genoemde bundel: “In de laatste nacht schiep God het verdriet, spreidde het over de aarde uit”. Opeens begrijp je hoe het zit met de raadselachtige somberheid van eilandbewoners. Ineens is al hun ellende verklaard.

Hans van der Ploeg

WAT EEN TROEP!

Ja, ik beken: afgelopen zomer heb ik vier John Grishams achter elkaar uitgelezen maar door 'The Bostonians' van Henry James kwam ik niet heen. Misschien wat oververmoeid van de Nederlandse literaire pillen. 'Gewassen vlees' van Thomas Rozenboom bijvoorbeeld. De eerste 200 pagina's denk je wanneer begint het nou eens, en dan blijk je opeens al die tijd in de ziel van een fiks gestoorde achttiende-eeuwer te zitten. Een heel bijzonder boek, in de traditie van groten als Vestdijk en Nabokov. Maar er waren ook hele mooie dunnetjes, zoals 'Naar Merelbeke' van Stefan Hertmans en 'Het dikke hart' van Tonnus Oosterhoff.

Beroepshalve las ik dit jaar zo'n beetje de hele prozaproduktie. Goeie genade, wat een troep komt er allemaal uit zonder dat je het normaal gesproken merkt. Dieptepunt was wel Peter Andriessens 'Het stilettomeisje', over een grietje dat juwelen in haar wonderbaarlijke schaamdeel vervoert. Merkwaardig hoe je na vijfentwintig jaar schrijverschap met zoiets durft te komen.

Poëzie was er ook, mooi bijvoorbeeld Arie van den Berg ('Blijmoedig aan het graf te denken'), Benno Barnard ('Tijdgenoten') en vooral het wonderbaarlijke debuut van Mustafa Stitou, 'Mijn vormen', maar erg grote uitschieters zaten er toch niet bij dit jaar. Het had iets modaals, eerlijk gezegd, ondanks de boekenweek. En overigens ben ik van mening dat de oude uitgeversgeest, die van liefde voor boeken, terug dient te komen.

Rob Schouten

CELBRIEVEN

Geen boek heeft mij het afgelopen jaar zo diep geraakt als de eindelijk uitgegeven briefwisseling van Dietrich Bonhoeffer en zijn verloofde: 'Brautbriefe Zelle 92, Dietrich Bonhoeffer / Maria von Wedemeyer, 1943-1945'. Daar lees ik aan het eind van de eeuw nog eens tot welke hoogten en diepten, godverlatenheid en troost, het menselijk bestaan in onze tijd gekomen is; het is alsof de bijbel nog altijd voortgeschreven wordt. Onze hele eeuw is breed en fraai samengevat in een overzicht van de historicus Eric Hobsbawm, 'Age of Etremes - The Short Twentieth Century, 1941-1991'. Een prachtig boek voor een lezer van lezers is de bundel essays van Golo Mann, 'Wir alle sind was wir gelesen'. Een wijs mens leest selectief, zuinig en diepzinnig.

Stephen Vincent (1889-1943) was een Amerikaanse dichter en schrijver, wiens korte verhalen (niet zijn gedichten) totaal zijn vergeten. En toch behoren zij bij het mooiste wat er in deze hele eeuw geschreven is. 'Short Stories', zouden ze nog te krijgen zijn?

J. W. Schulte Nordholt

VONDELPRIJS

'Mijn' boeken van 1994:

1. Martin Schumacher: 'M.d.R. Die Reichstagsabgeordneten der Weimarer Republik in der Zeit des Nationalsozialismus'. Oorspronkelijk uit 1991, thans een uitgebreide en aanvullende derde druk. Tevens aandacht voor lot buitenlandse (ook Nederlandse!) parlementariërs. Prachtig geïllustreerd naslagwerk met foto's en facsimiles.

2. H. W. von der Dunk: 'Twee buren, twee culturen'. De heldere betoogtrant van de Utrechtse emeritus - onlangs terecht met de Duitse Vondelprijs geëerd - overtuigt ook bij herhaalde lezing van opstellen uit deze bundel.

3. (ex aequo) Joachim Fest: 'Staatsstreich - Der lange Weg zum 20. Juli'. Meeslepend verhaal over de aanloop tot dé aanslag op Hitler. 'Evangelisches Gesangbuch'. Nieuw liedboek voor de Evangelische Kirche, met een schat aan cultureel erfgoed (liederen en gebeden) uit verscheidene eeuwen en landen.

Dringend gewenst: een geactualiseerde herdruk van 'Alle 'feiten' op een rijtje', de Nederlandse versie van 'The Book of Lists'; ik zag het boek laatst bij een vriend en een nuttelozer opsomming van allerlei 'top- . . .lijstjes' heb ik nog nooit gezien. Kostelijk! Overigens ben ik van mening, dat - te midden van alle gebundelde columns - een verzameling van afleveringen van Biblia (uit het Trouw-katern Letter & Geest) niet langer mag ontbreken.

Wim Slagter

OVERSCHAT

Het meest verrassende boek van het afgelopen jaar vond ik 'Het schreeuwen van de nacht' van de Amerikaanse schrijver Austin Wright. Een adembenemende driedubbelgelaagde roman, die niet alleen ongelooflijk spannend geschreven is, maar ook op een prikkelende manier de relatie tussen schrijver, tekst en lezer ter discussie stelt. Een ontdekking vind ik het werk van Cormack McCarthy. Na zijn prachtige roman 'Al de mooie paarden', verscheen dit jaar ook 'Kind van God', de Nederlandse vertaling van een al in 1973 verschenen roman. Weerbarstig proza zonder modieuze concessies, met de allure van een Amerikaanse klassieker. Het meest ontroerende verhaal vond ik 'Billy' van Albert French, ex-marinier en Vietnamveteraan. Een recht uit het hart geschreven roman over een tienjarig negerjochie in Banes County, Mississipi in 1937, dat het slachtoffer wordt van diepgewortelde rassenhaat en een meedogenloos rechtssysteem. Het meest overschatte boek van 1994 vind ik 'Een zoon van het circus' van John Irving. Het kost je een dag van je leven om je door die 744 pagina's heen te worstelen, en dat is zonde van je tijd: het verhaal is traag, het hoofdthema wordt nauwelijks uitgewerkt en de talloze verhaaldraden wekken de indruk dat ook de schrijver onderweg het overzicht is kwijtgeraakt.

Overigens ben ik van mening dat 'Van de maltentige losbol', het poëtische testament van Lucebert, in een betaalbare editie moet worden uitgegeven.

Gertjan Vincent

ONDERSCHAT

Hoewel ik in l994 ook nog wel eens iets deftigs gelezen heb, houd ik me bij mijn stiel. De drie boeken uit mijn assortiment die ik een ieder zou aanraden zijn:

1. James McClure: 'The Song Dog'. McClure schrijft voortreffelijke detectives over een zwart-wit Zuidafrikaans politie-koppel. Terloops wordt het regime effectief te grazen genomen. De grond is hem nu overigens onder de voeten weggetrokken. Hopen we.

2. Connie Willis: 'Doomsday Book'. Een uitstekende science- fiction-roman, die ook een ontroerend beeld geeft van de middeleeuwen.

3. Simon Maginn: 'Sheep'. Zelden werd met zulke sobere middelen een zo intense horror-sfeer opgeroepem. Een debuut, dat belooft wat!

Volgens mij worden de latere romans van John le Carré erg overschat. En het hele werk van Ed McBain wordt zeer onderschat. De laatste boeken van deze eminente detective-schrijver zijn niet eens in het Nederlands vertaald. Als je dan bedenkt wat er wel uitkomt. Bijvoorbeeld het humbug-epos 'Het Rad de Tijds' van Robert Jordan: om en nabij zesduizend bladzijden namaak-Tolkien. Voorts ben ik van mening dat het Prinsengrachtziekenhuis moet blijven bestaan.

Willy Wielek

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden