De Monotonisering van de wereld

,,Als we de hooggestemde cultuurkritiek van Zweig moeten geloven, dan zouden we vorige zomer bij de finale van het wereldkampioenschap voetbal echt de ondergang van de wereld in gelijktijdigheid en gelijkvormigheid hebben mogen verwachten.'' De filosoof Hans Achterhuis reageert op het opstel 'De monotonisering van de wereld' van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig uit 1925 (Letter & Geest 24 juli). Zweigs suggestie om ons in ons innerlijk terug te trekken - ook al voorafgegaan door Rousseau's Mijmeringen van een eenzame wandelaar - helpt ons nauwelijks om greep te krijgen op de technologische

,,We moeten erkennen dat het oorspronkelijk karakter van de diverse volkeren met de dag meer vervaagt... Langzamerhand zien we de verschillen verdwijnen die eerst zo treffend waren... De meer uniform geworden landbouw laat zelfs uiterlijk nauwelijks nog verschillen resteren tussen de ene streek en de andere, het ene land en het andere.''

Deze klacht over de monotonisering en nivellering van de wereld komt van de achttiende-eeuwse Franse filosoof Jean Jacques Rousseau. Vanaf zijn 'Vertoog over de wetenschappen en de kunsten' uit 1750 valt deze vader van de romantiek in schitterend geschreven teksten de economie en de techniek aan als de grote gelijkmakers van de hele wereld. Alle verscheidenheid verdwijnt, alle unieke geesteseigenschappen maken plaats voor het doorsneekarakter van de massamens. Bij zijn vele reizen door Europa constateert Rousseau dat de Europese naties en hoofdsteden uitwisselbaar zijn geworden. Rome, Parijs en Londen, waar je ook heen gaat, het is om het even, Italianen, Fransen en Engelsen 'lijken allemaal op elkaar'.

Met dit soort observaties heeft Rousseau school gemaakt. Generaties schrijvers en denkers herhalen de eeuwen na hem de klacht over het monotoon worden van de wereld. Ongewild ironisch is dat de literaire wendingen die hierbij gebruikt worden en die als bewijs voor de eigen uniciteit moeten gelden, stereotiep en afgesleten zijn. Het onvolprezen overzichtswerk Die Bewertung der technischen Fortschritts van onze landgenoot Van der Pot bevat lange opsommingen van literaire en filosofische tirades die de laatste eeuwen tegen de technische vooruitgang werden gericht. Alle sleuteltermen en observaties van Stefan Zweig komen hierin voortdurend terug. Eén voorbeeld: honderdtien jaar na Rousseau gebruikt Charles Baude laire het begrip 'veramerikaniseren' om aan te geven hoezeer de traditionele waarden van het oude Europa verdwenen zijn. ,,De wereld gaat ten onder... De mechanisering zal ons dusdanig veramerikaniseren, de vooruitgang zal het geestelijke in ons zo snel doen afsterven...'' dat de ergste verwachtingen hierover helaas nog te positief zullen zijn.

Ook na 1925, het jaar waarin Zweig zijn cultuurkritische klacht schreef, bleven velerlei soorten auteurs op ditzelfde aambeeld hameren. Net als bij Rousseau en Zweig zijn het vaak reiservaringen die hiervoor als uitgangspunt dienen. Enkele jaren geleden deed bijvoorbeeld Peter Matthiessen, auteur van vele reis- en natuurboeken, ons land aan met een bliksembezoek. Zijn voornaamste boodschap luidde dat alle bijzondere plekken in de wereld door het massatoerisme gelijkgeschakeld waren. Ter ondersteuning van zijn betoog verwees hij naar twee plaatsen waar hijzelf over geschreven had, Nepal en het Amerikaanse vissersdorpje Sagaponack. Het Himalayaland wordt platgelopen door ecologisch geïnspireerde rugzaktoeristen, de vissershaven wordt overstroomd met jachten en plezierboten. Matthiessens op zich weer vertrouwde litanie werd ongewild dubbel ironisch omdat juist zijn enthousiast geschreven en goedverkochte reisboeken stevig aan deze verloedering hadden bijgedragen.

Zweigs essay past met andere woorden in een respectabele literair-filosofische traditie. In mijn boek 'De erfenis van de utopie' heb ik bij dit soort cultuurkritiek grote vraagtekens geplaatst. Ze levert ons namelijk een aantal pasklare beelden en begrippen die weinig recht doen aan de economisch-technische veranderingen die onmiskenbaar in de laatste eeuwen plaatsvinden. En juist omdat ze ons nauwelijks helpt om denkend greep te krijgen op de technologische cultuur die meer en meer onze maatschappij karakteriseert, reikt deze kritiek ons ook nauwelijks handvatten aan om creatief met een aantal nieuwe fenomenen om te gaan. Zweigs suggestie, ook al voorafgegaan door Rousseau's Mijmeringen van een eenzame wandelaar, om ons in ons innerlijk terug te trekken, levert ons daarbij weinig op. Zeker niet als ze zo gewild elitair is dat ze tegelijkertijd van alle gemakken van de techniek gebruik blijft maken. Slechts weinig mensen zullen zich in de huidige wereld een dergelijke vrijblijvende luxe houding kunnen veroorloven.

Wat dan wel? Ik plaats een aantal kanttekeningen bij dit soort cultuurkritiek die het, naar ik hoop, mogelijk maken er enige afstand van te nemen. In deze afstand ontstaat dan tevens de mogelijkheid om oog te krijgen voor een andere benadering die bij alle globalisering zicht blijft houden op verschillen en deze misschien zelfs kan versterken. Want op één punt ben ik het met Zweig roerend eens, verscheidenheid is zowel cultureel als politiek van levensbelang. Gelijkvormigheid en consensus zijn zowel letterlijk als figuurlijk de dood in de pot.

Rousseau stond, hoezeer hij ook aan een moderne literair-filosofische stroming vormgaf, reeds in een traditie. Meer dan twee millennia voor hem uitte Plato al dezelfde soort klachten over een toenmalige techniek die de wereld volgens hem cultureel zou verarmen en gelijkvormiger zou maken. De Griekse filosoof had het over de misschien wel belangrijkste techniek uit de wereldgeschiedenis, het alfabetisch schrift. Dit maakte het, om met Zweig te spreken, mogelijk dat Spartanen en Atheners, inwoners van Klein-Azië en Sicilië in dezelfde tijd van dezelfde tekst kennis konden nemen. Waanwijsheid noemde Plato dat. Echte kennis kan alleen ontstaan in de persoonlijke relatie tussen leermeester en discipel. Dit soort potentiële gelijktijdigheid zou tot culturele gelijkvormigheid leiden. Mensen die lazen zouden napraters worden in plaats van echte wijzen.

De historische afstand tot Plato's waarschuwingen maakt het gemakkelijker deze te relativeren dan die van Rousseau, Baudelaire, Zweig of Matthiessen. We weten allemaal retrospectief dat het schrift niet tot de culturele verarming en kaalslag heeft geleid die Plato voorspelde. Plato zag wel scherp dat deze nieuwe techniek revolutionaire veranderingen met zich meebracht doordat ze bijvoorbeeld de macht en het gezag van de goeroe-achtige leermeester inruilde voor een meer democratische benadering van kennis. Deze was inderdaad gelijkvormiger, maar ze maakte wel - zeker na de andere belangrijke technische uitvinding van de boekdrukkunst - een al gauw rijk gevarieerde wetenschap en nieuwe literaire cultuur mogelijk.

Niemand zal zich vandaag de dag ergeren aan het feit dat mensen in Parijs, Londen en Wenen hetzelfde kunnen lezen. Wat is er dan aan mis wanneer ze naar dezelfde muziek kunnen luisteren? Of wanneer ze - want de televisie heeft in dit soort cultuurkritiek al lang de functie van de radio overgenomen - naar dezelfde beelden kunnen kijken? Als we die andere topos van de hedendaagse cultuurkritiek, die Zweig ook al vakkundig hanteert, de sportverdwazing rond vooral het voetbal, hiermee verbinden, levert dat misschien de perfecte metafoor op voor deze benadering. Want tenslotte keek vorige zomer inderdaad de hele wereld naar het wereldkampioenschap voetbal op de buis. Bij de finale Frankrijk-Brazilië zouden we echt de ondergang van de wereld in gelijktijdigheid en gelijkvormigheid hebben mogen verwachten.

Op het onlangs gehouden fotofestival Naarden werd deze ondergangsverwachting echter volledig beschaamd door 25 foto's die op verzoek van het festival over de hele wereld van de finale werden gemaakt. In de Volkskrant beschreef Arno Haijtema fraai de twee kanten van deze fascinerende reportage. Enerzijds werd hier de macht van voetbal en massamedia scherp zichtbaar gemaakt. Van Tokio tot Teheran, van Amsterdam tot Ankara zat de wereld gekluisterd aan de buis. Anderzijds gunde de fotoreportage ons ,,een blik op de meest uiteenlopende leefwijzen, van de chicste villa-yuppen in het Westen tot de armste sloebers in Afrika... Een kruidenier staart voor zijn uitstalling in een steeg van Cairo naar de buis. Een modern echtpaar in Turkije, vrouwen in Iran, een Chinees gezin, euforische Franse jongeren, een eenzame bewaker in een Japanse gevangenis, een schoenverkoper in een uitgestorven winkel, sportredacteuren bij een Spaanse krant.''

De wereld is ongetwijfeld door de media één geworden. Maar met de eenvormigheid lijkt het ondanks eeuwen van sombere prognoses mee te vallen. De eenwording die met steeds nieuwe media en technieken voortdurend verder schrijdt, is inderdaad een revolutionaire maatschappelijke en culturele trend die we moeten proberen te doordenken en beoordelen. Maar we schieten er niets mee op als we haar bij voorbaat aan eenvormigheid gelijkstellen. Wie alleen dit laatste aspect maar ziet levert zich, ondanks al zijn hooggestemde cultuurkritiek, juist kritiekloos uit aan een ontwikkeling waar hij zich machteloos en afzijdig tegenover opstelt.

Misschien kunnen we de waarheid van deze laatste uitspraak het beste onderkennen als we weer even iets meer historische afstand nemen en teruggaan tot de vroeg-moderne cultuurkritiek. Rousseau had gelijk toen hij in Rome, Parijs en Londen gelijksoortige economische drijfveren en natuurwetenschappelijk georiënteerde technieken aan het werk zag. Ook in landbouw en veeteelt zag hij al scherp de eerste sporen van een meer moderne, rationele en utilitistische benadering. Hij miskende echter dat hieraan op heel verschillende wijzen cultureel en maatschappelijk vorm kon worden gegeven. De Europese hoofdsteden kregen juist in en na de tijd waarin Rousseau schreef, een aantal architectonische karakteristieken die ze uniek en sterk verschillend maakten. En het Europese landschap bereikte in de vorige eeuw dankzij menselijke ingrepen het hoogtepunt van gevarieerdheid. Nauwe contacten tussen verschillende volken, gepaard aan een rationele handelsgeest, hoeven met andere woorden niet de catastrofale gevolgen met zich mee te brengen die Rousseau in zijn eigen tijd overal meende te ontwaren.

Helaas kan het ook anders. Het rijke Nederlandse landschap is in de tweede helft van onze eeuw door schaalvergroting en ruilverkaveling op veel plaatsen monotoon geworden. En veel recent gebouwde buitenwijken van Europese hoofdsteden kunnen inderdaad moeiteloos tegen elkaar worden ingeruild omdat ze elk onderscheidend kenmerk ontberen.

Dat het 'anders kan' werkt echter in twee richtingen. Het betekent namelijk ook dat verscheidenheid gecultiveerd kan worden, dat een technologische cultuur vele verschillende gezichten kan vertonen. Als rechtgetrokken beken dankzij ingrepen weer gaan kronkelen, als architectuur en vormgeving ondanks of misschien beter juist dankzij wereldwijde culturele beïnvloeding toch het eigene vasthouden, als multimedia niet alleen wereldwijd maar ook regionaal en lokaal ingezet blijken te worden, laat dat zien dat verscheidenheid behouden kan blijven, ja misschien zelfs versterkt kan worden.

Om met een laatste voorbeeld naar Zweig terug te keren, in de eerste helft van onze eeuw is de film een geliefkoosd doelwit van cultuurkritiek. De meeste intellectuelen zagen haar vooral als passief en afstompend volksvermaak. Slechts weinigen onderkenden de grote artistieke en culturele mogelijkheden van deze nieuwe techniek. Dat film tot een volwaardige kunstvorm met een verscheidenheid aan stijlen en benaderingen zou kunnen uitgroeien, zou Zweig als een belachelijke voorspelling in de oren hebben geklonken. Hij zag alleen maar de negatieve kanten van dit medium. Gelukkig hebben anderen, kunstenaars en intellectuelen, deze techniek wel aangegrepen om vorm te geven aan hun verbeelding en aspiraties. Het lijkt mij beter om ons in brede zin aan hen te spiegelen dan aan de cultuurcriticus die waarschijnlijk bij voorbaat weigerde om een bioscoop binnen te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden