De mooie kust van Gaeta, echt Italiaans en toch rustig

Italië heeft nog een mooie kust die opvallend weinig mensen trekt. Waar de atlassen het gewoon over Golf van Gaeta hebben, staat deze kust in toeristenfolders nu vermeld als Riviera d'Ulisse, kust van Odysseus. Met deze naam hoopt men meer mensen te trekken naar de stranden halfweg Rome en Napels.

Nu legde de Griekse held Odysseus, of Ulysses in het Latijn, volgens de mythe tijdens zijn lange zwerftocht aan zo veel kusten aan, dus allicht is-ie ook hier geweest.

Ook de Romeinen waren reeds die mening toegedaan. Keizer Tiberius sierde ter ere van de mythische gast zijn zomerverblijf op met een prachtig beeld van Odysseus die de eenogige cycloop verblindt. Bij opgravingen rond de villa van de keizer, nabij het kustplaatsje Sperlonga, zijn voldoende brokken van dit beeld gevonden om het te kunnen reconstrueren.

Golf van Gaeta of Odysseuskust: feit is dat hier een lint van zandstranden ligt, dat slechts wordt onderbroken als de Monti Aurunci, zoals de Apennijnen hier heten, de zee insteken. Zoals bij het stadje Gaeta zelf, dat bovenop een half in zee liggende rots is gebouwd. Schoon, zelfs letterlijk aangeharkt, zijn de stranden daar waar ze privé-bezit zijn en de badgast voor bedragen van 400 tot 1500 gulden per maand een parasol met strandstoelen kan huren. Minder schoon zijn ze daar waar het strand openbaar bezit is. Maar geen Italiaan zal begrip tonen voor iemand die helemaal uit Noord-Europa komt vliegen en vervolgens geen geld over heeft voor een beetje luxe standstoel; zuinigheid is hier geen deugd.

In de jaren dat het massatoerisme op dreef kwam, maakte Italië zichzelf onmogelijk met bommen, misdaad en inflatie, zodat het hier nooit zo druk is geworden als in Spanje of Griekenland. Ook aan de Odysseuskust is het toerisme nauwelijks tot bloei gekomen. Niet dat het hier stil is; Italië is dichtbevolkt en ook wat levensstijl betreft geen bestemming voor rustzoekers. Het betonnen massatoerisme ontbreekt echter volledig. De toeristen die er zijn, zijn vooral gepensioneerde Italianen.

GEEN PATAT MAAR PASTA

Bij gebrek aan Noord-Europese gasten met hun legendarische olijfolieangst ontbreken hier ook de op hen gerichte restaurants. Gepaneerde vleesresten, patat en zoetzure sla, volgens de toeristenindustrie wereldwijd het favoriete menu, zijn hier dan ook niet te krijgen. Er is dus geen ontkomen aan heerlijke pasta met vis, verrukkelijke soep met vis of zalige geroosterde vis. Verder nog duizend soorten fruit, lekkere olijfolie en goede witte wijn.

Aan de noordkant van Gaeta ligt het natuurgebied Circeo, een prachtige bergrug die de zee insteekt, met nog dichtere begroeiing dan elders in deze opvallend groene regio. Opnieuw geldt natuurlijk dat dit gebied nog geen Noord-Europese toeristen gewend is. Door de bossen lopen is voor een Italiaan net zoiets als op je knieën naar Santiago de Compostela: in pincipe heel prijzenswaardig, maar niet om zelf te doen. Wie per se het natuurgebied in wil, kan goed uit de voeten; voor terreinfietsers, die met hun opvallende verschijning in Italië nog op enig begrip kunnen rekenen, zijn er paden uitgezet waar ook wandelaars gebruik van kunnen maken. Verwacht niet bemoedigend toegeknikt te worden als je 's middags, wanneer de Italianen eten, de bergen in gaat, zoals Nederlanders graag doen. Bewegen doe je in een sportschool, de natuur dient hier alleen als mooi tafereel om in te eten.

Daar waar je met de auto dichtbij de kust kunt komen, staan in het Circeo-park onvermijdelijk tweede huizen. Juist omdat dit natuurpark beschermd is en er niet zomaar gebouwd mag worden, is het extra aantrekkelijk voor de elite om hier - illegaal - een pronkstukje te bouwen. Een beetje quizmaster uit Rome heeft hier een neoklassiek stulpje om zijn vrienden te imponeren.

LELYSTAD-REALISME

Hier en daar zijn er ook in Circeo-park zandstranden; het water is er schoner dan bij het zuidelijker gelegen Gaeta. Het nationaal park vormt de grens tussen de Odysseuskust en de noordelijker gelegen, onder dictator Mussolini drooggelegde Pontijnse moerassen. Op de rand van Circeo-park, in de droogmakerij, ligt de uit de jaren dertig stammende stad Sabaudia, een prachtig voorbeeld van de idealen uit de huidige, nu bijna voorbije eeuw: het rationalisme van Lelystad, vermengd met neoklassieke zuiltjes en symmetrieën om het gezag van de toen regerende fascisten te verbeelden.

Op anderhalf uur varen met de hoovercraft ligt voor de kust een handvol eilanden. Sommige, onbewoond en met bos begroeid, behoren tot Circeo-park en zijn dus natuurgebied. Het hoofdeiland, Ponza, heeft slechts zo'n duizend bewoners en trekt relatief weinig toeristen. Op de hellingen zie je de verlaten wijngaarden nu de jongste generatie bewoners die niet meer wil bewerken. Italianen houden niet van rust en dat komt goed uit voor Nederlanders die dat wel zoeken: omdat alle Italianen op het beroemde, reeds eeuwen afgelikte Capri zitten, of anders op het strand van Kenia, is het hier in Ponza lekker rustig.

Verwacht echter niet dat een Italiaan ooit zal begrijpen dat er mensen zijn die rust zoeken tijdens hun vakantie; dat Fransciscus van Assisi op een berg ging zitten zwijgen vinden ze prachtig, maar ook dat is niet iets om na te doen. Geniet dus in stilte en probeer het niet uit te leggen. Ponza is beslist mooier dan Capri, dat intussen trouwens geheel is verkaveld door voetbal- en tv-sterren met door hekken omgeven villa's in Harry-Mens-architectuur. Voor de liefhebber: Ponza doet sterk denken aan het Minimierennest van Suske en Wiske. Met een bootje kun je naar een van de prachtige strandjes varen, terwijl er ook dagtochten zijn met een vissersboot naar een van de onbewoonde eilanden even verderop.

De boot terug voert je weer naar Formia, een rustige badplaats met 35 000 inwoners waar weinig meer over te melden valt dan dat je ook hier weer heerlijk kunt eten en dat er chique hotels zijn.

Ten noorden van Gaeta ligt Sperlonga. Een mooi stadje, maar de huizen in het duizend jaar oude centrum op de berg, waar smalle steegjes vol trappen de auto buiten sluiten, zijn door de bewoners verlaten en worden alleen nog aan toeristen verhuurd; de bevolking woont beneden aan de berg, in het nieuwe stadsgedeelte aan het strand. In het nabijgelegen Terracina zijn veel, naar Italiaanse begrippen rustige en groene, strandcampings te vinden.

OORLOG

Een vakantie in Europa is niet mogelijk zonder tegen de oorlog aan te lopen. Landinwaarts, in een breed dal in de bergen, ligt achter de Odysseuskust Cassino, met daarnaast op een berg de roemruchte abdij van Montecassino.

Het is heel gek, maar zomaar op een februaridag in 1944 vielen er bommen uit de hemel en werd de abdij volledig verwoest. Althans, zo wordt de geschiedenis hier voorgesteld, alsof Italië nooit fascistisch is geweest, alsof de geallieerden hier niet op een Duitse linie stuitten. De verwoeste abdij is geheel herbouwd in de jaren vijftig. Het zou prachtig kunnen zijn, op een berg in Italië aan God gaan zitten denken, maar Montecassino wordt nauwelijks nog door monniken bewoond. Het is een leeg decor geworden waar het naoorlogse Italië zijn handen in onschuld wast.

De Odysseuskust is gelegen in de regio Latium en behoort tot het zuiden van Italië - 'Afrika', zeggen ze ook wel in het separatistische Noord-Italië. Echt arm is het er niet en de misdaad valt hier in het niet bij Sicilië en Napels, maar dat dit Zuid-Italië is, blijkt uit alles. De treurige huizen, de mooie kleding, de verwaarloosde openbare ruimte, het ongearticuleerde accent: dit is het zuiden en dat vinden de mensen zelf ook.

NAPELS MAG JE NIET MISSEN

Al een stuk voor Napels, de metropool van het zuiden, begint het: alle wegen lopen zonder reden over viaducten. Ook in de kustvlakte, op plaatsen waar geen rivier of overstromingsgevaar te bekennen is, rijd je over eindeloze betonnen viaducten. Een grapje van de georganiseerde misdaad, die hier de aannemerij en dus ook de wegenbouw beheerst en de prijs heeft opgedreven door alle wegen op palen te zetten.

Napels. Die stad durft Italië niet echt te promoten, daarvoor is ze te moeilijk. Laat er echter geen twijfel over bestaan: niemand mag deze metropool, dit levende schilderij van Brueghel missen. Niet dat Napels makkelijk toegankelijk is: met een rolstoel, een auto met buitenlands kenteken of met een schare jonge kinderen zal het niet meevallen. Maar als het enigszins kan: gooi je in het gedruis, in de verkeerschaos, de straathandel en de oudheid; ruik het rumoer, voel de vis, proef de zee, zie de muziek en laat je opnemen door deze waanzinnige slokop. Anderhalf miljoen mensen wonen hier aan de voet van de Vesuvius, een kwart van de beroepsbevolking is zonder werk en wat de rest doet is ook onduidelijk.

Als je de eerste schrik te boven bent, je staande weet te houden in de chaos en aan Napels begint te wennen, er na een paar dagen zelfs van begint te houden, waak dan voor de ziekte die woedt onder toeristen uit goed georganiseerde landen: het idealiseren van Napels. Bedenk juist op tijd dat Napels weliswaar fantastisch is, maar dat elke burgerzin ontbreekt; dat de overheid ziek is, de industrie failliet en de scholen ploegendienst draaien bij gebrek aan lokalen.

Aan de zee staan wat kastelen waar elke gids je heen wil hebben; daarnaast ligt de romantisch klinkende wijk Santa Lucia. Van de vele eeuwenoude, overbevolkte en zeer bijzondere Napolitaanse stadswijken is dit zonder twijfel de saaiste. Ga er hoogstens 's avonds heen, als hier geflaneerd wordt.

Voor uitzicht over de stad moet je een van de drie tandradbanen nemen, die middenin de stad beginnen en je de berg oprijden waar bovenop in de koele zeewind de deftige 19e eeuwse woonwijk Vomero ligt; opeens ben je dan Napels uit en weer terug in het rijke Italië.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden